DZD 1

DZD 1 – Spijkeniss 2
8-3-2025

Zonder geluk vaart niemand wel, ook DZD 1 niet

 

Het zou van scorebordjournalistiek getuigen om te zeggen dat het vlaggenschip van De Zwarte Dame de reserves van Spijkenisse gemakkelijk verslagen heeft. Zes – Twee. Duidelijke cijfers toch? Dat wel, maar gemakkelijk? Zeker niet. Op de borden 2, 3 en 4 gingen de onzen door het oog van de naald. Maar daarover straks meer.

Leon Zweedijk effende het pad door best snel te winnen. Om meerdere redenen was dit een fijne zege. Allereerst omdat Leons seizoen in de KNSB-competitie nog niet echt succesvol was en ten tweede omdat Spijkenisse 2 op papier toch echt de aanzienlijk betere ploeg was (en is).

We zitten nog in de openingsfase. Typisch zo’n fase waarin de “blundercheck” wel eens vergeten wordt. Tegenstander Alex van Alphen heeft dat nu ook. Hij speelt de logische ontwikkeling zet 6. Lg5 om vervolgens onaangenaam verrast te worden door 6…..Lxf2+. Dit wint een pion voor zwart, want na 7. Kxf2 zou 7…..Pg4+ gevolgd zijn met verlies van de loper op g5. Goed gezien van Leon. Hoeveel spelers zouden hier niet “gewoon” kort gerokeerd hebben zonder te kijken of de tegenstanders logische zet misschien toch niet zo logisch is.

Na dit pionverlies komt wit er eigenlijk niet meer aan te pas omdat Leon planmatig blijft spelen en zijn stukken naar de goede velden weet te krijgen. Leon heeft een prachtig loperpaar, beide torens doen mee in de aanval en de dame staat ook geen vliegen te vangen. De engine vindt het ook geweldig, want ondanks dat ene pluspionnetje geeft de engine zwart in deze stelling +4.

Leon speelt hier de zet die wit al een poosje verwacht had (meldde hij in de analyse): 24….f4. En hierna gaat het rap: 25. Pe4 Lh3 26. Pg5 Le3. En dat wit in deze stelling de Pijp aan Leon gaf was logisch:

Modelpartij van Leon!

Omdat we niks te verliezen hadden tegen deze sterke tegenstander was Leon sowieso al van plan geweest vol in de aanval te gaan. Daarbij hielp natuurlijk het blundertje van wit op de 6e zet. Leon merkt nog het volgende op: De engine vond dit (Lxf2+) een briljante zet, maar het was gewoon iets wat in de stelling kwam, niet zo heel bijzonder dacht ik. Wel was Alex niet alleen een pion kwijt, maar ook zijn rokade. Doordat hij de rokade kunstmatig ging uitvoeren kostte dit veel tempi, waardoor ik mijn stukken netjes kon ontwikkelen. Uiteindelijk kon ik via de zwarte velden veel druk geven en de stelling vastzetten waardoor Alex zijn toren op a1 niet kon gebruiken (het ding bleef daar de hele partij staan). Intussen deden al mijn stukken mee in de aanval op de witte koning, dus dat moest wel verkeerd aflopen.

Na Leons zege volgden drie remises.

Ton van Vliet scoorde zijn derde remise in drie partijen. Ton zou een pion voorkomen, maar ook in een door hem gevreesd toreneindspel terecht komen. Het is een beetje overdreven om te stellen dat dan de paniek bij Ton toeslaat, maar hij was maar wat blij dat de teamleider hem toestond remise aan te bieden, wat (uiteraard) werd aangenomen. In Spijkenisse weten ze natuurlijk niks van Tons fobie. Overigens gaf de engine Ton gelijk: een plusje van veel minder dan 1, omdat zwart vervelend tegenspel had.

Peter Schillemans (recent nog deelnemer aan een vierkamp in Spijkenisse, zie sv-spijkenisse-vierkamp) wist met zwart de problemen van de opening waar John van der Wiel (voor de jongeren onder ons: een goede Nederlandse grootmeester, die overigens in het HZ-toernooi ooit van Wouter Bliek verloor) de kenner van is goed te ontlopen en wikkelde prima af naar remise. Knap gespeeld.

Ik zat naast Peter en toen ik deze stelling

zag dacht ik dat Peter misschien wel winstkansen had. Hoe zag ik niet. En ik had ook  niet veel tijd om te kijken, want ik had genoeg aan mijn eigen stelling. De engine geeft hier Peter inderdaad een mooi voordeel, vooral na 22…..Dc5. Peter ruilde echter dames, waarna de stelling enigszins verzandde.

Toch was er een leermoment. Voor Peter en voor andere schakers. Ondergetekende had ooit eens genoteerd in een verslag dat je maar het beste je kunt beperken tot het goed bekijken van twee kandidaat zetten. Welnu, dat deed Peter hier ook en dat zegt hij erover: In deze stelling had ik met zwart slechts 2 kandidaat zetten:…f5 (levert geen voordeel op leek me en de engine is het daar mee eens) en …d5 (verhoogt de druk op het witte centrum en geeft zwart een plusje). Ook hier is de engine het mee eens! Maar de engine weet het toch weer beter met …a5! en zwart staat positioneel op den duur gewonnen. Ik was blij dat ik in de partij meteen de 2 zwarte breek zetten zag als kandidaten, maar met …a5! zegt de engine in feite: je bent een luilak om bij 2 kandidaat zetten al te stoppen met zoeken van kandidaten! In zo’n rijke stelling is 3 het minimum!

Ik zal het onthouden. Peter speelde …d5. Hierna werd er veel geruild en in deze stelling (ik laat Peter aan het woord):

besloot ik mijn buurmans schouder aan te tikken en om toestemming te vragen om
remise aan te bieden. Nog voor ik de vraag had gesteld zei die het antwoord is ja!
Ik wist genoeg, blijkbaar stonden we op andere borden goed, dus ik tekende vrede.

Van de partij van Ruben de Bruijn heb ik weinig gezien. Misschien was ik te veel afgeleid door de pot havermoutpap dat zijn tegenstander naast zijn bord had staan. Wel iets anders dan die obligate banaan. Gelukkig stuurde Ruben me zijn partij en wat bleek: een leuke partij, waarin Ruben wel een gelukje had, nadat hij een pion had weg geblunderd.

Ruben heeft net 28. Dc4+ gespeeld. Zwart denkt er met een pion meer verstandig aan te doen te gaan ruilen en speelt 28……Dd5. Maar ruilen is niet altijd goed als je voor staat en Ruben ziet waarom: 29. Dxd5, cxd5 30. c6!, Lc8 en hier bood zwart remise aan.

Ruben meldt nog het volgende: We kwamen allebei prima uit de opening. Mijn tegenstander kwam met een koningsaanval, terwijl ik op de dameszijde probeerde door te breken. Dat ging allemaal goed totdat ik op zet 26. e4 speelde, een blunder waardoor ik een pion verloor. We kwamen in een eindspel waar zwart een pion voor stond. De computer zegt dat het gelijk is maar ik dacht dat zwart beter stond en meer kansen had. Toen mijn tegenstander remise aanbood heb ik dat dan ook aangenomen.

Dit is dus de eindstelling. De engine geeft inderdaad 0.0 als evaluatie. Soms is bij een dergelijke evaluatie de stelling “dood”. Hier zeker niet. Zwart heeft twee verbonden vrijpionnen, wit heeft er eentje, wits paard staat geweldig (stopt de d-pion en dekt de eigen c-pion). Maar wat is het plan? Van wit, van zwart? Moeilijk hoor.

Zo resteerden nog de vier topborden. Riny Westveer zat aan bord 1 (voor het eerst, denk ik) en hij maakte zijn positie helemaal waar, want hij won, zodat we 3 ½ – 1 ½ voor kwamen. Riny was na drie uur spelen al klaar. En dat was bijzonder, volgens Riny: We hebben in de analyse nog heel veel dingen bekeken, later ook van Corne’s eindspel. Normaal ben ik vaak als laatste klaar dus ik vond het wel weer eens leuk om zo uitgebreid te analyseren. Over dat eindspel van Corné komen we later nog terug.

Ik laat Riny aan het woord: Ik had een leuke partij, het ging gelijk op en vanaf zet 15 werd het leuk. Wit speelde Kh1, een prachtige zet om te zien. Het vervolg was alleen minder na 15….Le7 16. Le2.

Ik kan hier kiezen welke pion ik pak maar omdat ik heb geleerd niet op b2 te slaan koos ik voor h4 wat iets minder goed was.

Na 20 Dxd4 dacht ik al heel dichtbij de overwinning te zijn, ik had eerst ideeën gezien als Dxf2 en Pg3 Pxh5 (wat achteraf gezien niet eens gewerkt zou hebben vanwege g4 aan het eind van die variant) en als wit Dxf2 zou tegenhouden met iets als Le3 kan ik Dxe3! spelen. Lc3 zou nog wel vervelend zijn maar ook daar hou ik een goeie stelling over.

Wit speelde echter 21. g4. Had ik niet gezien en het was zo vervelend dat het zelfs leek dat ik in één klap verloren stond. 21……Pe7 werkt niet door een dubbelaanval met 22. Lg5. (22……Db4 23. a3 Dc5 24. Tc1). Gelukkig had ik nog genoeg tijd. Ik probeerde lang Pg3 werkend te krijgen, dat doet het namelijk ook bijna, en pas heel laat had ik door dat ik ook met 21…….Tc2 kon beginnen. Dat was eigenlijk de cruciale zet van de partij.

Na 22. Dg5? Ph4 23. Dxh4 Txd2 24. Txd2 Dxd2 bleef een eindspel met een pion meer over. De stelling was relatief eenvoudig dus met wat weinig tijd was alles nog wel te overzien.

Zo kwamen we dus ruim voor, maar de situatie op de resterende drie borden was niet best. Ik vreesde zelfs voor een nederlaag, van het team bedoel ik. Maar in plaats van drie nullen verschenen er twee eentjes en een halfje op het scorebord. Laat ik het zo zeggen: aan minstens twee spelers van Spijkenisse was direct na de laatste zet van de tegenstander (en van de partij) de verslagenheid non-verbaal te zien. Een sportfotograaf had prachtige beelden kunnen maken van Koopman en Groeneweg in de speelzaal. De eindfases van hun beider partijen werden door de Spijkenissers nog lang bekeken. Het ongeloof over die twee nullen was onbeschrijflijk.

Lennard Duynkerke was niet tevreden over zijn partij, wel over het resultaat: Niet mijn beste partij zaterdag, maar mijn tegenstander zal nog minder tevreden zijn. Na een rustige opening speelde mijn tegenstander zijn g- en h-pionnen op om mijn loper wat terug te jagen. Ik dacht met een handigheidje zijn pionstructuur verder te kunnen aantasten, maar dat bleek een misrekening, waarna ik een pion achter stond. Joah en Quinn (de twee jeugdspelers die in het tweede team meespeelden en uiteraard de interesse van jeugdleider Lennard hadden) begon nu allebei in een erg interessante fase van hun partij te komen, dus ik kon het niet laten om na elke zet even te gaan kijken. Ik concentreerde me dus iets minder op mijn eigen partij en prompt blunderde ik een kwaliteit. Vanaf dat moment stond ik compleet verloren (-5), maar ik probeerde nog wat tegenspel te creëren. Veel zat er niet in, maar onder tijdsdruk liet mijn tegenstander een eeuwig schaak toe. Mazzel 😊.

Wit heeft net 39. Tg1 gespeeld en zwart produceert nu de enorme blunder 39…..bxc5 (in plaats van iets als 39….h3) en nu heeft Lennard plots eeuwig schaak met 40. Db2+, want na 40…..Db6 volgt 41. De5+ enzovoorts. Mazzel. Inderdaad. En: wat kan schaken toch gruwelijk zijn.

Corné Harmsen kwam in de opening een pion achter. Het zag er allemaal gevaarlijk uit, maar hij kon afwikkelen naar een eindspel met ongelijke lopers en allebei een toren en Corné nog steeds een pion achter. Remise dus. Nou? Nee dus.

Na 46. Tc3 heeft Corné Lb6 gespeeld. Dat is niet goed (Ld6 zou gewoon remise hebben betekend), maar Corné ziet een truc. Als wit nu 47. d6 zou hebben gespeeld was het “game over”, want er dreigt nu ook Ld5+ met torenwinst. Wit speelt 47. Lb5 en na 47…..h5 is 48. d6 (wat gespeeld) niet zo goed als een zet eerder, want zwart speelt 48….Kg7:

Wit ziet het naderend onheil niet en speelt 49. dxc7 en denkt “game over”. En dat klopt, maar niet zoals wit het dacht. Zwart kan nu mat-in-5 geven en doet dat ook. Ziet u hoe? Antwoord: onderaan dit verslag.

Peter van der Borgt kwam niet lekker uit de opening, moest veel tijd investeren in het vinden van de juiste verdediging. Zijn tegenstander was echter ook veel tijd kwijt om de juiste aanvalszetten te vinden. Kort en goed: toen het nog steeds complex was hadden beiden spelers weinig tijd (soms minder dan een minuut). Iedereen zag wel dat zwart beter stond, ook nadat die een pion verloor (of was het een offer?). Volgens de engine ging Peter twee keer door het oog van de naald, maar de genadeklap kon zwart niet uitdelen.

Zwart heeft inmiddels een pion teruggewonnen en heeft wit in de tang. Daar staat wel tegenover dat wit twee verbonden vrijpionnen heeft.

Zwart speelt hier het logische 42….Ph4. Peter speelt 43. Dg4+ (zodat hij met tempowinst veld g2 vrij maakt voor zijn toren mocht zwart Pf3 spelen) en biedt voor de tweede keer remise aan met de gedachte “als je het niet aanneemt zou je wel eens kunnen verliezen, want mijn vrije g-pion is snel”.

Zwart neemt het aanbod niet aan en na 43….Kd8 volgt 44. g6.

Nu is 44….Pf3 remise: 45. Tg2 en dan drie keer slaan op g1. Wit krijgt dan twee verbonden vrijpionnen op de h- en g-lijn en zwart op de d- en e-lijn. De koningen kunnen die pionnen stoppen, maar meer ook niet. Maar zwart doet het andersom: 44……Txg1+ 45. Dxg1, Dxg1+ 46. Kxg1, Pf3+

Dat leidt toch tot hetzelfde? Nee dus, want wit speelt 47. Kf2, zwart verbijsterd achterlatend, zijn hoofd wegzakkend in twee handen, armen rustend op de tafel. Minutenlang zit mijn tegenstander zo, ik ga maar weg van mijn bord, want ik herken de pijn (ook dit is mij natuurlijk wel eens overkomen). Na enige tijd zo gezeten te hebben doet hij het onvermijdelijke: opgeven, want of de g-pion promoveert of het paard gaat verloren.

Wat kan schaken toch gruwelijk (mooi) zijn.

 

Gedetailleerde uitslag:

Rating
Rating
Ronde 6
Westveer, M.C.A. (Riny) 1915 Meijer, W.M. (Wilmar) 1912 1 – 0
Duynkerke, L.J. (Lennard) 1926 Verstraate, T.M.A. (Bjorn) 1963 ½ – ½
Harmsen, E.C. (Corné) 1818 Koopman, R.P.E. (Richard) 1896 1 – 0
Borgt van der, P.B.F. (Peter) 1911 Groeneweg, N.W. (Nick) 1923 1 – 0
Schillemans, P. (Peter) 1822 Hubner, W.J.P. (Werner) 1855 ½ – ½
Vliet van, A. (Ton) 1710 Klein, R.K.D. (Raoel) 1772 ½ – ½
Zweedijk, L.J.A. (Leon) 1736 Alphen van, A.M. (Alex) 1749 1 – 0
Bruijn de, R.T. (Ruben)1 1755 Hofstee, P. (Piet) 1826 ½ – ½
Gemiddelde Rating: 1824 Gemiddelde Rating: 1862 6-2

 

ZSC won weer en is nu definitief kampioen. Als ze de laatste ronde hun sportieve plicht doen en van Landau/Terneuzen 2 winnen kunnen wij nog tweede eindigen. Dan moeten we wel winnen van BSV 2. En die moeten winnen om kans te maken niet te degraderen.

 

 

Peter van der Borgt

 

O ja: u heeft het antwoord op de vraag bij de partij van Corné nog te goed. Hij speelde 49….Lg1 (dreigt Th2 mat), 50. g4, hxg4+ 50. Kg3, Lh2 mat.

 


 

Landau/Terneuzen 1 – DZD 1
8-2-2025

DZD 1 (onder)uit in Terneuzen

 

Landau/Terneuzen 1 was vrij. Daardoor hoefde het tweede team van deze combinatie geen spelers af te staan. Met 1843 gemiddelde rating was het dan ook een duchtige tegenstander. Te duchtig. En dan waren wij nog verzwakt doordat teamleider Peter van der Borgt ontbrak.

Van Riny kreeg ik kort door hoe de wedstrijd volgens hem was verlopen: Tja, vandaag zat er helaas geen winst voor het team in, ik denk dat vooral Lennard zal balen van zijn partij. Corné deed een prachtig offer wat volgens mij niet werkte. Rinus stond voor mijn gevoel vanaf het begin al niet lekker en van de rest heb ik wat minder gezien maar leken de resultaten wel terecht (misschien die van Leon niet). Toen Lennard verloor was de hoop eigenlijk wel verdwenen, gezien de stand en de stellingen op de overige borden, maar ondertussen had ik een goede stelling die ik toch wel wilde winnen.

Dat van Leon Zweedijk klopte wel; dit zegt Leon erover: Onnodig verloren, vergat de blundercheck in tijdnood, tegenstander had minder tijd dan ik, dat kostte een stuk en de partij. Kreeg hem nog op 8 sec, maar hij haalde de 40 zetten.

Al binnen de tien zetten ontstond er een interessante stelling:

Zwart heeft net 8….Db6 gespeeld. Leon kiest hier voor 9. Pd3. Kan zwart dan die pion op d4 niet slaan? Nee, want na 9….Dxd4 10. Le3, Dc4 volgt 11. Pf4 en de dame is gevangen. Hierna komt Leon steeds beter te staan. Maar helaas: zwart sloeg niet op d4.

Leons voordeel gaat vanaf hier beetje bij beetje verloren. De logische zet is hier gewoon rokeren, maar ik denk dat Leon hier aanvalskansen zag over de h-lijn en hij speelde 17. Lh6. Op zich geen ramp, maar die ontstond wel nadat Leon op zet 22 pardoes een stuk weggaf.

En dat Rinus den Hollander vanaf het begin niet lekker stond had Riny ook goed gezien. Rinus zegt er dit over: Het kostte me (weer) veel tijd om de in mijn ogen juiste zetten te bedenken. Een groot deel van de partij was de evaluatie zo rond -1. Uiteindelijk kwam ik er nog wel redelijk uit, maar toen moest ik gaan snelschaken. En daar ligt niet Rinus’ kracht. In deze stelling ging het mis:

Rinus is aan zet, nadat zwart 26….Pe5 heeft gespeeld. Pion c4 staat aangevallen. Rinus probeert die actief te dekken met 27. Ld5+, maar dat is (wellicht heeft u het al gezien) niet goed: 27….Dxd5 gevolgd door 28…..Pf3+ kost gewoon een stuk. Dat paard op e5 viel dus niet alleen die pion aan, maar ook veld f3.

Los daarvan was het een door Ronald de Pooter erg goed gespeelde partij. Hij hield het openingsvoordeel gewoon vast met als gevolg dat Rinus in tijdnood kwam en in een positioneel slechtere stelling komen ook tactiekjes in de stelling en zie die maar eens allemaal in tijdnood.

Dat Lennard Duynkerke baalde klopte ook: Wat zal ik zeggen van mijn partij… Lange tijd niet zo’n slordige partij gespeeld.

Al vroeg in de opening wist ik dat het een positionele partij zou worden, mijn tegenstander speelde met een IQP (PS: als auteur van dit artikel heb ik geen idee wat hiermee bedoeld wordt, maar ik gok op “geïsoleerde pion op de damevleugel”) en ik zou het moeten uitzingen tot het eindspel. Niet mijn favoriete stelling, maar het zij zo. Ik ken de plannen in de opening en weet waar mijn tegenstander op speelt. Toen ik dan ook de witte loper van mijn tegenstander kon afruilen en een paard op d5 kon planten, was ik er op zet 20 van overtuigd dat ik voor twee resultaten speelde: ofwel winst, ofwel remise. Nu heb ik altijd wel de neiging om mijn stelling wat positiever in te schatten dan de computer, maar vanuit praktisch oogpunt zou ik een klein plusje moeten hebben. Omdat mijn tegenstander nauwelijks tegenspel had, zou de isolani en mijn tijdsvoordeel (50 min vs 10 min met nog 20 zetten te gaan) waarschijnlijk de partij beslissen.

 

Zoals de voorzitter wel eens heeft gezegd (vrij geciteerd): “schaken is voor 50% psychologie”. En dat bleek ook hier, de knop ging om. Ik ging een rondje lopen, nog een rondje lopen, nog een rondje lopen en (hoe dom!) minder lang nadenken. Mijn notitievelletje weet me te vertellen dat ik tussen zet 20 en 25 op mijn increment heb gespeeld. En dan gaat het dus mis. Overigens alle complimenten aan mijn tegenstander die wat tactische grappen de stelling in wist te weven en mij 19 ratingpunten afhandig maakte.

Wit heeft hier net 22. Lg5 gespeeld. Prachtige zet hoor, maar het slaat nergens op. Na 22…..Lxg5 23. Dxf7+, Kh8 is er niks aan de hand, want ook iets als 24. Pd7 levert na 24….Dd6 niks op. Maar tsja, dat zie je niet als je op increment speelt. Daarna verliest Lennard de kwaliteit: 22….Ta7 23. Lxf6, Pxf6 24. Pc6 en kunnen de stukken de doos in wat op de 29e zet ook gebeurde.

Riny Westveer won als enige. Aan die partij zullen we dus maar de meeste aandacht geven.

Riny heeft net 12…..e5 gespeeld en het vervolg pakt voor Riny beter uit dan voor Nick Dubbeldam: 13. Ld3, exd4 14. Lxf5, dxc3 15. Pf3, Pf6 16. bxc3, Lxc3

Zwart staat een pion voor, want wit kan pion b7 niet vangen. En niet alleen staat Riny een pion voor, maar aan de damevleugel heeft hij ook mogelijk een vrijpion (of misschien wel twee verbonden vrijpionnen).

Hier speelt Riny het passieve 22…..Tac8, waardoor na 23. Dc5, Dxa4 24. Txb4 het zwarte voordeel een eind weg was. Beter zou Riny het actieve 22….Pd5 gespeeld hebben, want na 23. Dxc6, Pc3 staat zwart prachtig.

Riny blijft een pion voor en wit raakt de draad andermaal kwijt (mede door mooie zetten van Riny). Na wits 35e zet ziet het er zo uit:

Riny staat weer twee pionnen voor en het is duidelijk dat het van de a-pion moet komen. Duidelijk is ook dat wit er alles aan zal doen om dameruil te voorkomen.

Riny blijft gewiekst spelen; zo speelt hij in deze stelling

42….h5. Maar dat kost toch die belangrijke a-pion? Nee hoor, want na 43. Dxa5 volgt 43….Tc1+ en de toren op a1 moet én mat voorkomen én dameverlies en dat kan niet tegelijkertijd. Riny dwingt later dameruil af en dan is het eenvoudig te winnen. Knappe, erg knappe, partij van Riny.

Over de remisepartijen valt niet veel te vertellen.

Eric Clarisse zegt er dit over: Zelf heb ik het gevoel gehad dat ik beter stond maar de winstvariant heb ik niet gevonden. Meen dat het 1-1 stond op moment dat ik remise in handen had. Met nog genoeg spel. Remise aanbieden, herhalen van zetten, of doorspelen en hopen op een fout van mijn tegenstander. Doorspelen was gezien de stand op andere borden wel de juiste keuze. Dan toch maar remise want inmiddels ik had paar dubieuze zetten gedaan. Te ver gaan zou de dag nog zuurder hebben gemaakt.

Ton van Vliet: Precies zoals je voorspelde: op zet 18 bood Gerard remise aan. Het was gewoon saai, ik wilde wel maar vond nergens aanknopingspunten die kansrijk waren, na zijn Pe4 moet ik afruilen en vervlakt de stelling helemaal. Remise dus.

Vooraf had ik een opstelling gemaakt met de verwachte tegenstanders op de diverse borden. Alleen op bord 6 klopte die (ik ben dus medeverantwoordelijk voor de nederlaag, ondanks dat ik niet meespeelde), want daar zat Gerard de Winter. En Gerard speelt rustig (of saai, maar dat klinkt minder aardig dan dat Gerard zelf als persoon is) en vindt remise al snel prima.

Ruben de Bruijn: De partij van zaterdag viel een beetje tegen, ik kwam goed uit de opening en het beloofde een spannende pot te worden. Helaas kon de tegenstander op zet 16 al remise afdwingen. Ik dacht dat heen en weer gaan met mijn dame tussen a5 en b6 de enige optie was.

Ik had Da6 gezien, maar ik was te bang voor de variant met c5, Txc5, Pc7, Db6, Pxa8, Dxb2, waarbij zwart een kwaliteit offert. Volgens de computer de beste optie, waar zwart alsnog -1 staat, maar ik vond de evaluatie lastig in te schatten omdat ik niet direct compensatie zag na Dxb2.

Tsja, kwaliteit tegen twee pionnen. De plus voor zwart zit hem in de ontwikkelingsvoorsprong. Moeilijk om dit “blind” te zien.

 

Landau/Terneuzen 111 Rating DZD 1 Rating Ronde 5
Hematyar, F.M. (Fardin) 1968 Harmsen, E.C. (Corné) 1831 1 – 0
Dubbeldam, C.J. (Nick) 1947 Westveer, M.C.A. (Riny) 1901 0 – 1
Pooter de, R. (Ronald) 1894 Hollander den, R. (Rinus) 1758 1 – 0
Hotwani, R. (Rahul) 1800 Duynkerke, L.J. (Lennard) 1946 1 – 0
Putter de, P. (Peter) 1825 Clarisse, E. (Eric) 1808 ½ – ½
Winter de, G. (Gerard) 1759 Vliet van, A. (Ton) 1709 ½ – ½
Lagendijk, I. (Ivo) 1821 Zweedijk, L.J.A. (Leon) 1735 1 – 0
Frouws, W. (Willem) 1731 Bruijn de, R.T. (Ruben) 1756 ½ – ½
Gemiddelde Rating: 1843 Gemiddelde Rating: 1806 5½-2½

 

Peter van der Borgt

 

PS: Het klopt dat u wat over de partij van Corné Harmsen mist. Wat ik maandag op de clubavond van hem begreep is dat ook maar beter zo.

 


DZD 1 – RSG 1
14-12-2024

Nipte zege

 

De doelstellingen voor de wedstrijd DZD 1 – RSG 1waren: 1. Anderhalve punt op de eerste drie borden, 2. Anderhalve punt op de borden 4 en 5 en 3. Twee punten op de laatste drie borden. Daar was onze opstelling, rekening houdend met hun sterke top-3, op ingesteld. Dan zouden we met 5-3 winnen en ook nog ergens een halfje kunnen laten vallen.

Nou dat laatste gebeurde al snel. Onze “vaste“ remisespeler (Eric Clarisse) deed iets fout in de opening en na een goed uur stond het 1-0 voor RSG, het Roosendaalsch SchaakGenootschap. Misschien ook wel logisch dat de scherpte er niet was bij Eric. Doordat “wij” ons allemaal gek laten maken door Black Friday, Sinterklaas en Kerst moet hij vanaf begin november als een dolle pakketjes sorteren, verzamelen, gereed zetten en weet ik al niet meer.

Maar ook op de andere borden zag het er niet naar uit dat we die gewenste zege zouden behalen: Corné Harmsen stond gewoon beroerd, bij Peter van der Borgt zag het er ook niet fameus uit. Bij Eric Dek zag ik niet echt winstmogelijkheden en Leon Zweedijk leek me wat gedrukt te staan. Partijen van Lennard Duynkerke zijn te complex om te bevatten; ik had dus geen idee waar die op uit zou komen. Riny Westveer had misschien een klein, miniem, plusje. Nee, alleen Ruben de Bruijn stond lekker met een mooie koningsaanval.

Een paar uur na de nederlaag van Eric kwamen we op 2-2. Eerst behaalden de andere Eric (Dek dus) en Leon Zweedijk een remise en Ruben de Bruijn wist zijn partij inderdaad te winnen. Doelstelling nummer 3 was gehaald!

Ik laat eerst Ruben aan het woord: Mijn tegenstander speelde in de opening een aantal passieve zetten, waardoor ik na de korte rokade van zwart snel met een aanval kon komen op de koningszijde. Op zet 12 maakte mijn tegenstander een fout, hij sloeg met de toren op f6, daardoor kon ik een kwaliteit winnen. Het afwikkelen naar het eindspel ging volgens de computer niet helemaal vlekkeloos, gelukkig was het in de partij genoeg voor de winst.

Eerst maar eens die stelling na 12. gxf6:

Zwart sloeg hier terug met de toren. Na 13. Pxd7, Lxd7 volgde simpel 14. Le5. Ruben tikte het daarna simpel uit. Goed gespeeld. Goed gebruik gemaakt van de tijd.

Daarna liep de stand op naar 3½ – 3½.

Als eerste scoorde Lennard Duynkerke een halfje. Wat vertelt hij er zelf over: Mijn partij van vandaag was er eentje die erg gelijk op ging, dat heb je wel eens. Toch heb ik lange tijd wel iets beter gestaan, maar ik kon helaas niet de juiste voortzetting vinden. Ik kon mijn stukken ontwikkelen en rokeren, totdat ik op zet 22 het idee had dat mijn stukken allemaal toch net wat beter stonden dan mijn tegenstander.

 

Mijn tegenstander dreigde echter het vervelende 23. Ta6 en ik kan er weinig tegen doen. Een variant die ik heb bekeken is 22. … h6  23. Ta6 Pxd4 24. Txb6 Pxf3+ 25. Dxf3 Lxb6, een positioneel dame offer. De daaropvolgende stelling evalueerde ik toch als beter voor wit, maar de computer zegt dat zwart hier duidelijk beter staan – mijn enige winstkans deze partij. Online zou ik het misschien nog wel gespeeld hebben, maar ik kon de stelling onvoldoende overzien om dit soort fratsen in een teamwedstrijd te spelen.

Voor de mensen die moeite hebben om dit te visualiseren: dit zou de stelling zijn geweest als Lennard wel dit gedurfde offer zou hebben gedaan:

Paard en toren tegen dame. Het zal best zo zijn dat zwart nu beter staat (ondanks zijn op papier materiële achterstand), maar ik zie het nog niet direct. Terecht dat Lennard hier niet op in ging.

Ik laat Lennard weer aan het woord: Gevolg was wel dat ik wat ongelukkige zetten met mijn torens moest doen om de dreiging Ta6 op te vangen, waarna mijn kleine voorsprong toch verdwenen was. De stukken gingen hierna snel van het bord af.

In de slotstelling durfde ik 33. .. g6 niet aan, het voelde als een te grote verzwakking van f6. Daarnaast zijn mijn pionnen ook mooie doelwitten voor zijn koning, terwijl mijn koning ver van de actie in een hoekje is opgesloten.

Al met al een prima partij van mijn tegenstander, netjes verdedigd. Niet alleen een prima partij van Lennards tegenstander, maar ook van Lennard zelf.

Veel belangrijker was het halfje dat Corné Harmsen scoorde. Op onnavolgbare wijze (en met weinig tijd op de klok) had hij zijn beroerde stellig weten af te wikkelen naar een toreneindspel met twee pionnen minder, maar met een actievere koning en een reeds ver opgerukte pion.

Ik geef het spelverloop maar even in wat diagrammen:

Na 16….Lb6. Het (de zwarte stelling) ziet er (eufemistisch gezegd) krakkemikkig uit.

Na 23….Kb7; de engine geeft een voordeel van ruim 3 voor wit. De echte voorsprong is een pion. Maar helder is dat zwart in grote problemen zit.

Na 27…..dxe5. Het ziet er al beter uit. Natuurlijk gaat zwart nog een pion verliezen (Pc5+ gevolgd door Pxe6), maar dat doet wit niet. Hij ruilt paard met loper (28. Pc5+, Kc6 29. Pb3+). Verstandig? Ik vind van niet, want je belandt dan in een toreneindspel en die zijn razend moeilijk. En dan kan zwart misschien ook nog best snel een (dan al vergevorderde) vrijpion op d4 verkrijgen.

Na 39…..Kc5. Corné zit al zettenlang in grote tijdnood en moet nog één zet. Die tijdnood heeft hij overigens puik overleefd. En steeds meer begint heel DZD er in te geloven dat deze partij toch nog in een onverwachte remise zal eindigen.

De eindstelling. Zelf dacht ik dat nu 49…..Kc3 eenvoudig zou winnen. Dat was ook zo. Corné zag het 1-2-3 niet en met op dat moment een zekere remise voor Peter en Riny die gewonnen stond (maar moest opletten) was het niet onlogisch dat Corné hier koos  voor herhaling van zetten (Tc1-c2 schaakjes).

Ik kwam er eigenlijk niet aan te pas en was blij dat ik er nog remise uit kon slepen was Cornés reactie.

Iets minder onnavolgbaar, maar zeker niet minder knap had Peter van der Borgt zijn mindere stelling zo ver weten op te knappen dat remise mogelijk leek.

Bij mij, maar zeker ook bij mijn reeds uitgespeelde medespelers, was de gedachte dat wit nog steeds beter stond. Dan is het goed om nog eens goed te kijken waar we het nu over hebben. Natuurlijk de toren kan niet veel op b8, natuurlijk die twee pionnen op d4 en c4 zien er dreigend uit. Maar (en dat zie je pas als je wat langer kijkt) zijn die twee pionnen ook niet enorm kwetsbaar? Als ik nu mijn paard op d7 krijg en mijn b-pion op b6, wat kan wit dan? Is het niet juist zwart die die twee pionnen op de korrel kan nemen?

Dat gebeurde ook en wit vluchtte in een toreneindspel met een pion minder. Na veel heen-en-weer-geschuif (vanuit zwarts optiek ook om herhaling van stelling te voorkomen) was dit de stelling:

Wit heeft alleen maar met zijn toren gespeeld over de tweede rij. Voor mijn gevoel was het dan ook potremise. Toen ik zag dat Riny straal gewonnen stond bood ik dan ook maar remise aan. Dat past ook in het beeld van de engine.

Later die week heb ik ook nog maar eens in een eindspelboek gekeken en wat zag ik daar:

Okay, ik heb aan h5-h4 gedacht. Okay, ik heb aan het realiseren van een vrije e-pion gedacht. Maar ook ik zag dat de witte toren dan niet op de tweede rij zou blijven, maar mij “langs achteren” zou gaan bestoken. Daar zag ik teveel risico’s in; kortom: prima remise.

A nice even game vond chess.com met een hoge nauwkeurigheid van beide spelers en een stelling die altijd in evenwicht was (nooit boven de 1). Tijdens de partij leek het me anders. En mij niet alleen; ook een aantal teamgenoten waren verbaasd dat ik het remise had weten te houden.

Riny Westveer was dus als laatste nog bezig en zegt er het volgende over: Eigenlijk kon mijn partij maar 2 kanten op vallen, mijn kant of remise. Na zet 20 stond ik een pionnetje voor en begon ik een koningsaanval. Die sloeg nooit echt door en zwart had alle stukken zo staan dat de koning veilig stond en hij misschien zelfs mij aan kon gaan vallen. 

Ik zal maar eerlijk zijn; tijdens de wedstrijd had ik niet eens door dat Riny een pion voor stond. Ik vond het dus allemaal niet zo helder. Maar eigenlijk (nu ik de partij naspeel) was het best eenvoudig. Zwart overziet een simpel pionverlies en heeft geen compensatie, behalve dan dat Riny’s toren op een gegeven moment gevaarlijk (voor beiden) op de derde rij stond en dat Riny (in tijdnood) foutjes kon maken. Dat laatste gebeurde niet en eigenlijk was het gewoon een prima punt van Riny, dat meteen de teamwinst betekende.

Dit is zomaar een voorbeeld uit de eindfase van de partij. Zwart heeft net 41….Pg4+ gespeeld. De beste zet is nu 42. Txg4, maar waarom risico nemen als 42. Pxg4 ook gewoon goed is. “Geen fratsen in een teamwedstrijd” om het adagium van Lennard te parafraseren. Riny sloeg dus met het paard en tikte het in no-time uit. Even na vijven waren de twee matchpunten binnen.

En dat was een mooie teamprestatie. Zo was er (zoals het hoort) bij elke remise vooroverleg met de teamleider. Er werd gevochten. Er werden geen onverantwoorde winstpogingen gedaan, omdat de situatie op de diverse borden niet nodig maakte. Soms werd even gewacht met aannemen / aanbieden van remise om de ontwikkeling op de andere borden af te wachten.

Wat mij betreft was het een terechte zege, maar misschien ze dat in Roosendaal anders; helaas heb ik op hun site nog geen verslag aangetroffen.

 

Gedetailleerde uitslag:

De Zwarte Dame 1 Rating RSG 1 Rating Ronde 4
Borgt van der, P.B.F. (Peter) 1911 Eck van, T.N. (Ted) 1920 ½ – ½
Clarisse, E. (Eric) 1817 Naalden, M. (Marc) 1931 0 – 1
Duynkerke, L.J. (Lennard) 1932 Schumacher, A. (Arco) 1887 ½ – ½
Westveer, M.C.A. (Riny) 1874 Kloosterboer, N.C.W. (Nico) 1750 1 – 0
Harmsen, E.C. (Corné) 1829 Laar van de, A.J.M. (André) 1681 ½ – ½
Dek, E. (Eric) 1754 Rockx, F.M.M.M. (Frank) 1688 ½ – ½
Zweedijk, L.J.A. (Leon) 1738 Cartens, U.L.M. (Ben) 1664 ½ – ½
Bruijn de, R.T. (Ruben) 1753 Ravestein, H. (Hans) 1639 1 – 0
Gemiddelde Rating: 1826 Gemiddelde Rating: 1770 4½-3½

 

Na vier wedstrijden lijken de kaarten al geschud voor de eerste plaats: ZSC1 staat drie punten voor op Spijkenisse 2, Middelburg 1 en wij en vier punten op Landau-Terneuzen 2. Ik zie niet gebeuren dat ZSC nog drie punten laat liggen.

Onderin lijken RSG 1, Souburg 2 en Bergen op Zoom 2 met 2, 2 resp. 1 punt uit te gaan maken welke ploeg degradeert.

Nog een feitje: ZSC heeft 5 ½ bordpunt meer dan de eerste achtervolger (Spijkenisse 2) en die hebben we weer 5 ½ bordpunt meer dan nummer laatst (en alle andere teams zitten daartussen). Kortom: ZSC is veel beter en de rest maakt elkaar niet zoveel.

 

Peter van der Borgt

 


 

Souburg 2 – DZD 1
23-11-2024

 

DZD 1 wint in Souburg

 

Het leek een moeilijke middag te worden. Corné en Peter hadden al snel hun hand overspeeld en konden alleen op genade van hun tegenstander hopen. Daar stond tegenover dat Lennard zichzelf in een kansrijke positie had gemanoeuvreerd. Op de rest van de borden zag ik zo snel niet dat er een Bevelander beter stond.

Gelukkig kantelden een aantal partijen toch de goede kant op (al maakte Rinus het nog spannend) en kwam een (gezien de ratings) logische 5-3 zege op het formulier.

Corné Harmsen gooide al zijn pionnen naar voren, speelde verder alleen met zijn twee lopers en zijn dame, zodat de beginnende kijker dacht dat Corné wellicht niet wist wat de loop van een toren, een paard en een koning is. Lang verhaal kort: dat kon niet goed aflopen: 1-0 voor Souburg.

JP van Gemert gooide ook wat pionnen naar voren (h5, g4, f5). Zag er eng uit, maar de verdediging van Eric Clarisse was stevig genoeg. In de eindstelling stond Eric wellicht beter. Maar goed; het werd Erics derde remise dit seizoen.

Lennard Duynkerke zorgde er (eventjes) voor dat het gelijk werd. Lennard kwam lekker uit de opening en werd in deze stelling

geholpen door zijn tegenstander, Bert Henderikse. Die speelde hier 17…..Pd7 (als antwoord op 17. Td4). Dit lijkt logisch, want dat paard kan dan naar b6 of c5. Maar nu kan wit 18. f5 spelen. Natuurlijk kan zwart die pion slaan: 18…..gxf5 19. exf5 (met de g-pion slaan is niet goed vanwege 19…..Lxf5 en terugslaan met de e-pion kan niet, want die staat gepend) en de loper kan niet meer weg.

Maar na 17…..Pd7 18. f5 speelt zwart toch 18….c5, zodat de loper kan ontsnappen naar c4, na 19. Ta4, Pb6? Ja en nee, want na 20. fxe6, Pxa4 21. Pxa4 staat wit nog steeds beter.

Lennard heeft echter nog dieper gekeken en vindt kwaliteitsverlies helemaal niet erg: na 18…c5 volgt 19. fxe6, cxd4 20. Pxd4 (dreigt 21. Pc6+ met damewinst), Pe5 en dan staat het zo:

Zwart staat een kwaliteit tegen een pion voor, maar toch straal verloren. De volgende witte zetten zijn niet moeilijk te bedenken: 21. Pd5, De8, 22. Db3+, Kc8 23. Pb5, fxe6 24. Pxa7+, Kd7 25. Db5+, c6 26. Db7 mat! Prima gespeeld, Lennard.

Lennard blijft zelfkritisch: Nadat ik 8. … Lg7 had beantwoord met Lh6, ruilde mijn tegenstander deze loper om volgens mijn dame weg te jagen met 10. … Pg8. Mijn dame kon hierdoor terug naar een beter veld en hij verloor twee tempi met het heen-en-weer spelen van zijn paard. Dat heeft mij inderdaad een mooie ontwikkelingsvoorsprong gegeven, die de computer lange tijd beoordeelde als +2. Nadat zijn koningstelling open kwam na een lange rokade, dacht ik met een rooklift Td1-d4-a4 een extra aanvaller richting de zwarte koning te manoeuvreren. In de praktijk blijkt deze toren tamelijk buiten spel te staan, omdat het veel tijd kost voordat mijn andere stukken ook meedoen in de aanval. Maar daar heb ik gelukkig geen last van gehad, omdat mijn tegenstander mijn fout beantwoorde met een blunder: 17. … Pd7. Hierdoor heeft zijn loper geen velden meer en met 18. f5 staat hij opgesloten. Ik heb hier alleen wel 18 minuten over nagedacht, omdat ik zelf een toren zou moeten offeren. Toen ik echter zag dat ik na 21. Pd5 en 22. e7 mijn materiaal in ieder geval terug zou winnen, heb ik de combinatie uitgevoerd. Zijn koningsstelling was dusdanig open dat ik beslissend binnendring met mijn stukken, na zet 21 geeft de computer +6, ondanks mijn kwaliteit achterstand. Altijd leuk om zo een combinatie te kunnen uitvoeren. De partij had echter zomaar de andere kant op kunnen vallen als mijn tegenstander mijn fout 17. Td4 wel juist had beantwoord.

Tuurlijk Lennard, maar je tegenstander heeft geen rating van een engine. Wat mij (en je teamgenoten) betreft was het een puike pot.

Die voorsprong was echter rap weer weg, omdat Albert Vermue op keurige (uiteraard tactische) wijze liet zien dat de openingsopzet van Peter Schillemans niet okay was. Peters reactie achteraf was kort en bondig: Winst op Souburg! Degradatiespook is weggejaagd! Maar die invaller op bord 7, pfffffff
Mijn dieptepunt van het schaakjaar 2024!!! Veel te opportunistisch, zowel mijn 4e als 6e zet!
Na mijn 6e zet kreeg zwart uitstekend stukkenspel en harmonie en mijn aanvalsdromen op de koningsvleugel bleven dromen. De partij was na 6 zetten al uit in feite.
Dit is misschien wat overdreven, maar toch, Albert zal wel eens moeilijkere partijen hebben gehad.

Peter viel dus in, net als Eric Dek, die ons op een 2-3 achterstand bracht door remise te spelen. Het was een degelijke partij totdat Eric Ta8-c8 speelde, terwijl hij Ta8-d8 van plan was. Bij online schaken zou je van een mouseslip spreken. Nu kon zijn tegenstander plots de pion op d5 pakken. Gelukkig had Eric best lang gedacht voor hij zijn toren een veld te vroeg los liet. Zijn tegenstander zag dan ook allerlei leeuwen en beren die er (dus) niet waren en nam niet op d5. Even later werd de vrede getekend in een stelling die misschien ook wel iets in Erics voordeel was.

Eric zegt er dit over: Na het invoeren van de partij in de computer blijkt jouw conclusie (dat het een degelijke partij was) correct, beide spelers hebben uiteraard herhaaldelijk “de beste zet” gemist maar “blunders” zijn er niet geweest. Behoudens die ene zet, waar ik mijn pion met Ta8-d8 per ongeluk losliet op het vaak logische veld c8, is onze partij niet uit evenwicht geweest. Zelfs de uitgevoerde zet Ta8-c8 blijkt volgens de computer niet op voorhand verliezend te zijn geweest. Wanneer mijn tegenstander gekozen had om die d-pion wel te nemen zou dit zeker voor mij lastiger spel hebben gegeven waar je je kunt afvragen of in tijdnood ik de juiste zetten had kunnen vinden. Echter de mogelijke in te bouwen complicaties door mij hadden mogelijk ook voor hem weer lastig kunnen worden. De eindbeoordeling van de computer gaf beide spelers een nauwkeurigheid van 91,3% wat aangeeft dat de uitslag remise een goede afspiegeling van beider spel van zaterdag was. Het lekkere gevoel dat we als team hadden gewonnen overheerste!

Eric nam de remise aan, omdat we op de andere drie borden inmiddels langzaam de overhand kregen. Daar moesten minstens twee punten uit komen, zodat we zeker op een 4-4 zouden uit komen. Maar, de remise van Eric was nog geen minuut beklonken, of Rinus gaf een stuk weg.

Die dingen gebeuren. Wat nooit gebeurt is dat Max Toetenel verliest. Naar analogie van de Cruyffiaande wijsheid (van Italianen ken je niet winnen, wel verliezen) geldt dat ook voor Max (en Robin Bosters, zo’n andere Souburger). Max is zo’n degelijke speler, die geduldig wacht tot zijn tegenstander dat ene foutje maakt.

Welnu, bij Souburg kunnen ze vanaf zaterdag er niet meer standaard op rekenen dat Max altijd minstens remise speelt. Nadat hij beter uit de opening was gekomen liet hij zijn voordeeltje lopen, kon Peter van der Borgt de witte pion op d3 verzwakken, reageerde Max niet accuraat en werd hij vervolgens in no time opgebracht: 3-3.

In onderstaande stelling zag ik allerlei tactische grappen (voor wit) met een paardvork op f6 na slaan op h6. Ik speelde dus 15……Le6; dan zitten die grappen er nog wel in (na 16. Lxg5), maar dan heb ik altijd nog dat ik eerst op e1 kan slaan. Maar die knol op d5 moet weg; daarom 15…..Le6.

En 8 zwarte zetten later staat het zo:

Wat is hier gebeurd? Tsja, Max heeft 18…..d4 onderschat. Hierna is zijn d-pion zeer zwak. En nu gaat het rap na het zojuist gespeelde 22…..Te2. Weet wel dat we hier allebei al geen overschot aan tijd meer hadden en dat we dus niet altijd de beste zet deden.

Max stond al niet lekker, maar na 29. Db3 volgde 29……Ld2! De dreiging is met de loper slaan op e1 en dan Dxf2xg2 mat. En als wit de loper met de toren slaat volgt 30…..Txe1+ 31. Txe1, Txe1+ 32. Kh2, Df4+ 33. g3, Df3 en mat op h1. Max sloeg de loper met zijn loper om na 30…..Dxf2+ op te geven.

Omdat Riny Westveer een pionnetje had gewonnen leek ons vierde bordpunt een kwestie van tijd. Overigens zag het er in de opening absoluut niet naar uit dat Riny voor de winst kon spelen. Maar ja, daar gaat het niet om. Riny moest wel waakzaam zijn voor eeuwig schaak, maar wist op prachtige wijze de winst binnen te slepen.

Riny schaakt natuurlijk nog niet zo lang en is nog op zoek naar de schaakstijl die bij hem past. Dan kom je soms in openingen die je nog niet voldoende kent en dan kan je zomaar een standaardoffer op zet 5 missen. Niet dat dat meteen winnend was, maar het had de eerste fase van de partij wel makkelijker gemaakt.

Dat ik van Riny ook nog wat kan leren blijkt bij deze stelling:

Riny staat die pion dus voor en slaat hier op b7, wat ik logisch vindt. In zijn mail kwam Riny met deze vuistregel/schaakwijsheid, die ik niet (meer) kende: “a knight on f5 is worth at least a pawn”. Volgens de engine is Pf5 dus beter Pxb7. Maar hoe dan ook, Riny blijft beter staan.

Maar het blijft opletten, want wat zou u (met wit) spelen in deze stelling:

36……Td8+? Speelt u dat? Tuurlijk. Je staat voor, dus je gaat ruilen. Nou, de engine zou het niet gedaan hebben: die gaat van bijna +3 naar iets boven nul. Even later is dit de situatie

Natuurlijk wil zwart eeuwig schaak geven. Dus wil hij met de dame naar veld f4 (f4+-c1+ enzovoorts) kunnen. Zwart speelde hier 41…..Df1, terwijl 41…..Df5 de enig juiste zet is. Nu kon Riny 42. e6 spelen. Na 42…..Pd3, 43. exf6, Pxf4 44. De4 (om mat op g2 te voorkomen), Pe2 ziet het bord er zo uit:

Wit is aan zet. Hoe wint wit? 

Rinus den Hollander was toen nog bezig. Maar het zag er niet goed uit. Rinus hierover:  Ik maakte inderdaad een fout bij het winnen van een pion op f2. Wit kon 37. Pe3-g4 spelen met aanval op de toren op f3 en de loper op h6.

Nadat ik 37. .. Tb2 speelde en wit na 38. Pxh6 Kg7 zijn paard terugspeelde naar g4 stond ik inderdaad nog stukken beter (-2.39). De pionnen b3 en g3 stonden in. Logisch (achteraf) was om de pion op b3 te pakken en op de volgende zet ook nog g3, maar ik koos de pion op g3, mede in verband met het snel halen van de 40e zet (nog enkele minuten op de klok). Na een afgeslagen remise-aanbod van mijn kant enkele zetten later deed wit niet de beste zetten en kon ik ook pion b3 winnen. Door de pionnen overmacht en een heel sterk paard tegen een zwakke toren kon ik daarna eenvoudig winnen.

Zo zie je maar: met een stuk minder kun je een stuk beter staan. Klinkt als een Cruyffiaanse wijsheid. Wijsheid of niet; door de winst van Rinus wonnen we met 5-3.

Riny zei daar het volgende over: Toen Rinus ook nog won kon mijn dag niet meer stuk want met 2 punten vertrekken in Souburg had ik een uur of twee eerder niet durven hopen. En zo denk ik er, als teamleider, ook over. We hebben nu drie matchpunten uit drie wedstrijden. ZSC en Spijkenisse 2 zijn te goed; dus een kampioenschap (en promotie) zit er niet in. Maar we zijn ook goed op weg om niet tot en met de laatste wedstrijd tegen degradatie te hoeven strijden. We zijn er nog niet; een zege tegen RSG op 14 december zou fijn zijn.

Ik begreep dat ook de voorzitter tevreden was, over zijn eigen partij, over de team spirit en vooral over de twee matchpunten.

Gedetailleerde uitslag:

Souburg 2 Rating De Zwarte Dame 1 Rating Ronde 3
Schroevers, R.J.M. (Roel) 1869 Harmsen, E.C. (Corné) 1874 1 – 0
Toetenel, M.P. (Max) 1877 Borgt van der, P.B.F. (Peter) 1899 0 – 1
Henderikse, H.M. (Bert) 1895 Duynkerke, L.J. (Lennard) 1910 0 – 1
Gemert van, J.P. (Jean-Pierre) 1765 Clarisse, E. (Eric) 1815 ½ – ½
Sleuyter, V. (Vincent) 1805 Westveer, M.C.A. (Riny) 1869 0 – 1
Wolf Blaschke, E.G. (Erik) 1696 Dek, E. (Eric) 1765 ½ – ½
Vermue, A.B.C.H. (Albert) 1784 Schillemans, P. (Peter) 1906 1 – 0
Haasbroek, B. (Brandon) 1707 Hollander den, R. (Rinus) 1726 0 – 1
Gemiddelde Rating: 1800 Gemiddelde Rating: 1846  3 – 5

 

Nabrander 1: Riny won dus door 45. f8P+. Een minorpromotie! Prachtig om te spelen, maar steeds schaak geven is ook noodzaak, want zwart dreigt Dg1 mat. Zijn tegenstander gaf hier op en wachtte 45…….Kg8 46. Dxg6+, Kxf8 47. Dg7+, Ke8 48. De7 mat niet af.

Nabrander 2: van de spelers die 3 keer dit seizoen in de KNSB-competitie hebben meegespeeld is Rinus den Hollander de enige met een 100%-score

Nabrander 3: Souburg speelde dit seizoen al 5 keer 4-4 (3 keer Souburg 1 en 2 keer Souburg 2). Zaterdag werd die reeks dus doorbroken; niet alleen door Souburgs tweede, maar ook door het eerste team dat HWP 3 met een 6-2 nederlaag naar Sas terugstuurde.

 

Peter van der Borgt

 

 


DZD 1 – ZSC 1
9-11-2024

 

Op waarde geklopt

Eerst had ik iets anders als titel bedacht: “Een ezel stoot zich in het gemeen ….”; nou ja, u kent hem wel, maar dat zou flauw zijn, want het was natuurlijk niet door de nederlaag van Ruben de Bruijn dat we verloren. Ruben verloor in de opening knullig een pion door dat de pion op e4 die die van d5 dekte gepend was. Zetten later ging op dezelfde manier een paard verloren. Toen vond Ruben het welletjes. Ik vind op zo’n manier verliezen vooral erg voor het team, want dit is nergens voor nodig gaf Ruben per mail nog aan. En dat snap ik. Als je dan toch een off-day hebt, dan heb je die liever op een clubavond; dan wint er nog een clubgenoot.

Nee, we verloren doordat de combinatie van Denk en Zet en Zierikzee (de Zie Scherp Combinatie) gewoon beter was, wat ook aan de ratings te zien was.

Na twee en een half uur stond het dus 0-1. We kwamen nog even op 1 ½ – 1 ½. Invaller Sander de Bruijn behaalde een remise tegen Michel Melkert. Het ging om de c-lijn en de paarden. Het leek me toe dat Michel de c-lijn zou kunnen veroveren en Sanders paard op a4 (“een paard aan de kant is …..”; nou ja, u kent hem wel) weinig presteerde. Twee zwaktes dus aan Sanders kant en geen voor Michel. Een schaakwijsheid zegt dat twee zwaktes meer een mooie basis is voor een nederlaag. Maar daar dachten beide spelers anders over: remise. Mooi debuut van Sander in het eerste team.

Sander viel in voor Ton van Vliet, die in eerste instantie niet beschikbaar was, maar later toch weer wel. Toen waren de opstellingen al gemaakt. Maar Ton is een echte teamspeler, want op het eerste uur na, was Ton de hele middag aanwezig. En dat werd zeer gewaardeerd.

Martin Krijger kon niet en op zijn plaats zat de ratingloze Ernst van de Beek. Nog ratingloos, maar zeker niet talentloos. Integendeel. Peter van der Borgts tactiek was “rustig ontwikkelen en proberen zwaktes in de witte stelling te creëren en dan in het eindspel toeslaan”. Dat plan lukte aardig, want de witte pionnen op e3 en e4 waren natuurlijk niet best. Peter had die op e4 al kunnen winnen, maar had voor ontwikkeling zetten gekozen, al was het maar omdat die pionnen ook de loper op c1 (en daarmee de toren op a1) in de weg stonden.

In deze stelling speelde Ernst het koffiehuisschaak-achtige (maar door de engine als op één na beste zet geziene) 17. Txf6. Zwart moet terugslaan met de pion, want de dame moet de loper op c5 blijven dekken. Na 17..…gxf6, 18. Ld2, Ld6, 19. Pf5, Lxf5 20. exf5, De5 (dreigt iets op h2) 21. g3, De4 22. Tf1, Dxc2 was er echter weinig aan de hand (zwart moest alleen opletten voor Lb4 met aanval op de toren op f8). Peter lette op en haalde vervolgens makkelijk het punt op.

Maar al snel kwamen we weer achter te staan. Leon Zweedijk had de hele partij te maken met ruimtegebrek. Goede zetten bedenken kostte tijd en in tijdnood ging er ook nog een stuk verloren. Teveel dus.

Van de partij van Eric Clarisse had ik weinig gezien en weinig van begrepen, behalve dan dat het remise-achtig bleef. Eric meldt er dit over: Was een partij waar ik veel zetten heb gedaan die in het verleden zonder meer afgekeurd zou worden, maar de engines van tegenwoordig hebben aangetoond dat die bijna onmenselijke zetten gewoon kunnen. Zodoende nog voor de 10e zet zowel h5 en a5 gespeeld en ook nog achter elkaar gespeeld! En Nee mijn telefoon stond echt uit. Mijn paardzetten riepen mogelijk bij velen vraagtekens op. Het pad van het dame-paard : b8-c6-e7-g8-f6-d7-c5-b3-c5-b3-c5. Er was wel degelijk heel veel spanning op het bord, foutkans was groot, en dat was ook te zien op de klok, beiden 5 minuten voor de laatste 15 zetten. Bijzonder was ook dat in slotstelling nog alle pionnen op het bord stonden.

Kortom: 3-2 achter na 5 partijen. Helaas waren toen Riny en Corné in zwaar weer beland. Lennard Duynkerke speelde aan bord 1 een puike partij tegen Dig de Graaf. Het leek me een dynamische partij (waarmee ik dus eigenlijk bedoel dat ik er niet veel van begrepen heb) die best een diagram verdient. Net als de partij van Eric was er ook hier namelijk “veel spanning op het bord”.

Lennard zegt er dit over: Een dynamische partij was het zeker, maar toch was de computer erg zuinig met het toekennen van een voordeel aan wit of zwart. De maximale score was +1.12, juist nadat ik met mijn dame en paarden was binnengedrongen in de witte stelling. Waarschijnlijk komt dit door mijn ontwikkelingsachterstand. Deze had ik rond zet 8 opgelopen, toen Dig 8. a4 speelde, een vervelend zetje waardoor mijn witte loper, en daarmee ook mijn toren, tot zet 23 op hun beginpositie hebben gestaan. Hij begon vervolgens een aanval op mijn koningsstelling, waarna het er behoorlijk dreigend uit begon te zien. Gelukkig speelde hij de zet f4 wat te vroeg, waardoor ik tegenspel kreeg met mijn dame en mijn paarden.

Na verloop van tijd gingen de dames van het bord en kreeg ik een open lijn voor mijn torens, zodat ik tegenspel bleef houden richting de witte koning die op d2 was beland. In het proces was echter een van mijn paarden opgesloten geraakt en om deze te redden moest ik eerst een kwaliteit geven, waarna Dig de kwaliteit prompt teruggaf om mijn tegenspel te beperken.

Een complexe stelling, waarin Lennard 16…..Pb4 speelde, terwijl het mij veel logischer leek de e-lijn te openen (met 16…..d5 of 16…..f5). De engine vindt ze alle drie ongeveer even goed. Na 16….Pb4 17. Kd2, d5 18. Le7, Pxd3 19. cxd3, dxe4 20. Lxf8, Kxf8 21. dxe4, Pc4+ (gevolgd door slaan op g1) stond het materieel en positioneel weer gelijk.

Uiteindelijk belandden we in een nogal remise-achtig eindspel van T+P+P (wit) tegen T+P+L (zwart), hoewel ik wel flink minder ruimte had. Met nog maar 5 minuten op de klok zag ik de toekomst daarom somber in, ik had immers erg weinig velden voor mijn stukken. Voor ZSC was een remise echter voldoende om de overwinning binnen te halen, zodat Dig (die zelf ook nog maar 5 minuten had) mij een remiseaanbod deed en we de partij vreedzaam afsloten.

Gezien de stellingen bij Riny en Corné koos Lennard er dus voor de remise aan te nemen; een teamnederlaag was immers niet te voorkomen.

Riny Westveer had de c-lijn, tegenstander Joost van Eenennaam mogelijk een aanval over de h-lijn:

Riny besloot het gevaar (Dh3) te neutraliseren door 23. f4 te spelen. Een misser. Na 23….exf3 e.p. heeft Riny plots een groepje (pionnen) meer, een zwakke e-pion en een veel onveiliger koning. Drie zwaktes tegenover eentje voor Joost (die pion op c6). Zoals eerder gemeld: twee zwaktes meer en je staat verloren. Dat zegt de engine ook. Had Riny dan niets beter? Zeker wel. Simpel 23. Df1 of 23. h4 waren beter, veel beter.

Waarom speelde Riny dan niet één van die zetten? Tsja, na 23. Df1 zag Riny allerlei “puzzle-rush-tactics” als zwarte dame naar f3, toren slaat op h2 en na Kxh2 gaat de andere toren naar h6 en het wordt mat op h1. Klopt helemaal, maar wit mag tussendoor ook nog zetten doen, zoals Dg2. Je kan ook “te diep kijken”.

Ook 23. h4 had de Waardenaar overwogen, maar hier zag hij leeuwen en beren in 23…..g5, 24. hxg5, Dh3 gevolgd door mat op h1. Hier overzag Riny 25. gxh6. Daarom vluchtte Riny in het (waarschijnlijk door hem ook wel onderkende, maar zo goed als zeker verliezende) 23. f4. Een wijze les voor Riny, ook de manier waarop Joost het hierna uitspeelde.

Corné Harmsen speelde op zijn Cornés; het zag er vreemd uit, het kon geen theorie zijn, maar slecht leek het ook niet. Tot zwart de baas werd over de f-lijn, Corné daardoor een pion verloor en dat niet alleen, maar ook een zwarte dame en zwarte toren zag die veel gevaarlijker waren dan de witte dame en toren. En dat was echt teveel van het goede.

 

Peter van der Borgt

 

O ja1: Dig de Graaf dacht dat we een tactische opstelling hadden, zie zsc-na-2e-ronde-alleen-aan-de-leiding ,maar wat is eigenlijk een tactische opstelling en wat is er mis mee? Ik denk dat Dig met een tactische opstelling bedoelt dat de spelers niet in volgorde van rating zitten. Maar welke rating dan (FIDE, KNSB, intern), de rating van welke datum (begin seizoen, op het moment zelf)? Daarnaast, we hebben het over een teamwedstrijd, het gaat dus om de opstelling waarmee je denkt het beste teamresultaat te behalen. De ene teamleider denkt dat te behalen met de beste speler op 1 en de andere teamleider door wat te switchen.

O ja2: de gedetailleerde uitslag nog:

 

De Zwarte Dame 1 Rating ZSC 1 Rating Ronde 2
Duynkerke, L.J. (Lennard) 1910 Graaf de, D. (Dig) 1969 ½ – ½
Westveer, M.C.A. (Riny)1 1869 Eenennaam van, J. (Joost) 1945 0 – 1
Clarisse, E. (Eric) 1815 Kersten, A.P.H.M. (Aloys) 1911 ½ – ½
Harmsen, E.C. (Corné) 1874 Breevaart van de, R. (Rick) 1884 0 – 1
Borgt van der, P.B.F. (Peter) 1899 Beek van de, E.G.J. (Ernst) 0 1 – 0
Bruijn de, R.T. (Ruben) 1756 Sloot van der, O. (Olaf) 1862 0 – 1
Zweedijk, L.J.A. (Leon) 1748 Spiegels, S. (Sjaak) 1831 0 – 1
Bruijn de, S.J. (Sander) 1707 Melkert, M. (Michel) 1691 ½ – ½
Gemiddelde Rating: 1822 Gemiddelde Rating: 1870 2½-5½

 

 


Middelburg 1 – DZD 1
12-10-2024

Remise in Middelburg

Spannend was het. Een hele zit. Dat was het ook. Ik kan me niet heugen dat er in een teamwedstrijd drie partijen langer dan 5 uur duurden. Zelf was ik één van de spelers met zitvlees en een uitgekiend tijdschema waarin een plaspauze net nog paste (daarover later meer).

Ik heb van de andere partijen dan ook weinig gezien, mede omdat ik van die ruim 5 uur spelen meer dan de helft van de tijd (aanzienlijk) minder dan 5 minuten op de klok over had. Voor een objectief verslag moest ik het dus hebben van de input van mijn medespelers.

We spelen in een klasse waarin de verschillen op papier minimaal zijn met in deze ronde twee keer een 4-4. Nu degradeert er maar één team en er promoveert er ook maar één. Maar toch, onze klasse voelt toch een beetje als Russisch Roulette. Kortom: elk match- en bordpunt is welkom.

Hierna ga ik wat meer in op de diverse partijen. Bij de ene wat uitgebreider dan bij de ander.

Eric Clarisse bracht al snel het eerste halfje binnen. Zelf zegt hij er dit over: Zelf spelen is andere sport dan fungeren als dgt-operator, moet weer wennen. Over eigen partij niets te melden … was een Caro-Kann Tartakower en na 25 zetten compleet gelijk. Heb nu al medelijden met de volgende die tegen mij Caro Kann Tartakower speelt na het spitten in mijn archief!

Ton van Vliet zorgde voor de 1-1, maar daar hadden we wat gemengde gevoelens bij. Ton (achter de zwarte stukken) zag geen weg naar winst, maar voor anderen leek die in deze stelling

nadat Ton Tc7 had gespeeld duidelijk: de achterbleven c-pion is een zodanig grote zwakte dat die wel verloren moet gaan en daarna is het een kwestie van techniek. De engine (in elk geval die van mij) geeft hier -1.81. Alleen gaat die engine uit van spelers met een rating van (wat zal het zijn) 3000 en Ton en zijn tegenstander zitten daar fors onder. En dan is er ook nog Tons aversie (groot woord, ik weet het) tegen of angst voor eindspelen. En dan vooral toreneindspelen, waarvan Ton en anderen denken dat die altijd remise zijn, ook als je een pion voor of achter staat, wat onzin is, want bij toreneindspelen gaat het juist om activiteit en als de ene partij meer activiteit heeft (zoals zwart in de bovenstaande stelling) moet die partij wel gewonnen staan.

Kortom: objectief gezien was Tons remise-aanbod niet goed, praktisch gezien misschien wel.

Het was in elk geval niet praktisch gezien de stand van zaken in de wedstrijd. Voor zover ik het kon zien stond Ruben beroerd, Corné aangekrant en Peter en Riny ook niet lekker. Daar stond tegenover dat Leon en Lennard lekker aan het aanvallen waren. Een gelijkspel leek het maximaal haalbare.

Ruben de Bruijn stond dus beroerd, tenminste zo zag ik het. Zomaar een voorbeeld (Ruben speelt met zwart):

De engine zegt +2 en een beetje.

Wat zetten later (na 23…..f6) staat het er zo bij:

Het eenvoudigste plan voor wit is nu: slaan op f6 gevolgd door Dg6. Maar tegenstander Alex Jonkheer ziet hier iets nog eenvoudigers: 24. e6, met als dreigingen Pf7 mat en iets als e7. Probleem is echter dat Ruben het paard slaat (dus mat kan niet meer) en dat 25. e7 wel leuk is, maar dat de loper de pion gewoon kan slaan. Plots zijn de bordjes verhangen en geeft de engine Ruben een klein voordeel. En dat wordt een groot voordeel, want na Rubens 24…..fxg5 speelt Alex 25. Lxg5, waarna 25…..Dg4 hard binnen komt. Er dreigt iets op g2, de loper op g5 staat ongedekt en aangevallen, de witte dame moet de loper op h7 en de toren op d1 dekken. Het is allemaal teveel en Ruben speelt het puik uit.

Toch voelt deze zege als een gestolen punt. En van dat soort punten hadden we er meer kunnen hebben, maar daarover later meer).

Lennard Duynkerke won en was niet alleen daar tevreden mee, maar met de hele partij: Afgelopen zaterdag had ik een partij zoals ze alleen maar in je dromen gaan, maar dat mag ook wel eens een keer na die partijen op de club de laatste weken. Sjaak Steijn had het al moeilijk in de opening en besteedde hier vrij veel tijd aan. Vervolgens ontstond er een situatie waarbij ik lang rokeerde, hij kort, maar mijn aanval op de koningszijde was veel sneller. Uiteindelijk speelde ik 13. Pb3, waarvan ik wist dat het niet de beste zet was, computer wil natuurlijk dat ik Sjaak negeer en doorga met mijn eigen aanval, maar als hij zou nemen hoefde ik me geen zorgen meer te maken over een eventuele b3 of Lxa2 – heel zijn aanval liep dood. Weliswaar had ik 13. Lxh6 14. Dxh6 Dh5 15. Dd2 misschien wat onderschat, maar ook daar sta ik nog duidelijk beter. In het vervolg ga ik proberen om wel de beste zet te doen, zeker als ik weet dat mijn huidige zet dat niet is…

Ik weet dat ik deze stelling op een gegeven moment zag

en dacht “dit speelt vanzelf”. En blijkbaar vond Lennard dit ook:

Wat deze partij vooral zo fijn maakte, was dat ik heel simpel spel had en hij niet. Het is een plan dat ik online al tig keer heb uitgevoerd: Dd2 met Lh6, h-pion opspelen, h-lijn openen, lopers ruilen, andere verdedigers ruilen, schaakmat :). Uiteindelijk kwam hij in flinke tijdnood, waarin ik een aantal langzame zetten deed (21. Pf2 22. f4 23. f5) . Dit maakte het voor hem lastig om een duidelijk plan te vinden, waarna hij mat in 7 blunderde (power of hindsight) en door zijn vlag ging.

En hier is het inderdaad “mat-in-7” als je 24. Pg4 speelt. Dat deed Lennard. Helaas zorgde de vlag ervoor dat het mat niet uitgevoerd kon worden. Mooie zege van Lennard.

Leon Zweedijk had ook een koningsaanval, maar er was een verschil met de partij van Lennard. Lennards tegenstander had veel te weinig verdedigers, terwijl Adrie van de Vreede er genoeg had. Toen Leons aanval dood liep en Leon ook nog een pion achter stond was de winst voor Adrie, die daarmee twee keer in een week van Leon won, zie ronde 5. Is er een sportpsycholoog in de buurt?

En toen stond het dus 3-2 voor ons. Ik zag dat Riny en Corné verloren stonden. Tenminste dat dacht ik. Dat betekende ook dat Peter van der Borgt op winst moest spelen, maar wel zodanig dat ik de remise niet zou vergooien. Het zou immers kunnen dat Riny of Corné toch nog een resultaat zouden halen.

Dan over mijn partij. Mijn opzet slaagde: 3 tegen 2 pionnen op de damevleugel tegen 3 tegen 4 pionnen op de koningsvleugel en verder alleen de torens en de paarden nog. Dat naar een eindspel voeren en op zijn Blieks uitmelken. Wat ik niet wist, maar dat vertelde Riny me later dat mijn tegenstander ook graag afwikkelt naar een eindspel om dat vervolgens uit te melken.

En mijn opzet qua pionnenstructuur was dan wel geslaagd, maar de activiteit van de stukken van mijn tegenstander was beter. Gelukkig kon ik die afruilen, zodat een toreneindspel over bleef met nog steeds die 6 pionnen en nu voor allebei nog één toren.

Wit aan zet. En natuurlijk is dit remise. Er volgde nog 31. Te2, Td1+ 32. Kg2, Td3 33. Tc2.

Zettenlang zweeft de engine rond de 0. Allebei proberen we met trucjes iets te winnen, maar allebei trappen we er niet in. Zwart blijft ook op winst spelen. Gezien de stand op de borden snapte ik dat niet zo goed.

Op een gegeven moment kon ik met mijn toren op d8 komen en verleidde ik Kiarasch Saeïd om met zijn koning mijn pionnenstelling binnen te vallen. En dat was niet slim van hem.

Zijn koning is afgesneden. Dus is het nu tijd voor 78. b5. Inderdaad, zet 78! We zijn dus al meer dan 40 zetten aan het schuiven. En nu kan ik eindelijk uitvoeren wat mijn initiële plan was: gebruik maken van de pionnenmeerderheid op de damevleugel.

Nu staat wit gewonnen. Maar die tijd, die vermaledijde tijd.

Even later staat het zo:

Zwart heeft zijn toren moeten geven voor de oprukkende a-pion. De laatste zet is 87……e3. Wat speelt u nu met wit? Let wel; u heeft nog anderhalve minuut op de klok en het lijkt erop dat Corné wel een resultaat gaat halen, dus remise is genoeg voor een 4-4.

Welnu. In die anderhalve minuut (die ik natuurlijk niet volledig durfde te gebruiken) zag ik de winst niet en besloot te slaan op e3, waarna remise het maximaal haalbare is.

Zag u de winst wel? Ja? Dus u zag: 88. Ta4+ en ook het vervolg:

  • 89……Kd3, 90. Txf4, e2 91. Tf3+, Kd2 92. Te3 en de toren slaat de e-pion en de f-pion loopt door.
  • 89…..Ke5, 90. f3 gevolgd door Te4 en de e-pion kan niet doorlopen en de rest is simpel.

Dus dat zag u allemaal. In minder dan anderhalve minuut. Knap.

Jammer dat ik het gemist heb; overigens zou het volle punt ook wel een gestolen half punt zijn geweest.

Even voor mijn remise was het bij Corné Harmsen ook remise geworden. Achteraf bleek dat het hier remise werd in een stelling die voor Corné gewonnen was. Als dat zou zijn gebeurd was het wel een vol gestolen punt geweest. De remise voelde eigenlijk al als een half gestolen punt.

Om een voorbeeld te geven van hoe aangekrant Corné stond een diagram van de stelling na 21. e3:

Toch gaat Elano de Jonge even later in de fout:

Hij speelt hier 24. Dxb6. Ziet er logisch uit, maar na 24….Ta6 is Corné plots in het voordeel. Elano had beter eerst 24. dxc5 gedaan om na 24…..bxc5 25. Da4 te spelen om daarna één van beide aangevallen torens te nemen. Had Elano dat dan niet direct kunnen doen (24. Da4 dus)? Nee, want dan heeft Corné 24…..b5. Na eerst slaan op c5 is die zet niet meer mogelijk.

Okay. Corné komt er dus uit, maar staat nog steeds niet echt lekker. Elano “ruilt” zijn dame en paard voor twee torens en een pion. Dan wordt het altijd complex met zulke ongelijke materiaalverhoudingen. Volgens de engine ontstaat er een stelling die min of meer gelijk is:

Hier had wit gerust 29. Lxd5 kunnen doen, want na 29…..Pxd5 volgt 30. e4. Maar ja, hier zat de witspeler al aardig in tijdnood en hij speelde direct 29. e4. Vervolgens blijft het bere spannend en lijkt het soms op het Wilde Westen en na 54. cxd7 wordt tot remise besloten.

Corné ziet niet goed hoe hij kan voorkomen dat zijn paard verloren gaat zonder dat de e-pion promoveert. Je kan immers niet met de dame veld e8 en veld a4 afdekken, al is het maar omdat het ene veld zwart is en het andere wit. Maar het kan wel: 54….Dd3 en na 55. Txa4 volgt 55…..Dxe7+ met torenwinst.

Tsja. Een beetje net als bij Peter. Zie dat maar eens na zo’n intensieve partij en met weinig tijd op de klok.

Maar wat een pot. Over “pot” gesproken. Tijdens de partij met vooral veel tijdnood voor Elano had hij ook nog andere nood. Met Corné aan zet vroeg hij Corné de klok stil te zetten totdat hij terug was van “de pot”. Zeer ongebruikelijk en een goede les voor Elano dat je met je tijdsplanning rekening moet houden met andere noden dan de partij-inhoudelijke.

Zo werd het dus 4-3 in ons voordeel met Riny Westveer die nog bezig was. Hij speelde tegen good old Paul Koster, die na dameruil steeds iets lekkerder stond. Riny zegt er dit over: Wit had vanaf het begin eigenlijk al meer ruimte dan ik, dus speelde het voor mij al lastiger. 

Met 22. a5 probeerde ik uit de problemen te komen terwijl de problemen daar pas beginnen volgens de computer. Ik had eerst berekend na 23. bxa5, Ta8 24. Lc3 ik zou slaan op a5. maar na 23….bxa5 bedacht ik me dat dat niet zou werken vanwege 25. c5. Dat blijkt niet zo te zijn, want die zet zorgt ervoor dat mijn paard naar d5 kan en ik de loper kan redden en dan is het eindspel gelijk. De computer geeft echter 25. Tb1 aan wat dan wel weer gewonnen is voor wit dus toch goed dat ik niet geslagen heb op a3 ook al was het om de verkeerde reden. 

Nu heb ik dus per ongeluk een pion geofferd, dus wil ik hem proberen terug te winnen met 24….Ld8. Dat lukt uiteindelijk maar in de tussentijd heeft wit heel veel druk op mijn stelling gecreëerd.

Na het mooie 30. Pxf7 realiseer ik me pas hoe slecht ik eigenlijk sta, omdat 30….Txc4 niet kan vanwege de paardvork op d6.

Op zet 40 hebben we beide even een pauze genomen om vervolgens aan het eindspel te beginnen.

We komen er weer in na 46. Te2:

Op zet 46 gaf wit me de kans om torens af te ruilen. Ik heb zitten twijfelen, want “ja toreneindspel is altijd remise” (noot schrijver dezes: het is dus niet alleen Ton die zo denkt),  maar ik wist toevallig dat dit eindspel zonder torens ook remise moest zijn. Hoe weet ik dat? Ik heb een heel soortgelijk eindspel eens eerder gehad met de kant waar ik de pion meer had. Ik dacht die hele partij winstkansen te hebben maar die waren er nooit en mijn tegenstander hield het toen makkelijk remise. Die tegenstander was (Riny noemde hier de volledige naam, maar dat lijkt ons niet gepast) J. H. uit Terneuzen… Misschien was het verschil tussen ons dat mijn telefoon naast het bord lag en die van hem toen op een andere plek…

Dit was dat eindspel toen. Nu ging het dus anders.

Hier is Riny met zijn slotakkoord: Anyways, in het eindspel bleef wit de maximale druk zetten, en ik kreeg steeds minder wegen naar remise. Wit creëerde een vrijpion en kwam steeds dichterbij met zijn koning. Ik hield het nog redelijk lang vol maar op zet 56 ging het dan toch fout. In plaats van h5 had ik Pc5 Kd5 Pb3! moeten spelen en dat zou dan nog remise moeten zijn maar denk ook niet dat ik dat had gehouden. 

Al met al wel een leuke en leerzame partij en een verdiend resultaat toch wel. Gelukkig hielden jij en Corné wel remise waardoor we tenminste nog 1 matchpunt hebben. 

Prima spirit Riny!

 

Middelburg 1 Rating DZD 1 Rating Ronde 1
Saeïd, K. (Kiarasch) 1919 Borgt van der, P.B.F. (Peter) 1898 ½ – ½
Jonge de, E. (Elano) 1829 Harmsen, E.C. (Corné) 1847 ½ – ½
Steijn, S. (Sjaak) 1841 Duynkerke, L.J. (Lennard) 1902 0 – 1
Koster, P. (Paul) 1861 Westveer, M.C.A. (Riny) 1876 1 – 0
Ven van de, R. (Raymond) 1665 Clarisse, E. (Eric) 1820 ½ – ½
Frijhoff, J. (Jeroen) 1658 Vliet van, A. (Ton) 1711 ½ – ½
Vreede van de, A. (Adrie) 1775 Zweedijk, L.J.A. (Leon) 1760 1 – 0
Jonkheer, A. (Alex) 1674 Bruijn de, R.T. (Ruben) 1718 0 – 1
Gemiddelde rating 1778 Gemiddelde rating 1817 4 – 4

 

Peter van der Borgt