DZD 2

DZD 2 – De Pion 4
8-3-2025

 

Tweede team blijft verrassen

 

Het was al even bekend. In de zesde ronde zouden we wel eens in spelersproblemen kunnen komen. Dat gebeurde ook. Al in een vroeg stadium hadden we twee jeugdspelers gevraagd of ze mee wilden doen. Dat wilden de broers Joah en Quinn Mulder wel. Maar dan nog: onze twee teamleiders, Ad van Klinken en Eric Dek, waren niet beschikbaar. En dat niet alleen, maar ook Flip Meijaard en Wouter van der Ploeg waren er niet.

En dan was er vlak voor de wedstrijd(dag) nog meer ellende: Peter Schillemans moest naar het eerste team doorgeschoven worden en Herman Schoonakker bleek op de speeldag zelf te grieperig om te spelen. Zo tegen elven hadden we een vervanger voor Herman: de tienjarige Ivan Odincov, die nog ergens op een voetbalveld stond. Ivan mocht op 7 spelen en de vervanger van Peter, Krijn Saman (die een keer geen voetbaltrainersverplichtingen had), op bord 3.

Onze tegenstander, De Pion 4, was compleet, omdat De Pion 1 en 3 vrij waren. Ze hadden zelfs een non-playing captain. Het voelde een beetje als Feyenoord (zoals jullie weten: mijn lievelingsclub), dat ook al maanden met heel veel invallers moet spelen. Maar, en dat weten we ook van Feyenoord,  soms kan een gemankeerd team prachtige resultaten behalen.

En dat gebeurde nu ook. Het tweede team behaalde een eclatante 6-2 zege en is nu al zeker van de derde plaats. In de laatste ronde spelen het voor ons onbereikbare De Pion 2 en De Raadsheer 2 om de titel.

Dan de wedstrijd. Binnen de twee uur stonden we met 1-0 voor door een waarlijk extreem spectaculaire partij van Joah Mulder. Ik dacht dat hij op zet 11 het Offer van de Dag deed, maar hij overtrof zichzelf op zet 19. Kijk straks zelf maar. En kijk ook maar of je de zetten kan vinden die Joah vond. En bedenk goed dat jullie het makkelijk hebben, want jullie weten nu dat er “wat” in de stelling zit. Dat wist Joah niet.

Wat denken jullie dat Joah (met zwart) hier speelde? Antwoord: onderaan dit verslag bij punt 1.

Wat verder in de partij staat het zo:

 

Joah heeft net 18…..Dd6 gespeeld. Wit ziet een gevaar (pion g3 is aangevallen en dat niet alleen, maar na Dxg3+, Kd1 volgt Lc2+ en wit moet zijn dame geven) en speelt daarom 19. f4. Maar hij miste een veel groter gevaar. Weten jullie welk gevaar wit miste? Joah wel. Antwoord: onderaan dit artikel bij punt 2.

Jeugdleider Sander de Bruijn speelde met wit en volgde Joahs voorbeeld door op voorbeeldige wijze te winnen. Toch was er nog een moment in de wedstrijd dat we even willen laten zien:

Zwart staat een kwaliteit en een pion achter. Die pion heeft hij gewoon verloren, die kwaliteit heeft hij geofferd voor spel. In een boek van Yusupov (staat in onze bibliotheek, alhoewel nu nog even bij mij) staat een tip voor het geval je een materiële voorsprong hebt: “prevent counterplay”. Hoe had Sander hier gevolg aan kunnen geven? Antwoord: onderaan dit verslag bij punt 3.

Drie – Nul werd het doordat Quinn Mulder, de jongere broer van Joah, won. Als je alleen de partijnotatie zou zien, zou je denken dat de witspeler een heel ervaren speler is: pionnetje voorkomen, wordt een vrijpion, kijken of je tegenstander geen eeuwig schaak met zijn dame heeft en dan alle resterende stukken afruilen op de dames na en vervolgens de vrijpion naar het promotieveld brengen. Maar Quinn is geen ervaren rot van in de vijftig of ouder. Quinn is nog heel jong, zit in de eerste van de middelbare school en speelt zijn eerste wedstrijd bij de senioren. Heel knap.

Je hebt wel eens van die voetbalwedstrijden. Laatste minuut: Ploeg A krijgt een niet te missen kans. Open doel, geen keeper, maar de bal wordt van een paar meter onnodig gehaast op doel geschoten en wat onmogelijk leek gebeurt: niet in het doel, maar op de paal. De bal stuit terug het veld in, ploeg B begint een tegenaanval, scoort wel, scheids fluit meteen af. In plaats van 1-0 winst is er een 0-1 verlies. Zoiets overkwam Alexander van ’t Hoff, die achter de witte stukken zat.

Zwart heeft net 27…..e5-e4 gespeeld, zodat de witte dame niet de pion op f3 kan slaan en zwart met Dxh4 gevolgd door Dh3 en Dg2 mat dreigt. Om dit mat te voorkomen moet je veld g2 af gaan dekken of zelf mat geven. Aan alles kan je zien dat dit een cruciale fase in de partij is. Als je dan nog voldoende tijd hebt moet je ook de tijd nemen voor al je zetten. Natuurlijk weet Alexander ook. Maar soms is de geest sterker dan de ratio. En dan benut je niet de tijd die je hebt.

In het begin gaat alles goed. Alexander slaat met de toren op d4, waarna (uiteraard) Dxh4 volgt. Is dat erg? Nee, omdat Alexander na 29. Td7+, Kh8, 30. Dd6, Dh3, 31. De5+, Tg7 (enige zet) mat op g7 (dame slaat toren) kon geven. Maar in plaats van het toch (eigenlijk niet te missen) mat speelde Alexander 32. Td8+, Txd8 33. Txd8+  waarna 33…..Kh7 volgde en er geen direct mat meer in zat. Tenminste geen direct mat voor zwart, wel voor wit (namelijk Dg2). Na Kh7 begon Alexander na te denken, lang, heel lang, maar dat had hij (beseft hij nu zelf ook) beter twee zetten eerder kunnen doen. Jammer voor Alexander om de winst zo uit handen te geven. Maar ook (ik citeer Alexander) een heel duur leermoment.

Krijn Saman behaalde een remise, maar dat had zomaar anders kunnen aflopen. Zijn Db6 leek sterk, maar was het niet. Krijn kwam in de problemen, dacht om in de wedstrijd te blijven een paard te offeren voor twee pionnen, maar dat bleek maar één pion te zijn. Krijn gaf geen krimp, kwam wat terug, ook al omdat zijn tegenstander niet altijd de beste zet deed. Uiteindelijk kon Krijn met een dubbelaanval het stuk terugwinnen. Krijn vond het toen, mede gezien de stand in de wedstrijd, wel mooi geweest en de remise die hij aanbood werd grif aangenomen.

Bram Boone speelde een partij waarin het evenwicht niet echt verbroken werd. Dat werd dus een (logische) remise. Knap van Bram die (denk ik) zijn debuut maakte als eerstebordspeler op zaterdag.

Rinus den Hollander speelde niet zijn beste partij van het seizoen. Hij kwam in een open stelling terecht en dat is niet Rinus’ favoriete domein. Het was vooral rommelig en toen Rinus de dames niet ruilde kwam hij ronduit beroerd te staan. In deze stelling

had zwart met 30….Pf2+ beslissend kunnen toeslaan: de loper op d3 gaat verloren. Maar zwart speelde het andersom, sloeg eerst met de toren op d3 om daarna Pf2+ te spelen (familieschaakje op dame en koning), maar kwam er te laat achter dat het paard op f2 geslagen kon worden met de toren op a2. In plaats van een stuk winnen was het afruilen, waardoor de winstkansen voor zwart verdwenen en remise het meest logische leek (volgens de engine). Maar ja, op dit niveau worden vaak “the best moves” niet gespeeld en zo won Rinus nog en staat hij op 4 uit 4 dit seizoen.

Rinus vertelt er dit over: Tja, ik ben in mijn partij tegen Robin Maas door het oog van de naald gekropen. Mijn dame kwam al vrij snel in het spel na afruil op f3 en daarna ook nog eens op d5. In combinatie met het verliezen van de rokademogelijkheid ontstond er een moeilijke partij voor beiden met veel stukken op het bord, die tot veel nadenken leidde. De engine van chess.com was vernietigend voor beiden in zijn oordeel.

Zo stond het dus 5-2 en was onze jongste speler, Ivan Odincov, als enige nog bezig (ook alle partijen van DZD 1 waren afgelopen). Ivan mag (samen een ander jeugdlid van De Zwarte Dame) in het weekend van Hemelvaart meedoen met het NK voor de D-jeugd. Dat wordt heel zwaar: 9 rondes in drie dagen. Meespelen met de senioren was dus een goede voorbereiding voor zo’n zwaar toernooi.

Ivan was uitermate rustig, nam zijn tijd voor elke zet, benutte zijn tijd ook prima. Hij offerde een paard (tegen twee pionnen) in de opening. Dat was iets te optimistisch, maar hij hield er wel een aanval op de damevleugel over. Door een verkeerde inschatting van zijn tegenstander won hij een stuk terug en bleef dus twee pionnen voor. Die wist hij te behouden en hij wikkelde keurig af naar een gewonnen stelling. Met nauwelijks nog tijd op de klok kreeg hij een remisevoorstel dat hij met een duidelijk uitgesproken “Nee” afwees. En terecht, want hij haalde het punt binnen.

Hier een actiefoto van Ivan op het eind van de partij toen hij inmiddels straal gewonnen stond:

Na meer dan vier uur spelen druipt de concentratie nog van hem af. Toen zijn tegenstander opgaf werd er dan ook door DZD-ers en Pion-ners luid geapplaudisseerd.

 

Gedetailleerde uitslag:

Rating
Rating
Boone, A.W. (Bram) 1726 Snijders, A. (Anthony) 1675 ½ – ½
Hollander den, R. (Rinus) 1750 Maas, R.M.J.A. (Robin) 1602 1 – 0
Saman, K. (Krijn) 1603 Snijders, B. (Bas) 1644 ½ – ½
Bruijn de, S.J. (Sander) 1713 Kolk van den, A.P.F. (Alex) 1574 1 – 0
Mulder, J.J. (Joah) 0 Verdult, E. (Ed) 0 1 – 0
Hoff van ’t, A. (Alexander) 1424 Potjes, T.A.A. (Theo) 1664 0 – 1
Odincov, I.N.O. (Ivan) 0 Hardy, P.J. (Peter Jim) 1560 1 – 0
Mulder, Q.J. (Quinn) 0 Kouters, M.J.H.E. (Tiny) 1306 1 – 0
Gemiddelde Rating: 1643 Gemiddelde Rating: 1575 6-2

Peter van der Borgt

 

Antwoorden:

  1. Joah speelt hier 11…..Pe3!!! en na 12. fxe3, Dh4+ 13. Kd2, dxe3+ 14. Kxe3 (Kc1, Td8 en wint de dame) winnen zetten als Dg3+, g6 (dreigt Lh6) of nog beter Le7. Wit sloeg het paard dan ook niet en speelde de beste zet 12. Dc1.
  2. Joah speelt hier 19: 19…..Dxb4+!!! Als de dame wordt geslagen volgt 20….Tc1 mat. Dus moet wit de dame geven en dan zal het ook snel mat zijn (volgens de engine in 4 zetten). Wit gaf dan ook op.

We doen het zelden, maar wil je de hele partij naspelen, dat kan (al is het maar omdat tussendoor Joah nóg een paardoffer had) : 1. d4 Nf6 2. Nc3 d5 3. h3 c5 4. Nf3 cxd4 5. Nxd4 e5 6. Nf3 d4 7. Nb1 Nc6 8. a3 e4 9. Nh2 Bf5 10. b4 Nd5 11. Bb2 Ne3 12. Qc1 Nc4 13. g3 e3 14. f3 Nxb4 15. axb4 Bxb4+ 16. c3 Nxb2 17. cxb4 Rc8 18. Qxb2 Qd6 19. f4 Qxb4+.

Wow. Wat en partij! Twee paardoffers en als slot een dame-offer. En nu niet negatief gaan doen door te zeggen dat de wits derde en achtste zet wel erg voorzichtig waren. Dat klopt wel, maar het is en blijft een demonstratiepartij van Joah.

  1. Sander: Txc6! Bam. Na Dxc6, Dxc6, bxc6 volgt Pxg5 en staat wit twee pionnen voor, zijn de dames van het bord en tikt wit probleemloos de partij uit. Na bxc6 blijven de dames op het bord, maar is het tegenspel na Pe5 voor zwart minimaal. Sander speelde echter Dd1 en moest na Lg4 nog goed uitkijken. Dat deed hij, dus weer een punt voor DZD 2.

 

Mocht je het verslag willen lezen vanuit het perspectief van De Pion en ook nog foto’s willen zien: depion.nl-luctor-et-nec-emergo-de-pion4-zakt-weg

 


 

Staunton Etten-Leur 2 – DZD 2
8-2-2025

 

Etten-Leur is gevallen

 

“Etten-Leur is gevallen” werd door inval-teamleider Eric Dek om 16.39 uur op de groepsapp gezet op een voor Eric ongebruikelijk bombastische toon. Ik snapte hem wel, want om allerlei redenen ontbraken basisspelers als Rinus den Hollander, Bram Boone, Wouter van der Ploeg en (dus ook teamleider) Ad van Klinken. Die toon snap ik wel.

En na deze zege is De Zwarte Dame 2 ook nog eens “the best of the rest”:

Team MP BP 1 2 3 4 5 6 7 8
1. De Pion 2 10 34.5 7 7 7 6
2. De Raadsheer 2 9 26 4 5 5
3. De Zwarte Dame 2 7 21.5 1 4 5 5
4. Sliedrecht 4 6 19.5 1 5
5. HWP Sas van Gent 4 4 14.5 ½
6. Bergen op Zoom 3 2 19 3 3 3
7. De Pion 4 2 10 1 ½
8. Staunton Etten-Leur 2 0 15 2 3 3

 

De Pion 2 (hebben we kansloos van verloren) en De Raadsheer 2 (die alleen tegen ons een punt hebben laten liggen) gaan uitmaken wie promoveert en wij kunnen knap 3e eindigen (of 4e, wat ik ook al erg verrassend vind).

Ik kon de groepapp lezen omdat ik zelf verhinderd was te spelen. Ik zat dus een hele middag met mijn mobiel in de hand om de ontwikkelingen bij DZD 1, DZD 2 en Kruiningen 1 (da’s voetbal) te volgen. Een uur eerder was ik er al achter gekomen dat “we” 3 ½ – ½ (aan de halfjes kan je zien dat dit niet over voetbal gaat) voor stonden. Nou ja, in eerste instantie dacht ik dat we achter stonden. Maar Matthijs antwoordde per app: Peter remise, Alexander, Siebe en ik winnen en Sander staat 2 pionnen voor. Rest min of meer gelijk.

Door dit bericht zou ik van mijn stoel zijn gevallen als die geen armleuningen had gehad. Ik had uiteraard vooraf Staunton 2 uit Etten-Leur bestudeerd en had dit in de mail voorafgaand aan de wedstrijd geschreven: Hebben we een kans? Als je naar de stand kijkt lijkt het een makkie te zijn, want ze hebben 0 matchpunten en wij 5. Als je naar de ratings kijkt is er een ander verhaal. Bovenste twee borden zijn 1700+-spelers en de andere 6 1600+-spelers. Bij ons zaterdag hebben we 1 1800+-speler, 2 1700+-spelers, 2 1600+-spelers en 3 onder-de-1600-spelers. Als je er boekhoudkundig naar kijkt zijn het dus 2 zeges, 3 nederlagen en 3 remises. Gelukkig is schaken geen boekhouden. Toen ik dit analyseerde waren Rinus en Wouter nog basisspelers. Wouter was ziek uit bed gekomen en Rinus moest bij DZD 1 invallen (omdat ikzelf plots niet kon).

Gelukkig waren Matthijs Schouten en zoon Siebe bereid last minute in te vallen. Zonder noemenswaardige voorbereiding hadden ze de zware taak er het beste van de te maken (uit de app van Matthijs weet je het antwoord al: dat hebben ze gedaan).

Het adagium “rating, it’s just a number” klopt echt wel. Op 4 borden hadden we een plusscore (geen hoge, maar toch) en daar haalden we anderhalf punt. Op 2 borden hadden we een minscore en haalden we ook anderhalf punt. En op twee borden hadden de Ettenaren (of zijn het Leurders?) geen rating en scoorden wij 100% (overigens heeft Siebe ook geen “klassieke” rating).

Eerst maar eens de gedetailleerde uitslag:

Staunton Etten-Leur 2  Rating DZD 2 Rating Ronde 5
Nipius, P.F.F. (Flip) 1736 Schillemans, P. (Peter) 1833 ½ – ½
Schoonen, M.J. (Mats) 1725 Dek, E. (Eric) 1748 ½ – ½
Ommen van, D. (Daan) 1682 Meijaard, P.J. (Flip) 1589 ½ – ½
Boxel van, T. (Tamara) 1618 Bruijn de, S.J. (Sander) 1695 ½ – ½
Ouden den, W. (Wim) 1644 Schouten, M.M. (Matthijs) 1561 0 – 1
Koopman, D. (Daniel) 1612 Schoonakker, H.A. (Herman) 1613 1 – 0
Maassen, T. (Tijs) 0 Schouten, S.M. (Siebe) 0 0 – 1
Deckers, W. (Werner) 0 Hoff van ’t, A. (Alexander) 1428 0 – 1
Gemiddelde Rating: 1670 Gemiddelde Rating: 1638 3 – 5

Dan wat meer de diepte in.

Wilt u wat minder diep én actiefoto’s zien: svstaunton-2025/02/09-ronde-5-knsb-competitie. Op de site van Staunton staat dit alleraardigst verslag. Ik ben wel benieuwd of Sander het (net als de maandag ervoor in de interne competitie) warm heeft gekregen. Waarom ik daar benieuwd naar ben? Welnu, ik las dit: Tamara had een leuke pot tegen een hele sympathieke tegenstander. Op zet 20 pakte Sander zijn tweede pion die hij voor kwam te staan. Hij zei toen letterlijk “ik weet niet of ik iets over het hoofd zie?” En dat zag hij inderdaad. Hij gaf op dat moment namelijk zijn loper weg. Hij dacht er toch nog een derde pion voor te krijgen echter was slaan met het paard op f3 nog een fout. Je zou denken dat Tamara die partij dan wel om weet te zetten in een winst…. Echter ziet ze mat over het hoofd en Sander weet er een remise uit te slepen.

 

Wil je geen diagrammen zien of zo lees dan wat Eric Dek me meldde:

Hier hoe ik afgelopen zaterdag de wedstrijd tegen SV Staunton uit Etten-Leur heb beleefd.

Na twee uur schaken liep ik wederom een rondje langs de borden en zag ik het volgende:

  • Peter had op bord 1 met wit iets meer spel dan zijn tegenstander met enige aanval op de koningsvleugel waarbij er van daadwerkelijk voordeel nog geen sprake was.
  • Op bord 2, waar ik zat, waren nog maar enkele zetten gespeeld in een partij die nog volledig in evenwicht was.
  • Flip op bord 3 stond m.i. lekker, Flip had het loperpaar tegen twee paarden en de meer actieve stelling met een toren binnen de zwarte stelling.
  • Sander op bord 4 had een stelling die explosief ging worden en voor mij lastig te beoordelen viel.
  • Op bord 5 van Matthijs waren al heel veel stukken geruild en stond de koning van zwart op punt om een meer centrale positie te verwerven. Op Matthijs zijn vraag of hij remise zou mogen accepteren als dit voor zou doen, heb ik op dat moment bevestigend geantwoord.
  • Herman op 6 had een complexe stelling die ik niet helemaal kon doorgronden maar waarbij ik vond dat Hermans kansen wat groter leken dan die van zijn tegenstander.
  • Siebe op bord 7, die op het allerlaatste moment aan ons team was toegevoegd, speelde zeer geconcentreerd en stond duidelijk wat beter met nog kansen voor allebei.
  • Alexander op bord 8 had een lastige pot waarbij hij erg precies moest spelen om geen definitieve achterstand te krijgen. 

Op dat moment vroeg Peter of hij een remise aanbod aan mocht nemen. Mijn idee was dat er geen risico voor hem in zat en dat het gezien de stand 0 – 0 beter was om nog even door te spelen.
Een half uur tot drie kwartier later won Siebe netjes zijn partij. Hij trapte niet in een trucje van zijn tegenstander om met zijn toren te slaan en daarmee de laatste rij te verlaten en zelf mat achter de paaltjes te gaan. Hij speelde zijn vrijpion gedecideerd naar winst! Erg knap gespeeld, zulke invallers kunnen we wel gebruiken!
Ook Alexander hield zijn concentratie erg goed vast en kon net als Siebe een vrijpion naar de overzijde spelen om vervolgens met goed rekenwerk zijn pion te offeren om de gepende toren van zijn tegenstander te veroveren. Top gespeeld van Alexander! En, niet onbelangrijk: een mooie 0 – 2 stand wat het voor de anderen allemaal net wat makkelijker spelen maakte!

 

Op de vraag van Peter of hij alsnog de remise nu zelf voor kon stellen omdat hij ondertussen enerzijds iets minder tijd had dan zijn tegenstander en anderzijds geen enkel voordeel meer kon halen, kon ik toen bevestigend antwoorden: 0,5 – 2,5
Kort hierop won Matthijs door de groepjesregel optimaal te benutten waarbij zijn tegenstander op winst bleef spelen wat er niet in bleek te zitten en door Matthijs gedecideerd werd afgestraft: 0,5 – 3,5

 

Sander vroeg mij vervolgens om remise aan te mogen bieden, hij speelde tegen Tamara (de wedstrijdleidster) die meeluisterde. Met een inwendige grijns knikte ik bevestigend aangezien Sander op dat moment toch best wat minder stond. Het aanbod werd dan ook niet aangenomen. Maar met goed actief tegenspel kwam Sander vervolgens steeds meer in de partij en na zijn derde remisevoorstel werd de vrede gesloten in een nagenoeg gelijke stelling: 1 – 4

 

Ik had een eerder remise aanbod afgeslagen omdat ik dacht iets beter te staan en veel meer tijd op de klok had dan mijn tegenstander, maar op het moment dat Sander remise haalde besloot ik zelf een remise aanbod te doen. Voor mijn gevoel, en niet onbelangrijk ook het gevoel van mijn tegenstander, stond ik nog steeds iets beter en had nog ca. 25 minuten op de klok na nog maar slechts 21 zetten te hebben gespeeld waarbij mijn tegenstander nog ca. 7 minuten op de klok had staan.
Herman was ondertussen minder komen te staan door een missertje wat erg zonde was omdat hij daarvoor zich zo netjes naar voordeel had gespeeld.
Ook het voordeel wat ik voor Flip had gezien (wat er misschien nooit echt was geweest?) was ondertussen naar mijn inzicht komen te vervallen naar een gelijke stand waarbij een foutje altijd zomaar gemaakt kan worden.

 

Vandaar dus mijn remise aanzoek wat werd geaccepteerd en waarmee de overwinning binnen was: 1,5 – 4,5. De engine vertelde mij een dag later dat “het voordeel” wat zowel mijn tegenstander als ik in mijn stelling had gezien er in werkelijkheid nooit is geweest en dat juist ik degene was die het meest blij met de remise kon zijn….. , zo zie je maar: soms pakt het gelukkig uit dat wij op “ons niveau” niet alles in een stelling kunnen overzien….
Flip speelde kort daarop remise en Herman kon niet veel anders dan capituleren met als troost de teamwinst van 3 – 5 in de pocket.

 

Nu naar een paar partijen. Als je denkt “wat een lang verslag”: haal gerust koffie of zo.

 

We beginnen natuurlijk met onze “youngster”, Siebe Schouten. Siebe zette zijn partij prima op en kende (net als zijn tegenstander) blijkbaar het Tweepaardenspel in de Nahand. Zwart offert daarin een pion voor een ontwikkelingsvoorsprong. Nadat de theoretische fase was afgerond ging Siebe op zoek naar nog een pion. Dat was niet zo slim; hij had beter eerst zijn ontwikkeling af kunnen ronden. Niet dat zijn tegenstander grote kansen heeft gemist, maar ik denk dat hij ook een beetje kwijt was waarom hij die pion had geofferd, namelijk om zijn ontwikkelingsvoorsprong te benutten.

Eric zei het al dat er geconcentreerd werd gespeeld. Blunders werden er daarom niet gemaakt; dus behield Siebe steeds een voorsprong, zowel materieel gezien (die pion) als positioneel gezien (als we de engine mogen geloven). Siebe won uiteindelijk zijn tweede pion en er ontstond (uiteraard) een toreneindspel. En die zijn razend moeilijk. Kijk maar naar deze stelling waarin Siebe twee verbonden vrijpionnen heeft.

Siebe is aan zet en speelt hier het logische 32. g3, zodat mat op de onderste rij onmogelijk is. Zwart zag zijn kans en speelde 32…..Ta8 met aanval op de loper en (indirect op pion a4). Siebe had zich wat moeilijkheden kunnen besparen door in plaats van 32. g3 eerst 32. a5 te spelen om na 32….Ta8 33. Lb6 te kunnen spelen, zodat zijn verbonden vrijpionnen in stand bleven. Maar ook na 32. g3, Ta8 had hij zijn a-pion kunnen redden met 33. Td7. Nu ging Siebe voor 33. Tb1 en na 33….Txa7, 34. Txb3, Txa4 35. b5, Ta7 36. b6, Tb7 stond het zo:

Nog steeds gewonnen voor wit, maar hoe? Siebe speelde 37. Kg2, wat niet fout kan zijn en ook niet fout is. Op naar veld c6. Alleen komt de witte koning daar niet als zwart 37….Kf8 speelt. Als je allebei met je koningen naar die b-pion loopt ontstaat deze, bijna voor wit niet te winnen, stelling:

Ook na iets als Ke5 Te7+ Kf5 is het niet te winnen. En inmiddels staat zwart zo goed dat een doorbraak op de koningsvleugel ook niet meer evident is. Nee na, 37. Kg2, Kf8 had wit iets moeten doen als 38. f4 en daarna de koning erbij halen en proberen de pionnen op de koningsvleugel op te late schuiven om daar iets te forceren. Allemaal heel moeilijk.

En Siebe hoefde dat allemaal niet te bedenken want zwart speelde geen 37….Kf8, maar het onbegrijpelijke 37…..Kh7. Siebe zag zijn kans schoon en spoedde zich met zijn koning naar c6, wat nu wel lukte, want de zwarte koning moest van h7 komen in plaats van f8. Siebe kon zijn b-pion op een gegeven moment promoveren, tenzij zwart zijn toren zou geven. Zover liet zijn tegenstander het niet komen: hij gaf op.

Puike partij van Siebe.

Zijn vader (Matthijs Schouten dus) won ook, maar die was wat minder positief over zichzelf: Mijn partij was niet bepaald een hele beste partij. Siebe en Alexander hadden al gewonnen. Ik ging dus voor remise na overleg met Eric. Tegenstander ging daar niet mee akkoord, terecht ook wel. In het eindspel maakten we allebei cruciale fouten, maar hij maakte de laatste door op zet 42 Kd4 te spelen. Beetje mazzel dus.

Het was een (ondanks de tegengestelde rokades) een wat saaie Siciliaan, waarin beide spelers inderdaad bewezen dat er met hun eindspelkennis nog “room for improvement” is.
 

Alexander van ’t Hoff speelde ook een goede pot. Hij hield vast aan zijn plan en elke zet deed hij “de blundercheck”, zodat het pardoes weggeven van materiaal waar Alexander wel eens last van heeft achterwege bleef.

Zwart staat hier prachtig. Wit is met koning en toren gebonden aan pion g2. Een doorbraak op de damevleugel is niet mogelijk. Ongelijke lopers is hier in Alexander voordeel. Alexander speelde het keurig uit. Ook hier was goed geconcentreerd blijven spelen de sleutel tot succes.

 

Peter Schillemans had dus remise gespeeld. Achteraf zag hij dat hij een kans had gemist na 11…..Le6:

Ziet u welke kans Peter miste? Ik zag het ook niet zo snel, maar eigenlijk is het best simpel. Antwoord: onderaan dit verslag. Nadat ik met wit deze kans miste door te rokeren werd het evenwicht niet meer beslissend doorbroken en eindigde de partij remise (na overleg met Eric door mij aangeboden op zet 29 vlak voor we zetherhaling gingen krijgen) meldt Peter er nog over.

Ondanks dat Herman Schoonakker verloor toch een diagram uit zijn partij. Herman speelde namelijk echt een goede partij. Het was een complexe partij waarin Herman al enig zetten achter elkaar volgens de engine twee denkbeeldige pionnen voor stond (in het echt hadden beide spelers even veel materiaal) toen deze stelling op het bord kwam:

Herman heeft net een paard geslagen op d3 en valt daarmee de toren op f1 aan en pion e4 staat ook nog eens drie keer aangevallen en maar één keer gedekt. Kan wit nog iets doen om materiaalverlies te voorkomen? Nee. Wat doe je dan? Je gaat schwindelen. En als je dat gaat doen met wit valt meteen op dat de loper op g2 in de diagonaal van de zwarte dame staat. Dus speelde wit hier 25. e5. Daarmee valt wit het paard op f6 aan en opent de lange diagonaal een beetje meer. Hier werd het Herman te veel, want in plaats van simpel met de loper de toren te slaan (en die rot loper op g2 aan te vallen) sloeg hij op e5, waarna wit met het paard op e5 sloeg en de witte problemen over waren, want de loper op g2 viel plots die dame aan. Daarna ging het van kwaad tot erger.

Maar hoor ik u denken: na 25….Lxf1 volgt toch 26. exf6? Klopt, maar wat heeft wit dan na 26….Lxg2 27. fxg7, Dxf3 (ook met de loper slaan is okay en ook de toren van f8 weg zetten is goed genoeg) 28. gxf8D+, Kxf8? Een slechte stelling en een pion minder. Maar tsja, je mot het wel zien achter het bord en niet naderhand met de engine in beeld.

Herman was wel erg hard voor zichzelf: Ik begon wel goed, maar dxe5 op zet 25 sloeg helemaal nergens op. Daarna is het ook niet meer goed gekomen. Gelukkig was ik de enige verliezer en hadden we de familie Schouten bij ons voor de winstpartijen.

 

Eric was er niet zeker van of Flip Meijaard beter stond. Dat was zeker zo.

In deze stelling kon Flip al twee zetten lang op a6 slaan. Immers: Lxa6, Pxa6, Txd7 wint een pion. Maar toen  waren er wat risico’s. Maar nu heeft zwart net zijn f-pion naar f6 gespeeld en is 27. Lxa6 echt goed: 27….Pxa6 (anders volgt Lb5) 28. Txd7, e5 29. fxe5, fxe5 30. Lb2 en wit dreigt met Td6 of Td5 nog een pion te winnen. Helaas, Flip zag het niet en speelde 27. Lc6 waarna de loper geslagen werd en de stelling vervlakte. Flip was op een gegeven moment ook vooral gefocust op het binnen halen van de remise om te helpen de teamwinst zeker te stellen. En dan kijk je niet zo snel naar offers.

Dan Sander de Bruijn. Hoe zat het nu met die tweede pion?

Hier dacht Sander nog even die pion op e5 te kunnen pakken, maar tsja, nu ging de loper op b5 eraan. Lang verhaal kort: een blunder. Met de torens op de c-lijn, een pion meer en het paard op g6 (zodat wit niet veel kan over de open g-lijn) staat zwart fantastisch. Nu kreeg Sander ook de f-pion nog voor het stuk, maar met drie pionnen tegen die loper was het min of meer ook positioneel gelijk.

En dan dat door Tamara gemiste mat.

Sander speelde hier 25…..De8 (na 25. T2c7 staat Sander fantastisch). Nu zou 26. Txg7 mat-in-12 zijn geweest. Nu kun je denken “dat is wel erg diep” voor de 6e Klasse KNSB, maar dat het aantrekkelijk is, kun je ook wel zien. Aan de andere kant: het moet wel doorslaan.

Tamara speelde na 25…..De8 26. Lh6, waarna 26……Tc1 27. Lxc1, bxc1D 28. Txc1, Txc1+ volgde, waarna het snel remise werd.

 

 

Peter van der Borgt

 

O ja: Peter had 12. exd5, Pxd5 13. Dg3 kunnen doen met dubbelaanval op pion e5 en g7. Maar valt dan pion e3 niet? Nee, want als zwart rokeert wordt die pion gedekt na slaan op e5. Rokeert zwart niet, dan slaat wit eerst het paard eraf en daarna op g7.

O ja2: Nu mist u de partij van Eric Dek. Dat klopt, maar zijn verhaal van het wedstrijdverloop vergoedt veel. Hij toonde zich een prima teamleider en hij toonde zich achteraf erg content dat elk remise-aanbod netjes vooraf werd afgestemd voordat het werd aangenomen of gedaan. Wat een teamspirit!

 


 

DZD 2 – De Raadsheer 2
14-12-2024

 

Rinus den Hollander nog steeds op 100%

 

De Raadsheer 2 had zijn eerste drie wedstrijden gewonnen. Gelukkig kwamen we sterker op dan de vorige ronde. Dus weer een 7-1 zeperd zat er niet in. Maar een 4-4 (of nog beter) leek te hoog gegrepen. “Leek”, want het gebeurde wel.

Drie zeges en twee remises waren voldoende voor de 4-4. Het begon met een remise voor Flip Meijaard, die tegen zijn talentvolle jonge tegenstrever niet veel bereikte; omgekeerd ook niet. Wouter van der Ploeg pakte te enthousiast een pion: materiaal- snel daarna partijverlies was zijn deel. Daarna ging het qua stand redelijk gelijk op. Ik beperk me dan ook tot onze drie winnaars.

Ik begin met Rinus den Hollander (die met zwart speelde): Onze partij was een Caro Kan met f4 op de tweede zet. Gebruikelijker is d4, dus was ik wel verrast en dat kostte me dan ook weer extra tijd uiteraard. De partij bleef redelijk in evenwicht, Wit speelde wat passief vond en ik kwam op een gegeven moment beter te staan (-2 volgens chess.com), maar kon dat toch niet eenvoudig omzetten naar winst. Dat was in deze stelling:

 

Na stukkenruil verdween de voorsprong echter en werd het remise-achtig.

Uiteindelijk kwam er een eindspel met gelijke lopers op het bord:

Okay, zwart staat iets beter, want ets actiever en een groepje minder. Maar of dit te winnen is voor zwart? Ik weet het niet hoor. De witte koning moet in elk geval ergens in het kwadrant e1-e4-h4-h1 blijven om zijn zwakke pionnen op h2 en f4 te ondersteunen. Dat betekent ook dat, in geval van tempodwang, de loper zich moet beperken tot Le2-f1-e2 enzovoorts. Ongetwijfeld zal Rinus dit ook allemaal bedacht hebben.

Maar hij kreeg hier hulp, want witte speelde de koning naar d2 en die kan nu niet meer in twee zetten pion f4 dekken. Rinus speelde dus zijn loper weg, gevolgd door Kf6-f5 en wit verloor zijn pion op f4. Daarna was het simpel.

Rinus won dus in de KNSB-competitie zijn vierde partij op rij. Natuurlijk geeft dit geen garanties voor de komende drie rondes, maar toch: de puntjes kunnen maar binnen zijn.

Teamleider Ad van Klinken deed ook wat een teamleider moet doen: winnen! Dit was zo’n partij waar niet direct een cruciaal moment te zien is. Ad kwam zetje voor zetje beter te staan, ook wel geholpen door zijn tegenstandster die een aantal zetten deed die geen materiaal kostten, maar die ook niet echt passen in het concept van de Spaanse partij.

Na 22. d5 stond het zo:

Natuurlijk kan de toren naar b8 en een directe materiaalwinst zit er niet in, maar het staat natuurlijk niet prettig. Toch schrok ik zetten later nog wel, toen ik toevallig (rondlopend in gedachten over mijn eigen partij) deze stelling zag:

“Dit gaat fout” dacht ik. Op f2. Te snel gedacht, want a. Ad was aan zet en b. die loper op a7 dekt veld f2. Die loper had ik gewoon over het hoofd gezien (het is ook een eind van a7 naar f2). Ad speelde gewoon 33. Ta1 en een eventueel offer op f2 gevolgd door iets als eeuwig schaak was nu echt weg. Zijn tegenstandster gaf dan ook snel hierna op.

Degelijke zege van Ad.

Tenslotte Peter Schillemans. Die kreeg een Alapin tegen zich. Nu ken ik die opening wel een beetje en zetten als Pb1-a3 vind ik normaal. Daarna begon wit zetten te spelen die ik niet echt ken en die ik ook niet snel zal kopiëren.

Peter heeft hier net 9…..0-0 gespeeld, waarmee hij zijn e-pion offert. Wit gaat hier (verstandig van hem) niet op in: 10. Pxe5, Pxe5 11. Txe5, Ld6 12. Te1, Lxh2+, 13. Kxh2, Pg4+ 14. Kg3, h5 en dit loopt echt fout af voor wit. Wit speelde hier 10. Pc2, wat te traag was.

Dit kan de bedoeling van wit niet zijn. Peter speelde nu simpel 12…..h6 en wit speelde de (volgens de engine) beste zet: 13. Pxf7. Als dat de beste zet is weet je het wel. Na 13….Pxf7 14. Db3 heeft wit echt geen compensatie. Vervolgens speelde Peter het prima uit, te beginnen met het verrassende 14…..b5. Er werden stukken geruild, waar wit niets tegen kon beginnen, terwijl zwart materieel en positioneel beter bleef staan.

Dit is een voorbeeld van slim ruilen: 18…..Lg5. Het kost zwart een pion (die op e4), maar rap achter elkaar kunnen nu loper en dame geruild worden en is de zwarte stelling veel beter. Op zet 34 vond Peters tegenstander het mooi geweest. Puike partij van Peter die hiermee zijn eerste zege voor DZD behaalde.

 

Gedetailleerde uitslag:

 

De Zwarte Dame 2 Rating De Raadsheer 2 Rating Ronde 4
Schillemans, P. (Peter) 1896 Kort de, W. (Willem) 1757 1 – 0
Boone, A.W. (Bram) 1743 Jacobs, G. (Glenn) 1623 0 – 1
Hollander den, R. (Rinus) 1752 Ginneken van, J. (Jos) 1773 1 – 0
Klinken van, A. (Ad) 1676 Oostvogels, I. (Inge) 1765 1 – 0
Bruijn de, S.J. (Sander) 1681 Aert van, R. (Ralf) 1737 ½ – ½
Schoonakker, H.A. (Herman) 1640 Domen, A.M.J. (Adrie) 1701 0 – 1
Meijaard, P.J. (Flip) 1594 Grigorov, K. (Kristian) 0 ½ – ½
Ploeg van der, W.Y.A. (Wouter) 1338 Vriends, J. (Jan) 1716 0 – 1
Gemiddelde Rating: 1665 Gemiddelde Rating: 1725 4-4

Knap gelijkspel van ons tweede team! Vorig jaar werden alle wedstrijden verloren; nu staan ze op 5 matchpunten uit 4. Kunnen ze nog kampioen worden? Absoluut niet, want De Pion 2 is veel, heel veel te sterk. Aan de andere kant: als ze (De Pion 2) een uitglijder tegen De Raadsheer 2 hebben kan die ploeg (ondanks een minder bordpuntensaldo) toch nog kampioen worden.

 

Peter van der Borgt

 


 

De Pion 2 – DZD 2
23-11-2024

 

Collin Rottier redt de eer

Collin wie? Collin Rottier! Ken ik niet. Dat kan. Collin is één van onze jeugdspelers die elke woensdagavond laat zien steeds beter te worden. Samen met een andere jeugdspeler, Julian Duynkerke, deed hij zaterdag mee tegen het beresterke De Pion 2. Gevreesd werd voor een grote nederlaag (dat werd het ook) en dat onze twee jongelingen al snel tegen een nul zouden aanlopen (en dat gebeurde niet; integendeel, ze waren als laatste klaar).

We beginnen met de partij van Collin:

Na 17. h3 besluit Colllin (die hiervoor een pionnetje verloren heeft) hier vol voor de koningsaanval te gaan met 17…..Lxh3. Een geweldige zet. Als wit terugslaat volgt 18……Dg3+, gevolgd door 19…..Txh3+ en mat op de volgende zet. Wit speelt daarom 18. Lb5+ en na 18….Kd8 19. Dd2, Dg3 20. Df2, Dxf2 wordt de stelling wat rustiger.

Maar niet voor lang, want beide spelers gingen voor de winst. Daardoor deden ze niet altijd de beste zet en de notatie had er ook onder te leiden. Maar hoe dan ook: na 65 zetten kon Collin het punt bijschrijven. Julian was toen nog bezig.

Op de site van De Pion staat een respectvol verslag over deze wedstrijd: de-pion-2-krijgt-loon-naar-werken

Respectvol, omdat je de indruk kreeg dat DZD 2 nog ergens kans gehad op 4-4. En als je vanuit Kruiningse kant redeneert en je pakt de kansen die er waren en je vergeet de kansen van De Pion, tsja, dan had die 4-4 gekund, want Ad, Wouter en Julian hebben de winst verspeeld en Collin heeft gewonnen. Dus als die eerste drie nu ook efkes gewonnen hadden was het 4-4 geworden.

Dan onze andere jongeling. Zo stond het in de partij van Julian Duynkerke, die met wit speelde. Julian is het jongere broertje van Lennard en William (nee, jammer genoeg zijn er niet meer broertjes/zusjes Duynkerke).

Zwart heeft net 20….Pd7 gespeeld en hier had Julian beslissend voordeel kunnen behalen. Ziet u hoe?

Antwoord volgt later.

Er zijn 49 zetten gespeeld. Het lijkt remise te worden, alhoewel zwart met Txh3 een vervelende dreiging heeft. Het beste is nu die dame van de lange diagonaal weg te jagen met 50. Dc6. Eigenlijk heeft zwart hier niet veel beter dan de dames te ruilen en dan kan het (met die ongelijke lopers) bijna niets anders dan remise worden, ook niet als wit zijn a-pion verspeelt. Als zwart niet de dame op c6 slaat moet hij op de onderste rij blijven, anders volgt Tb8+, Kh7, Lc2+, g6 en hoppa Dxf6.

Later verliest Julian pardoes zijn loper. Zijn tegenstander steekt het in zijn verslag op vermoeidheid en dat zou zomaar kunnen. Voor Julian was zijn eerste partij met klassiek tempo in elk geval een lange zit: na 5 uur spelen streek hij de witte vlag. Zo maakte Julian ook mee dat iedereen rond zijn bord stond. Dat kan best “een dingetje zijn”, zeker als je voor een eerste keer meedoet bij “de senioren”: imponerend of misschien wel een beetje intimiderend, op een positieve manier dan.

Ad van Klinken had ook zomaar kunnen winnen in een wild-west-partij.

Ad zegt er dit over: Over de “bloedstollende” aanvalspartij van 2 kanten het volgende: Na de 11e zet kwam bovenstaande stelling op bord (Ik heb zwart). Chess.com geeft hier een + van 2,16 voor zwart. Ik had gewoon moeten slaan op c3. Dat geeft een volledig stuk winst. Het gekke is dat ik dit ook gewoon gezien heb, maar ik had ook zitten kijken naar Lxf6. Ook gezien dat dit eigenlijk niets oplevert.

En de vierde partij die we hadden kunnen winnen was die van Wouter van der Ploeg.

Wouter speelt met zwart en staat een kwaliteit voor. Eigenlijk heeft wit maar één tegenkans: paard op d5 weghalen en ook een kwaliteit winnen. Simpel 18……Tad8 zou nu al goed zijn, maar nog beter is 18……c6, want daarmee zorg je er ook voor dat het sterke paard op d5 moet wijken. Wouter is echter een speler die vooral graag zelf aanvalt om materiaalwinst te boeken en speelt 18……f6 om pion e5 te gaan winnen. Dat zal wel lukken, maar de witte tegenkansen zijn nu vergroot doordat een loper op d5 schaak kan geven. U snapt hem al: het ging erg fout en ook nog snel fout. Jammer.

Antwoord partij Julian:

  1. Lh7+ (dat speelde Julian ook), Kf8 (verplicht, want na 21….Kh8 is het mat: 22. Pxf7), 22. Pxf7!, Kxf7 23. Dg6+, Kf8 24. Dxe6 (dreigt mat op g8), Pf6 25. Lg6 wat mat dreigt op f7 en wat alleen door iets als 25….Lxa3 voorkomen kan worden. Na terugslaan op a3 dreigt weer al Ld6 en dan moet die loper door de toren geslagen worden. Wit komt een kwaliteit en een pion voor en de zwarte koning staat nog onveilig. Julian gaf het volgende aan: Het offer op f7 heb ik zeker gezien en overwogen. Op dat moment heb ik 15 minuten besteed aan het berekenen van deze variant. Helaas had ik niet door dat zijn loper daardoor in de val zou komen te staan en nergens heen kon, dus zag ik geen directe winst. Lennard adviseerde me bovendien om geen offers te spelen, omdat dit (zeker in een klassieke partij) te risicovol zou zijn.

Lekker zo’n broer! (PS: Lennards advies ging, begreep ik van Lennard, iets dieper, namelijk geen offers doen als je de consequenties niet goed kan doorrekenen en dat is best een goed advies).

Achteraf jammer dat ik het niet heb gedaan. Aan de andere kant: het zou fout kunnen zijn geweest en door dat offer had ik de partij kunnen verliezen.

De partij van Kees en mij duurde inderdaad het langst. Het was natuurlijk de hele tijd een vrij complexe stelling, wat veel tijd in beslag nam. Na vierenhalf uur maakte ik een blunder. Toen was het eigenlijk al voorbij, en na bijna vijf uur gaf ik op.

 

De andere vier partijen gingen vrij kansloos verloren. Zo gaf Herman op zet 12 al een paard weg, Alexander deed dat later met een pion ook (was wel een centrumpion wat Alexanders stelling niet kon hebben) en had Sander een leerzame dag omdat zijn tegenstrever liet zien hoe je een halfopen a-lijn kun benutten om met degelijk spel toch simpel een punt binnen te halen.

 

Gedetailleerde uitslag:

De Pion 2 Rating De Zwarte Dame 2 Rating Ronde 3
Elven van, E.F.A. (Erik) 1897 Schoonakker, H.A. (Herman) 1633 1 – 0
Werf van der, T. (Ton) 1879 Bruijn de, S.J. (Sander) 1707 1 – 0
Bruijns, A.M.P.D. (Ad) 1830 Meijaard, P.J. (Flip) 1599 1 – 0
Lubbers, P. (Patrick) 1840 Klinken van, A. (Ad) 1689 1 – 0
Almatni, M. (Muhammed) 1758 Hoff van ’t, A. (Alexander) 1435 1 – 0
Alberts, J.H. (Henk) 1726 Ploeg van der, W.Y.A. (Wouter) 0 1 – 0
Hogeloon van, C.B.M. (Kees) 1732 Duynkerke, C.J.G. (Julian) 0 1 – 0
Robben, B. (Bas) 1703 Rottier, C.R. (Collin) 0 0 – 1
Gemiddelde Rating: 1796 Gemiddelde Rating: 1613 7-1

 

 


 

DZD 2 – Bergen op Zoom 2
9-11-2024

 

Het tweede wint weer

Ongekende luxe: na twee rondes vier matchpunten. Op papier leek het een gelijke strijd, in werkelijkheid was het anders, zeker nadat onze jeugdige invaller, Siebe Schouten, na ruim een uur wist te winnen van hun jeugdige invalster, Lexi Bogers. Vader Matthijs meldde het volgende: Er zaten aardig wat slordigheidjes in, vond hij zelf ook. Een geluk dat zijn tegenstander het niet afgestraft heeft. 

We komen op 2-0 doordat Bram Boone beter uit de opening kwam, waarna hij een pion voor kwam, zijn voorsprong verder uitbreidde en won. Zo klinkt het wel erg simpel, maar zo was het ook. Gewoon een goede pot van Bram.

Maar even zo snel werd het 2 ½ – 2 ½.

Wouter van der Ploeg leek op weg naar de winst, want stond materiaal voor. Zijn tegenstander had schwindelkansen. En wat er nu precies gebeurd is weet ik niet, maar plots had de Bergenaar gewonnen. Wouter kon me wel vertellen wat er gebeurd was: Er ging inderdaad wat fout bij mij, ik wilde afruilen in het eindspel maar was daar dusdanig op gefocust dat hij in de tussentijd een goede aanval kon opzetten, die ik te laat doorhad (Peter: een onderste-rij-tactiekje). Erg slordige partij van mij na een goed offer waardoor ik twee pionnen voor kwam. Hier doet Wouter zichzelf tekort. Leerpunt voor hem: tegenkansen via schwindels neutraliseren en dat had hier gekund door h6 te spelen).

Alexander van ’t Hoff wikkelde af naar een gewonnen toreneindspel: pion meer en een actievere toren. Simpelweg met de koning van g8 naar het strijdgewoel loper (of als verdediger van een eventuele pionnendoorbraak van wit op de damevleugel of als aanvaller om de zwarte f-pion te helpen met promoveren) en “klaar is kees”. Alexander ging echter modderen, zodanog dat het punt naar BSV ging. Toreneindspelen; ze blijven moeilijk en verraderlijk.

Bij Ad van Klinken was een ander eindspel ontstaan: allebei vier pionnen en Ad twee torens en zijn tegenstander een dame. Vaak kun je dan beter die twee torens hebben, maar dan moet wel je koning een veilige plek kunnen vinden en je torens kunnen samenwerken (lukte niet echt) en je pionnen moeten elkaar dekken (ook niet echt, twee groepjes van twee). Maar ook zijn tegenstander had zo zijn problemen: ook geen veilige koning en ook geen makkelijk te verdedigen pionnen. De conclusie was eenvoudig: wie een winstpoging zou ondernemen zou verliezen. En omdat beide spelers die winstpoging niet ondernamen werd het remise.

Toen waren onze drie topborden nog bezig en daar zag het er rooskleurig uit.

Herman Schoonakker won door een foutje van zijn tegenstander een pion. En dat niet alleen: hij kwam ook nog eens tactisch en positioneel beter te staan:

Gek genoeg overzag Herman hier 29…..Ta3, wat na 30. Dd5 (dekt a2 en voorkomt dat de dame geslagen wordt), Lc3+ 31. Kb1, Db4+ wint, want nu kan alleen 32. Db3 met dame verlies mat voorkomen. Herman had 29…..Ta3 wel gezien, maar zag na 30. exf7+ leeuwen en beren (zoals eeuwig schaak) die er niet waren.

Herman sloeg daarom op e6, wat na 30. Dd7, T3c6, 31. Pd5!! remise zou zijn geworden. Wit speelde echter 31. Tf2 om na 31….Lc3+ op te geven, want mat is onvermijdelijk.

Gisteren weer lekker geschaakt. Dit keer met de zwarte stukken meldde Rinus den Hollander me per mail. Hij gaf ook nog een korte analyse hoe de opening van Demmers tegen hem gespeeld moet worden, maar ik open niet met 1. d4 en op die zet zelf speel ik simpel 1…..d5. Maar wie weet stap ik ooit over. Rinus was vooral blij dat hij nu beter uit de opening kwam dan tegen Riny Westveer een paar weken geleden.

Op de ongelukkige zet 17. Pd1 van wit kon ik 17 … b5 spelen. Dat was niet om de pionnenmeerderheid op de damevleugel te verzilveren, maar ik kon er de belangrijke witte e-pion op e4 mee ruilen tegen mijn b-pion na een tussenzet met matdreiging (mijn tegenstander had die tussenzet met matdreiging niet gezien, vertelde hij na de partij).

Hoe dan? 18. axb5, axb5 19. Txa8, Txa8 20. Dxb5, De5 21. g3 (want anders mat), Dxe4

Daarna kwam ik in het voordeel, maar na een minder goede voortzetting van mijn kant kwamen we toch weer ongeveer gelijk te staan. Wit kreeg een vrijpion op de d-lijn, maar gaf die te makkelijk op, waardoor mijn c-pion op het bord bleef. Daarna was het niet moeilijk om de winst te pakken.

Prima zege van Rinus.

Als laatste was onze tweede Bergenaar in het team (Peter Schillemans) nog bezig. Het bord stond hevig in brand, al een hele tijd. Natuurlijk kwam dat doordat wit lang en zwart kort gerokeerd had. Zo zag het bord eruit na 14….d5

Okay, de dreiging is helder: slaan op e4 met een vork. Hoe reageer je als wit? Een engine ziet dan zetten als 15.dxc5, dxe4 16.Lc2, Tfd8 17.Dxd7! en dat dit dame-offer tot een gelijke stand zou leiden. Heel eerlijk: welk levend wezen bedenkt zoiets en als zo’n wezen al bestaat zal dat geen lid van De Zwarte Dame of BSV zijn.

Peter speelde 15. Pxe5, wat mij niet onlogisch leek.

Even later stond het zo:

De engine vindt21. Ld4 het beste en laat na 21……e3 de toren gewoon op h1 staan en vindt het na 22. Dxe3, Lxh1 23. Txh1 prima voor wit. Ook weer zoiets. Wie doet dit in een teamwedstrijd met klassiek tempo? In een blitz- of rapidpartij, al dan niet online; dan doe je zoiets. Peter offerde hier een pion door 21. Pg3 te spelen en dat was in elk geval geen gelukkige keuze. Helemaal niet zelfs; zwart ging vol voor de aanval op de damevleugel en wit kon niet veel meer dan verdedigen. Een witte tegenaanval kwam niet van de grond.

In deze stelling wil iedereen wel zwart hebben. En met zwart aan zet denk ik dat er veel spelers nu direct denken aan offers op b3. Zwart doet het ook: 37….Lxb3, 38. Lxb3, Txb3+, 39. axb3, Txb3+ en heeft nu een toren geofferd voor drie pionnen. Na 40. Kc2, Tb2+, 41. Kd1 staat het zo:

Wat moet zwart nu doen? 41……Da4+ schijnt het beste te zijn. Zwart speelde 41…..Da2 en na 42. Txb2, cxb2 lijkt het toch nog steeds goed te staan. Maar, wit heeft natuurlijk 43. Dc8+, Kg7.

Maar ja, wat nu, mat zit er niet in en zwart dreigt wel mat (b1D+). Er zit maar één ding op: 44. Txf7+ en dat speelde Peter ook. En na 44……Kxf7 zou het eeuwig schaak zijn en na 44……Dxf7 niet. Zwart sloeg toch met de koning, om na 45, Dd7+, Kf8, 46. Dd8+, Kg7 47. Df6+ in te zien dat er niet meer in zat dan remise.

Waarom hij niet sloeg met de dame is onduidelijk. Eeuwig schaak kan dan niet meer, alhoewel wit veel vervelende schaakjes heeft. Als wit klaar is met schaak geven, beslissen de drie zwarte vrijpionnen (a6, b2 en e3) de wedstrijd. Wit kan de b-pion niet winnen, omdat na 45. Dc3+, Kf8, 46. Dxb2, Df1+ de dames geruild worden en promoveert de e-pion.

Peter bewees hiermee een andere schaakwijsheid: door op te geven is nog nooit een partij gewonnen. Prima gevochten.

 

De Zwarte Dame 21 Rating Bergen op Zoom 3 Rating Ronde 2
Hollander den, R. (Rinus) 1726 Demmers, P.J. (Pieter-Jan) 1770 1 – 0
Schillemans, P. (Peter) 1906 Kraaijeveld, P. (Peter) 1809 ½ – ½
Schoonakker, H.A. (Herman) 1633 Haverhoek, J.M. (Jan) 1715 1 – 0
Boone, A.W. (Bram) 1721 Hopmans, W. (Wesley) 1633 1 – 0
Ploeg van der, W.Y.A. (Wouter) 0 Houten van, H. (Henk) 1589 0 – 1
Klinken van, A. (Ad) 1689 Schoones, M.S. (Martin) 0 ½ – ½
Hoff van ’t, A. (Alexander) 1435 Heijligers, T.C. (Thomas) 0 0 – 1
Schouten, S.M. (Siebe) 0 Bogers, L.H.M. (Lexi) 0 1 – 0
Gemiddelde Rating: 1685 Gemiddelde Rating: 1703 5 – 3

 


HWP 4 – DZD 2
12-10-2024

DZD 2 heeft nu al twee matchpunten meer dan vorig seizoen

HWP heeft dit seizoen een vierde team. Daarin zitten een aantal “startende” schakers, zoals hun teamleider Manuel Colsen ze noemde. En voor een deel moesten die nog wennen aan het niveau. Of zoals Flip Meijaard het (overigens met respect voor de tegenstander) omschreef: Het niveauverschil tussen veel van ons en de spelers van HWP was dermate groot dat het eigenlijk niet zinnig is om over deze partijen wat interessants te schrijven. Ik kwam bijvoorbeeld al snel in de partij een paard en een pion voor te staan, zonder dat mijn tegenspeelster daar goed tegenspel kon bieden. Dan is de partij in feite al gespeeld en is het een kwestie van afwikkelen naar het eindspel.

Het was dan ook geen verrassing dat de meer ervaren Zeeuws-Vlamingen (die ook best een aardige rating hadden) de punten voor HWP 4 binnen haalden: drie remises. De andere vijf HWP-ers hadden een leerzame middag die afgesloten werd met een 0.

Eric Dek was als “kop van Jut” opgesteld om Gert van Rij minstens op remise te houden. Maar die deed niet mee en daardoor speelde hij tegen hun teamleider, Manuel Colsen dus.

Ik speelde met wit. De eerste zes zetten van mij werden door hem gekopieerd met gelijke stellingen tot gevolg waarbij ik met wit altijd wel de eerste zet had. Mijn stelling was heel de partij iets beter (1 a 1,5 punt) en ik had i.t.t. wat ik gewoon ben ook nog meer tijd dan mijn tegenstander.
Toen we als team al ruim gewonnen hadden besloot ik remise aan te bieden, de weg naar winst, waarbij ik betwijfel of die er was, zou nog een lange weg zijn en het risico van verlies niet waard.

Eric had ook nog tijd gehad om naar de andere partijen te kijken:

Ad, Flip en Wouter stonden al erg snel zeer goed tot gewonnen. Rinus stond erg lekker met heel veel dreigingen en Sander speelde erg sterk en had heel de wedstrijd zijn tegenstander in de tang waarbij de winstweg uiteraard nog wel gevonden moest worden. Kortom: na pakweg 1 à 1,5 uur spelen had ik al het gevoel dat DZD met de winst naar huis zou gaan. Bram en Peter moesten oplettend spelen om de aanval van de tegenstander te pareren, beiden deden dit erg adequaat en knap.  

Kortom de uitslag 1,5-6,5 is een mooie start voor DZD2, iets waar we niet echt op voorhand op hadden gerekend!

Dat Rinus den Hollander lekker stond klopte wel, want Rinus kon dit melden: Ik speelde tegen Jelte Colsen (zonder rating). Ik gebruikte veel tijd, Jelte niet en dat kwam hem duur te staan. Na 17 zetten ging hij mat. In een damegambiet verdedigde Jelte zijn pluspion.

Hier heeft hij net 9…..Ld6, waarna wit 10. Pxb5 kan spelen en daarna stort de zwarte stelling in elkaar.

In onderstaande stelling dacht zwart te kunnen slaan op a8. Niet dus.

  1. Lh6 is mat!

De partij van Rinus was symbolisch voor de 5 winstpartijen. Zo meldde Sander de Bruijn me dat hij een helder en duidelijk plan had en dat zijn winstpartij kort en bondig kan worden samengevat met “winnen met touwtrekken zonder het touw iets te laten vieren”. Mooi gezegd.

Peter Schillemans debuteerde bij De Zwarte Dame, maar het was zeker niet zijn debuut als clubschaker. Dit jaar is hij weer begonnen met serieuze partijen. Hij heeft aan twee vierkampen meegedaan en oefent zo nu en dan een serieuze pot tegen Sander.

Hij vertelt dit over zijn debuut: Mijn tegenstander was een ervaren, sympathieke jaren60look-Belg, type rustige positionele speler, speelde beter dan ik (hij begreep de structuur in een Colle veel beter dan ik) en toen ik ook nog mijn meest actieve loper afruilde resteerde mij maar één ding: blijven vechten voor het team, naar het plafond kijken en hopen dat de schaakgoden ingrijpen.
En jawel dat gebeurde: de rustige positionele speler was in de tweede helft van de partij nerveus geworden en durfde niet te offeren, waar dat wel kon! Op zet 40 blunderde hij! Gezien teamstand, voerde ik mijn 40e zet uit, goed voor winststelling of minimaal vette plus en bood remise aan en drukte klok in. Immers captain Ad fluisterde even daarvoor je mag remise aanbieden. Om het risico dat ik te voet naar huis had gemoeten te voorkomen bood ik dat dus aan en kon er vrede mee hebben en jawel ik mocht met de auto mee terug! 🙂
Kortom mijn partij was niet voor publicatie geschikt, maar ik heb er wel het nodige van geleerd.

Wouter van der Ploeg kon na dameruil plots gratis een volle loper winnen, maar zag dit over het hoofd. Een paar zetten later won hij echter wel materiaal (toren en een stuk) toen zijn tegenstander dacht hem mat te zetten met Lxh2+, maar daarbij overzien had dat Kh1 gewoon een reglementaire zet was. Met dat materiële overwicht deed Wouter wat je in een teamwedstrijd moet doen: ruilen en mogelijke tegenkansen oplossen. Dat is belangrijker dan zoeken naar een snelle winst.

 

HWP Sas van Gent 4 Rating De Zwarte Dame 2 Rating Ronde 1
Colsen, M.M.M. (Manuel) 1734 Dek, E. (Eric) 1756 ½ – ½
Dhooge, A. (Achiel) 1705 Schillemans, P. (Peter) 1931 ½ – ½
Colsen, J. (Jelte) 0 Hollander den, R. (Rinus) 1722 0 – 1
Vrijsen, D. (Danielle) 1720 Boone, A.W. (Bram) 1715 ½ – ½
Neve, T. (Tycho) 0 Bruijn de, S.J. (Sander) 1707 0 – 1
Vries de, R. (Ruben) 0 Klinken van, A. (Ad) 1689 0 – 1
Vries de, S. (Simon) 0 Ploeg van der, W.Y.A. (Wouter) 0 0 – 1
Kley, M. (Michaela) 0 Meijaard, P.J. (Flip) 1599 0 – 1
Gemiddelde Rating: 1720 Gemiddelde Rating: 1731 1½-6½

 

En ondanks de ruime nederlaag appte Manuel Colsen me “het was een leuke middag”. En dat zette hij ook in zijn verslag, te lezen op hun site HWP. In dat verslagje valt te lezen dat Bram Boone een zware middag had, maar er toch een mooie remise uit sleepte. En op de foto die bij dat artikel staat kunnen jullie de ruggen zien van een aantal DZD-ers.

 

Peter van der Borgt