DZD-1

RSR Ivoren Toren 2 – DZD 1
1-4-2023

 

Zeiknat kwamen we aan, maar (gelukkig (nou ja) werden we afgedroogd

Het eerste deel van de titel moet letterlijk genomen worden, het tweede deel figuurlijk. Met maar liefst 7-1 gingen we de bietenbrug op. En dat was niet eens onterecht. Natuurlijk, Peter had kunnen winnen en Ton heeft remise uit handen gegeven. Maar dan nog: meer dan 6-2 verlies had er echt niet ingezeten.

Die 6 ½ – 1 ½ winst die we nodig hadden om kampioen te worden zat er dus absoluut niet in. Van deze plaats de welgemeende felicitaties aan onze tegenstander met het behaalde kampioenschap. De vierde klas krijgt er een serieuze tegenstander bij.

Laten we resultaten nalopen. Ruben de Bruijn mocht zijn debuut maken in het eerste, net als Karel Hoogerland. Het werd voor Ruben een leerzame middag. Op dit niveau moet je ook gewoon tijd nemen voor de opening en niet te snel / lichtvaardig je zetten doen. In de Svesnikov bleek Le7 in plaats van a6 “killing”. Wit kreeg paarden op c7 en d5 en die hielden Ruben in de houdgreep. Ruben kon zicht niet bevrijden en moest uiteindelijk afkloppen: 1-0 voor de Rotterdammers.

Rinus den Hollander was de tweede die klaar was. In de opening verloor Rinus teveel materiaal door een logische zet (18. Tb3 met aanval op de dame) te overzien. Zo werd het 2-0 voor RSR Ivoren Toren 2 en kon ik hun sympathieke teamleider, Bas Muntslag, feliciteren met het, zeer verdiende, kampioenschap.

Diezelfde Bas maakte gehakt van Lennard Duynkerke. Die had, naar eigen zeggen, “geen tijd om te rokeren” en werd na een stukoffer zo klem gezet dat Lennard zijn dame moest geven en proberen een vesting te bouwen. Dat lukte niet. Leerzaam voor Lennard en een prachtpartij van Bas.

De eer werd gered door Peter van der Borgt die aan het eerste bord remiseerde tegen een 2000+-speler. Knap, maar Peter zal niet tevreden zijn.

In deze stelling

heeft Peter net 15. d5 gespeeld. Een zet die twee zetten eerder nog beter was geweest, maar nu ook zwart in een moeilijk parket brengt door de dreiging Lb6. Zwart reageerde best snel, zoals hij trouwens de hele partij het tempo er aardig in hield: 15….Pe5. Ik zag toen wel dat na 16. Lb6 zwart 16….Txc3 zou doen en dat ik met de pion moest terug slaan (ik moet immers mijn loper blijven dekken). Ik zag ook wel dat pion a3 verloren zou gaan of ik mogelijk de kwaliteit terug moest geven (La4). Ik kon het allemaal niet overzien.

Zetten later stond het zo:

Ik ben aan zet. Wat nu?

  • Slaan op f7?
  • Slaan op b7?
  • Of iets rigoreus: Td7?
  • Of iets simpels: Td8?

De laatste twee opties had ik snel terzijde geschoven: te gevaarlijk respectievelijk te remise-achtig. Slaan op b7 leek me in eerste instantie niet goed, want dan volgt 22…..Tb8 en dan verlies ik een loper. Toch niet, want dan speel ik 23. Td8+ en na 23……Txd8 speel ik eerst 24. exf7+ en daarna 25. Lxd8 en ik kom een pion voor; waarschijnlijk niet genoeg voor de winst, maar je weet maar nooit.

En daarom keurde ik slaan op f7 af, want dan zou na 22……Kxf7, 23. Lxb7 niet goed zijn vanwege 23….Tb8. Dat klopt, maar na 23. Tb1 gaat die pion op b7 er echt aan. Maar zo diep kan ik niet rekenen.

Kortom: ik sloeg op b7.

Even later is dit de situatie:

Ik hoef niet bang te zijn voor slaan op c3, want na Lxc3 speel ik Tc1. Maar ik wil ook onderste-rij-grappen uit de stelling halen. Hier twijfelde ik tussen 27. g3 en 27. Kf1. Vele zetten later baalde ik van mijn keuze om de g-pion op te spelen. Gek genoeg was 27. Kf1 mijn eerste ingeving, maar leek me 27. g3 safer, want stel dat ik Ke1 speelde kon zwart misschien iets met Te8+. Maar wat dan nog, bedenk ik me nu.

Ook mijn tegenstander deed natuurlijk niet telkens de beste zet. Na slim gemanoeuvreer kon ik nog een pion winnen:

Iedereen zal het wel zien: 30. Lxg7. Ik begon wel meer en meer een gebrek aan tijd te hebben, terwijl mijn tegenstander (die in 2016 nog op de Schaakolympiade speelde voor Afghanistan) meer dan genoeg tijd had.De tijd die ik nog had moest ik in deze stelling

goed besteden. Maar dat deed ik niet. Uit angst. Natuurlijk keek ik naar 33. Th7 of Tg7 en ook naar 33. Kg2, maar ik was bang dat zwart een vrije d-pion kreeg. Dus speelde ik 33. Lxc5, Txc5 34.Tb3. Nog steeds gewonnen, maar hoe? Ik durf dus mijn c-pion niet op te geven en hoe krijg ik dan mijn toren achter mijn pionnen op de koningsvleugel, als ik daar eenmaal twee verbonden vrijpionnen heb?

Potjandrie, ik kwam er niet uit.

We zijn weer verder. De engine geeft 54. h6 een evaluatie van +5,98 en warempel, dat speel ik ook. Wat ging er dan daarna fout, want zoals jullie wel begrepen hebben werd het remise.

  1. h6, Txg4 55. Ta7??????????????????????????????????????????????????

Okay, dit zijn wel erg veel vraagtekens, maar zien jullie de winnende zet? Zo simpel. Wat ben ik toch een dropl.l.

Hierna kwam ook het tweede halfje op het wedstrijdformulier. Bram Boone stond er, na terugslaan op g3 met zijn f-pion niet best voor, leek het. Zwart leek met zijn vrije e-pion op weg naar winst, maar met het opspelen van zijn d-pion wist Bram voldoende tegenkansen te scheppen voor een mooie remise.

Karel knokte de hele partij, maar zijn tegenstreefster bleef de overhand houden. Karel probeerde zichzelf tegenkansen te geven, maar de witspeelster wist die te neutraliseren. Knap gespeeld van haar. Zo werd het 5-1. Trouwens ook bijzonder dat Karel in zijn eerste (niet eens hele) seizoen al speelde tegen een titelhoudster. Deze dame uit Albanië is namelijk WFM!

De 6-1 kwam er doordat Eric Clarisse zijn openingsproblemen onvoldoende kon oplossen en in een eindspel terecht kwam met een pion minder (4 tegen 3 pionnen op de koningsvleugel) wat wit fout kon doen, maar niet deed.

Ton was als laatste bezig. Toen ik deze foto

nam stond Ton nog remise.

Maar even later ging Ton in deze stelling

in de fout door à tempo a2-a3 speelde in plaats van het logische Pg3. Logisch want Ton had dat paard naar h1 gespeeld (altijd mooi om te doen) om met Pg3 de pion op h5 aan te vallen. Toch wonderlijk hoe het menselijke brein dan werkt. Eerst een vrij nutteloze pion veilig stellen in plaats van een belangrijke pion van je tegenstander aan te vallen.

Overigens zou het na Pg3, Lg6 nog steeds niet simpel zijn om remise te houden. Het blijft opletten geblazen omdat Ton minder ruimte heeft dan zijn opponent.

PS: 55. Ta4 zou winnend zijn geweest  voor Peter. Slaan (55….Txa4) leidt ertoe dat wit de d-pion wint en met de c-pion promoveert. Maar na 55….Tg8 volgt 56. Th4 en dat is wat je wilt: met je toren achter de pion. Dat wint ook simpel. De enige reden die ik me kan bedenken dat ik het niet zag is dat ik van mezelf aan het balen was dat ik een mooie stelling al zetten terug (na 33. Lxc5) verknald had. Maar dat is geen reden te stoppen met nadenken.

Tsjonge, jonge. Wil je hem naspelen: chess.com Mohtaat, H. – Borgt, P. van der

 

De gedetailleerde uitslag:

Mohtaat, H. (Homayoun) 2019 Borgt van der, P.B.F. (Peter) 1880 ½ – ½
Vogelesang, S. (Sander) 1970 Clarisse, E. (Eric) 1780 1 – 0
Muntslag, B.A. (Bas) 1819 Duynkerke, L.J. (Lennard) 1773 1 – 0
Zondag, J.A.T. (Jason) 1869 Hollander den, R. (Rinus) 1613 1 – 0
Rijnders, W. (Wijnand) 1825 Boone, A.W. (Bram) 1518 ½ – ½
Shabanaj, A. (Alda) 1843 Hoogerland, K.A. (Karel) 0 1 – 0
Ayala, L. (Leonardo) 1759 Vliet van, A. (Ton) 1556 1 – 0
Iersel van, Y.C. (Yorn) 1733 Bruijn de, R.T. (Ruben) 0 1 – 0
Gemiddelde Rating: 1855 Gemiddelde Rating: 1687  

 

Het seizoen voor DZD 1 is voorbij. In een poule van 8 teams waren we bij aanvang van het seizoen als zevende geplaatst. Een degradatieplaats. We zijn uiteindelijk derde geworden en hebben tot en met de laatste wedstrijd meegedaan om de titel. Kortom: gewoon een puik seizoen.

We hebben vijf keer gewonnen en twee keer verloren: de eerste ronde en de laatste ronde. Het seizoen is dus “te vroeg” begonnen en “te lang” doorgegaan.

Team MP BP 1 2 3 4 5 6 7 8
1. RSR Ivoren Toren 2 14 41.5 5 7
2. CSV 2 10 32.5 3 3 5 7
3. De Zwarte Dame 1 10 30.5 1 5 5 6
4. Messemaker 1847 2 8 34 6 6 7
5. Erasmus 2 6 26.5 3 2 5 6
6. RSG 1 5 24.5 3 2 3 4
7. Bergen op Zoom 2 3 21.5 1 2 4 6
8. CSV 3 0 13 ½ 1 2 2

 

Uit de eindstand blijkt ook dat we met relatief weinig bordpunten (4,26 per wedstrijd) hoog zijn geëindigd. De nederlagen waren terecht, de zeges ook, al was die tegen Messemaker een beetje gelukkig, omdat de 1e bordspeler wilde winnen in een stelling waarin dat niet meer kon bij een stand van 3 ½ – 3 ½.

Lennard Duynkerke werd topscorer met 6 uit 7. Een prima prestatie die zijn rating (FIDE en KNSB) een mooie boost heeft gegeven. Lennard had dan ook de hoogste TPR van de vaste spelers.

Eric Clarisse verloor, net als Lennard, alleen in de laatste ronde. Eén keer was Eric ziek, waardoor hij niet alle wedstrijden speelde. Zijn 4 uit 6 is prima.

Peter van der Borgt en Rinus den Hollander scoorden 4 uit 7. Peter werd in de eerste ronde van het bord geveegd. Daarna heeft hij goed gespeeld en twee keer in het teambelang een remise gescoord, waarbij, gezien de rating van de tegenstanders, doorspelen ook een optie was geweest. Rinus toonde dit seizoen zijn fighting spirit door in mindere stellingen niet op te geven, maar door te gaan en dan ook nog een enkele keer het volle punt te scoren.

Voor onze andere twee vaste spelers, Ton van Vliet en Leon Zweedijk, heeft het seizoen niet gebracht wat ze gehoopt hebben. Hun 1 uit 6 en 1 ½ uit 6 is onder hun niveau. Aan hen de schone taak volgend seizoen het ongelijk van de statistieken te bewijzen.

Bram Boone was, door een ongelukkig werkschema, maar twee keer beschikbaar. Maar zijn twee remises waren zeer goed, gezien de tegenstand.

De andere invallers kwamen soms uit het tweede, soms uit de pool van leden die “in noodgevallen” willen mee doen. Marco Baars had een 2 uit 2 die best bijzonder was. Eén keer door een telefoon die afging en éen keer door een leeg bord. Ad van Klinken scoorde ook 2 uit 2 en dat waren “normale” zeges door opgave van zijn tegenstander.

 

Peter van der Borgt

 

 

 

 


DZD 1 – BSV 2
11-3-2023

 

Negen spelers en toch één tekort

 

Er waren 9 leden van BSV op zaterdag 11 maart 2023 in Ons Dorpshuis. En ze speelden allemaal. Toch had BSV 2 een speler tekort in de wedstrijd tegen De Zwarte Dame 1. Rara, hoe kan dat?

En was er ook nog een bijrol voor de sympathieke BSV-er, Oliver de Hert en die was er niet eens, want die speelde met BSV 1 in Krimpen aan de IJssel.

En die bijrol van Oliver had weer alles te maken met één van Neerlands grootste Heino-fans, die tegelijkertijd ook voorzitter is van de ZSB. Vanwege de invalbeurt van Jan Capello bracht hij (niet Jan, maar die Heino-fan) me op de hoogte van één van diens mooiste nummers (dixit Ton de Fan): Hey Capello (Es lebt eine Frau in Spanien) – YouTube

En inderdaad. Zo begon ook ongeveer mijn telefoongesprek met Jan rond het middaguur op die 11e maart: “Hey Capello (eigenlijk zei ik “Hey Jan”), ik krijg net bericht dat BSV maar 7 spelers heeft en dat ze het 7e bord leeg laten”. Het was dus “Geen Capello” in plaats van “Hey Capello”.

BSV 2 staat onbegrijpelijk laag in 5H en wij onbegrijpelijk hoog. BSV moest winnen om degradatie te vermijden. En wij moesten winnen om kampioenskansen te houden. Een “do-or-die” wedstrijd dus. Voor BSV liep het niet goed af. Dat lege bord (en de snelle 0) hielp hen natuurlijk niet. Toch mogen ze volgend jaar weer tegen De Zwarte Dame, het tweede team.

Zelf was ik zo slim al snel remise aan te bieden. Ik dacht dat ik minder stond. Dat viel in de analyse mee en ook de engine vond het allemaal niet schokkend. Ons oud-lid Piet Bruys zag wel dat hij beter stond, maar met het ratingverschil in het achterhoofd nam hij mijn aanbod aan: 1½ – ½.

In de witborden op 2, 4 en 8 had ik, gezien de stellingen, wel vertrouwen. Leon Zweedijk was een pionnetje voor gekomen, Wouter Bliek (die weer eens mee deed, omdat we bij DZD 1 en 2 dit keer relatief veel afmeldingen hadden; onder andere door hoestjes en griepjes) was aan een kansrijke minoriteitsaanval begonnen en Eric Clarisse stond lekker, maar ook niet meer dan dat.

De resterende zwartborden (3 en 5) leken me al in de openingsfase in zwaar weer beland te zijn. En dan hadden we Rinus den Hollander nog. Rinus had twee pionnen op c4 en d4. En de vraag was of die konden opstomen, dan zouden ze sterk zijn, zo niet: zwak.

Na tweeënhalf uur spelen kwamen we op 2 ½ – ½ doordat Lennard Duynkerke won. Het lijkt dit seizoen niet uit te maken of Lennard goed of slecht uit de opening komt; hij wint toch wel. Hij heeft nu 6 op 6 en dit jaar een enorme stijging van zijn rating.

Na Lennards 12e zet (Le7) kon wit de partij beslissen. Ziet u hoe? Antwoord: verderop.

Ook Eric Clarisse scoort prima dit seizoen. Hij begon met twee halfjes, maar daarna won hij alles. Nu ook weer, zodat we op 3 ½e punt kwamen. Met Wouter en Leon die een materiële voorsprong hadden konden we de teamzege bijna niet meer ontlopen.

BSV kwam terug in de wedstrijd doordat een BSV-er verloor. Helaas was dat een BSV-er die bij ons mee speelde. Hij speelde een opening die Oliver de Hert hem had aangeraden. Hij had er tegen Oliver (goede speler met bijna 1900 ELO-puntjes achter zijn naam) zelfs remise tegen gespeeld. Heel even dacht ik dat Oliver hem een opening had geadviseerd die juist verlieslatend zou zijn zodat BSV in elk geval een bordpunt zou halen. Onzin natuurlijk, zo is Oliver niet. Nee hoor, onze BSV-er (en Heino-fan), had gewoon wat zetten door elkaar gehaald.

Op zaterdag kostte hem dat nog wat moeite om toe te geven. Dat hij niet gerokeerd had deed hij af met “had ik geen tijd voor”. Een drogreden die wel vaker genoemd wordt, zoals de voetballer die een sliding op de benen (in plaats van de bal) af doet met “ik was te laat”. Niet rokeren is een kwestie van keuzes maken en als je “er geen tijd voor had” heb je verkeerde keuzes gemaakt. Het heeft mij ook jaren gekost om deze wijsheid te verkrijgen.

Op zondag was bij Ton inmiddels ook de harde werkelijkheid binnen gekomen en op mijn vraag wat de engine ervan vond mailde hij mij De engine huilt, samen met mij…

Ton verloor dus, mede doordat zijn tegenstander gewoon een goede pot speelde. Dat deed ook de Bergenaar die tegen Rinus den Holander speelde. Rinus’ pionnen op c4 en d4 bleken een zwakte en Haverhoek maakte daar prima gebruik van. Dat Rinus’ vlag viel was voor Rinus wellicht eerder een opluchting dan een teleurstelling. Zo kwam BSV op 2 ½e punt. Helaas voor hen waren wij tussendoor al op 4 ½e punt gekomen doordat Wouter Bliek een nette, rechttoe rechtaan, zege boekte.

En toen was Leon Zweedijk nog bezig. Leon had een loper, een paard en een pion. Zijn tegenstander een loper en een pion. Leon deed er alles aan om zijn ene pion (ook nog een randpion) niet te laten slaan door die zwarte loper. Een eindspel van K+L+P tegen K Alleen wil je niet spelen. Nog erger zou zijn dat de zwarte loper geruild zou worden met het witte paard, omdat Leon de “verkeerde loper” had (lees: een witte en het promotieveld van zijn randpion was zwart). Gelukkig kon Leon dat voorkomen, maar niet dat de witte en zwarte pion geslagen werden.

Het paard heeft zojuist (zet 73) de laatste pion geslagen. De engine geeft nu +49. Ammehoela. Voor spelers van ons niveau voelt dit als +iets, maar wellicht gewoon +0.

We maakten ons al op voor een lange avond, want hoe zet je binnen 50 zetten (ja, die regel heb je ook nog) je tegenstander mat met alleen een loper een paard? Je moet de eenzame koning in de hoek zien te drijven waarvan het hoekveld bestreken wordt door je loper. De samenwerking tussen paard en loper gaat het best als ze op dezelfde kleur staan. Dat wist ik nog. Leon waarschijnlijk ook. Zijn tegenstander niet en opmerkelijk snel wist Leon hem mat te zetten (op zet 87). Toch knap.

O ja, na zet 80 van zwart gaf de engine hier +M12.

Ben benieuwd of jullie dit kunnen: binnen 12 zetten mat geven. Leon lukt het dus al binnen 7 zetten, maar dat kwam omdat zijn tegenstander niet telkens de beste zet deed.

In het vijfde speeluur was Leons partij en die van Ruben de Bruijn bij DZD 2 trouwens wel een publiekstrekker.

 

De gedetailleerde uitslag:

Rating
Rating
Borgt van der, P.B.F. (Peter) 1888 Bruys, P.A.F. (Piet) 1627 ½ – ½
Clarisse, E. (Eric) 1778 Demmers, P.J. (Pieter-Jan) 1576 1 – 0
Duynkerke, L.J. (Lennard) 1762 Quinten, L. (Laurens) 1564 1 – 0
Bliek, W. (Wouter) 1923 Deleersnyder, L. (Lieselot) 1613 1 – 0
Vliet van, A. (Ton) 1577 Looff de, J.C. (Kees) 1566 0 – 1
Hollander den, R. (Rinus) 1626 Haverhoek, J.M. (Jan) 1540 0 – 1
Capello, J. (Jan) 1559 NO 0 1 – 0
Zweedijk, L.J.A. (Leon) 1624 Hopmans, W. (Wesley) 1445 1 – 0
Gemiddelde Rating: 1717 Gemiddelde Rating: 1562 5½-2½

 

We moesten dus winnen om kampioenskansen te behouden, maar dan moest RSR Ivoren Toren 2 niet winnen. Maar dat deden ze wel, met 5½ – 2½. Op papier kunnen we nog kampioen worden als we met 6½ – 1½  of beter winnen van de Rotterdammers in de volgende (laatste) ronde. Als we met 6½ – 1½  winnen staan we precies gelijk in matchpunten, maar dan beslist het onderling resultaat.

Maar is 6½ – 1½ realistisch? Nee, RSR Ivoren Toren 2 brengt gemiddeld een team van ruim boven de 1800 achter het bord. Wij meestal in de 1600. Met gemiddeld 1717 hadden we deze ronde het sterkste team van dit seizoen achter het bord.

Is het erg om geen kampioen te worden en niet te promoveren? Nee. Heel eerlijk: we horen gewoon thuis in die 5e klas en niet hoger. Dat weten ook teams als Middelburg 1 en Souburg 2, die een grote kans hebben te degraderen vanuit de 4e klas. Jarenlang hebben zij door in de “Zeeuwse” klasse te zitten zich kunnen handhaven (vorig jaar doordat er in die klasse helemaal geen degradant was). Die klasse was jarenlang de zwakste van alle 4e klassen. Dat wordt er door de (versterkte) degradatie dit seizoen uitgefilterd. En dat is goed voor het schaken.

 

Peter van der Borgt

 

Antwoord:

Lennards tegenstander had met 13. Pb5 kunnen winnen. Hij speelde 13. Lb5+ wat ook niet onaardig was. Na 13. Pb5, Db8 14. Pc7+, Kf8 15. Pxa8 staat zwart gewoon de kwaliteit achter en ook nog achter in ontwikkeling. Game over. Na 13. Lb5+ kon Lennard in de partij blijven en na wat onzorgvuldige zetten van wit won Lennard.

Naschrift 1: Klopt het nu wel dat het niet realistisch is dat we met 6½ – 1½ van RSR Ivoren Toren 2 winnen, bedacht ik me een paar dagen na de wedstrijd tegen BSV 2? Ik ging eens rekenen: Van de vijf min of meer vaste spelers die die laatste ronde mee doen is dit het verwachte resultaat:

  1. Peter speelt op 1 met wit en heeft met wit alles gewonnen: Zeker een vol punt dus.
  2. Eric wint extern in België niks en in Nederland alles. Rotterdam = Nederland = Vol Punt.
  3. Lennard heeft 6 op 6. Weer een Vol Punt.
  4. Ton heeft nog geen één keer gewonnen dit seizoen. Dat moet er een keer van komen: Vol Punt nummer vier.
  5. Rinus speelt altijd positioneel en hoort dus remise te spelen. Dit seizoen nog geen enkele remise. Ook die komt er aan.

Dat is dus 4 ½ e punt op 5 borden. Die andere drie borden worden bezet door spelers die geen van allen meer dan twee keer hebben mee gedaan. En wat is hun score? 9 ½ uit 14. Dat is 68%. En als je dat percentage vermenigvuldigt met 3 (want zoveel borden zijn er nog over). Wat krijg je dan? Twee (2) Volle Punten.

En hoeveel is 4½ + 2? Juist: 6½. Die wedstrijd in Rotterdam kan dus administratief afgedaan worden. Kampioenschap is binnen. Ben benieuwd welke bloemen we krijgen.

Naschrift 2: Ons oud-lid Piet Bruijs had zaterdagavond al een verslag klaar dat intern binnen BSV gedeeld werd en wat ik met toestemming van Piet mag toevoegen aan mijn verslag.

 

Beste schaakvrienden,

 

Het tweede heeft vandaag verloren van De Zwarte Dame uit Kruiningen. Zoals zo vaak dit seizoen had er wel iets meer in gezeten.

Kruiningen is een bekende voor ons. Menig BSV-er heeft er al eens gespeeld, te beginnen met Michel Montenegro, die 20-25 jaar geleden woonachtig was in Rilland, en ook nu spelen er nog drie BSV-ers daar. Waaronder Jules van Raaij, die de vorige keer zo goed speelde en nu niet in het rijtje namen voorkwam die ik doorgegeven kreeg. Alexander was er in hun Tweede en Ton werd lichtelijk verdacht van omkoping toen hij verloor van Kees. Men dreigt hem nu voor volgend jaar een team lager te zetten. Ja, open als ze zijn, die Zeeuwen, zit er toch nog steeds een zweempje van minderwaardigheidsgevoel, wat zich uit in financiële kwesties. Per ongeluk. Omdat ik vroeg klaar was bleef ik aan de koffie, maar omdat Wesley er een lange dag van leek te maken nam ik maar een wijntje. Kosten: €3,50. Ok deal. ‘Nee ,dat is toch 4 euro. Ja Ja, ons ben zuunig eéé’.

Ik was als eerste klaar. Ik mocht het opnemen tegen Peter v.d. Borgt, de grote motor in alle facetten van hun club. Met wit kwam ik in het Londen systeem neutraal uit de opening. In mijn voortzetting overzag hij een gepland tussenzetje van mij waardoor hij iets minder kwam te staan. Hij bood op dat psychologische moment remise aan wat ik in eerste instantie weigerde. Maar gezien de uiterst complexe strategische en tactische consequenties nam ik het toch maar aan. Het eerste halfje was binnen. In de rest van het veld was het allemaal onduidelijk.

Ook bij Lieselot ging het gelijk op. Zij speelde tegen Wouter Bliek, de man die al jaren niet extern speelt, maar intern bij hun zowat elk jaar kampioen wordt en ook de hoogste rating daar heeft. Daar moest ze uiteindelijk voor buigen. Geen schande; je hebt keihard gevochten.

Dan hadden we ziektes en afmeldingen, stakingen ,die overigens het openbaar vervoer niet platlegden deze dag, dus al met al begonnen we al met een bord minder. Pieter-Jan leek ook niet verkeerd te gaan en daar was de hoop op minimaal een halfje aan bord twee gerechtvaardigd. Iets ging er daar mis tegen de erg ervaren Eric.

Laurens aan bord drie trof één van die paar spelers vandaag die het niet nodig vonden om bijtijds te rokeren en hun koning in veiligheid te brengen. Hij had het gezien, Laurens, en wist met een offer op b5 dat het goed moest komen, om minimaal een kwaliteit te winnen. Loper of Paard offeren, that was ‘The question’. Oooohh, hij pakte de verkeerde en dat kostte materiaal; geen puntje erbij, maar puntje eraf. Jammer. Zo dichtbij.

Ook Kees trof een tegenstander, die rokeren niet belangrijk genoeg vond. Ton. Dus, Ton stond eerder schaak dan Kees. Lang verhaal kort: de stukken konden de doos in. Punt !!.

Jan speelde tegen Rinus, die een 4 uit 5 had gescoord in de externe competitie dit seizoen. Die 80%s score kon hij wel op zijn buik schrijven dit seizoen, want Jan speelde, als zijn grote idool Tal, ’de Tovenaar uit Riga’. Een fianchetto, een Koning op g1. Een paard op f drie, een dame op de diagonaal, aftrekkers, ’grote overdaad’. Veel manieren om daar van te profiteren. Spektakel voor de toeschouwers, heerlijk  hoe het allemaal anders ging en toch won.

De spanning voor de team overwinning was er niet meer, de spanning om de strijd voor het halfje voor Wesley nog wel. Leon gaf Wesley een paar keer de kans om alle pionnen van het bord te ‘juinen’, waardoor er een eindspel ontstond van P L tegen K. Ok do it ‘Wesley said’. Wij, de minimaal 5 toeschouwers, dachten er ook zo over. Laat maar zien. Het kwam close en close. Na een zet of twintig kon hij met zijn Koning naar de ‘verkeerde’ hoek ontsnappen en dat had dan weer 20 zetten of meer gekost. En met de 50 zettenregel had remise binnen bereik geweest. Maar ah, hij ging de verkeerde hoek in en werd mat gezet. Zo zie je dat een beetje kennis van theorie punten kan schelen.

Groeten Piet.

 


CSV 2 – DZD 1
11-2-2023

 

Nog steeds kampioenkans(je)

We speelden in de Voorhof, een mooie zaal bij een kerk. Er pasten makkelijk zes teams in (CSV 1 tot en met 3 speelden thuis). Vlak voor kerst hadden we CSV 3 verslagen, maar hun tweede team was “een ander pak mouwen”, zoals onze Zuiderburen zeggen.

CSV 2 was de nummer twee en wij de nummer drie. RSR Ivoren Toren 2 de nummer één met twee matchpunten meer (en ook nog meer bordpunten). Om mee te blijven doen om het kampioenschap moesten wij (met hierna nog twee rondes te gaan) winnen, maar CSV ook. Op papier waren we ongeveer even goed.

Maar papier zegt niet zoveel. Na het eerste uur had ik er een hard hoofd in: Bram Boone stond een pion achter, Herman Schoonakker stond moeilijk (zwakke witte velden) en Ton van Vliet had een ogenschijnlijk hulpeloos paard op a6. Daar stond tegenover dat Eric Clarisse lekker uit de opening was gekomen. De andere vier borden leken gelijk te staan, alhoewel de stelling bij Rinus den Hollander zo onduidelijk was dat het daar alle kanten op kon.

En plots in het tweede uur: Eric wint een pion, Leon Zweedijk komt een pion voor, Lennard Duynkerke zelfs een paar pionnen en in deze stelling

denkt de tegenstander van Peter van der Borgt met 10….Pxe4 een pion te winnen. En dat is ook zo na 11 Lxe7, Pxc3 12. Lxd8, Pxd1 13. Lxc7, Pxb2, maar niet na 11. Lxe7, Pxc3, 12. De1 (tsja, dat is nu net zo’n zetje dat je over hoofd ziet) en wit komt een kwaliteit voor.

We komen voor doordat Eric wint. Dit meldt hij over zijn partij:

…dacht dat ik niet meer verrast kon worden in het Budapester Gambiet.

Na de standaard zetten 1.c4 Nf6 2.d4 e5 3.dxe5 Ng4 4.Nf3 Nc6 werd ik compleet verrast door 5.e4. Duurde ook even voor ik realiseerde dat ik geen pion voor stond (na 5… Bc5 6.Be3 Nxe3 7.fxe3 Bxe3 want ik had immers pion e5 geofferd). Dertig minuten besteed om de winst te vinden, liefst met stukoffer, helaas niet kunnen vinden.

Dan maar zonder risico een wat saai ogende stelling in, maar na de ruil op c3 waren alle witte pionnen hopeloos zwak (in de auto op de terugweg had het siliconen monster aan 2 tellen genoeg om de geforceerde stukwinst wel te vinden). 

Rest van de partij werd gekenmerkt door totale heerschappij van de zwarte velden zonder zwartveldige loper. Het remise-aanbod kwam op een moment dat ik of mat ging geven of een toren of een dame ging winnen; daar had ik geen 2 tellen voor nodig. Ippon !

Het werd 1-1 doordat Herman een pion verloor in een toch al beroerde stelling. Maar bijna net zo snel kwamen we met 3-1 voor.

Eerst laat ik Herman aan het woord: Het was wat mij betreft allemaal niet best zaterdagmiddag. Een partijnauwkeurigheid van 75,4 is ook voor mijn doen niet hoog.

In deze stelling is zwart (Hermans tegenstander) aan zet. Hij kan op twee manieren pion c4 aanvallen: met 23…. Dg4 of met 23…. De2. Wat zou u doen en wat zou Hermans reactie moeten zijn (antwoord: zie verderop).

Bij Rinus was het een spektakelstuk. Rinus meldt het volgende:

Ik speelde met zwart tegen Menno van Beek de Sveshnikov variant van het Siciliaans. Het werd flink nadenken voor mij. Hoe zat het ook alweer met die Sveshnikov? Het was alweer een poos geleden. Je verwisselt zomaar zetten. En dat kostte helaas flink wat tijd. 

Na wits 13e zet was de volgende stelling op het bord gekomen:

 

Ik had hier zomaar materiaal kunnen winnen door 13. 0-0 te spelen, maar die zet heb ik niet eens overwogen! Teveel gefocust op die paarden.

Na 14. Pbc7 Ta7 verliest wit een paard tegen 1 pion. Jammer. Met als gevolg dat er nu nog schaak in zat op c7 en wit vervolgens nog zijn dame kon terugtrekken naar d1 en gewoon een paard kon afruilen.

Na de afruil verlegde het spel zich meer naar de koningsvleugel.

 

Op zet 24 ging ik hier (in tijdnood, nog enkele minuten over) zomaar in de fout door mijn dame naar g7 te spelen. Wit aarzelde niet en sloeg de pion op f5 met zijn paard.

Na 24. …. Dg6 dacht wit echter onterecht dat hij via 25. De4 het verlies van zijn (nu dubbel aangevallen) paard op f5 kon voorkomen. Gewoon het paard dekken met 25. g4 was hier de juiste voortzetting geweest (en later Tg3).

Nu kon ik echter gewoon het paard op f5 slaan met mijn dame, want na Dxb7 loop wit mat via Dd3 en De2. Menno gaf na 25. …. Dxf5 direct op.

 Een leerzame partij weer!

Dat was dus 2-1 voor en Lennard maakte er 3-1 van. Over de partij meldde hij dit:

Mijn tegenstander speelde Dame-Indisch, een opening die ik zelden tegen krijg. De eerste acht zetten wist ik nog wel te herinneren, maar plannen voor het middenspel waren toch voor een groot deel weggezakt. Aan het einde van de opening had ik daarom al snel een 20 minuten voorsprong op de klok, maar die was twee zetten later al verdwenen. Gelukkig maakte mijn tegenstander op dat moment een fout, waardoor ik een pion kon winnen en een drietal zetten later nog twee, zodat ik plotseling op de dameszijde een 3-tegen-0 pionnenmeerderheid had. Het enige wat ik toen nog moest doen was afwikkelen, dus dat probeerde ik. Mijn tegenstander kreeg nog wel vervelend tegenspel op de koningszijde, maar de meerderheid van zijn stukken stond te ver bij mijn koning vandaan om echt een verschil te kunnen maken. Toen ik dus uiteindelijk nog een stuk kon winnen was zijn aanval definitief over en dreigde ik zelfs hem mat te zetten. Mijn tegenstander gaf toen dus ook op. Eigenlijk was deze partij dus best wel een cadeautje omdat hij al direct na de opening een aantal cruciale pionnen blunderde.

Een tegenvaller was dat Leon zijn voordelige stelling om zeep had geholpen (Leon: ik zag spoken) en een nul moest incasseren. Maar daar stond ook een meevaller tegenover, omdat Ton zijn mindere stelling naar een remise had gekeept. Zijn reactie was dan ook kort: Weinig te melden, tegenstander had op enig moment plus 2 maar deed het toen niet goed, eindstand potremise volgens engine.

Toen stond het dus 3 ½ – 2 ½ in ons voordeel. Zelf zat ik in tijdnood en had ik het allemaal niet handig gespeeld. Omdat ik dacht dat Bram ging verliezen moest ik dus risico’s nemen wilden we de wedstrijd winnen. Pas na mijn 40e zet kwam ik erachter dat Bram er nog remise had uitgesleept. Remise zou voor mij dus goed genoeg zijn geweest.

Met minder dan een minuut op de klok met een toren tegen een (rottige, ver opgerukte) pion moest ik in deze stelling mijn 39e zet doen.

Ik speelde 39. Tac8 om na 39….Pc5 40. Txc5 te spelen, zodat ik na 40…..dxc5 41. Txc5 een kwaliteit voor zou staan, alhoewel ik wel zag dat, om de c-pion te winnen, ik mijn loper zou verliezen en het een remise-stelling werd. Wie weet zag hij 39….Pc5 niet. Gek genoeg zag ik niet dat er veel betere zetten waren dan 39. Tac8, zoals 39. Ta4 om na 39…..Pc5 gewoon Tc4 te spelen. Ik had geluk, want mijn tegenstander zag inderdaad 39…. Pc5 niet en speelde 39….Pg3 en toen kon ik simpel winnen. Nou simpel, ik moest een blunder maken om af te kunnen wikkelen. Dat klinkt raar, maar zie hier:

Ik had hier net 44. Kh2 gespeeld om 44…..Pd2 met het sublieme 45. Td3 (pent het paard) te beantwoorden. Gelukkig deed ik de blundercheck en zag ik dat dan 45…..Pxf1+ (SCHAAK, dus 46. Txd1 zou onreglementair zijn) zou volgen met torenverlies. Nu speelde ik 45. Le2 en verloor ik de kwaliteit na 45….Pxf3, maar met mijn loper op f3 en zonder dat zwarte paard was het veel simpeler te winnen.

Rating
Rating
Herrewijn, T.P. (Thomas) 1821 Borgt van der, P.B.F. (Peter) 1877 0 – 1
Stroosma, H. (Harry) 1695 Clarisse, E. (Eric) 1768 0 – 1
Brus, D. (Derk) 1715 Duynkerke, L.J. (Lennard) 1731 0 – 1
Beek van, M.C. (Menno) 1658 Hollander den, R. (Rinus) 1609 0 – 1
Ritsma, R. (Robbert) 1650 Zweedijk, L.J.A. (Leon) 1625 1 – 0
Blokland, J. (Hans) 1665 Vliet van, A. (Ton) 1574 ½ – ½
Ramak, V.I. (Vince) 0 Schoonakker, H.A. (Herman) 1438 1 – 0
Tjepkema, M. (Marco) 1563 Boone, A.W. (Bram) 1502 ½ – ½
Gemiddelde Rating: 1681 Gemiddelde Rating: 1641 3-5

 

RSR Ivoren Toren 2 10 29
De Zwarte Dame 1 8 24
Messemaker 1847 2 6 25.5
CSV 2 6 20
RSG 1 5 19.5
Erasmus 2 4 19
Bergen op Zoom 2 1 13
CSV 3 0 10

 

Dit is de stand met nog twee rondes te spelen:

Met nog twee rondes te gaan kunnen we RSR Ivoren Toren 2 nog inhalen, al is het maar omdat we in de zevende (en laatste) ronde naar Rotterdam mogen om hen te bekampen. Maar ja, 5 bordpunten minder. Dat is nogal wat. Het zou dus mooi zijn als de Ivoren Toren de volgende ronde matchpunten laat liggen tegen Messemaker 2. Maar hoe reëel is dat en hoe realistisch is het dat wij de Rotterdammers verslaan die gemiddeld 1790 – 1830 achter de borden zetten.

Ach, als Eric (3 uit 4), Lennard (5 uit 5) en Rinus (4 uit 5) gewoon blijven scoren, dan is alles mogelijk!

Maar laten we niet nadenken over de 7e ronde. Eerst moeten we het in degradatienood verkerende BSV 2 nog zien te verslaan. Voorwaar, geen simpele klus, want BSV speelt gemiddeld met een team dat qua rating op ons niveau zit.

En dan hadden we nog de vraag bij de stelling van Herman: Op 23…. Dg4 kan Herman de boel met 24. Tb2 nog net bij elkaar houden. Die torenzet werkt niet na 23…. De2, wat dus het beste is. Hermans tegenstander speelde de dame naar g4; helaas zag Herman Tb2 niet. Hij speelde 24. f3 en toen was het snel uit.

Herman: f3 op zet 24 werd door Stockfish als een blunder beoordeeld. Dat was natuurlijk jammer, temeer omdat de zet van mijn tegenstander daarvoor  23… Dg4 ook niet goed was. Ik had op zet 24 volgens Stockfish Tb2 moeten spelen, dan zou ik zelfs op een kleine voorsprong zijn gekomen. Ik had dit niet gezien. Ik dacht dat daarop Pf3+ zou volgen en als ik dan het paard nam, ik de toren zou verliezen.

Mijn jonge tegenstander Vince Ramak speelde een prima partij en dat gold gelukkig ook voor mijn teamgenoten.

 

Peter van der Borgt

 

PS: Niet iedereen weet het, maar Eric Clarisse speelt ook nog in België bij het Gentse Jean Jaurès 2. Wil je dat ook volgen, kijk dan op Gentse Jean Jaurès 2


DZD 1 – CSV 3
17-12-20222

 

DZD 1 wint uiteindelijk nog ruim

Marco Baars is een pechvogel. Dit seizoen moest hij twee keer met DZD 1 meedoen en twee keer was hij als eerste klaar. Had hij verloren dus? Nee, gewonnen. Tegen RSG doordat zijn tegenstanders telefoon afging en tegen nummer laatst CSV 3 doordat ze maar 7 spelers hadden en het 2e bord leeg lieten. Maar waarom zat Marco dan op bord 2 in DZD 1? Dat is toch Eric Clarisses plek? Klopt, maar die was ziek en (om de opstelling niet te veel door elkaar te gooien) werd Marco (overigens in overleg met hem) op 2 gezet. Toen wisten we nog niet dat CSV 3 maar zeven spelers had.

Binnen een uur was het alweer 1-1. Riny Westveer speelde tegen een razendsnel spelende jeugdspeler (jeugd, in de zin van aanzienlijk jonger dan Riny). Toen die jeugdspeler 11. Lb5+ speelde had Riny twee goede zetten (waarvan de beste erg logisch was) en twee beroerde zetten. Waarom Riny één van die twee beroerde zetten deed en niet de logische hoort bij de magie van het schaken.

In dat eerste uur kwamen Lennard Duynkerke en Ad van Klinken materiaal voor. Bij Ad werd dat vooral veroorzaakt doordat zijn tegenstander in de Spaanse opening van Ad Ld6 speelde, daarmee zijn d-pion blokkerend. Bij Lennard kwam het doordat zijn tegenstander de opening erg wild speelde, een pion offerde, daar in eerste instantie een ontwikkelingsvoorsprong als compensatie voor kreeg, maar toen Lennard met zijn d-pion door kon lopen moest hij weer terug en verloor later groter materiaal.

In het begin van het derde uur kregen Leon Zweedijk en ondergetekende een remise-aanbod. Dat namen we niet aan en we sloegen het niet af. We besloten af te wachten of Ad en Lennard hun partij gingen winnen. Toen ook Marko Burger een prima stelling kreeg werd het 2-2 want de remise-aanbiedingen werden aanvaard. Wat een team spirit: de teamzege is belangrijker dan een individuele zege, ook als het ratingpunten kost.

Overigens gebeurde er in de partijen van Leon en mij ook weinig. We hadden beslist door kunnen spelen, maar waarom zou je een teamresultaat “at risk” zetten? Leon meldt nog het volgende: Mijn tegenstander opende met d4 en daarna e3. Dan wil je met wit niet veel. Hij kreeg een soort Londen opstelling, maar dan met de loper binnen de keten. Mijn tegenstander vertelde dat hij liever voorzichtig speelt en wacht op de fouten van zijn opponent. Kortom, het was een saaie pot. Ik dacht dat er wel meer in zat omdat zijn stukken niet ontwikkeld waren. Maar als ik de boel open had gegooid had hij ook weer kansen gekregen. Ach ja.

Zelf had ik een koningsaanval kunnen ontwikkelen, maar dat gaf hem ook kansen op een tegenaanval. Ach ja, om met Leon te spreken.

Rinus den Hollander stond weliswaar positioneel, materieel en in tijd slecht, maar Ad, Marko en Lennard zouden minstens 2 ½ e punt binnen slepen en zo de teamzege definitief maken.

Het werd nog gekker. De tegenstander van Rinus blunderde en achtereenvolgens wonnen Marko, Lennard, Ad (met een mooie slotcombinatie in een overigens al lang gewonnen stelling) en Rinus en stond er plots een ruime 6-2 zege op het wedstrijdformulier.

Achteraf bekeken was het een eenvoudige zege met weinig bijzondere momenten achter en op het bord. De wedstrijd was ook snel klaar, zodat we de spelers van het tweede team konden “aanmoedigen”, want daar was het extreem spannend.

Toch nog één moment uit “onze” wedstrijd:

Marko Burger met wit is aan zet. In een aanvankelijk gelijk opgaande partij had Marko het heft steeds meer in handen genomen en hier maakte hij het mooi af. Hoe? Zie verderop.

       
Borgt van der, P.B.F. (Peter) 1881 Koning de, M. (Marco) 1575 ½ – ½
Baars, M.S. (Marco) 1455 NO 0 1R – 0R
Duynkerke, L.J. (Lennard) 1710 Hartog, B.F. (Björn) 1525 1 – 0
Burger, M. (Marko) 1727 Callafon de, A.M.A. (Alain) 1472 1 – 0
Zweedijk, L.J.A. (Leon) 1641 Veloso, P.D. (Pedro) 0 ½ – ½
Hollander den, R. (Rinus) 1569 Kemner, A.C.M. (Mike) 1554 1 – 0
Westveer, M.C.A. (Riny) 1587 Raaf de, B.J. (Boaz) 999 0 – 1
Klinken van, A. (Ad) 0 Uijl den, M. (Marco) 992 1 – 0
Gemiddelde Rating: 1653 Gemiddelde Rating: 1353 6-2

Peter van der Borgt

 

PS1: Marko speelde 24. Txc6. Slaan met de b-pion (24….bxc6) is niet goed vanwege 25. Db8+, Kd7 26. Pxe5+. Slaan met de toren (wat in de partij gebeurde) is net zo erg: 24….Txc6, 25. Pxe5 met winst van een pion. Hier helpt 25….Tb6 ook niet (dat speelde Marko’s tegenstander overigens niet), want 26. Pxf7 valt ook de zwarte dame aan en na 26…..Txb3 heeft Marko nog het tussenschaak 27. Tc1+ en staan de zwarte stukken zo beroerd dat Marko nog steeds materiaal wint.

 

PS2: Hoe staan we er nu voor eigenlijk?

Zo:

Team MP BP
1. RSR Ivoren Toren 2 8 24.5
2. De Zwarte Dame 1 6 19
3. CSV 2 6 17
4. RSG 1 5 16
5. Messemaker 1847 2 4 18.5
6. Erasmus 2 2 12.5
7. Bergen op Zoom 2 1 12
8. CSV 3 0 8.5

De twee onderste ploegen degraderen. Kunnen wij (met nog drie rondes te gaan) nog degraderen? Jazeker en dat is niet alleen theoretische optie. Dan moeten wij drie keer verliezen. Kan dat? Jazeker, want we moeten nog tegen de nummers 1 en 3 en onze buren uit Bergen op Zoom.

Ben je nu niet erg pessimistisch, Peter? Misschien wel. Een optimist ziet immers eerder kansen om kampioen te worden en te promoveren: drie keer winnen en we zijn er. Dat is niet zo, want dan moeten we nog wel meer bordpunten halen dan RSR Ivoren Toren 2.

Wat mij betreft stoppen we met filosoferen en gaan we op 11 februari 2023 in Capelle een lekkere pot schaken tegen het tweede team van CSV.

 


DZD 1 – Erasmus 2
26 – 11 – 2022

 

Volharding levert DZD 1 de matchwinst op

Bij Erasmus 2 (uit Rotterdam natuurlijk) deed Jan de Korte mee. Jaren geleden speelde hij bij TOG Bruinisse, net als Ad van Klinken. Tijdens het praatje vooraf meende ik me te herinneren ooit door hem van het bord gespeelde te zijn. Nu ik dit opschrijf twijfel ik daar weer aan. Wat we ons nog wel herinnerden was het moment dat wij (als jonge “financials”) de strapatsen van de toenmalige penningmeester in beeld moesten brengen. Zonder in detail te treden: hij gebruikte de middelen van de ZSB niet waarvoor ze bedoeld waren.

Gelukkig was er in deze wedstrijd in de 3e ronde van 5H geen sprake van “vals spel”. Er was sprake van een sportieve sfeer. De Rotterdammers waren al vroeg in Kruiningen en hielpen met het neerzetten van stoelen en tafels en het opzetten van de stukken.

Het leek het er al snel op dat de punten naar Rotterdam zouden gaan. Eigenlijk stond van de onzen alleen Eric Clarisse vanaf het begin goed en na de lange rokade van zwart stond hij superieur. De zwarte partijen hadden grotere of kleinere problemen en bij de witte partijen (op die van Eric na) was geen sprake van voordeel.

We kwamen op 1-0 doordat Eric won. Eric stuurde het volgende plaatje van de stelling na f4-f5.

Wat opvalt is dat wit vijf (!) lopers heeft en dat de zwarte loper op g4 buitenspel staat. Direct na de wedstrijd zei Eric al dat hij het idee had vier lopers meer te hebben. Heel eerlijk: die lopers op a3, b2 en c4 waren eigenlijk pionnen. Maar het zal helder zijn dat na c4xb5 de zwarte stelling in elkaar stortte.

Ton van Vliet was prima uit de opening gekomen. Maar zijn ontwikkelingsvoorsprong ebde weg, zijn pionnen werden op verkeerde plekken gezet en na dameruil was pionverlies onvermijdelijk en erger nog: ook verlies van de partij kon niet voorkomen worden. Ton meldde me (nogal hard voor zichzelf) per mail het volgende: Niks te melden behalve dat de engine de opening ook niet goed vond en noch ik noch mijn tegenstander zetten deden die de engine bij de eerste 3 aangeeft. Aan het eind had ik nog remisekansen maar dan moet ik niet de blunder maken mijn paard te laten ruilen. Het resterende pionneneindspel had ik gelijk kunnen opgeven (min 6).

Toch kwamen we weer op voorsprong. We waren inmiddels drie uur aan het spelen toen Wilmer Jacobusse op het 8e bord een mooie combinatie had, die hij zag aankomen, maar zijn tegenstander niet.

Ziet u wat Wilmer hier speelde? Antwoord: zie verderop.

Het leverde Wilmer drie pionnen op en ook nog een snelle zege na Lf3 mat. Door een wit paard op b5 en wat ongelukkig gepositioneerde zwarte stukken stond de zwarte koning op c6 mat.

Over de partij meldde Wilmer nog het volgende:

Mijn tegenstander speelde een rustige opening. Ik dacht dat de langste diagonaal wel sterk was voor mijn donkere loper, met zijn geïsoleerde e-pion. Mijn opgeschoven a- en b pionnen waren misschien wat over gecommitteerd maar daar leek hij geen gebruik van te willen maken. Ik vond dat ik al snel fijn stond met druk op e5 en zijn koning in het midden van het bord met de half open d-lijn. Hij had zijn paard naar f8 gespeeld in plaats van te rokeren. Met Pe2 wilde ik voor toekomstige scenario’s f4 beheersen mocht ik daar ooit door willen breken of mocht hij zijn paard naar g6 spelen, ook legde ik natuurlijk druk op e5 en kon ik naar g3 (zoals later gebeurde) waarmee ik mijn loper dan weer kon ontslaan van zijn verdedigende taak. Hij verdedigde met zijn loper omdat hij zijn paard flexibel wilde houden vertelde hij me, maar ik denk dat Pg6 veel van zijn problemen had opgelost. Zijn aanval op de koningszijde leek me wat opportunistisch en zag er positioneel ook niet echt fraai uit. Toen hij ook nog met de loper terugnam op g4 viel het uit elkaar en had ik tenslotte een mooie combinatie als einde.

Dus: 2-1 voor. En toch: Zelf stond ik niet lekker, bij Leon Zweedijk zag het er ook niet fris uit en Rinus den Hollander stond gewoon verloren. Lichtpuntje was wel dat de stelling van Lennard Duynkerke niet meer zo problematisch was (of liever: zijn tegenstander had kansen gemist). Maar over die partij later meer.

Het grootste lichtpunt was echter op het bord van Marko Burger te zien. Marko was door de lange rokade in de problemen gekomen. Toen er ook nog een combinatie in zat waarbij zijn tegenstander een dame won tegen een toren en loper leek de partij echt verloren. Maar Marko kon een vesting bouwen: zijn toren stond nagelvast (gedekt door de koning) op d6 en dekte de pionnen op f6 en a6. De witte koning kon niet naar binnen dringen, de witte pionnen stonden vast en konden niet doorbreken en wit kon dus niet veel meer dan damezetten doen. Leuke zetten, maar ze leverden niets op.

In deze stelling werd dan ook tot remise besloten:

Marko merkte dit op over zijn partij: Volgens de engine bijna heel de partij op +1 (voordeel voor wit dus) gespeeld. Nadat ik mijn dame verloor tegen een toren en een paard dacht ik dat het verloren zou zijn. Ik denk dat ik tijdens de interne competitie had opgegeven. Maar zijn pionnenstelling was niet goed, daardoor had hij enkel een dame tegen 2 stukken en kon ik alles keepen. Ik kon niet op winst spelen, maar hij moest ook oppassen niet te ver te gaan. Zware partij waar toch nog een resultaat uitgekomen is. Zo zie je maar: door op te geven heb je nog nooit gewonnen.

En dat klopt Marko!

We kwamen op 3-2 doordat ik ook remise speelde. De hele partij stond ik iets minder (gemiddeld +1 voor wit) en in de eindstelling was dat niet anders. Ik had echter het idee dat mijn tegenstander, Leo Verhoeven, niet het juiste plan kon vinden en bood, met allebei nog een minuut op 10 op de klok, op zet 26 remise aan. Dat nam hij aan, er waarschijnlijk van uitgaand dat de drie partijen die nog bezig waren wel 2 ½ punt voor Erasmus zouden opleveren. Leo gaf bij het aannemen aan dat hij, als hij een grootmeester zou zijn, wel zou doorspelen en dat snapte ik, waarbij ik riposteerde met “als ik grootmeester was geweest had ik waarschijnlijk betere zetten gedaan”, waarbij ons beider conclusie was dat we ook maar prutsers zijn.

Remise werd het in een stelling, naast veel pionnen, met de dames, torens en lopers nog op het bord. Blijkbaar houdt Leo daarvan, want in de vruchteloze pogingen om in mijn voorbereiding er achter te komen wat hij met wit speelt was ik niet verder gekomen dan een verslag van een recente wedstrijd van Erasmus 2 waarin dezelfde stukken op het bord stonden: erasmus-2 – messemaker-1847-2

Ik bood ook remise aan, omdat ik dacht (of was het ongefundeerde hoop) dat Lennard ging winnen en we dus 4-4 zouden spelen.

Leon verloor inderdaad. In deze stelling

sloeg Leon op b2, maar met 39….De2 was hij terug in de remisehaven gekomen. Maar ja, de 39e zet, dus tijdnood en het is best moeilijk te zien dat zwart na 40. Txd8, Lxd8 41. Dc8, Txb2 42. Dxd8+ niet meer dan eeuwig schaak geeft en dat zwart een mataanval heeft.

Maar toen gebeurde het: door een fout van de tegenstander van Rinus draaide daar de stelling om van “verloren” naar “gewonnen” en plots zag de wereld er erg vrolijk voor ons uit. Lennard had voldoende tijd en wachtte met zetten tot er meer duidelijkheid bij Rinus was. Die kwam er niet, want het eindspel bleek razend moeilijk te winnen te zijn.

Bijna op het eind stond het zo:

Wit is aan zet. Remise, denkt u wellicht. Immers: iets als 76. Kd1, Ke3, 77. Ke1, d2+ 78. Kd1, Ke3 is pat. Tsja, dat klopt, maar na 78. Kd1 is het geen pat na de tempozet 78…..Ph8.

Zoiets gebeurde ook in de partij: https://www.chess.com/analysis/game/pgn/3jvYW7H8oG?tab=analysis

Speel hem gerust na. Het eindspel is het waard goed te bekijken. En, de opening? Geloof me: de volgende keer hakt Rinus die b-pion er meteen af.

Rinus gaf de volgende kanttekeningen: Tsja, het begin van mijn partij was ronduit slecht te noemen. Ik behandelde 3. b4 niet goed. Altijd nemen als je een pion cadeau krijgt. Ik had het echter nog nooit tegen me gekregen en koos voor 3. …e6. en kwam na 4. bxc5 Lxc5 5. d4 Lf8 6. Ld3 g6 ???? echt slecht te staan. Wit zette echter niet door met 7. d5. Was slechts uitstel, want wit kwam steeds beter te staan. Het ontwikkelen van mijn dame naar a5 was ook ongelukkig. 

Ik kwam 2 pionnen achter te staan, maar kon op zet 31 een pion terugpakken. 

Op zet 38 ging wit verder de fout in en kon ik door “schaak achter de paaltjes” ook nog een paard winnen. Het eindspel met paard, drie pionnen en koning tegen 4 pionnen en koning was nog best lastig door de dreigende tijdnood, maar kon ik uiteindelijk toch winnen.

Zo kwamen we met 4-3 voor. Lennard was nog bezig. Die had nu tactisch remise kunnen aanbieden, maar zijn stelling kon eenvoudig niet meer verloren worden. Dus speelde hij door en won en hij komt zo op 3 uit 3! Van de jeugd moeten we het hebben.

Zelfreflectie is gelukkig ook een competentie waarover Lennard beschikt. Lees zijn reactie maar op zijn partij: Dit was een partij waarvan ik wel wist dat ik het niet helemaal goed had gespeeld, maar waar ik uiteindelijk toch een goed gevoel over had. De ontnuchtering als je zo een partij in de computer zet… Ik wist wel dat ik een fout had gemaakt in de opening, waardoor ik een geïsoleerde pion in het centrum kreeg en mijn tegenstander spel kreeg richting mijn koning die nog niet gerokeerd had. Uiteindelijk wist ik echter te rokeren en werd zelfs mijn geïsoleerde pion weggewerkt (zet 24), ik dacht dus uit de problemen te zijn. De computer dacht hier wat anders over: -5.0. Mijn tegenstander had op dit moment echter niet meer zoveel tijd op zijn klok en wist in deze stelling de winnende combinatie niet te vinden:

Kan jij dat wel? Antwoord: zie verderop

Zwart speelde eerst Td1+ en daarna kon Lennard afwikkelen naar een paard versus loper eindspel waarin ik minimaal remise had, dat door zwart slecht werd behandeld.

En zo was het 5-3. Misschien niet verdiend, maar wel lekker! Volharding loont! Daarom: een trotse voorzitter. Trots op de teamgeest en ook trots op de spelers van het 2e team die, toen Rinus en Lennard in de eindfases van hun partijen zaten hen kwamen “aanmoedigen”.

Lennard dacht dat we nu wel vrij van degradatiezorgen zijn. En dat is niet zo. Dit is de regel: de kampioenen promoveren naar de 4e klasse, de nummers 7 en 8 degraderen naar de 6e klasse. De bond wil meer teams in de 5e en 6e klasse. Daarom degraderen er uit de 4e klassen en hoger zelfs minstens 2 en soms 3 teams. En moeten er dus ook uit de 5e klas twee teams uit. Dat is dus een kwart van het team in onze klasse. Vergelijk dat eens met de eredivisie in het voetbal: dat zou 4 ½ degradant betekenen. Kortom Lennard: we hebben nog minstens 2 matchpunten nodig. Dus zorg maar dat je de volgende ronde weer wint. 

Hieronder de gedetailleerde uitslag waarin te zien is dat we op elk bord minder ELO-puntjes hadden. Des te knapper dat we wonnen.

 

De Zwarte Dame 1 Rating Erasmus 2 Rating Ronde 3
Borgt van der, P.B.F. (Peter) 1868 Verhoeven, L.J. (Leo) 1876 ½ – ½
Clarisse, E. (Eric) 1758 Tillemans, M. (Marcel) 1874 1 – 0
Burger, M. (Marko) 1743 Hoenderdaal van ’t, M.J. (Joop) 1837 ½ – ½
Duynkerke, L.J. (Lennard) 1657 Posthumus, W. (Wim) 1804 1 – 0
Zweedijk, L.J.A. (Leon) 1650 Korte de, J.A. (Jan) 1808 0 – 1
Vliet van, A. (Ton) 1589 Brobbel, J.J.W. (Hans) 1648 0 – 1
Hollander den, R. (Rinus) 1567 Neumeijer, M.R. (Ruud) 1651 1 – 0
Jacobusse, W.L. (Wilmer) 0 Gijsbertse, D.P. (Daan) 1584 1 – 0
Gemiddelde Rating: 1690 Gemiddelde Rating: 1760 5-3

 

Antwoord partij Wilmer: 18. Lxe5 (Pxe5 was ook goed geweest), Lxe5 19. Dxd8+, Dxd8 20. Txd8+, Kxd8 21. Pxe5 en nu speelde zwart Le6 (Lxe2 was beter geweest, maar had ook tot pionverlies geleidt) 22. Pxc6+, Kc7 23. Pxa7 en verder gelooft u ook wel, denk ik.

Antwoord partij Lennard: 25….Lxe4, 26. Dxe4, Td1+ 27. Pd1, Db7!

Tot slot nog wat statistiekjes van deze zaterdag (DZD 1 en DZD 2 gezamenlijk):

  • Winst met 12-4!
  • Drie Kruiningers, allemaal met zwart en allemaal (zij het met moeite) remise.
  • Twee Iesenaren: 100%.
  • Drie Goesenaren: 2 uit 3.
  • Drie uit ’s Gravenpolder: 2 ½.
  • Dan nog 5 eenlingen, die allemaal wonnen, behalve die ene uit Nisse (maar daar weet ik van dat hij maar al te graag de uitspraak van Benjamin Disraeli aanhaalt: Er zijn drie soorten leugens: leugens, grove leugens en statistieken.)

Messemaker1847 2  –  DZD 1 

05-11-2022

DZD 1 op bezoek bij de oudste schaakclub van Nederland

 

1847 Het Kanaal door Zuid-Beveland moest nog gegraven worden.

1847 Onze grondwet (je weet wel, die van Thorbecke) zou pas een jaar later worden aangenomen.

1847 Mijn betovergrootmoeder (van moeders kant) Adriana Bauer woonde nog niet in Kruiningen. Niemand kon bevroedden dat de drie zonen die ze in Kruiningen later baarde (vader onbekend) er voor zouden zorgen dat in het oprichtingsjaar van De Zwarte Dame (1956) de achternaam Bauer met die van Dek de meest voorkomende in Kruiningen zou zijn.

1847 In Gouda richt ene Messemaker de eerste schaakclub van Nederland op.

En tegen het tweede team van die club (Messemaker 1847) mochten, ja “mochten” wij spelen. Een grote eer. En over die wedstrijd valt veel te vertellen. Heb je geen zin in een lang verhaal lees dan het korte, doch juiste, verslag van onze tegenstander: https://www.messemaker-1847.nl/wp/misstap-van-2e-knsb-team/

We hadden een neutrale wedstrijdleider. Dat had niets te maken met de incidenten in ons vorige wedstrijd (telefoon-gambiet en “aanraken-is-zetten”-claim), maar wel met het feit dat het eerste team van Messemaker 1847 zo hoog speelt dat er bij hun wedstrijden een neutrale wedstrijdleider is. En omdat Messemaker 1 thuis speelde had onze wedstrijd ook opeens een neutrale wedstrijdleider. En of het daaraan lag weet ik niet, maar er waren geen incidenten. Gelukkig maar.

In dat eerste van Messemaker speelt overigens Peter Scheeren, die in mijn (en zijn) jongere jaren een topper was en gewoon meedeed aan het NK.

Messemaker speelde ook nog in een echt denksportcentrum. Overigens was de locatie dan weer wel zodanig, langs het spoor, te bereiken via een mini-wegje en tegenover een loods waarvan je verwachtte dat Ferry Bouman zijn handel daarin opslaat.

 

Dan de wedstrijd. Uit de titel van de link op hun website kun je het al halen: we wonnen. Het was een zwaar bevochten (en niet geheel ongelukkige) zege.

Het zag er zeker in het begin niet naar uit dat we zouden winnen. Leon Zweedijk en Lennard Duynkerke kwamen niet lekker uit de opening. Ton van Vliet was opgescheept met een zwakke, moeilijk te verdedigen, pion op d5. Peter van der Borgt zat in een situatie dat pionverlies onvermijdelijk leek, maar dat was wellicht niet zo erg. Erger was dat Peter zijn ontwikkeling niet goed kon afmaken. Daar stond tegenover dat Rinus den Hollander wel kansrijk uit de opening kwam.

Eric Clarisse was de eerste die op het scorebord kwam: remise. De partij zat nog in de openingsfase. Eric kon er dit over melden: Al in de eerste paar zetten had ik niet het gevoel dat ik in de partij zat. De door wit gespeelde b2-b4 is zeldzaam, en toen ik ergens terug kwam aan mijn bord had ie Ta1-b1 gespeeld, en kort daarna Tb1-c1.

Ergens een tempo gewonnen, mooi toch. Maar wat bleek in de analyse … Tb1 is helemaal niet gespeeld ! En nog erger ik heb die zet ook niet eens genoteerd ! De helft van de tijd heb ik varianten bekeken met een toren op b1.

 

Achteraf blij dat ik op goede moment remise heb aangeboden, werkelijk bizar.

 

Later stuurde Eric me dit nog, met ook nog enig commentaar:

Die classificatie vind ik altijd zo verdacht, de ‘great move’ was gewoon een pion terugpakken, helemaal niks bijzonders, elke andere zet is dan een blunder.

Zie ook vaak ‘blunder’ gevolgd door ‘great/brilliant’ van andere speler.

 

Heb ook wel eens een partij (online) gewonnen met 5 blunders achter elkaar. 

Als je op +7 staat en dan niet de beste zet doet en daarna op +4 dan heet dat een blunder, tja … computers en mensen verschillen van elkaar.

 

Ton had dus een zwakke pion op d5. Hij dacht met de tussenzet Lg6 (valt de witte dame aan) goede zaken te kunnen doen. Zijn tegenstander had ook zo’n tussenzet (met aanval op Tons dame). En die tussenzet was beter. Stukken konden de doos in.

Tons reactie per app: het was heel matig.

 

We kwamen weer op gelijke hoogte door een mooie zege van Rinus. Rinus kon een mooi centrum bouwen en in deze stelling

kon Rinus met het paard slaan op d5 en daarna binnen komen op c7. Dat was (voor zwart) het begin van het einde.

 

Even later stond het zo:

Rinus heeft net zijn toren naar c1 gespeeld en gaat weer materiaal winnen. Zijn tegenstander gaf hier dan ook maar de spreekwoordelijke pijp aan Maarten.

Rinus geeft het kort en krachtig aan: Kenmerk van de partij was dat ik het centrum in handen had en dat mijn tegenstander daar maar weinig tegen deed. Ik kon daardoor mijn centrumpionnen steeds verder naar voren schuiven en zwarts paarden daarbij opjagen. Zwart liet zijn e-pion op e7 staan, ik kon mijn torens ontwikkelen naar de c- en de e-lijn zetten.

De hele partij: https://www.chess.com/a/2TWiPB5FkuE3p

 

Lennard was inmiddels uit de problemen geraakt. Vraag niet hoe. Hij noemt het zelf zeker niet één van mijn fraaiste partijen… Ik ben het daar niet mee eens. De opening was beroerd. Dat Lennard maar één pion achter kwam was al een mirakel. Maar wel fraai was de manier waarop Lennard tegenspel creëerde.

In deze stelling heeft Lennard net 21…..Lh4 gespeeld. Wit antwoord met het logische 22. g3. Lennard bedenkt zich geen moment en speelt 22….Lxg3 en komt uiteindelijk een pion voor. Zijn tegenstander is zo van de leg dat hij op zet 34 pardoes een paard weg geeft en meteen opgeeft.

De hele partij: https://www.chess.com/analysis/library/qm5YWh9rE

O ja: de volgende keer speelt Lennard die opening echt wel anders. Hoop ik.

 

Leeftijdgenoot Riny Westveer verloor in een partij waarin hij (en ik overdrijf een beetje, dus zijn niet exact Riny’s woorden) “zijn domste zet ooit” deed, maar ook “zijn mooiste zet ooit”. Helaas deed hij die mooiste zet eerst.

In deze stelling denkt zwart met 27….a4 een pion te winnen. Na 28. b4 gaat immers pion c4 verloren (28….Txc4). Riny had echter verder gekeken. Ziet u zijn “mooiste zet ooit”. Antwoord: verderop.

Riny kwam materiaal voor. Hij kon even later met het mooie offer 31. Lxd4 weer een pionnetje winnen. Hij deed dezelfde truc met 31. Txd4. Alleen die truc is niet hetzelfde, want een toren is meer waard dan een loper. Hij verloor dus materiaal.

Nog steeds stond Riny gewonnen, maar om “onderste-rij-matjes” te voorkomen had hij toch zijn h- of g-pion moeten opspelen. De kans kreeg hij. Hij pakte hem niet. En Riny kreeg toch nog een kans. Met weinig tijd op de klok moest hij in deze stelling de juiste zet doen:

Riny speelde 38. b5. Dat werd hard afgestraft. Hoe? Antwoord: verderop.

Riny had kunnen afwikkelen naar een gewonnen stelling. Hoe? Antwoord: verderop.

En ook naar een “dode” remisestelling. Hoe? Antwoord: verderop.

 

Weer stonden we gelijk met Leon en Peter nog steeds in grote en kleine problemen. Maar Ad van Klinken, die zijn debuut in DZD 1 maakte, had een pionnetje gewonnen.

Ad zegt het volgende over die partij:

Bij het invoeren van de partij kwam ik heel veel vraagtekens tegen. Zowel bij wit als bij zwart. Bij het noteren zaten hier en daar ook wat foutjes. Dat heb je als je met zwart op borden speelt waar geen letters/ cijfers op staan. Een partij die geen schoonheidsprijs verdient, maar wel een punt voor het team! 

 

En dat klopt: in de opening had vooral wit meerdere malen voordeel kunnen behalen, meestal met e4-e5. Toen hij het eindelijk speelde was het een mindere zet waar Ad goed gebruik van maakte.

 

Zo stonden we dus met 3 ½- 2 ½ voor, maar Leon ging, ondanks dat hij er alles aan deed dit te voorkomen, verliezen. In de opening had Leon “gewoon” een pion weggeblunderd (mooier kunnen we het niet maken) en zijn tegenstander liet die pion niet meer los.

Peter (spelend met wit) had al twee keer remise aangeboden: op zet 12 en 14 (NB: toen waren er al diverse partijen uit; Peter nam zijn tijd voor zijn eerste 14 zetten!). Telkens weigerde zijn tegenstander het remise-aanbod. Terecht. Hij stond gewoon beter. Dat nadenken kostte hem ook tijd en over het eindspel wat resteerde kon niet eindeloos gedacht worden. Door beiden niet.

Op de damevleugel was het 3 tegen 2 pionnen, op de koningsvleugel 3 tegen 4 pionnen. Zwart had eerst het loperpaar, daarna was het een zwartveldige loper tegen een paard. Om een beetje onbescheiden te zijn: ik speelde het eindspel niet onaardig. Eerst alle pionnen op wit, zoveel als mogelijk afruilen op de damevleugel, zodat zwart alleen pionnen had op de koningsvleugel, waarbij veld h1 wit is en dat zwart dus de loper van het verkeerde hoekveld heeft (je weet maar nooit of je je paard niet kan offeren tegen een paar pionnen en dat zwart met een loper en de h-pion meer toch niet verder dan remise komt).

De beslissende stelling:

Zwart is aan zet. Eigenlijk staan zijn pionnen helemaal zo goed niet. Ik verwachtte hier een remise-aanbod. Ik wist alleen niet of ik dat ging aannemen. Maar zwart denkt (denk ik) nog steeds gewonnen te staan. Er kwam geen remise-aanbod, maar wel 36….Lb8.

Uiteraard is 37. Pg3 (met aanval op de pionnen f5 en h5) fout vanwege de aftrekaanval 37…..e4+. Maar 37. Pe3 kan natuurlijk wel. Zwart had nu 37…..e4+ moeten spelen: 38. fxe4, f4! Maar ja, zie dat maar eens. En tsja, door een pion weg te geven gooi je je winstkansen natuurlijk weg.

Mijn tegenstander speelde (het logische, doch meteen verliezende) 37….f4: 38. Pf5, Lc7 39. Pg7, e4+ 40. Kxe4, Kxc4 41. Pe6. Alle zwarte pionnen zullen langzaam in de doos verdwijnen. Zwart vond het welletjes.

De hele partij: https://www.chess.com/analysis/game/pgn/3sWZefH48v?tab=analysis

 

De gedetailleerde uitslag:

Walle van de, R.P.M. (Rob) 1872 Borgt van der, P.B.F. (Peter) 1868 0 – 1
Michielen, F. (Frank) 1792 Clarisse, E. (Eric) 1758 ½ – ½
Eijgelaar, J. (Jeroen) 1791 Zweedijk, L.J.A. (Leon) 1650 1 – 0
Tjoo, T.P. (Leslie) 1725 Duynkerke, L.J. (Lennard) 1657 0 – 1
Hamelink, S.A. (Simon) 0 Westveer, M.C.A. (Riny) 1611 1 – 0
Verschoor, S. (Scott) 0 Vliet van, A. (Ton) 1589 1 – 0
Willemstein, R.P.D. (Raphaël) 1369 Hollander den, R. (Rinus) 1567 0 – 1
Wijhe van, J. (Jasper) 1395 Klinken van, A. (Ad) 0 0 – 1
Gemiddelde Rating: 1657 Gemiddelde Rating: 1671 3½-4½

 

O ja: jullie hebben de antwoorden van de partij van Riny nog te goed:

Eerste diagram: 27….a4, 28. b4, Txc4 29. Pe3!! En wint de kwaliteit.

Tweede diagram:

  1. Na Riny’s 38. b5 volgde het mooie 38….Dxf1+ en dan is het mat na 39. Kxf1, Txc1.
  2. Na 38. Le3 zou er niets aan de hand zijn geweest en bleef Riny gewoon beter staan. Op e3 dekt die loper veld c1. Dat is beter dan op dat veld staan.
  3. Na 38. g3 zou zwart niet meer dan remise bereiken bij goed spel van beiden. Ook 38….Dxf1+ 39. Kxf1, Txc1+ 40. Kg2, d2 is onvoldoende voor winst voor zwart: 41. De8 en wit zal eeuwig schaak gaan geven.

De hele partij: https://www.chess.com/analysis/game/pgn/iWkYnD77t?tab=analysis

 

Peter van der Borgt

 


DZD 1 – RSG 1

08-10-2022

DZD 1 VERLIEST NIPT

Hongerig. Dat waren ze. Zijn spelers. Van het Roosendaalsch Schaak Genootschap. Meldde teamleider Ben Cartens vooraf. En hun spelers achter de borden 1 en 3 waren hongerig. Ze vraten hun tegenstanders met huid en haar op. Voor de gemoedsrust van mezelf en Leon Zweedijk zwijg ik verder over die twee partijen.

Al snel konden de stukken in de spreekwoordelijke doos. Laat ik het daar op houden. Betekende dat dat we met 2-0 achter stonden? Nee. We waren op 1-0 voor gekomen doordat de telefoon van Ben af ging. Vervelend voor hem en ook niet leuk voor Marco Baars die daarmee wel erg gemakkelijk een punt in de schoot geworpen kreeg. Tegenstander Ben sprak in zijn verslag van een Telefoongambiet. Leuk bedacht. Voor het hele verslag: https://schaakgenootschap.nl/?p=4204.

Maar op de andere partijen hadden we kansen genoeg om toch nog een resultaat te halen.

Lennard Duynkerke speelde weer een dijk van een partij. Hij probeerde iets nieuws in de opening. Misschien was zijn probeersel theoretisch niet helemaal goed, maar het had wel als effect dat Lennard had op g4 al een pion geofferd en in deze stelling (na 11. Lg2 had zwart iets moeten doen aan de aanval op de toren en hij had 11…..d5 gespeeld)

speelde Lennard uiteraard (zou ik zeggen) 14. h5. Volgens de engine ook de beste zet. Nemen met de pion mag niet (want mat in twee na 15. Dg5). De pion nemen met de loper (wat in de partij gebeurde) is het ook niet: 15. Txh5 (Lennard gooit er ook nog een toren tegen aan, maar die mag weer niet genomen worden vanwege Dg5 en mat in twee), Lxh6 16. Txh6 en Lennard staat een stuk tegen twee pionnen voor. Maar belangrijker nog: positioneel staat Lennard ook veel beter. Dat tegenstander het nog lang volhoudt komt zeker ook doordat Lennard op de 30e zet wat slordig is.

Omdat ik het potentiële tegenstanders van Lennard het niet te makkelijk wil maken krijgt de lezer dit keer niet de hele partij te zien. Ja, ja, hoor ik u denken, dan ben jij de enige die dat nieuwtje kent. En inderdaad, zo is het!

Naschrift: Waarschijnlijk gaat Lennard dit probeersel niet meer spelen in een serieuze partij, want twee dagen later (in de wedstrijd DZD A – DZD B) bereikte Marco Baars vrij eenvoudig tegenspel, waarna Lennard blij mocht zijn dat Marco met drie pionnen meer remise door herhaling van zetten toestond.

Toen stond het dus 2-2. Op drie borden hadden we een pion meer, maar was het eindspel te winnen. En Rinus den Hollander was weer eens in een Rinus-partij beland: complex en daardoor (vooral voor Rinus) tijdrovend. U kent de einduitslag al en dan weet u het al: de betere stellingen kwamen niet verder dan een plusremise en Rinus verloor.

Toch gaan we nog even op deze partijen in.

Ton van Vliet kwam aardig uit de opening, maar zijn voordeel glipte hem uit de handen. Ton kwam zelfs slecht te staan, maar omdat zijn tegenstander ook niet altijd de beste zetten deed resteerde een toreneindspel met allebei een toren en Ton een pion (op c2). Volgens de theorie remise, maar uiteraard speel je door als je die pluspion hebt.

Toch werd het bijna direct remise. Ton stootte zijn koning om toen hij zijn (door de andere koning aangevallen) toren wilde verzetten. Zijn tegenstander meende dat Ton de intentie had met de koning te zetten, Ton gaf aan dat het duidelijk was dat hij zijn koning raakte toen zijn hand “op weg” was naar zijn toren. Misschien was overleg met de wedstrijdleider beter, maar de mannen besloten er remise van te maken.

Los van dit vervelende incident was het een spannende partij, die door Ton zo slordig genoteerd is dat zelfs geen reconstructie meer mogelijk is. De spelers die zich dus op Ton willen voorbereiden moeten elders op zoek naar partijen van Ton.

Rinus had net 24….. Pdf6 gespeeld en zijn tegenstander daarna 25. Tb1, waarna deze stelling ontstond:

Rinus kon hier een zo goed als winnende zet doen, maar koos ervoor om weer terug naar d7 te gaan met het paard (met remise-aanbod). Maar wit nam dat aanbod niet aan en dat was logisch, want de paard-terugzet werd direct afgestraft met 26. bxc4.

Wat was veel beter geweest? Dat was 25…Lxe3. Rinus had wel naar die zet gekeken, maar kon het (mede door opwellende tijdnood) niet goed doorrekenen en durfde het niet aan. Rinus had mogelijk wel gezien dat het na 26. fxe3, Dxe3+ 27. Kh1, Pg4 voor zwart niet goed zou aflopen. Maar wat als wit de loper niet slaat: 26. Pg3 bijvoorbeeld. Dan staat de loper plots gepend en kun je niet veel anders dan 26….Lxf2+, lijkt het, maar wat te denken van 26….cxb3 (dan staat het paard op c3 plots aangevallen) 27. Txe3 (27. Txc3?, Lxf2+ 28. Kxf2, Pg4+ gevolgd door slaan op e1), bxc2 28. Dxc2 en iets als Dc6 en zwart staat een pion voor. Tsja, reken dat allemaal maar eens door.

Maar door al dat gereken had Rinus (in elk geval gevoelsmatig) onvoldoende tijd om te bekijken wat dan het goede alternatief was (dat was 25….cxb3); 25….Pfd7 was dat in elk geval niet.

Dit is de partij: https://www.chess.com/analysis/game/pgn/4ToHxUxBtS?tab=analysis

Chess.com vat het als volgt samen: ‘Weggever — Een speler was aan het winnen, maar gaf het toen uit handen’.

 

Herman Schoonakker was een pion voorgekomen, maar de weg naar de winst was moeilijk. In deze stelling (met Herman met zwart aan zet) werd remise gegeven:

Vooraf: de zwarte pion staat op h3, dus kan over twee zetten promoveren.

Maar is het ook remise? Nee dus. In de analyse direct na de partij meende ondergetekende dat 55….h2 winnend was, vanwege 56. Kg2 (anders promoveert de pion), Lf2 (met aanval op het paard) 57. Pc3 (uiteraard is 57. Kxf2 fout vanwege promotie van de h-pion), Lg1. Maar zelfs als je wit kan dwingen het paard tegen de b-pion te ruilen zonder dat de witte f-pion promoveert is dit remise, want het hoekveld is wit en de loper zwart: het verkeerde hoekveld dus en dan is K+L+pi tegen K gewoon remise.

Als je wilt winnen:

  1. Moet het dus door promotie van de b-pion zijn.
  2. En moet de witte koning niet naar die b-pion kunnen lopen, dus mag je pion h2 niet opgeven.
  3. En mag het paard niet de b-pion slaan en dat kan alleen als:
    1. De loper velden van het paard bestrijkt en
    2. De zwarte koning naar de damevleugel loopt
  4. En dat laatste kan alleen als de f-pion niet kan promoveren.

En dan is je plan helder:

  1. De loper op de diagonaal b8-h2.
  2. f-pion winnen.
  3. Met de koning naar de damevleugel.

En dan zie je ook wat wel winnend is: Namelijk 55….h2, 56. Kg2, Lg3!!!!

Die loper kan uiteraard ook weer niet genomen. De f-pion gaat verloren, want na 57. Pe2 volgt 57….b3. Wit kan niet veel meer doen dan 57. Pb3 en na 57…..Lxf4 is het zaak dat het paard niet de pion op b4 kan nemen. Kan zwart dat voorkomen? Ja.

Het paard kan proberen de pion te pakken, door bijvoorbeeld de manoeuvre Pb3-d4-c2, maar dan gaat de pion naar b3 en als je hem weer probeert aan te vallen loopt die door.

Dan resteert iets als Pb3-a5-b3 enzovoorts. Kun je dat eindeloos volhouden? Nee. Met de loper kun je velden afpakken (door de loper naar c7 te zetten). De witte koning is gebonden aan de pion op h2. Het is dus een kwestie van met de zwarte koning naar het paard te lopen. Je moet alleen opletten dat er geen paard-schaak inzit met aanval op koning en pion.

Dat Herman dit achter het bord niet kon verzinnen snappen we. Wel jammer.

Ook jammer was dat Eric Clarisse zijn prima gespeelde partij tegen Ted van Eck niet in winst kon omzetten. Eric kwam een pion voor. Even dachten we dat hij met twee verbonden vrijpionnen op de damevleugel kon opstomen, maar helaas dat kon niet. Er resteerde een eindspel van T+L+2 pionnen op de koningsvleugel + 1 vrijpion op b3 tegen T+L+2 pionnen op de koningsvleugel en helaas waren de lopers niet van dezelfde kleur. Eric probeerde van alles, kreeg zijn pion nog op b5, maar verder lukte niet, ook door prima tegenspel van Van Eck.

Dus: 3 modelzeges (waarvan eentje van “ons”), 1 gelukkige zege (van die telefoon), 1 “had-ook-de-andere-kant-op-kunnen-vallen”-nederlaag en 3 plusremises. Als het een jurysport was geweest hadden we wellicht meer gekregen dan de meest nipte nederlaag die je kan lijden. Maar (en gelukkig maar ook) het is geen jurysport.

 

Borgt van der, P.B.F. (Peter) 1876 Schuurmans, J. (Jan) 2023 0 – 1
Clarisse, E. (Eric) 1753 Eck van, T.N. (Ted) 1914 ½ – ½
Zweedijk, L.J.A. (Leon) 1659 Naalden, M. (Marc) 1880 0 – 1
Duynkerke, L.J. (Lennard) 1592 Kloosterboer, N.C.W. (Nico) 1611 1 – 0
Hollander den, R. (Rinus) 1586 Smits, C.I. (Jacques) 1587 0 – 1
Vliet van, A. (Ton) 1583 Laar van de, A.J.M. (André) 1555 ½ – ½
Schoonakker, H.A. (Herman) 1449 Rockx, F.M.M.M. (Frank) 1524 ½ – ½
Baars, M.S. (Marco) 1434 Cartens, U.L.M. (Ben) 1467 1R – 0R
Gemiddelde Rating: 1617 Gemiddelde Rating: 1695 3½-4½

 

Naschrift:

Bij de partij van Marco staat 1R-0R. Die R staat voor reglementair, omdat ik dacht dat een “telefoon-nul” een reglementaire 0 is. Dat blijkt dus niet zo te zijn: NB: als beide spelers een zet hebben gedaan is de uitslag altijd normaal, dus bij een telefoonnul hoort een normale uitslag. stond in de mail van de KNSB die ik op maandag kreeg. Bij navraag blijkt alleen bij Niet Opkomen een “Nul” reglementair te zijn en dan telt het ook niet mee voor rating (logisch, want speler NOG heeft geen rating). Ik vond het wel zo netjes teamleider (en slachtoffer) Ben hierover te mailen. Zijn reactie wil ik u niet onthouden: Geeft niet, shit happens. Ik schakel over op een bakelieten telefoon met verlengkabel. Geef hem eens ongelijk.

Peter van der Borgt.

Het verslag van het Roosendaalsch Schaak Genootschap.

 


 

Visits: 1554
Today: 3
Total: 115829