Uitslag en Verslag Intern 2024-2025

 

Ronde 25
31-3-2025

1 Wim Loomans Peter van der Borgt 0-1
2 Lennard Duynkerke Riny Westveer 0-1
3 Ruben de Bruijn Ton van Vliet ½-½
4 Leon Zweedijk Herman Schoonakker 0-1
5 Jan Capello Rinus den Hollander ½-½
6 Dingnis Lokerse Sander de Bruijn 0-1
7 Dies Lokerse Matthijs Schouten 0-1
8 Krijn Saman Bram Boone ½-½
9 Piet van Boven Marius Leendertse 0-1

 

Wit begint wel, maar wint helemaal niet

 

Inderdaad, geen enkele witte zege. En dat is statistisch gezien helemaal niet logisch; niet alleen is de winstfactor voor winst groter dan voor zwart, maar geen enkele witte winstpartij op 9 partijen komt wel heel erg weinig voor. Maar ook feitelijk was het niet helemaal logisch, want al snel na de start van de clubavond leek het me toe dat op een aantal borden een witte winst aanstaande was.

Zo zag de stelling er bij Leon Zweedijk tegen Herman Schoonakker er zo uit:

Ik maak altijd tijdens de clubavond wat korte aantekeningen, zodat ik wat houvast heb voor het verslag. Van deze stelling had ik een foto gemaakt en in mijn notitieboekje “hier ging iets fout in de opening” gezet. De toren op a8 gaat verloren en Herman lijkt glad verloren te staan.

Hij dacht na over opgeven, maar besloot hier te rokeren en te hopen op tegenspel voor de achterstand van toren tegen pion. Na 0-0, Pc7, Pc6, Pxa8, Ld6, Pc7, Lxa2 was de achterstand terug gebracht tot een toren tegen twee pionnen en waren alle stukken van Herman ontwikkeld. Leon kreeg niet de gelegenheid te rokeren, had misschien nog ergens remise kunnen halen door herhaling van zetten, maar speelde voor de winst die er gewoon niet meer in zat en verloor uiteindelijk nog. Wellicht was het beter geweest om na slaan op a8 het paard gewoon te laten slaan en zelf stukken te ontwikkelen om met een kwaliteit tegen een pion meer tegenspel te voorkomen. Maar ja, wie laat zomaar een paard slaan ……

Bij Jan Capello tegen Rinus den Hollander stond het zo:

Jan (met wit) is aan zet. Ik zag het zonnig voor Jan en somber voor Rinus in. De engine houdt het op precies 0. Ik zag al zetten als 11. c5 en daarna 12. Pd6, maar de engine ziet er na simpel rokeren niks gevaarlijks in. Jan doet iets anders en slaat op d5 en dat vindt de engine okay, maar meer ook niet.

Ik dacht dus dat Rinus overrompeld werd, maar dat was dus niet zo. Rinus zegt er dit over: Ja, zo voelde het ook wel! Toch was de stelling volgens de beoordeling van chess.com in de hele partij praktisch in evenwicht. Veel tijd weer gebruikt (lekker nadenken) en Jan stelde remise voor op de 22e zet. En dat nam ik aan.

Van de partij van Krijn Saman tegen Bram Boone heb ik weinig gezien, wel gehoord, op het eind. Krijn: “ik zie geen winst meer” en hij bood remise aan waarop Bram zei: “maar ik wel, voor jou” en uiteraard een snelle aanvaarding van Krijns aanbod.

Ook Dingnis Lokerse had remisekansen tegen Sander de Bruijn. Het werd een eindspel met allebei nogal wat pionnen (Sander eentje meer), allebei een toren en allebei een loper. Maar wel een “ongelijke loper”. Ik denk dat Dingnis door zijn loper op d3 te zetten dicht tegen een remise had aangezeten. Hoe kon zwart dan verder komen?

Maar Dingnis speelde het anders en verloor. Toch goed gespeeld van Dingnis. En dat vond ik niet alleen, maar de engine ook: bijna 80% nauwkeurigheid! Dat percentage haalden de nummers 1 en 2 vorige week ook.

Neef Dies Lokerse hield het lang nog enigszins bij elkaar tegen Matthijs Schouten. Maar die twee pionnetjes minder bleken uiteindelijk toch teveel. 

Piet van Boven houdt niet van ruilen, Marius Leendertse ook niet. Lang bleef alles op het bord, op de paarden na. Marius kwam wel een pionnetje voor, maar belangrijk leek dat nog niet. Toen Marius ook nog een zwarte pion op b3 kreeg werd het al nijpender voor Piet, die later enorm in de fout ging door een stuk op c2 te zetten dat door die pion op b3 geslagen kon worden. Meteen was de partij uit. Jammer want er zat nog veel in de stelling.

Als laatste waren Ruben de Bruijn en Ton van Vliet klaar. Na drieënhalfuur spelen stond er een eindspel op het bord waarvan onduidelijk was hoe het stond. Nou ja, niet hoe het stond, want dat was zo,

maar wel of er iemand beter stond of dat het remise was. Wat zou u hier met wit spelen? In tegenstelling tot Ruben heeft u alle tijd, ook om verder te zappen en het goede antwoord aan het eind van dit verslag te lezen.

Eerder in de partij was ook een interessant moment:

Zwart heeft net 13…..Dg5 gespeeld en dreigt 14….Lxh3. Ruben lost dit op met 14. Dd2, want na 14…..Lxh3 zou 15. Pf3 zijn gevolgd. Overigens is het dan een erg complexe stelling (zwart moet 15….Dg3 spelen), die niet eenvoudig te overzien is en die de engine met een klein plusje voor wit beoordeelt.

Tenslotte de strijd om het kampioenschap. Peter van der Borgt won van Wim Loomans in een partij die aardig op weg leek naar remise. Het sloeg om toen Peter Wim de gelegenheid gaf (onbedoeld) om met paard en dame binnen te dringen in Peters stelling:

Het ziet er gevaarlijk uit. En dat is het ook. Niet voor zwart, maar voor wit. Wim ziet het gevaar niet en speelt nietsvermoedend de logische ontwikkelingszet 21. Ld2. Peter antwoordt met 21….Dc7, waarop Wim denkt met 22. Lb4 de partij naar zijn hand te kunnen zetten. Helaas heeft hij 22….Te8 over het hoofd gezien, de zet die Peter al in zijn gedachten had toen Wims paard naar f5 was gesprongen. Er gaat nu een wit stuk verloren, ook na Wims 23. Ld6: 23….Txe6 24. Lxc7, Txc7. Wim speelde nog even door, maar kreeg geen (schwindel)kansen meer. Belangrijke zege voor Peter.

Concurrent (van Peter) en huidig clubkampioen Lennard Duynkerke had toen al verloren. Na anderhalf uur en 14 zetten kon hij Riny Westveer (per 1 april de DZD-er met de hoogste KNSB-rating) de hand schudden. In de opening was duidelijk iets mis gegaan.

Van de opening kon ik geen chocola maken. Het leek me dat Lennard prima uit de opening was gekomen. Kijk maar:

Het ziet er allemaal dreigend uit. Voor zwart. Maar nu ik wat beter kijk zie ik dat wit een stuk minder heeft ontwikkeld en dan is zwart ook nog eens aan zet. Iets als g6, Lg7 en 0-0 lijkt logisch. De dreiging op c7 is gepareerd door het paard op a6 en dat paard op b5 zal uiteindelijk moeten spelen en dan is de pion op b4 ook nog eens ongedekt. Daarentegen is de zwarte pion op e4 ook moeders mooiste niet. De engine ziet een minimaal plusje voor zwart, ook als hij 7….g6 speelt.

Dat plusje voor zwart verandert in een plus voor wit na het door Riny gespeelde 7….e6. Riny wil natuurlijk 8….Pd5 spelen. Dan dekt hij veld c7 nog een keer, valt pion b4 aan en de loper op f4. Na iets simpels als 8. a3 stelt die zet (Pd5) niet veel voor, maar Lennard speelt hier (zijn woorden) het ambitieuze 8. f3 om de druk wat verder op te voeren. Maar schaken is geen dammen en slaan is niet verplicht, dus Riny speelde hier 8…..Pd5. Na 9. Pd6+, Lxd6 10. Lxd6 ziet het er misschien nog aardig uit voor wit:

Zwart kan immers niet rokeren, maar wel slaan op b4: 10…..Paxb4. Tsja, er dreigt ook nog Pe3, door de f-pion op te spelen is Dh4+ mogelijk een goede zet, mede omdat wit eerst twee stukken moet spelen voordat er gerokeerd kan worden. Kortom: Het werd een slachtpartij, maar wel eentje van korte duur: 11. c4, Pe3 12. Dc1, Pec2+ 13. Kf2

Hier maakte Riny het keurig af met 13……e3+, 14. Ke2, Dh4 en mat is alleen te voorkomen als wit met zijn dame de pion op e3 slaat. Lennard kon kiezen tussen een dame verliezen, mat gaan of opgeven. Hij koos voor het laatste.

Dit zegt hij erover: Ik had een prima positie maar dacht dat ik de druk nog wel wat verder kon opvoeren met het ambitieuze f3. In plaats daarvan had ik rustig mijn pion op b4 moeten verdedigen, waarna ik een hele fijne stelling had gehad. Het was dan zeker nog niet over, maar ik zou rustig kunnen ontwikkelen, terwijl Riny moeite zou hebben om zijn stukken eruit te krijgen. Nu waren de rollen echter omgedraaid en kreeg ik mijn stukken er niet uit en mijn koning niet gerokeerd. ’t Kan verkeren. Toch had ik nog steeds niet door dat ik flink achterstond tot Pe3, maar toen was het al -6 volgens de computer en 3 zetten later stond ik mat… Goed afgestraft van Riny.

En Riny dan? Wat vond die ervan: Na 6 zetten stond ik gevoelsmatig al niet zo lekker al vind de computer het nog meevallen. Op zet 7 zat ik te twijfelen tussen b6, e6, g6 en zelfs g5, ik koos de slechtste: e6. Het voordeel voor mij was wel dat dit alleen af te straffen was op lange termijn. Lennard moet nu eigenlijk een verdedigende zet doen zoals a3 of c3 en daarna langzaam de aanval opbouwen (eventueel wel iets op d6 zetten tussendoor). In plaats daarvan speelde Lennard f3 in de hoop hierna snel te kunnen ontwikkelen en aan te gaan vallen. Ik heb nu alleen het vervelende Pd5 wat zoveel tegenspel geeft dat ik eigenlijk al gewonnen sta. Ik heb zoveel dreigingen, ook de zetten hierna, dat er gewoon niks meer te doen valt. Lennard probeerde nog wel een moeilijk middenspel te creëren; als ik snel op a1 sla moet ik wel met iets als f6 komen en heeft hij wel een sterke loper en sta ik wat verkrampt maar wel een kwaliteit voor. Gelukkig had ik nog betere zetten en liep Lennard een matnet in. Ik had dus vooral een beetje geluk dat een klein zetje in de opening zo’n wereld van verschil maakte.

Een beetje geluk, maar toch vooral ook een goed inzicht en keurig rekenwerk van Riny. Of was het een soort karma, dat deze avond de zwartspelers gunstig gezind was?

Met nog drie speelrondes te gaan is dit nu de stand aan de top:

  1. Peter: 686,5
  2. Lennard: 634,5
  3. Corné: 609,2

Met nog drie rondes te spelen kunnen ze alle drie nog kampioen worden. Riny is door zijn eigen zege en de nederlaag van Wim steviger op de 4e plaats gekomen. Wim zelf staat nu precies gelijk met Ruben op (dus) een gedeelde 5e plaats.

 

Peter van der Borgt

 

O ja: Ruben had weinig tijd op de klok en speelde hier 33. Kd3 en dat is niet goed. De enig juiste zet was 33. Kf4. Zwart komt er dan op de koningsvleugel niet doorheen. Maar Ruben dacht die vleugel voldoende afgedekt was: De fout kwam door een verkeerde inschatting, ik dacht dat mijn loper en pion op de koningszijde de pionnen van zwart lang genoeg tegen konden houden.
Ik dacht ook dat mijn pionnen op de dameszijde door konden breken, maar als je langer naar de positie kijkt zie je dat zwart veel sneller is met de pionnen op de h-lijn. Als ik meer tijd had gehad denk ik dat ik 33. Kf4 gespeeld zou hebben, maar dat is achteraf makkelijk praten.

Na 33. Kd3 speelde Ton 33…..Ke5, een prima zet. Ruben dacht op de damevleugel wat te kunnen bereiken en speelde 34. a3, waarop 34….a5 volgde. Hier had Ton al beslissend kunnen toeslaan met 34…..Kf4 en pion f5 gaat verloren, omdat 35. Lh3 met 35….Pxh3 beantwoord wordt. Na 34….a5 volgde 35. Kc3 en hier is 35…..Kf4 weer winnend, maar ook het gespeelde 35….Pe4+. Helaas deed Ton nog meer dan deze zet, namelijk remise aanbieden en dat nam Ruben aan.

Maar hoe is dat dan gewonnen?

Nou, na 36. Kb3, Pd2+ (Pf2 is veel minder goed vanwege 37. Lf3) 37. Kc3, Pf1 (die zet moet je wel zien) valt de gevaarlijke pion f5 na 38…..Pg3 (of Pe3) en dat moet eenvoudig te winnen zijn.

 


Ronde 24
24-3-2025

1 Lennard Duynkerke Peter van der Borgt 0-1
2 Riny Westveer Marko Burger ½-½
3 Ruben de Bruijn Herman Schoonakker 1-0
4 Rinus den Hollander Leon Zweedijk ½-½
5 Ton van Vliet Alexander van ’t Hoff 1-0
6 Sander de Bruijn Jan Capello 0-1
7 Wouter van der Ploeg Jan Dieleman 0-1
8 Piet van Boven Krijn Saman ½-½
9 Dingnis Lokerse Dies Lokerse 0-1

 

Nothing else matters


De harmonie was druk aan het oefenen voor hun jaarlijkse uitvoering. Uit de verte hoorde ik bekende geluiden, want popklassiekers uit mijn jeugd kwamen langs. Queen en Abba hoorde ik, maar ook Nothing Else Matters. En dat was prima van toepassing op deze 24e ronde. Het ging alleen om de volgende belangrijke partij in de titanenstrijd om het clubkampioenschap tussen Lennard Duynkerke en Peter van der Borgt, want ze speelden tegen elkaar. Nothing Else Matters dus? Misschien alleen voor Lennard en Peter, maar niet voor de andere 16 spelers. Op hun borden werd ook keihard gestreden.

Daarom eerst maar eens die partijen belichten (in chronologische volgorde) met zo nu en dan ook nog een terugkijk naar vorige week.

Een andere beladen partij was die tussen Dingnis en Dies Lokerse. Eerstgenoemde dacht met Ld5 een niet te stuiten aanval te hebben. Dat zou ook zo geweest zijn als die loper niet gewoon geslagen kon worden. Dat deed Dies, die even later weliswaar een toren verloor, maar zoveel druk uitoefende op de koning van Dingnis dat Dies toch het punt kon incasseren.

Riny Westveer was vorige week de aansluiting met de Top-3 kwijt gespeeld doordat hij verloor van Ton van Vliet. Die partij verdient meer aandacht dan alleen “Van Vliet – Westveer 1-0”.

Uiteraard speelde Ton een gambiet en dat leidde tot een ontwikkelingsvoorsprong en het bord vloog in brand toen het zo stond:

Riny heeft net 12….Tc8 gespeeld. De engine had liever 12….Lb6 gezien. En dat snappen we, want Ton gooide nu de spreekwoordelijke knuppel in het hoenderhok met 13. Pxb5. Na 13…..axb5 (Pa5 was handiger geweest) 14. Txc5, Pd4 15. De3, Pe2+ 16. Dxe2, Txc5 17. Ld6, Tc8 staat een Riny een kwaliteit voor, maar vindt de engine het -0,01, oftewel: precies gelijk.

Natuurlijk kan wit hier pion b5 winnen. Dat deed Ton ook (18. Dxb5). Een erg logische zet. Wit heeft dan immers plots twee verbonden vrijpionnen. Het zwarte paard staat dan nog steeds gepend. Dat moet wel goed zijn, toch? Nou, de engine vindt het niks (-1,3), maar dan moet zwart wel de pion op e4 slaan (18….Lxe4), waarna ook Lxf3 en Lxd1 dreigt en de tegendreiging Db4 gevolgd door Lxe7 niet zo erg is. Dat gebeurde ook en het leidt tot de volgende stelling:

Volgens de engine staat Riny nog steeds beter (-1,1), maar veel is het niet. Daarnaast is het altijd moeilijk in te schatten wat beter is, die twee torens of de dame. Wit heeft een vrijpion, zwart ook. Wit kan snel een aanval op de koningsstelling openen, zwart niet. Zwart heeft misschien kansen op de onderste rij. Met dat laatste in het hoofd speelde Ton hier 23. h4. Een logische zet: mat op de onderste rij kan niet meer en die pion kan helpen in de koningsaanval. Riny antwoord met 23….d5, ook logisch. Er volgt nog 24. Dg4, Tc4 25. Dg3.

En nu is de enige zet om beter te blijven staan 25….h5. Logisch, als je hem ziet, maar onlogisch om te spelen. Wordt die pion geen aanvalsobject? Nee, want je kan dekken met Lb1. Is Lf6 (of Lh6) geen dreiging? Nee, want je hebt Tg4. En toch, en toch, zou u het gespeeld hebben? Riny niet, die speelde 25……Lb1 en toen kwam Ton met 26. h5. Die zet haalt ook Lg6 uit de stelling. Iets als g7-g6 wil je niet spelen, want dan komt e een loper op f6 en dat moet wel verkeerd aflopen. Ton is hier echt perfect aan het spelen. Na 26. h5 had Riny echt 26….f6 moeten doen om na 27. Lh6 zijn toren naar f7 te zetten. Riny speelt 26…..Lf5 en na 27. f3 (weer zo’n prima zet) had Riny nog steeds 27….f6 moeten spelen, maar hij schoof zijn koning naar h8, waarna Ton het in stijl afmaakte.

  1. h6, f6 (ook 28…..Lg6 had niet geholpen: 29. Le7, Tfc8 of zo – Tg8, hxg7 is nog erger-, 30. De5, f6 31. Lxf6, Kg8 32. Lxg7) 29. Lxf6 en Riny gaf op. Het zal altijd mat worden.

Wow. Vanaf 23. h4 was elke zet van Ton raak, steeds “the best move”. Heel knap en doet mee voor de Partij van het Jaar.

Deze week was Riny’s partij veel rustiger, wat bijzonder was, want houwdegen Marko Burger was zijn tegenstander. Positioneel was de partij zeker interessant, maar gek genoeg bleef het evenwicht in stand ondanks dat Marko meer pionnen op de damevleugel had (en Riny dus aan de andere kant), ondanks dat nog alle zware stukken op het bord stonden. Ik had het idee dat degene die een echte winstpoging zou ondernemen zou verliezen. Remise dus.

Krijn Saman had vorige week te maken gekregen met één van onze talentvolle jeugdspelers, Julian Duynkerke (inderdaad, het broertje van). Krijn heeft net 16. Dd2 gespeeld en dan staat het zo:

Hier grijpt Julian zijn kans met 16…..Dh5. Nu zou 17. Tf2 het beste zijn geweest, maar dat ziet er met die loper op b6 eng uit. Krijn speelt 17. Kh1 en na 17….Tf6 had Krijn het beste met 18. Dd1 op een grootscheepse ruil (na 18. Pe2) gegokt (paard, dame en loper ruilen). Krijn ruilde wat pionnen op e5 en f5 en uiteindelijk is materiaalverlies onvermijdelijk:

Julian dreigt Pxg3+ en dat kan niet voorkomen worden, ook niet door Lf2. Krijn speelde Lxb6, maar toen volgde ook Pxg3+ wat uiteindelijk voldoende was voor de winst. Knap gespeeld van Julian.

Nu was Piet van Boven Krijns tegenstander. Krijn is niet van het afruilen. De spanning in de stelling moet maximaal gehandhaafd blijven. Ook nu weer. Met de zware stukken op het bord en allebei een loperpaar stond Piet een pionnetje achter, maar daar stond wel een mooie koningsaanval tegenover. Krijn kon die koningsaanval pareren, maar meer ook niet: ook hier remise.

Ton van Vliet, die vorige week op sublieme wijze Riny versloeg, won weer, en ook nog betrekkelijk eenvoudig van mede-BSV-er Alexander van ’t Hoff. Alexander stond na de opening nogal aangekrant. Hij probeerde ruimte te pakken met f7-f6, maar dat kostte hem pion e6. En eigenlijk was dat al voldoende, zeker nadat Alexander geen stukken wilde ruilen en zijn loper naar veld d7 terugzette, terwijl die toch echt naar e6 moest. Nu volgde e5-e6 met loper- en partijverlies tot gevolg.

Ruben de Bruijn liet twee weken achtereen de kracht van de penning zien.

Tegen Wim Loomans in de vorige ronde was het het simpele Txd4 dat Wim tot opgave dwong.

In de partij tegen Herman Schoonakker was het iets dieper:

Hier zal iedereen wel blind 28. Txh6+ spelen. Dat deed Ruben ook en Herman gaf terecht op. Is dat zo, want de witte loper valt wel de zwarte dame aan, maar de zwarte loper valt toch de witte dame aan? Ja, dat is zo, want na 28….Kg8 is 29. Th8+! het beste: Kxh8 (Dxh8 30. Dg6), 30. Lxg7+, Kxg7 en de dame gaat weg uit de diagonaal van de loper. Overigens zou 29. Tg6 ook voldoende zijn geweest: 29….Lxe4 30. Txg7+, Kf8 (Kh8? 31. Tg4+ wint de loper) 31. h4 of zo.

De partij zelf (die tegen Herman Schoonakker) is interessant genoeg om meerdere diagrammen te tonen.

Zwart heeft net 18….f6 gespeeld. Het paard op e5 moet dus weg. Toch? Nee hoor, vindt Ruben en hij speelt 19. fxg5. Een prachtige zet en dat niet alleen, de engine vindt het nu +4 en bij elke andere zet van wit +1 of minder. Natuurlijk laat Herman Ruben bewijzen dat het offer goed is: 19……fxe5, 20. g6+ (hoppa, nog een offer), Kxg6 21. Dg4+, Kh7. Het staat nu zo (let ook op de lelijke zwarte triple pion en de zwarte loper en toren (die op a8) die geen enkele bijdrage aan de verdediging kunnen geven.

En? Hoe nu verder? 22. Txf8 (verdediger wegnemen), Dxf8 23. Tf1 (aanvaller erbij). Wit dreigt (ziet u het?) Lxe5 gevolgd door Dxe4 mat. Dus speelt Herman maar 23….Pf6, wat na 24. Dh4, Ld7 25. Txf6, Dg7 26. Dxe4+, Kh8 27. Lxe5, Lc6 tot de stelling leidt die we eerder al zagen.

Prachtig gespeeld van Ruben.

Net zoals Krijn Saman houdt Wouter van der Ploeg van met zoveel mogelijk stukken op het bord zijn tegenstander in de problemen te brengen. Soms levert dat wat op, soms ook niet en komen zijn zetten als een boemerang terug en zit hij zelf in de problemen. Ik heb te weinig van hun partij gezien, maar het zou zomaar kunnen dat het een “gevalletje-boemerang” was, waardoor Jan Dieleman won.

Jan Capello begon, niet verwacht door Sander de Bruijn, met zijn h-pion te lopen. Of het goed was weet ik niet, ik had het idee dat Jan wat minder stond met zijn achtergebleven c-pion. Jan wist echter Sanders stelling binnen te dringen en materiaal te winnen. Genoeg voor een zege van onze competitieleider.

Leon Zweedijk was weer lekker aan het aanvallen, Rinus den Hollander aan het verdedigen. Leon kon weinig met zijn paard op b8 en daardoor ook met zijn toren op a8. Ik vroeg me af of Rinus daar geen voordeel uit kon halen, zonder dat Leon beslissend op de koningsvleugel kon uithalen. Toen ik de partijnotatie onder ogen kreeg bleek dat ik een heel interessante partij gemist had. Het begon al in de opening waar Leon een minder bekende zijvariant van stal had gehaald (om Leons en Rinus’ openingsrepertoire geheim te houden zwijg ik hier verder over). Rinus kreeg een ontwikkelingsvoorsprong en Leon een aanval (dat had ik in elk geval goed gezien).

Wat niet handig van Rinus was, was dat hij van zijn witveldige loper na e2-e4 een soort sterke pion had gemaakt; aan de andere kant (letterlijk en figuurlijk) had Leon ook een paar stukken die niet veel in de melk te brokken hadden.

Hier wilde Rinus zijn loper bevrijden met 17. Le2. Na Leons 17….Pf4 duurde die bevrijding, maar kort: 18. Tg1, Pxe2 19. Dxe2, Lxg4 20. Dxg4, Dxg4 21. hxg4, Txg4 en Leon stond een pion voor.

Die pion bleek niet zo veel waard. Rinus begon nu aan een koningswandeling (Kh2-h3-g4), die werd gestopt door Pd7-f6+. Leuk om te zien, maar leverde Rinus niks op.

In deze stelling had Leon de partij naar zijn hand kunnen zetten. Leon valt de toren op g1 aan. Wit speelt daarom “maar” 35. Pf5+ (het beste volgens de engine). Na 35….Txf5 36. exf5, Pxg1 37. Kxg1, a4 gevolgd door Ke7-d7-c7 om pion b7 te dekken zou Leon met zijn pluspion kunnen winnen. Maar zie dat maar eens in tijdnood. Aan de andere kant is het adagium “als je voor staat moet je afruilen”. Leon sloeg niet op f5 en de partij verzandde, waarna in deze stelling (na meer dan drieënhalf uur spelen) tot remise werd besloten:

Lennard Duynkerke stond 31,2 punt voor op Peter van der Borgt en 67,2 op de afwezige Corné Harmsen. En in deze ronde moesten Lennard en Peter tegen elkaar. Lennard met wit, Peter met zwart. Zonder naar de evaluatie gekeken te hebben was dit mijn conclusie over de partij: Peter komt niet goed uit de opening, zwakke pion op e6, sterk loperpaar voor Lennard, Lennard offert pion voor koningsaanval, open g- en b-lijn, dreigingen volop, maar Lennards koning staat ook niet echt fijn, beiden komen in tijdnood, Peter houdt alles net bij elkaar en kan een tegenaanval opzetten en met een offer materiaal winnen en door dames te ruilen af te wikkelen naar een gewonnen eindspel. Peter won dus, maar (cliché) “het had net zo goed andersom kunnen zijn”.

Maar wat blijft er over als de engine zijn werk heeft gedaan?

Nou, het bleek dat Peter best wel redelijk uit de opening was gekomen. Het eerste moment waarop de engine eigenlijk telkens anders over de zetten denkt dan Lennard en Peter deden zie je in het volgende diagram.

Lennard heeft net 14. b4 gespeeld. Een zet waarvan Peter dacht dat die niet kon vanwege 14….Pxb4, 15. axb4, Lxb4 gevolgd door 16….Pe4 en wit moet het stuk teruggeven en komt twee pionnen achter met als enige compensatie twee open lijnen om een koningsaanval te starten. Ik bedacht me dat Lennard dit wel gezien zou hebben. Ik ging dus kijken naar alternatieven (voor 15. axb4) en zag al snel dat Lennard waarschijnlijk 15. Tb1 van plan was. Aanvankelijk dacht ik dan maar niet op b4 te slaan, maar dan zou b4-b5 volgen. Plots kreeg ik een ingeving: na 15. Tb1 leek mij 15…..a5 afdoende te zijn, want ook dan zou ik het paard terugwinnen na 16. axb4, Lxb4 gevolgd door Pe4 en Dc6.

Nou, de engine vindt 15…..a5 helemaal niks en vind 15….Pc6 geweldig. Na 15….a5 zou namelijk 16. axb4, Lxb4 wel goed zijn: 17. Dd3, Pe4 (Dc6 is iets beter, maar dan wordt ook op b4 geslagen door wit) 18. Txb4, axb4 19. Pxe4.

Gelukkig voor Peter is Lennard geen engine en hij zag blijkbaar hetzelfde als Peter en sloeg niet op b4, maar speelde 16. Pe2. Okay, Peter staat nu een pion voor, maar de engine vindt dat Lennard nog steeds beter staat. Heel eerlijk, dat vond ik ook.

En in deze stand (na het door mij compleet gemiste 19. Lf1) zag ik het somber in. Er dreigt dat het paard geslagen wordt vanwege de penning van de b-pion en dat niet alleen, ook (als de dame wijkt) Lb5. De engine ziet het allemaal niet zo somber in voor zwart: +0,35.

Natuurlijk zag ik dat wit hier Lb5 kon spelen, maar ook dat dan Db6 kon, omdat de loper dan gepend stond. Omdat ik ruimte wilde maken voor de dame sloeg ik de pion op a3. Niet om materiaal te winnen, want op een open a-lijn zat ik niet te wachten en die kwam er wel: 23…..Lxa3 24. Lb5, Db6 25. Kf2, Te7 26. Lxa4, Dd6. Pfff. Net geen kwaliteitsverlies en met die open a-lijn valt het wel mee, want daar staan nu 4 stukken voordat de koning op a7 in beeld is:

Wit speelde hier “the best move” 27. f4 om e5 tegen te gaan, waarna zwart met 27….Tf8 vervolgde om de f-pion te pennen. Na 28. Pc3, c6 (er zat een lelijke vork op b5 in de stelling) 29. Pe2, e5 volgde 30. dxe5 met een remise-aanbod.

Ondanks dat ik hier echt weinig tijd had (paar minuten) tegenover Lennard een stuk of 5 minuten nam ik het aanbod niet aan. Allereerst omdat ik dacht gewonnen te staan en ook omdat ik aan een remise niet veel had in de titelstrijd. Dus speelde ik 30…..Dxe5 en de engine geeft Peter gelijk: +1,08 voor zwart. Nu had wit echt moeten afwikkelen naar een iets minder eindspel met 31. Dd4+, maar Lennard speelde 31. Tb3 om na 31….Lc5 verloren te zijn gekomen te staan.

Hier speelde Lennard nog 32. Tg5, maar dat maakt de boel alleen makkelijker voor Peter: 32…..Txf4+ 33. Pxf4, Dxf4+ 34. Kg2

Toen ik met de toren op f4 sloeg had ik deze stelling gezien. Natuurlijk zag ik dat ik de loper op a4 kon nemen (gek genoeg zag ik niet dat pion h4 slaan nog beter was), maar in het kader van “prevent counterplay” leek het me beter af te wikkelen naar een gewonnen eindspel: 34……Lxe3 35. Txe3, Txe3 36. Df2 (wat anders?), Dxf2+ 37. Kxf2, Te4

ier verraste Lennard me met 38. Lxc6, waarna de h- en g-pion verloren gingen en wit een vrije h-pion kreeg. Maar na even rustig alles bekeken te hebben was mijn conclusie dat ik de c-pion zou winnen en de h-pion er altijd kon afslaan, liefst met het paard, maar ook met de toren zou kunnen. Immers, de twee verbonden vrijpionnen (op c6 en d5) zouden met een toren zeker (maar met een paard ook) winnen van die ene witte toren. En zo geschiedde. Toen Lennard zag dat ik de h-pion met het paard kon slaan gaf hij op.

Wat een gevecht! En wat vond de engine? Allebei een nauwkeurigheid van 80%. En toch is het zo, dat waarschijnlijk één van die twee koekenbakkers clubkampioen wordt.

 

Het is, met nog 4 rondes te gaan, razend spannend aan de top:

  1. Peter van der Borgt: 648,8
  2. Lennard Duynkerke: 634,5
  3. Corné Harmsen: 595,5

Bij deze stand zou Peter dus clubkampioen zijn. Toch? Nee, want dit staat er in het reglement:

Als het verschil tussen nummer 1 en 2 in de eindrangschikking kleiner of gelijk is aan de helft van de hoogste waarde, zal een barragematch worden gespeeld.

Die hoogste waarde is 45. De nummer 1 moet dus meer dan 22,5 punt voor staan op de nummer 2 om zich clubkampioen te mogen noemen.

Spannenddddd. En behalve Peter en Lennard mogen we ook Corné niet uitvlakken. Als twee honden vechten om een been ….., nou ja u kunt het spreekwoord wel.

 

Daar staat tegenover dat de strijd om de titel “Ratingkampioen” is al tijden niet meer spannend is: Wim Loomans kan die titel niet meer mis lopen.

 

Peter van der Borgt

 


Ronde 23
17-3-2025

 

1 Lennard Duynkerke Rinus den Hollander 1-0
2 Corné Harmsen Herman Schoonakker 1-0
3 Ton van Vliet Riny Westveer 1-0
4 Ruben de Bruijn Wim Loomans 1-0
5 Leon Zweedijk Sander de Bruijn ½-½
6 Dingnis Lokerse Wouter van der Ploeg 0-1
7 Marius Leendertse Jan Dieleman 0-1
8 Krijn Saman Julian Duynkerke 0-1
9 Alexander van ’t Hoff Dies Lokerse 1-0

 


Ronde 22
3-3-2025

1 Peter van der Borgt Harmen van Beek 1-0
2 Corné Harmsen Eric Dek 1-0
3 Adrie vd Vreede Wim Loomans 1-0
4 Matthijs Schouten Riny Westveer 0-1
5 Leon Zweedijk Ruben de Bruijn ½-½
6 Ton van Vliet Sander de Bruijn ½-½
7 Bram Boone Marius Leendertse 1-0
8 Jan Dieleman Dingnis Lokerse 1-0
9 Krijn Saman Dies Lokerse 1-0

 

Door op te geven is nog nooit een partij gewonnen

 

Ook zo’n schaakwijsheid. Maar die klopt wel.

Zo stond het in de partij van Leon Zweedijk met wit tegen Ruben de Bruijn met zwart:

Ruben speelt hier 7….b5, een fout die we wel vaker zien in openingen, ook op hoger niveau. Na 8. Le4 gaat de toren op a8 verloren.

Ruben had hier kunnen opgeven, deed het niet en uiteindelijk werd het remise. Op één of andere manier kon Leon niet makkelijk afruilen en als werd afgeruild werd kwamen zijn stukken minder lekker te staan dan die van Ruben. Onderweg ging nog een tweede en derde pion (deels onnodig) verloren. En toen Leon ook nog een kwaliteit moest geven stond het min of meer gelijk.

Een partij waar beide spelers niet positief over zijn, denk ik. Ruben niet over de opening: De opening was nogal een flop, ik was op zet 7 alleen bezig met mijn dame die weinig velden had. Ik dacht dat b5 wel mooi was zodat het paard van wit niet verder kon komen en mijn dame kon dan naar b6. Op het moment dat ik het gezet had zag ik opeens dat Le4 een toren won. En Leon ook niet tevreden zijn. Een bizarre partij. Dat was het volgens Leon.

Ook Riny Westveer (per 1 maart met een KNSB-rating van meer dan 1900!) had al snel kunnen opgeven toen hij compleet overzag dat Matthijs Schouten met Pxe7 een pion won, en ook nog een belangrijke pion, want centrumpion en die e-pion dekte ook nog een pion op d6.

Matthijs had in deze stelling met de lange rokade en aanval op die d-pion weer een pion kunnen winnen en waarschijnlijk had Riny dan echt geen kans meer gehad. Nu speelde hij zijn paard terug naar d5 om later de dames op c3 te ruilen, rokeerde kort en gaf hij daarmee Riny alle kans (open f-lijn, loper op b7) om allerlei tactische grappen in de stelling te breien.

Natuurlijk staat Matthijs hier nog steeds beter, maar Riny heeft tegenkansen, zoals de penning over de f-lijn. Matthijs denkt daar iets aan te doen met 23. Kg1, maar dat brengt weer een andere dreiging in de stelling: een paardvork na 23….Lxf3. Matthijs kan de meubelen nog wel een beetje redden, maar uiteindelijk komt hij toch een pion achter in een eindspel met allebei een paard en Matthijs twee en Riny drie pionnen. De strategie voor Matthijs is duidelijk: twee pionnen ruilen en de derde met je paard van het bord slaan.

Riny denkt hier de beslissende klap uit te delen met 49…..Pe2+. En inderdaad: het is de beslissende klap, want Matthijs geeft op in een potremisestelling. Dat laatste wist Matthijs uiteraard niet en Riny ook niet, denk ik. “Pijnlijk”. Zo omschreef Matthijs het achteraf. Overigens vond hij het ook een “boeiende partij” en dat klopt natuurlijk ook.

Maar waarom is het eigenlijk remise? Welnu: na 50. Pxe2, Kxe2 51. Kg2, Kd3 52. Kxg3, Kc4 53. Kf2 zitten er tussen de witte en zwarte koning weliswaar twee velden (normaliter één te veel), maar zwart heeft alleen een randpion en moet eerst naar a4: 54…..Kb4, 55. Ke1, Kxa4 56. Kd1, Kb3 57. Kc1, Ka2 en nu kan wit nooit meer op het promotieveld komen, maar de zwarte koning komt nooit meer van de a-lijn af:

Wit blijft eindeloos van c1 naar c2 gaan en mocht de zwarte koning naar b3 gaan gaat de witte koning naar b1. Okay, het was laat, al ruim na elven, okay, er was weinig tijd op de klok, maar toch: het was ook gewoon een kwestie van tellen.

Sander de Bruijn had misschien ook kunnen opgeven, toen Ton van Vliet een kwaliteit voor kwam, maar die bood remise aan, welk aanbod door Sander graag aanvaard werd. Ton speelde (naar eigen zeggen) “als een krant”, had in de opening stukwinst gemist en had weinig vertrouwen in het vervolg van de partij.

Andere partijen kregen wel uitslagen die bij het wedstrijdverloop pasten.

Zo stond de zwarte dame van Dingnis Lokerse aan de verkeerde kant van het bord toen Jan Dieleman een koningsaanval startte: winst voor Jan.

Over een zwarte dame aan de verkeerde kant van het bord gesproken. Ook die van Wim Loomans stond niet gelukkig. Het leek allemaal erg gevaarlijk voor tegenstander Adrie van de Vreede wat Wim deed. Maar Adrie kon de koningsaanval van Wim simpel pareren. Wim moest slaan op f2, waardoor hij twee van zijn drie aanvalsstukken (loper en paard) inruilde voor een toren en een pion.

Plots stond Wims dame moederziel alleen op de koningsvleugel, kon niet meer terug naar de damevleugel of naar d8. Adries lopers en een mooie pionzet (18. g4 in deze stelling) deden de rest. Wim had genoeg gezien: zijn dame zou gevangen worden, dacht hij, en hij gaf op. Dat (dat de dame gevangen zou worden) was niet helemaal zo, want na 18…..Dg6, 19. Ld3 zou met 19….f5 dameverlies voorkomen kunnen worden, maar dan nog: Dat had het misschien nog wat gerekt, maar ik stond hopeloos verloren. Goed gespeeld door Adrie, voor mij een les. Aldus Wim. Punt voor Adrie, die daarmee de opmars van Wim (tijdelijk?) stuitte. In elk geval staat Riny weer vierde en Wim vijfde.

Marius Leendertse speelde met zwart en dan lijkt het wel alsof altijd de c-lijn Marius’ achilleshiel is. Of het hier ook de reden was van stukverlies weet ik niet, wel dat Bram Boone zijn materiële voorsprong keurig uitspeelde.

Bij Krijn Saman was dat ook het geval. Dies Lokerse verloor een belangrijke centrumpion. Krijn kon daarom met zijn e- en d-pion naar voren stomen en mede door de ongelukkige positie van sommige stukken van Dies leverde dat ook een voor punt op voor Krijn.

Peter van der Borgt had bijna vier uur nodig om te winnen en weer in te lopen op Lennard Duynkerke.

Tegenstander Harmen van Beek met zwart speelde hier 41….Le7 om na 42…..Ld6 één van die twee rottige witte lopers te ruilen. Met 42. h5 valt wit het paard aan, maar daar ziet zwart geen gevaar in en speelt toch 42…..Ld6. Logisch toch: als wit het paard slaat, slaat zwart de loper op c7 en als wit de loper slaat, slaat zwart terug met de dame en staan de loper op d7 weer in. Helaas heeft Harmen iets over het hoofd gezien. Niet gek dat dat gebeurde, want Harmen zat al een poos in echte tijdnood (Peter had ook niet echt veel ruimte meer op de klok, maar wel een paar minuutjes meer dan Harmen).

Wit sloeg het paard, zwart de loper op c7:

En hier sloeg wit op f7 en nu is het over en uit:

  • 44…..Dxf7, 45. Le6 en Harmen gaf op, want het geplande 45…..Lc8 om de witte loper te pennen sloeg nergens op omdat de witte koning helemaal niet op h3 stond (wat Harmen dacht). Gekker nog, die koning had daar nooit gestaan.
  • 44……Kxf7, 45. Le6+, Ke7 (of Ke8), 46. Lxd5+ en wit wint een pion en een loper. Ook na andere koningszetten (Kf6 of Kg6) moet de koning uiteindelijk naar de e-lijn (om mat te voorkomen) en wint het aftrekschaak Lxd5+.
  • 44…..Kh8, 45. Te8 en wint veel materiaal.
  • 44……Kh7 45. Dd3+, g6 46. Le8 en daarna Ph4 en wit wint.

Omdat Peter won en koploper Lennard Duynkerke er niet was (vakantie) is Lennards voorsprong nu nog maar een punt of 20. Overigens hijgt Corné Harmsen ook in de nek van beide bestuursleden. Corné won van Eric Dek, die het een leuke partij vond, ondanks dat hij verloren had. Eric had al snel dames geruild, mede omdat Corné een waar tacticus is en dan kan je maar beter zo’n sterk stuk ruilen.

Eric meldt nog het volgende: Het was een positioneel gevecht van beide spelers om de meest sterke
positie op het bord te krijgen. Volgens de engine was het tot aan zet 22 ongeveer gelijk opgaand.

Door wat mindere keuzes van mijn zijde na zet 22 kwam Corné daarna steeds wat beter te staan, tot hij op zet 30 mij de definitieve genadeklap toediende en een geweldige zet speelde die ik in een eerdere positie wel een keer als optie had berekend maar nu net even niet zag aankomen…

U ziet hem wellicht wel: 30. Pxe6. Slaan is uit den boze: 30…..fxe6 31. Tg7+, Kh8 32. Tg5+ en nu kan zwart nog wel een pion en een toren op de lange diagonaal zetten, maar mat is onvermijdelijk. Eric sloeg niet, maar (zijn woorden) hij spartelde nog vijf zetten door, maar Corné bleef de beste zetten doen en scoorde zo het volle punt.

 

Peter van der Borgt

 


Ronde 21
24-2-2025

1 Marko Burger Peter van der Borgt ½-½
2 Riny Westveer Corné Harmsen 0-1
3 Wim Loomans Jan Capello 1-0
4 Eric Dek Matthijs Schouten ½-½
5 Sander de Bruijn Wouter van der Ploeg 1-0
6 Marius Leendertse Krijn Saman ½-½
7 Alexander van ’t Hoff Jan Dieleman 0-1
8 Piet van Boven Dingnis Lokerse 1-0

 

Nieuwe klok

 

In de speelzaal hangt een klok. Reglementair hoort dit ook zo. De klok deed het niet goed. Jan Capello had een klok over en hing die netjes op, zodat we de hele avond precies wisten hoe het laat was. Letterlijk, want figuurlijk (achter het bord) wisten we vaak niet “hoe laat het was”. In elk geval: Jan, bedankt voor de klok.

 

Op twee potjes na duurden de partijen weer allemaal drie uur of meer. Waar zo’n nieuwe klok allemaal niet goed voor is 😊.

Dingnis Lokerse begon prima tegen Piet van Boven. Hij kwam een pion voor, maar daarna verloor hij eerst een loper en even later leverde hij een volle dame in. “Dan kan ik beter stoppen” zei Dingnis en dat deed hij ook: 1-0 voor Piet. Jammer dat Dingnis zijn sublieme partij van de week ervoor geen vervolg kon geven.

Riny Westveer offerde een dame. Ja, een dame. Er zat een geniaal plan achter. Maar, u voelt hem aankomen, er zat een lek in dat plan. Corné Harmsen pakte daarom een snel punt. Maar ja, een dameoffer; daar horen plaatjes bij.

In deze stelling offert Riny zijn dame door fxe5 te spelen. Na Lxd1 volgt uiteraard dxc6. Dit dreigt (u ziet het, neem ik aan, nog steeds) cxb7+ en na Dd7 (want de koning kan niet weg en het paard en de loper die naar d7 hadden gekund zijn of van het bord af of staan op d1) volgt b7xa8D (ook promotie tot toren was genoeg was) en het is dan geen schaak, maar mat. Geniaal, Briljant, Grootmeesterlijk. U kunt zelf ook nog wel wat superlatieven bedenken. En dat deze partij dan ook meteen Partij van het Jaar is lijkt me duidelijk. Want wie komt hier overheen? Niemand toch.

Maar ik had de spoiler alert al weggegeven. Het offer is fout. Riny had nog wel gezien dat na dxc6 Da5+ zou volgen en dat dan Pc3 verplicht was. Wat Riny gemist had was dat veld d8 inmiddels niet meer door de dame werd bezet en vrij was, zodat zwart gewoon Kd8 kon spelen of nog beter (en dat deed Corné) lang kon rokeren. En in plaats van mat geven stond Riny een dame tegen twee stukken achter. Veel te schwindelen viel er niet meer, waardoor deze part als “kort, maar hevig” bestempeld mag worden.

Later, veel later, werden eer in vijf minuten tijd drie remises aangetekend.

Krijn Saman speelde weer een razend complexe partij. Lang bleven zowat alle stukken op het bord. Toen de kruitdampen een beetje waren opgetrokken had Marius Leendertse een pion meer, maar veel tijd minder. En dan was het ook nog een toreneindspel. Marius telde zijn knopen, bood remise aan, wat Krijn aannam.

Marko Burger en Peter van der Borgt maakten er ook een complexe pot van. Marko had een zwakke pion op c3. Peter ruilde materiaal en ging proberen een tweede zwakte te scheppen. Het adagium is immers dat één zwakte bij je tegenstander onvoldoende is om te winnen, dat er altijd een tweede zwakte nodig is. Die tweede zwakte wist Peter niet te vinden; in elk geval niet tijdens de partij. Later op de avond, bij het uitlaten van de hond, bedacht Peter opeens dat in deze stelling

zwart met 44….b4 een winnende stelling had kunnen krijgen: 45. cxb4, Txb4+ 46. Kc2 (of c3, a3, a2), Txb2+ 47. Kxb2, Lb4 48. Kb3

Hoe is dat dan te winnen? Simpel: tempodwang leidt ertoe dat wit uiteindelijk pion d4 gaat verliezen. Hoe dan? De loper gaat eerst naar d2, wordt dan door de witte koning aangevallen en gaat dan naar a5. De loper kan dan niet aangevallen worden, zodat de zwarte koning dichterbij kan komen. Kan wit niet een doorbraak forceren op de koningsvleugel? Nee, want na iets als g3-g4 slaat zwart niet op g4, maar doet gewoon niks.

Toch waren er twee problemen:

  1. Peter zag 44…..b4 pas nadat er remise was overeengekomen en
  2. Wit hoeft die pion niet te slaan. Wit kan ook met 45. Le1 die pion op (of eigenlijk veld) b4 dekken.

Kortom: terechte remise na goed verdedigen van Marko.

Mijn gevoel was dat Eric Dek steeds iets minder stond dan Matthijs Schouten. En dat gevoel klopte wel als ik Erics reactie per mail lees: Over mijn deel van de partij tegen Matthijs kan ik kort zijn. Matthijs speelde beter, hij stond beter en had verdiend te winnen. Ik opende met c4, een opening die ik niet goed beheers. Op zich geen probleem maar dan moet je niet van de twee, drie plannen die je in je hoofd hebt, om en om een vervolg zet kiezen.  Gevolg was dat ik na 22 zetten niets anders kon doen dan remise aanbieden. Ik stond op dat moment een dikke pion achter waarbij mijn enige ‘compensatie’ was dat ik het loperpaar had en Matthijs twee paarden. Kortom ik moet maar erg blij zijn dat Matthijs het niet al te laat wilde maken en mijn remise aanbod accepteerde. Ook een halfje voor beide spelers dus.

Vrij snel na de drie remises haalde Sander de Bruijn het volle punt binnen, na een zwaar gevecht. Hier had Wouter van der Ploeg twee zwaktes: pionnen op c6 en a6. Wouter had dit kunnen voorkomen door zijn loper op d7 eerder in de partij naar c6 te zetten, maar die loper liet hij afruilen. Sander bleef daarna planmatig spelen, torens op de open b-lijn. Wouter probeerde met (soms creatief) verdedigen “de meubelen te redden”, maar dat lukte niet. Een instructieve partij.

 

Toen waren Jan Dieleman, Alexander van ’t Hoff, Wim Loomans en Jan Capello nog bezig. Ook dit waren complexe partijen, dus ook mooi om te volgen.

Alexander was gedwongen geweest een kwaliteit te geven, maar hield wel aanvalskansen. Jan moest dan ook tijd investeren om die kansen te pareren. Dat lukte, maar kostte wel tijd. Toch was het Alexander die in de fout ging en na ruim drie uur spelen zijn paard cadeau deed. Jan kon toen met een toren meer de dames ruilen en naar winst afwikkelen.

Wim Loomans had deze week het geluk aan zijn kant. Jan Capello liet de winst schieten.


Wim speelde hier “het zwakke” (Wims woorden) 14. g3. Na 14…Dh5 15. h4, Lxh4 16. Kg2 leek Jan als een mes door de boter te gaan.

Als Jan hier 16……Lxg3 zou hebben gespeeld zou de partij waarschijnlijk gespeeld zijn.

Laten we eerst eens kijken naar terugslaan van de loper:

  • Kxg3, Dh2+ 18. Kf3, Pe5 mat
  • fxg3, Dh2+ 18. Kf3, Pe5+ 19. Kf4 en je voelt aan je water dat dit niet goed kan gaan komen voor wit. Zwart heeft alle tijd om eerst het paard op e5 te dekken met 19…..Te8 en behalve dat het mat-in-10 schijnt te zijn gaat ook de witte dame verloren, want na Dh6+ volgt Dg6+ met damewinst.

Dus terugslaan is geen goed plan. Is het dan een idee eerst het paard te slaan: 17. Lxg4. Ook dit loopt na 17….Dh2+ niet goed af voor wit: 18. Kf3, Lxg4+ 19. Kxg4 en ook nu voel je aan je water: dit loopt niet goed af voor wit. Hier is gewoon tijd voor 19….Le5 en verlies van de partij  is onvermijdelijk.

Moet je dan misschien de dame aanvallen: 17. Th1. Dit is de beste optie voor wit, maar na 17….Lh4 staat zwart gewoon twee pionnen voor.

Kortom: Jan liet hier een mooie kans op winst en Partij van het Jaar liggen. Jan speelde namelijk 16….Lf5. En vanaf hier ging het de verkeerde kant op met Jan, op het bord, maar ook op de klok. En dan bedoelen we dus niet die nieuwe klok die Jan had opgehangen.

Volgens de engine (Jan is hier aan zet) is het potremise. Nu vraag ik je: wie wil er hier wit zijn en wie zwart? Ondanks dat wit een pion minder heeft zal iedereen voor wit kiezen. Jan moest lang nadenken, speelde nog wel “the best move” (32…Pg4), maar het vervolg was minder. Jan verloor. Wim won. Een enerverende partij.

 

Peter van der Borgt

 


Ronde 20
17-2-2025

1 Peter van der Borgt Leon Zweedijk 1-0
2 Corné Harmsen Wim Loomans 0-1
3 Herman Schoonakker Jan Capello 1-0
4 Wouter van der Ploeg Eric Dek 0-1
5 Piet van Boven Ton van Vliet 0-1
6 Jan Dieleman Sander de Bruijn ½-½
7 Alexander van ’t Hoff Rinus den Hollander 0-1
8 Dies Lokerse Marius Leendertse 0-1
9 Dingnis Lokerse Krijn Saman 0-1

 

Spannende partijen

 

Soms heb je het wel eens: een miniatuur. Zo’n potje van minder dan 20 zetten. In de 20e ronde was er zo eentje. Leon Zweedijk speelde een gambiet (ik vermeld niet welk gambiet, zodat Leon het nog eens kan proberen). Peter van der Borgt kende het vaag. Vaag in de zin van dat hij wist wat de volgende zet moest zijn (de rest niet). Het was ook een gevaarlijk gambiet, voor Leon ook. Mispakken kon zijn stelling ook niet hebben. Dat gebeurde wel en Peter boekte een snelle zege.

De rest van de partijen duurde veel langer. Piet van Boven wilde graag dames ruilen, tegenstander Ton van Vliet niet. Dat resulteerde in heel veel damezetten. Piet stond positioneel minder. Dus het was te begrijpen dat Ton niet wilde ruilen, alhoewel hij ook had kunnen kiezen voor afwikkeling naar een veel beter eindspel. Maar Ton en eindspelen is geen gelukkige combinatie. Terecht hield hij de dames op het bord. Nu werd er door een missertje van Piet afgewikkeld naar een stelling met dame en toren voor Ton en toren en loperpaar voor Piet (en voor allebei nog wat pionnen). Dat kan remise worden, maar dan moeten de toren en het loperpaar samenwerken en actief staan en de koning veilig. En de toren en de lopers werkten niet samen, stonden niet actief en de koning stond bloot aan schaakjes. Kortom: Ton won.

Na drie uur spelen werden de meeste partijen beslist, op die van Herman Schoonakker en Jan Capello na. Het was een thematische partij met een zwakke witte d-pion voor Herman, die door Jan op de juiste manier onder druk werd gezet. Toch ging het mis voor Jan. Een zwarte koning op h7, een witte dame op c2, een witte toren op d3 en plots was daar Td3-e3+: de dame gaf schaak en de toren viel Jans ongedekte loper op e7 aan. Het komt niet vaak voor dat Jan een tactiekje over het hoofd ziet. Nu dus wel. Jan probeerde het nog even, maar net voor elven boog hij het hoofd.

Even daarvoor hadden nieuwkomer Jan Dieleman en Sander de Bruijn voor de enige remise gezorgd. Jan was beter uit de opening gekomen: pion meer en veel actievere stukken. Toch lukte het hem niet dit voordeel om te zetten in een eenvoudige te winnen stelling. Dat was ook te danken aan Sanders stugge verdedigingswerk. Maar dan nog: na 35 jaar of zo geen serieuze partij te hebben gespeeld leverde Jan het bewijs dat je (net als fietsen) schaken niet kan verleren.

Bij Alexander van ’t Hoff en Rinus den Hollander bleef de spanning in de stelling: Rinus ruilde nier af op e1 en Alexander niet op e8. Beiden wilden hun toren op de open e-lijn houden. Rinus had echter latent een aanval op het paard op c3 (met dame en loper), wat gedekt stond door een dame op d3 en toren op c1. Die toren op c1 dekte ook de toren op e1, die ook nog gedekt werd door een paard op e1. Toen Rinus zijn paard op e5 zette (met aanval op paard f3 en dame d3) had Alexander dat paard direct van het bord moeten rammen. Nu speelde hij Dc2 en er volgde Pxf3+, gxf3, Txe1+, Txe1 en Dxc3. Paard achter en omdat Rinus zich niet liet beschwindelen: zege voor Rinus.

Dies Lokerse was een kwaliteit achter gekomen, maar had een tegenaanval over de a-lijn. Het leek op remise uit te draaien totdat Dies plots een paard verloor en er slechts een vrije d-pion voor terug kreeg. Met dame en toren probeerde hij dat ding naar  veld d8 te krijgen. Marius Leendertse zat een beetje in dubio: moet ik met mijn dame en twee torens dat ding stoppen, moet ik mat proberen te geven (onderste rij-opties) of moet ik voorkomen dat Dies tussenschaakjes kan geven. Daardoor speelde Marius niet altijd de beste zet en duurde het misschien wat langer dan nodig was eer Marius de vis op het droge had.

Wouter van der Ploeg kreeg (volgens de engine van Eric Dek) mooi spel. Zelf zag ik wel wat problemen in de pionnen op d4 en c4. Die d-pion leek me zwak omdat er geen toren op d1 stond. Die d-pion ging dan ook verloren, maar in deze stelling (doorgemaild door Eric)

had Wouter Eric het veel lastiger kunnen maken dan met het nu gespeelde Pf3 (kostte pion b2). Ziet u welke zet?

Dingnis Lokerse speelde een prima partij tegen Krijn Saman. In deze stelling

zijn er mooie offermogelijkheden voor wit. En Dingnis benut er eentje van. Slaan op g4 (al dan niet na eerst te ruilen op e4) is misschien de beste. Maar Dingnis ziet iets groters en speelt Pxf5! Hij offert een stuk. Na Lxf5 gaat hij nog een stapje verder: Txf5!! Een uitroepteken extra. Hij gooit er ook nog een kwaliteit tegenaan. Terecht. Er vindt een slagenwisseling plaats na Txf5: Txf5, Lxe4, Pxee4, Dxe4. Het staat dan zo:

Wit staat een kwaliteit tegen een pion achter, maar valt de toren aan. Misschien denk je dat zwart hier met Dc5+ (dreigt binnen te vallen op f2) alles kan recht trekken. Dat kan ook als wit dan e3 zou spelen (want dan is de loper op c1 plots waardeloos geworden). Maar na Dc5+ volgt Ld4!!!. Die loper kan genomen worden (met de pion), maar dan verliest zwart zijn toren op f5. Krijn ziet dit en speelt het logische Tg5; dan staat immers de toren niet meer aangevallen en is pion g4 gedekt.

Maar Dingnis is niet te stuiten. Na Tg5 volgt Lc1 (valt toren aan), Tg7 (wat anders?), Lh6. De engine geeft inmiddels ongeveer +2 voor Dingnis, die hier inderdaad de ene na de andere krachtzet produceert. Krijn besluit met Th7 de pion op g4 te geven. Na Th7 volgt Dxg4+, Kh8, Dg6, De7.

Nog steeds een complexe stelling. Nu had Dingnis het beste Lg5 gespeeld. De dreiging Lf6+ zorgt ervoor dat zwart altijd zijn kwaliteit voorsprong gaat verliezen en dan heeft Dingnis plots twee pionnen meer. Nu speelde Dingnis c4-c5. Ook niet gek bedacht: op de andere vleugel een pionnendoorbraak forceren. Na Tg8 ging echter de loper verloren (als de dame naar h5 gaat volgt eenvoudig Df6) en even later de partij.

Wat een prachtpartij. Zou zo maar mee mogen doen voor “Partij van het Jaar”. Maar dat geldt ook voor de volgende partij.

De verrassing van de avond was de winst van Wim Loomans met zwart op Corné Harmsen. Het moet wel gek lopen wil Wim de ratingprijs niet winnen. Maar dan de partij tussen die twee. Wat een spektakelstuk.

We komen er in na wits 15e zet (Dc3, die kwam na 14….e5):

Wim speelde hier natuurlijk 15…..d4, want dat levert een kwaliteit op. De evaluatie van de engine geeft hier zaken die je niet verwacht na (uiteraard) 16. exd4. Logisch lijkt dat je eerst nog een keer slaat op d4 (dat deed Wim ook) en na 17. Dxd4 de toren neemt op h1. Daarna speelt Corné 18. f3 en de loper kan niet meer weg en zal verloren gaan.

De engine denkt er helemaal anders over. Die had na 16. exd4 meteen geslagen op h1 (evaluatie: ruim 2 in het voordeel van zwart). Nu was het 0.0 en zaten we in deze stelling:

Uiteraard speelt wit nu 18. f3 om de loper te vangen. Nou? Uiteraard? De engine schiet weer naar ruim 2 in Wims voordeel. Hier zou 18. Te1 “De Zet” zijn. Niemand had deze zet gezien. Ik ook niet en zat er naast. En tsja, als je de zet ziet is die ook logisch. Er dreigt Lf3+. En speel je Le7 volgt Dxg7.

Maar goed: het ging dus verder met 18. f3. Even later weer een mooie zet.

Hier speelt Corné het door Wim niet verwachte 21. Lb5+. De engine vindt het niet veel bijzonders en vindt dat wit na 21….axb5, 22. Te1 nog steeds echt minder staat. En dat snap ik wel, want de toren van a8 kan binnenvallen op a2, het paard kan naar f4, waardoor de loper op h1 misschien toch niet verloren gaat. Maar Wim besluit tot 21….Kd8, waarna de engine plots groot (nou ja, +2) voordeel voor Corné geeft. Overigens besluit Wim na 22. Te1 toch te slaan op b5 en de dame voor de toren te geven. Voor iedereen is helder dat Corné daarna gewonnen komt te staan:

Wit is aan zet. Materieel gezien staat het min of meer gelijk, maar met een toren op h8 en een loper op f8 die “niets” doen lijkt Wim een vogel voor de kat. Wim bood hier remise aan, wat Corné natuurlijk niet aannam. Wim zei hierop (naar eigen zeggen) uit de grap iets als “hier zal je nog spijt van krijgen”. Hij wist toen nog niet hoe hij gelijk zou krijgen.

Nog geen tien zetten later zijn we in deze stelling aanbeland. Een onwaarschijnlijk verschil. Corné heeft verzuimd zijn koning van de onderste rij naar een veiliger veld te brengen. Wim stukken doen mee. Wim is nu aan zet en speelt rustig 35……Tc2 en dreigt mat (Td1). Corné reageert met 36. Df4+ in de hoop op een koningszet (Kc8, Dc7 mat of Ka8, Da4+ en Dxc2). Wim speelt natuurlijk niet met de koning, maar speelt het door Corné gemiste 36……Pe5 en staat plots straal gewonnen. Corné had hier echt 36. De1 moeten spelen om mat tegen te gaan.

Na 36….Pe5 speelde Corné 37. Pd4 en stond het zo:

En hier slaat Wim beslissend toe. Hoe? Antwoord: verderop.

 

Met nog 8 rondes te spelen begint Peter van der Borgt steeds meer in de nek van Lennard Duynkerke te hijgen en lijkt het een kwestie van tijd of Riny Westveer moet de 4e plaats aan Wim Loomans laten. Kijk maar: stand-intern-2024-2025

 

Peter van der Borgt

 

O ja1: Wouter had Ta1-d1 kunnen spelen en (ik citeer Eric) dan ontstaat een stelling waarin nog alles te bewijzen valt voor zowel zwart als wit.

O ja2: Wim slaat toe met 37…Txd4! 38. Dxd4, Txh2+!!! en nu valt de dame door Pf3+. Met een stuk en twee pionnen minder vond Corné het welletjes.

 


Ronde 19
10-2-2025

1 Riny Westveer Peter van der Borgt 0-1
2 Corné Harmsen Lennard Duynkerke 1-0
3 Rinus den Hollander Marko Burger 0-1
4 Eric Dek Sander de Bruijn ½-½
5 Dingnis Lokerse Bram Boone 0-1
6 Krijn Saman Alexander van ’t Hoff 0-1
7 Dies Lokerse Piet van Boven 0-1

Lennard doet slechte zaken

 

Lennard Duynkerke kwam beroerd uit de opening: een pion achter en ook positioneel zag het er niet best uit. Lennard probeerde tegenstander Corné Harmsen met creatieve zetten in verwarring te brengen, maar dat lukte niet. Mooie zege van Corné die daardoor inliep op Lennard.

Maar de tweede plaats bereikte hij niet, want tegen half twaalf had ook Peter van der Borgt gewonnen. Peter was niet lekker uit de opening gekomen, al bleek de engine veel minder negatief dan Peter zelf. Zeker nadat Riny Westveer Peters loper op c8 had geruild tegen een sterk paard was het een eind gelijk. Het zou remise zijn geworden als Riny niet achter het bord zou zitten. Riny zoekt altijd naar een weg naar de winst, ook als dat mogelijk tot verlies van hemzelf leidt. Gek genoeg was het nu Peter die met f5 een winstpoging ondernam. Riny ging niet in op de complicaties die zouden ontstaan na het slaan van die pion. Remise dus? Nee hoor, want even later deed Riny een poging en die kostte een pion en dat niet alleen, het leverde Peter een vrijpion op. Die vrijpion kon alleen gestopt worden door een loper te geven. Simpele winst dus voor Peter? Beslist niet, want Riny dreigde twee vrijpionnen te halen die Peter misschien niet kon stoppen. Met weinig tijd op de klok voor beiden kon Peter het winstpad vinden.

Eerder op de avond had Piet van Boven gewonnen van Dies Lokerse. Het bleef lang gelijk, maar in het eindspel met drie lichte stukken en een heleboel pionnen stonden Piets stukken actiever en dat was, tezamen met een goed geplaatst pionoffer, voldoende om na een uur of twee spelen het punt binnen te halen.

Krijn Saman en Alexander van ’t Hoff speelden een partij die heel complex was. Alexander had een vrijpion op de a-lijn, maar die stond nog op a7 en moest dus nog een hele reis naar het promotieveld a1 maken. Krijn was met een aanval op de koningsvleugel bezig. Voor die aanval was veel rekenwerk nodig, voor de verdediging ook. Iedereen was benieuwd hoe dit zou aflopen. Voor iedereen, maar zeker voor Krijn, was het een afknapper dat we nooit zullen weten wat nu gevaarlijker was (de aanval van Krijn of de vrijpion van Alexander), omdat Krijn pardoes zijn dame wegblunderde.

Dingnis Lokerse wist dit keer de blunders van het bord houden, maar kreeg wel te maken met een inval over de h-lijn van de zware stukken van Bram Boone. Met kunst- en vliegwerk kon Dingnis de materiële schade beperken tot een pion. Vervelender was dat Bram ook de stukken van Dingnis in de tang hield. Dingnis gaf zich niet zomaar gewonnen, had zelfs nog een mat-truc. Bram trapte er niet in en won.

Eric Dek speelde een partij zoals ik me die herinner van de “oude” Eric: beter uit de opening, actiever dan de tegenstander, maar niet de weg kunnen vinden naar meer voordeel of in elk geval genoeg voordeel voor winst. Het werd dus remise tegen Sander de Bruijn, die niet ontevreden zal zijn geweest met dit halfje.

Tenslotte de partij tussen Rinus den Hollander met wit en Marko Burger met zwart. Ook dit werd een gevecht. Marko wist zijn geliefde opstelling te bereiken (paarden op g6 en f6) om zijn koningsaanval in te zetten. Rinus verdedigde zich prima en dreigde ook wat aan de andere kant, zodat lang rokeren geen goed idee was, voor Marko.

Het ging lang gelijk op.

Hier speelde Rinus 48. Lxe6. Marko had hier de beslissende klap kunnen uitdelen door met de pion de loper terug te slaan. Het paard op e7 wordt dan gevangen, want het enige vrije veld is g6. Na 49. Pg6, Kd6 volgt Tg8 en het paard wordt gevangen.

Marko speelde echter 48……Kxe7 en het bleef gelijk en uiteraard werd het een toreneindspel en die zijn razend moeilijk. En daar ging Rinus de fout in:

Rinus heeft net 67. a5 gespeeld, waarna die pion verloren ging na 67….Kb4. Zoals we (zouden moeten) weten hoort een toren achter de vrijpion. Rinus had dus veel beter 67. Ta3 gespeeld. Als zwart dan 67….Kb4 speelt volgt 68. Ta2 (of Ta1). Natuurlijk kan zwart dan nog steeds die a-pion winnen door de toren naar de a-lijn te verplaatsen, maar dan valt de zwarte c-pion. Ongetwijfeld zal tijdnood een rol hebben gespeeld.

Nu ging de pion en de partij verloren.

 

Peter van der Borgt

 


Ronde 18
3-2-2024

1 Wim Loomans Lennard Duynkerke 0-1
2 Corné Harmsen Adrie vd Vreede 1-0
3 Leon Zweedijk Riny Westveer ½-½
4 Harmen van Beek Wouter van der Ploeg 1-0
5 Eric Dek Herman Schoonakker 0-1
6 Matthijs Schouten Piet van Boven 1-0
7 Krijn Saman Sander de Bruijn 0-1
8 Bram Boone Dies Lokerse 1-0
9 Dingnis Lokerse Alexander van ’t Hoff 1-0

 

Remisekoning

 

Maandagavond was ik maar kort op de club. Zo kort dat dit verslag geheel en al gebaseerd is op “van horen zeggen” en maar een beperkt aantal partijen behandeld. Laat op die maandagavond zag ik in de groepsapp wel de uitslagen. En daar zaten een paar verrassingen tussen.

Niet verrassend was de remise van Leon Zweedijk, die hard op weg lijkt naar de titel “Remisekoning”. En dat is eigenlijk wel verrassend, als je Leons speelstijl kent, want die is allesbehalve voorzichtig. In de vorige ronde behaalde Leon remise in een eindstelling die meer kansen bood voor zijn tegenstander. Nu was het andersom: de eindstelling was in Leons voordeel en mocht Riny Westveer van geluk spreken dat hij een halfje kon bijschrijven.

Dan de twee verrassingen. Nadat vorige week Dies Lokerse verraste tegen Flip Meijaard met een mooie remise ging neef Dingnis Lokerse er deze ronde overheen door Alexander van ’t Hoff op een nederlaag te trakteren. Dingnis verdubbelde zo zijn aantal zeges.

Over de andere verrassing was Eric Dek kort: Over de partij (zo zou ik het trouwens niet durven noemen) kan ik even kort zijn als de duur ervan. Ik speelde zonder concentratie en maakte op zet 7 al een beslissende fout. Natuurlijk had ik gewoon de pion in het centrum moeten spelen naar e4, maar ik deed even snel de zet a3…., lekker stom. Herman strafte dit perfect af. We hebben nog een paar zetten verder gespeeld maar dat was voor mezelf meer nodig om het aanstaande verlies te verwerken dan om enige kans te maken. Goed van Herman maar eigenlijk vooral erg slecht van mij. Blijft niets over dan zaterdag maar te proberen revanche te nemen….(op mezelf). Tegenstander Herman Schoonakker was iets milder: Het was niet Erics avond. Hij maakte een paar fouten waar ik van kon profiteren. Dat leverde me al een voordeeltje op. Daarna gaf hij ook nog een paard weg en gaf hij op. Ik hoop dat Eric zaterdag weer in topvorm zal zijn.

Je hebt het wel eens dat je een zet van je tegenstander niet, maar dan ook helemaal niet, ziet aankomen. Dat overkwam Sander de Bruijn. In deze stelling

speelde Krijn Saman (met wit) het prachtige paardoffer 22. Pe5+. Sander vertelt er dit over: Jammer dat je er niet bij was gisteravond, dit was een spectaculaire partij. Ik kreeg al vrij snel het gevoel dat ik iets beter moest staan aangezien al was het maar omdat mijn tegenstander 2x een dubbelpion had (verder was het materiaal gelijk).

Life was good…..tot het moment dat ik terugkwam van een bezoekje aan het toilet, Krijn zet een stalen pokerface op en speelt: 22.Pe5+. Ik kreeg het behoorlijk warm, want het zag er op het eerste gezicht best gevaarlijk voor me uit en aan Krijn zijn gezicht te zien had hij zichzelf al de winst toegekend. Na elk offer wat daarna kwam was ik een poos goed aan het kijken en rekenen, maar ik kon niet zien hoe hij hier een winst uit zou slepen. Dit zag Krijn gelukkig ook niet en gaf hij op zet 32 op.

Sander speelde hier 22…..dxe5. Elke andere zet is fout. Na 23. dxe5 (dreigt e6+) speelde Sander 23……Dxd5. Ook hier is elke andere zet veel minder. Nu had Krijn het beste op f6 kunnen slaan (al dan niet na eerst 24. c4), waarna Sander een pion voor bij blijft en nog steeds gewonnen staat. Krijn speelde nu (een beetje speculatief) 24. e6+. Na 24….Ke7 (de koning op het stopveld) is er echter niets aan de hand en staat Sander gewoon een paard voor. Goed gespeeld van Sander, maar ook van Krijn, die er met één zet voor zorgt dat Sander het een paar graden warmer krijgt (en nog steeds geloven er mensen dat klimaatverandering onzin is).

Lennard Duynkerke bleef aan de leiding na een vreemde partij. Het begin was voor Wim Loomans, het eind voor Lennard en die zegt er dit over: De opening speelde ik wat slordigjes en Wim maakte hier gretig gebruik van. Zo wist hij mijn paard dat ontwikkelde met Pb8-d7 direct weer terug te dringen naar b8. Ook het feit dat mijn toren zo weinig velden had, benutte hij goed – voor ik het wist stond ik op zet 17 een kwaliteit achter. Op dat moment zag ik echter dat het paard van Wim, net zoals mijn toren, wel erg weinig velden had. Ik kon hem dus met gelijke munt betalen en kreeg een paard en loper voor een toren en pion. Op dat moment stonden mijn stukken vrij actief en de witte koning had weinig verdedigers. Het leek mij dus een goed idee om daar een aanval op te zetten. In de praktijk bleken mijn stukken echter nog veel sneller in het spel te komen dan zowel Wim als ik voorzien hadden en nog geen tien zetten later stond Wim mat in één. De computer was overigens erg blij met mijn partij :).

En Wim meldde het volgende: Ik vond het een mooie partij. Ik kwam een kwaliteit voor, maar Lennard had een geweldige aanval op de koningsvleugel in petto. Dit leidde uiteindelijk tot opgave van mij. In de analyse achteraf kon ik niet direct ontdekken waar ik in de fout gegaan was of hoe ik de aanval had kunnen pareren. In de engine werd het me (na verschillende simulaties) wel duidelijk.

Eén stellig was in die simulaties cruciaal:

Wim (met wit) is aan zet. Het paard op h4 lijkt reddeloos verloren (er dreigt immers g6-g5). Toch had Wim het paard kunnen redden. Ziet u hoe? Ik zal u helpen: het door Wim gespeelde 18. Tfd1 was niet de juiste voortzetting.

En toch zat Wim in de buurt. Als hij zijn andere toren naar d1 zou spelen kon het paard gered worden, kijk maar naar wat Wim (helaas voor hem achteraf) met hulp van de engine heeft uitgevogeld:

18 Tad1 g5, 19 f4!!

Mogelijkheden voor zwart:

  • 19…. exf3? 20. Pxf3
  • 19…. gxh4? 20. fxe5 (dit zou zwarts beste optie zijn geweest)
  • 19… Pfg4? 20. fxg5 hxg5 21. Pxf5 en deze wordt nu gedekt door Tf1

 

Peter van der Borgt


Ronde 17
27-1-2025

1 Peter van der Borgt Corné Harmsen 1-0
2 Leon Zweedijk Wim Loomans ½-½
3 Marko Burger Eric Dek ½-½
4 Dingnis Lokerse Jan Capello 0-1
5 Harmen van Beek Ad van Klinken 1-0
6 Matthijs Schouten Ton van Vliet ½-½
7 Herman Schoonakker Marius Leendertse 1-0
8 Sander de Bruijn Alexander van ’t Hoff 1-0
9 Dies Lokerse Flip Meijaard ½-½

 

Stopveld

 

De 17e ronde kende een aantal spectaculaire partijen. Dit keer geen snelle zeges (of remises). Jan Capello was de eerste die won en de enige zwartspeler die zou winnen. Hij was een loper tegen een pion voorgekomen, omdat hij Dingnis Lokerses loper op a7 wist te vangen nadat Dingnis daar een vergiftigde pion had genomen. Toch was het niet simpel, want Jan had lang gerokeerd en over de halfopen a-lijn en de diagonaal a8-h1 kon Dingnis allerlei dreigingen in de stelling brengen, zeker als hij ze wist te combineren. Dat lukte niet, maar het was zeker geen abc-tje voor Jan.

Jans dorpsgenoot Marius Leendertse redde het niet tegen Herman Schoonakker. Zoals wel vaker als Marius met zwart speelt was de c-lijn zijn zwakte. Dat moest wel materiaal kosten. Ondanks kranig verdedigen kwam Herman inderdaad twee pionnen voor en Herman maakte het daarna keurig af.

Was in deze partij het plan eenvoudig (voor Herman: aanval over de c-lijn, daarbij materiaal winnen en zonder risico’s te nemen afwikkelen naar winst en voor Marius: aanval over de c-lijn verdedigen en dan de boel gesloten houden) bij Harmen van Beek en Ad van Klinken waren er ook wel plannen te zien. Wit (Harmen) speelde op koningsaanval en met het loperpaar en een dame op de g4 en zwart (Ad) deed eigenlijk hetzelfde. Ad combineerde zijn plan met een open d-lijn en Harmen combineerde zijn plan met de ongelukkige positie van de zwarte dame (op f6). Het vereiste veel nadenken van beide heren. Een tactiekje is dan makkelijk te overzien. Toen Ad Td8-d4 (met aanval op de witte dame) had kunnen spelen, speelde hij Ld4 en werd verrast door Lg3-h4 met aanval op de dame (f6) en de toren (d8). Voor Ad voldoende om op te geven. Jammer dat deze mooie partij zo moesten eindigen.

In een redelijk gelijk opgaand partij zag Alexander van ’t Hoff een prachtige vork: b4-b3 (pion gedekt door Alexanders dame op b7) met aanval op Sander de Bruijns dame op c2 en paard op a2. Helaas voor Alexander had Sander verder gekeken. Hij speelde zijn paard naar d4 om na Alexanders vork eerst met zijn dame Alexanders pion op c6 te slaan. Na de gedwongen dameruil kwam Sanders paard op c6 (met aanval op de ongedekte loper op e7). Sander kon dus gewoon zijn paard op a2 laten slaan en kwam zo twee pionnen voor (die van c6 en die van a2). Alexander ging in de schwindelmodus en Sander in de “je-doet-maar-ik-laat-me-niet-gek-maken-modus” en speelde het keurig uit.

In de strijd om de tweede plaats speelden Peter van der Borgt en Corné Harmsen tegen elkaar. Het werd een intens gevecht.

Ziet u wat Corné met zwart dreigt? Ik gelukkig wel. Wil je weten wat de dreiging was, zie aan het eind van dit verslag.

Dit is misschien wel het cruciale moment. Peter zit nog steeds in tijdnood (lees: al zetten lang minder dan 5 minuten). Die tijdnood kwam ook een beetje doordat Peter zich laat in de partij realiseerde dat op de maandagavond er na de 40e zet geen half uur bij komt. Hier zijn we nog niet bij zet 40, maar net na 33. Tg2. Zwart wil zijn aanval in leven houden en speelt 33…..f4. Nemen durfde ik niet: 34. gxf4, Lxf4 en pion h2 gaat verloren (okay, ik kan pion e6 pakken), maar belangrijker nog alle drie de zwarte stukken doen mee in de aanval. Dus speelde ik 34. e5 en het leek me toe dat ik nu eerder beter zou staan dan slechter, want die twee zwarte g-pionnen leken me nogal kwetsbaar. Om Ton van Vliet een plezier te doen: de engine geeft me gelijk. Corné speelde (het er voor wit eng uitziende) 34…..f3, maar nemen op g3 zou hier beter zijn geweest, alhoewel wit dan nog steeds het beste van het spel zou hebben.

Nu volgde 35. Tf2, g5 36. Te4 en de pionnen op f3, g4 en g5 worden door wit gewonnen. Okay: zwart mag pion d4 hebben, maar heeft daar niet veel aan, omdat het witte paard op d3, het stopveld, staat. Voor de mensen die meer willen weten over eindspelen: een paard op het stopveld (veld voor een vrijpion van de tegenstander) is goud waard als het niet aangevallen kan worden.

Corné beperkte zich hierna tot het inbouwen van tactiekjes (oneerbiedig wordt dit ook wel schwindelen genoemd), maar zijn laatste tactiekje was te grof:

Peter sloeg hier op d4. Pion e5 staat dan onvoldoende gedekt, maar na 50…..Lxe5 51. Pxe5, Txe5 volgt 52. Td6 mat. Daarom deed Corné het net anders: 50…..Txe5, wat na 51. Pxe5, Lxe5 er toe zou leiden dat zwart een pionnetje zou terugwinnen en dat het eindspel T+P+4pi tegen T+L+3pi mogelijk lastig zou worden (alhoewel de zwarte koning afgesneden blijft van de koningsvleugel en de twee witte vrijpionnen aan die kant eenvoudig kunnen doorwandelen).

Er zat echter een lek in Cornés truc: 51. Txc7+ (wegnemen verdediger heet dat, geloof ik, in Stappenmethode-jargon) en Corné gaf meteen op en wachtte 52. Pxe5 niet af. En zo loste Peter Corné af oip de tweede plaats, nog steeds op ruime afstand van Lennard Duynkerke.

De andere vier partijen waren zeker ook spektakelrijk, maar eindigen toch in remise. Ik zat naast Leon Zweedijk en Wim Loomans. Leon had een pion geofferd voor spel, wat Wim wist te neutraliseren. Leon blunderde een kwaliteit weg. Toen vlogen de zetten over het bord, tenminste in mijn beleving. Van grote tijdnood kon nog geen sprake zijn. Door een matdreiging won Leon weer “zijn” kwaliteit terug. Er resteerde een eindspel van T+4pi tegen T+4pi, een toreneindspel dus. Remise dus. Wat “dus”? Wim had een vrijpion, Leons koning was verwijderd van die vrije g-pion en moest zijn pionnen op de damevleugel in de gaten houden vanwege Wims toren op de 2e rij.  Stond Wim dan gewonnen? Geen idee. Maar Leons remise-aanbod werd door Wim aangenomen.

Ook bij Matthijs Schouten en Ton van Vliet was het plots remise en daar zal Matthijs misschien slecht van geslapen hebben.

Matthijs speelde hier het (logisch ogende) 13. Lc5. Immers: het is een ontwikkeling zet en er dreigt materiaalwinst. Maar na 13….Kg8 staat wit nog steeds picobello, maar in plaats van 13. Lc5 had wit een pion kunnen winnen en een goede stelling behouden. Hoe? We laten het verderop zien.

Matthijs liet zijn aanval verzanden. Er volgt dameruil op d6:

Hoe sla je terug: met de pion, de loper of de toren?

Met de pion zou goed zijn als je kan doorstomen, maar dat kan niet, want veld d7 is twee keer gedekt en waarschijnlijk volgt iets als Lc8-c7-c6 en daarna Pb8-d7 en daar hebben we hem weer: het paard op het stopveld! In dat geval staat die pion op d6 wit meer in de weg dan hij er wat aan heeft.

Dus slaan met de loper of de toren. Maar welke? Maakt niet zoveel uit, maar gevoelsmatig zou ik voor de loper kiezen: dan staat die gedekt (nu niet namelijk), dan staat pion e5 gedekt en torens werken het best vanaf de achterlijn (tenzij je meteen torens kan verdubbelen op de d-lijn (en dan kan niet omdat de loper op f1 nog weg moet). Mijn persoonlijke voorkeur ligt dus bij de loper.

Maar, u voelt hem al aankomen, want we zitten in het blokje “spectaculaire partijen die toch remise werden”, Matthijs sloeg met de pion en het werd remise.

Ook Marko Burger en Eric Dek maakten er een spektakel van. Marko negeerde “sla nooit op b7, ook niet als het goed is”.

Eric heeft net 4….Lf5 gespeeld, een (ook op onze club) vaak voorkomende openingsfout. Als de d-pion niet gedekt is (door c6 of e6) volgt gewoon 5. Db3 en je verliest een pion. Marko speelde inderdaad ook 5. Db3, maar sloeg niet meteen op b7. Logisch, want Eric speelde 5….Pc6 (valt pion d4 aan), maar na 6. Pf3, e6 had Marko best op b7 mogen slaan.

Op zet 10 sloeg Marko wel op b7, waarna Eric rokeerde en we in de volgende stelling terecht kwamen:

Hier speelde Marko het mooi ogende 11. Lc7. Na deze zet liep ik achter de feiten aan en moest ik de zaak zo goed mogelijk keepen meldde Marko er later over, want na 11……Dd7 stond die loper op c7 gepend en begon Marko te keepen met 12. e4. Als Eric hier met zijn d-pion teruggeslagen zou hebben was het een eind “game over”, maar Eric nam met de loper. Nu kon Marko 13. La6 spelen zonder dat zijn paard op f3 door een pion geslagen kon worden.

Het bleef complex en beide spelers moesten hard nadenken. Er volgde een afwikkeling die (zeker als we de engine mogen geloven) voor Marko niet goed uitpakte.

De engine geeft nu ruim -3, oftewel Eric zou positioneel “drie pionnen” voor staan, terwijl hij op het bord een kleine kwaliteit (twee lichte stukken tegen een toren) voor staat. Of ik de evaluatie van de engine helemaal begrijp weet ik niet, maar deels snap ik hem wel: a. er is dus die lichte materiële voorsprong, b. de pion op c3 is slecht en c. de zwarte toren kan de b-lijn bezetten en wit (ondanks dat die aan zet is) niet, vanwege de loper op e4.

Uit het vervolg van de partij lijkt het er op dat Eric onvoldoende de waarde ziet van het bezetten van de b-lijn en de zwakte van pion c3 en komt Eric niet veel verder. Dat het dus remise werd (ondanks dat de engine nog steeds ruim voordeel geeft voor Eric) is niet onlogisch.

Eric zelf zegt er dit over: Het was een partij die volgens de engine bol stond van missers en fouten, afgewisseld met een flink aantal “geweldige zetten” van beide kanten. Het oude thema “sla nooit op b7 ook al is het goed” was menig zet mogelijk en is uiteindelijk wel door Marco gespeeld. De engine zegt hiervan dat het op al de mogelijke momenten (van zet 6 t/m zet 10) een goede zet was, kortom ik gaf dus gewoon deze pion weg. En toch, op geen van de momenten leek het mij een onoverkomelijk nadeel. Uiteindelijk had ik misschien wel de meeste kansen om de partij naar winst te spelen, dat was zeker zo op het moment dat ik remise aanbood. Maar met de uitgeruste en frisse blik van nu, zonder opkomende tijdnood in de partij, is dat natuurlijk makkelijk praten. Gezien de grote grilligheid van de partij waarbij elke zet vanaf zet 4 tot aan zet 18 ‘zo goed als beslissend’ leek, was wat mij betreft remise een terechte uitslag.

De laatste remise viel op het bord waar Dies Lokerse met de witte stukken en Flip Meijaard met de zwarte stukken speelde. Dat was geen spektakelstuk, meer een voorzichtige partij, waarbij de pionnen in elkaar geschoven werden. Uiteindelijk ging de b-lijn open. Het leek me toe dat Flip daar mogelijkheden had. Misschien waren die er ook, misschien ook niet. Op het bord kwamen ze echter niet. Terechte remise dus. Knap van Dies.

 

 

Peter van der Borgt

 

PS1: Zwart dreigt Lxg3, want na hxg3 volgt Tfh6 en er dreigt torenwinst (Th1+) of erger als je die toren wilt redden (mat, na Th1+ gevolgd door T8h2).

PS2: Matthijs had materieel voordeel kunnen behalen (en zijn positionele voordeel kunnen behouden) met 13. Pxb7, Dxd1 14. Txd1 en er dreigt 15. Td8+, Pe8 16. Lc5+.

PS3: Ik had min of meer beloofd een paard op f7 te offeren. Dat zat er niet in.

Wel zag ik hier: 5. Lc4, Pb6 6. Lxf7+, Kxf7 7. Pg5+ en wit wint een pion. Wel een offer dus op f7, maar dan met de loper. Toch speelde ik die loper niet naar c4, want Corné is tactisch vaardig genoeg om niet dat paard naar b6 te spelen, maar het paard te dekken met de e- of c-pion of (misschien nog wel eenvoudiger) 5….dxe5 te spelen.

 


Ronde 16
20-1-2025

1 Ad van Klinken Corné Harmsen 0-1
2 Peter van der Borgt Wim Loomans 1-0
3 Sander de Bruijn Riny Westveer 0-1
4 Ton van Vliet Rinus den Hollander ½-½
5 Piet van Boven Herman Schoonakker 0-1
6 Marius Leendertse Dingnis Lokerse 1-0
7 Jan Capello Alexander van ’t Hoff 1-0

 

Het zeventiende schaakstuk

 

Huh. Iedere speler heeft er toch maar zestien? Klopt. Maar in onze omvangrijke bibliotheek kwam ik een boek tegen met die titel: Het zeventiende schaakstuk. En dat heb ik deels gelezen, deels doorgebladerd.

En ik kwam best interessante zaken tegen, zoals de “analysevragenlijst”. Die kende ik niet en ik ga ik gewoon eens een keer proberen. Wat ik ook niet wist dat er gemiddeld meer linkshandigen schaken dan rechtshandigen. Er is overigens geen significant verschil in speelsterkte waargenomen tussen links- en rechtshandigen.

Ook informatief vond ik de psychologische vuistregels, zoals:

  1. Beperk het aantal kandidaat-zetten. Wie herkent het niet. Je ziet veel mogelijke zetten en die wil je allemaal doorrekenen. Als je dat goed doet kom je in tijdnood, doe je dat niet goed, dan speel je (mogelijk) een onvoldoende doordachte zet.
  2. Een stuk kan ook teruggaan. Herkenbaar: je tegenstander heeft net Pd7-f6 gespeeld, je doet een zet, bedenkt de mogelijke reacties van je tegenstander, maar vergeet daarbij aan Pf6-d7 te denken.
  3. Niet alleen kijken naar of iets kan (verifiëren), maar ook of iets niet kan (falsificeren). Het blijkt dat we (niet alleen in een schaakwedstrijd) te weinig falsificeren.
  4. Let ook op de klok in gewonnen stellingen.
  5. Bekijk de stelling van meerdere kanten. En dat dus letterlijk.
  6. Als ik onzeker ben, is mijn tegenstander dat waarschijnlijk ook.

En dan was er ook nog de vuistregel “de partij is pas over na de laatste zet”. Daar dacht ik aan bij deze stelling, waar de engine -3,86 geeft. Zwart staat dus straal gewonnen, mits hij de “best move” doet, want na andere zetten wordt het +4,32 of erger.

Hier speelde zwart het direct verliezende 35…Db6?? Alleen de wondermooie zet 35…Pg4!! was winnend geweest. De matdreiging op g2 is zeer reëel, de schaakjes op f6 en h6 zijn afgedekt, en als wit 36.Txe4 speelt, dan wint zwart met 36…Db6+ 37.Kh1 Db1+ en wit gaat mat.

De stelling zullen velen herkennen uit de partij tussen wereldkampioen Gukesh en Anish Giri uit de eerste ronde van het Tata Steel 2025. Giri was zwart. Hoe kan het dat een wereldtopper een combinatie van maar drie zetten diep niet ziet? Tuurlijk, er was tijdnood, maar dan nog. Het is maar drie zetjes diep en allemaal verplichte zetten.

Laten we eens kijken. Stel: je ziet 35….Pg4, dan zie je ook dat je mat op g2 dreigt. Dan zie je ook dat wit het mat kan voorkomen met 36. Txe4. Dan zie je toch ook het schaak op b6? Nou, dat zie je wel als je de zetten uit zou voeren, maar zoals het nu staat is Db6 geen schaak (dat was ook het probleem, want Gukesh speelde 36. Df6+ en de dames werden geruild). Maar als je wel ziet dat 36….Db6 met schaak is, dan moet je niet alleen zien dat 37. Kf1 tot mat leidt (37….Df2), maar ook (en dat is al moeilijker) dat 37. Kh1 tot mat leidt en dat komt dan alleen maar dat én veld h2 is afgedekt (door het paard op g4) én dat door de positie van de loper op g2 wit na 37….Db1+ mat niet te voorkomen is, omdat de koning ook niet naar g2 kan en dat 38. Lf1 niet helpt, want de koning (die nu op h1 staat) dekt veld f1 niet.

Soms krijg ik (na een teamwedstrijd, als ik vraag om input voor het wedstrijdverslag) reacties van teamgenoten in de trant van “ik stond totaal gewonnen, want de engine gaf +2”. En soms is +2 ook voldoende voor een makkelijke winst, maar in een complexe (tactische of eindspel) stelling, zeker onder druk van de klok, zegt die +2 niet zo veel.

Waren er in de 16e ronde van de interne competitie van De Zwarte Dame ook ongelukken à la Giri? Ik geloof het niet, wel was er een interessant psychologisch “ongeluk”. Ad van Klinken speelde tegen Corné Harmsen, die met zwart een pion offerde om een ontwikkelingsvoorsprong te krijgen. Dat lukte. Logisch leek Le2 gevolgd door korte rokade om uit de problemen te komen. Maar Ad was al niet gelukkig met de opening. Hij werd nog ongelukkiger toen hij d2-d4 speelde. Volgens Corné een puike zet, omdat Ad door deze pion te offeren in ontwikkeling ongeveer gelijk zou komen. Het was echter geen offer, want Ad had totaal gemist dat die pion geslagen kon worden. Bij Ad bleef hangen dat hij deze avond “niks” zag en in plaats van nu wel Le2 en 0-0 te spelen deed hij een aantal mindere zetten om na Cornés Pb4 de koning (terecht) neer te leggen en “tot volgende week” te zeggen.

De volgende partij die “uit” was, was die tussen Ton van Vliet en Rinus den Hollander. Ton had een speciale fleecetrui aangedaan met diverse speldjes er op (Feyenoord-speldjes; hij durft er voor uit te komen). Ton is meer dan 50 jaar lid van de KNSB en kreeg daarom de KNSB-erespeld opgespeld (nou nee, dat lukte collega-voorzitter van der Borgt, fameus vanwege zijn onhandigheid, niet).

Terug naar zijn partij. Ton wist door een petite combinaison een pion te winnen (loper slaat met schaak pion h7, er volgt Dh5+ en de dame neemt een ongedekt stuk op e5). Pionnetje voor, rustig uitspelen en “klaar is Ton”. Nee dus, het werd al snel remise. Volgens Ton “ een volstrekt correcte remise”, waar Rinus aangaf blij te zijn met Tons remise-aanbod. Ik denk dat Ton opzag om dat pluspionnetje langzaam maar zeker op positionele wijze om te zetten in partijwinst. Dat bleek ook wel uit Tons reactie per app: Ik stond plus 2,3 maar na mijn laatste zet (Dd6), die mij overigens prima leek, nog maar plus 0,9. Dus een terecht remiseaanbod dat ik, als ik Rinus was, ook zou hebben aangenomen. De partij had wel 50 zetten kunnen duren, eindeloos gemelk, daar heb ik echt geen zin meer in.

Een paar opmerkingen bij Tons reactie. Allereerst is weer maar eens duidelijk dat de evaluatie van de engine spelers van ons niveau weinig brengt. Blijkbaar verspeelde Ton met Dd6 een voorsprong, die gelijk staat aan 1,4 pion. Maar Ton heeft (nog) geen idee waarom. Ten tweede snap ik dat iemand geen zin in “gemelk” heeft, maar toen Ton remise aanbood wist hij niet dat hij +0,9 stond. Hij koppelt nu de juistheid van het remise-aanbod aan de evaluatie van de engine die hij bij het doen van het aanbod niet kende. Maar we weten allemaal dat het menselijk is om (vooral slechte) beslissingen achteraf goed te praten op basis van informatie die een ander (nog gekker: een apparaat) later aan je doorgeeft. Zal ook wel psychologisch verklaarbaar zijn.

Dit was meteen de enige remise. Wellicht had Sander de Bruijn die ook kunnen behalen tegen Riny Westveer, maar in de overgang van middenspel naar eindspel had Sander een loper die weinig velden had en niet naar droomveld b5 kon. Onvoldoende om te verliezen, maar wel zodanig dat een mindere zet verliesgevend kon zijn. En die mindere zet kwam er. De engine noemt het zelfs een blunder:

Is je nauwkeurigheid bijna 90% ga je toch de bietenbrug op. Weer een bewijs dat voor ons niveau die engine leuk is, maar nauwelijks informatief. Psychologisch gezien snap ik het: Sander wilde even melden dat hij echt wel goed heeft gespeeld. En dat was ook zo.

Daarmee waren Sander en Riny niet als laatste klaar. Die eer was weggelegd voor Marius Leendertse en Dingnis Lokerse. Marius was een stuk tegen een pion voor gekomen, meende zijn pion op g2 te kunnen offeren voor een mooie koningsaanval. Wellicht dacht Marius dat “sla nooit op b2, ook niet als het goed is” ook voor veld g2 geldt. In dit geval niet. Hoe mooi Marius’ koningsaanval er ook uit zag, hij kwam niet van de grond. Inmiddels had Dingnis voor zijn stuk twee pionnen compensatie en stond Marius’ koning in het centrum niet echt lekker. Helaas overzag Dingnis in het verre middenspel dat een paard ook terug kon slaan en wat bedoeld was als stukkenruil werd nu stukverlies en dat kon zijn stelling niet aan.

Een andere partij die in remise had kunnen eindigen was die tussen Piet van Boven en Herman Schoonakker. Na 38….a3 is dit de stelling:

 

Piet speelt met wit en Herman (dus) met zwart. Materieel is het in evenwicht. Piets paard kan alleen naar de velden b1, d2, f1, h2 (en daar heeft dat paard ook tijdens de partij al op gestaan. Hermans stukken hebben meer ruimte. Als er dus iemand kan winnen is het Herman. Een pionnendoorbraak zit er niet in, want het is 3-tegen-3 op de ene en 4-tegen-4 op de andere vleugel. Het moet dus komen van een loperoffer. In deze stelling zie ik alleen La4 of Lc4 als optie (op termijn), maar als het paard op d2 staan en/of de witte koning “in het vierkant” is er niks aan de hand. Voor de liefhebbers: de engine geeft hier +0.0. mits wit een koningszet of een paardzet doet. In elk geval moet Piet er dus voor zorgen dat er altijd één stuk de damevleugel afdekt en het andere stuk de koningsvleugel. Zo simpel is het. Maar om dat tijdens de partij te zien (als er al 40 zetten of meer zijn gedaan) als je niet zo vaak in zo’n eindspel terecht komt, is zo simpel nog niet.

We zijn verderop in de partij. Wit is aan zet. Engine zegt: +0.0. Wit speelt 45. Kf2. Engine zegt: -6.4, want nu speelde Herman 45……Lxc4 en na 46. bxc4 loopt de zwarte b-pion door, omdat de witte koning en het witte paard allebei op de verkeerde vleugel staan. Leerzaam (maar ook jammer) voor Piet, die een echt goede partij speelde.

Van de partij Capello – van ’t Hoff heb ik weinig gezien. Het leek gelijk op te gaan. Jan kwam gewonnen te staan, verspeelde een mooie vrijpion (die nog maar één zet hoefde te doen om te promoveren), maar door een “tactische blunder” (woorden van  Alexander) ging het punt naar Jan.

Clubkampioen en lijstaanvoerder Lennard Duynkerke was er niet. Achtervolgers Corné en Riny hadden gewonnen en ook Peter van der Borgt zou winnen. Peter wist de opmars van Wim Loomans (tijdelijk?) te stoppen. Peter meende (toen de partij nog niet door de molen van de engine was gegaan) deze partij te moeten nomineren om mee te dingen voor Partij van het Jaar. Ook nadat de engine zijn werk heeft gedaan blijft het toch wel een mooie partij.

Wim pakte de Franse partij op een iets andere manier aan dan in de boekjes staat. Of het handig was weet ik niet, want het bleef op een standaard Franse partij lijken, maar dan met een tempo minder voor zwart. Wit had dan ook een ontwikkelingsvoorsprong en zwart kreeg zijn koning niet veilig, omdat korte rokade geen goede optie leek (maar wellicht toch wel gespeeld had moeten worden).

Laten we eens naar de stelling na 18. Ph5 gaan:

Wit valt de pion op g7 aan en de stukken van zwart staan zodanig dat hier “sla nooit op g7, ook niet als het goed is” niet van toepassing is: een open g-lijn biedt zwart wel aanvalskansen, maar hij heeft te weinig stukken die mee kunnen doen aan een aanval. Hoe verdedig je nu die g-pion het best? De vijf kandidaat-zetten volgens de engine zijn Kf8, Tg8, f5, Df8 en 0-0. Maar ook dan geeft de engine nog +2 voor wit. Zelf denk ik (achteraf, net als Wim in de analyse) dat 18….f5 het meest kansrijk was. Wit moet, om zijn aanval in leven te houden, die pion wel (en passant) slaan en dan kan eventueel zwart iets over die open g-lijn doen, omdat (op termijn) ook e6-e5 gespeeld kan worden, zodat de witveldige loper mee kan doen in de aanval. Maar heel eerlijk: dan ben je als zwart al een beetje in de schwindel-modus.

Wim speelde hier echter het (ook best logisch lijkende) 18…..f6. Nu is slaan niet nodig. Wit heeft nu een paar zetten. Het eerst kijk je naar 19. Lg6+. Maar ja, wat bereik je daarmee? Dat de koning naar d8 gaat en daar misschien wel beter staat dan op e8. In de trant van de tip in “Het zeventiende schaakstuk” bekeek ik nog één andere zet (beperk het aantal kandidaat-zetten, in dit geval, tot twee!): 19. Pf4. Die vond ik (na enig nadenken) beter. Mocht zwart een kwaliteit willen geven met 19……fxe5 20. Pg6 zou ik, afhankelijk van zwarts 20e zet, altijd nog kunnen bekijken of nemen van de toren beter zou zijn dan terugnemen op e5 om druk op de zwarte stelling te houden. Zwart sloeg niet op e5, maar speelde 19…..Tg8, waarop ik op voorhand de zet 20. Lh7 bedacht had (en ook speelde):

Zwart kan nu de toren wegspelen, maar dan komt alsnog 21. Pg6 met kwaliteitswinst en nog steeds een puike stelling. Zwart kwam echter met het door mij totaal gemiste 20……g5. Sapperdeflap: plots staat mijn loper op h7 en mijn paard op f4 aangevallen. Maar: er zit een hele mooie zet in de stelling na 20……g5. Ziet u hem?

Peter wel. En zo zappen we door naar de eindstelling:

Wit heeft net 25. Db3-d3 gespeeld. En Wim vindt het hier welletjes. Natuurlijk kan hij nu de loper op e3 winnen, maar dan volgt 26. Dg6+ en kan zwart kiezen uit 26….Df7 (verliest de dame) of 26….Kf8 (gaat mat, want er volgt 27. Dg8). Zwart hoeft natuurlijk geen 25……fxe3 te spelen. Om mat te voorkomen kan hij ook 25…..Le6 spelen. Dit helpt ook niet: 26. Lxe6, Dxe6 27. d5 en wat zwart ook doet: hij verliest materiaal, omdat de loper op e3 plots een aanvaller is geworden (van het ongedekte paard op a7) en omdat de dame aangevallen staat kan zwart niet op e3 slaan (ook niet door eerst 27…..Pxe5 te spelen, want na 28. Pxe5 staat de zwarte dame nog steeds aangevallen).

O ja: na 20…..g5 speelde Peter 21. Pxd5. Als zwart nu de loper neemt (21….Dxh7) volgt weer een vork (22. Pxf6+ met damewinst). Zwart heeft niets beters dan 21……exd5 om na 22. Lxg8 nog iets te proberen met 22…..f5, maar dat leverde na 23. a5, Ld8 24. Lxd5, f4 25. Dd3 ook niets op.

Okay, hoor ik u denken, maar waarom zo moeilijk: Na 20…..g5 zal direct slaan op g8 toch ook wel goed zijn. Ja, als je het niveau van de engine hebt wel. 21. Lxg8, gxf4 22. Lxf4 en dan kan zwart vervelend doen op d4 (pion staat ongedekt) en/of de loper op g8 aanvallen (met 22….Kf8) en die heeft dan geen velden. De engine weet dan wel de oplossing, maar of ik die gezien zou hebben, ik weet het niet hoor. Overigens geeft de engine 21. Pxd5 +4.4 en 21. Lxg8 +2.1.

Ondanks dat er maar 7 partijen waren (werk, griep, anderszins ziek, cursus, vergadering, tentamen, catechisatie, meespelen in Wijk aan Zee) toch weer een avond die de enorme rijkdom van het schaken liet zien.

 

Peter van der Borgt

 

PS1: Ik heb me voorgenomen elke week een boek uit onze bieb mee te nemen om door te bladeren, om inspiratie op te doen, om …. Maandag heb ik een boek meegenomen met de titel “Pxf7”. Degene die de komende ronde mij mag bekampen is gewaarschuwd: let op de pion op f7 (of f2 als ik met zwart speel)!

PS2: Ik kreeg ook zo’n fraaie speld, van Ton.


Ronde 15
6-1-2025

 

1 Jan Capello Lennard Duynkerke 0-1
2 Corné Harmsen Leon Zweedijk ½-½
3 Wim Loomans Riny Westveer 1-0
4 Sander de Bruijn Peter van der Borgt 0-1
5 Eric Dek Ad van Klinken ½-½
6 Herman Schoonakker Krijn Saman 1-0
7 Flip Meijaard Marius Leendertse ½-½
8 Alexander van ’t Hoff Piet van Boven 1-0
9 Dies Lokerse Dingnis Lokerse 1-0


Driekoningen

 

Zes januari. Driekoningen, de Wijzen uit het Oosten. Daar zou je iets mee moeten kunnen in een verslag over de interne schaakcompetitie. Niet echt. Drie koningen op een bord is er gewoon één teveel. Of de Wijzen uit het Oosten komen? Ik weet het niet. En hoe moeten we dat duiden in onze club? Dat de speler die het meest oostelijk woont wel gewonnen heeft? Dat iedereen uit Oost-Zuid-Bevelend (gemeenten Kapelle en Reimerswaal) gewonnen heeft? Beiden was niet het geval. Omdat ook niemand Caspar, Melchior of Balthasar heet en niemand goud, wierook of mirre mee bracht is elke poging om Driekoningen in dit verslag te verwerken gedoemd te mislukken.

Deze alinea had dus ook geschrapt kunnen worden. Dan maar de bespreking van de 15e ronde.

Om kwart voor acht kwam Ad van Klinken binnen.  Verbaasd keek hij om zich heen: iedereen was al bezig. Hij dacht dat er een teamwedstrijd was en die beginnen pas om 8 uur. Niet zo heel veel later was hij nog verbaasder toen zijn tegenstander Eric Dek of een geniale zet produceerde of een blunder. Het laatste was het geval. Eric kwam een stuk achter. Gelopen race zou je denken. Niet dus. Ad bleef gewonnen staan, maar hij zag zo snel de weg naar de winst niet en toen het werd remise. Hierbij zal zeker hebben meegespeeld dat ze nog als laatste bezig waren.

Daarvoor had Riny Westveer een verrassende nederlaag geleden. Alhoewel, verrassend? Wim Loomans speelt al het hele seizoen ijzersterk en ook nu had hij steeds de overhand.

In deze stelling

speelde Riny het verschrikkelijke 28…..Kf8. Wim reageert alert met 29. Lb5 met een dubbele dreiging: Lc6 met kwaliteitswinst en Dh7 met een binnenvallende dame. Waarom speelde Riny eigenlijk zijn naar koning naar f8? Riny gaf aan dat wanneer Dc6 zou komen hij kon ruilen en dan Ke7 spelen. Logisch, maar wel fout.

Na 29. Lb5 speelde Riny (die al niet meer veel tijd had) het weer niet zo handig: 29….. Ta7 (die toren had op de onderste rij moeten blijven), 30. Dh7, f6 (en hier was 30….Pf6 de enige zet die de boel nog een beetje bij elkaar kon houden, alhoewel de engine +2 voor Wim geeft).

Zwart staat er nu slecht voor. Het meest simpele is nu 31. Tc8+, Kf7 (Dxc8?, 34. Dh8+ en zwart verliest de dame32. Dg8+, Kg6 33. Ph4+, Kh5 (Kg5 helpt niet, want na 34. Dxg7+ is het op de volgende zet mat: Dg6) 34. De8+ gevolgd door Dg6 mat.

Wim speelde inderdaad het heel mooie 31. Tc8+. Als je het uitgevoerd ziet worden is het simpel, maar je moet het wel vooraf zien. Daarna speelt Wim het minder handig: 32. Tg8 wat mat dreigt op g7. Na 32…..Lf8 (gemist door Wim) kon Riny zich nog even redden. Hij dacht zelfs even dat hij winstkansen had met een opgesloten toren en een misschien wel op te sluiten dame. En warempel: dat opsluiten lukte ook:

Natuurlijk hebben de witte dame en toren niet veel speelruimte. Maar dat hebben ze ook niet nodig: 39. Dg6+, Ke7 40. Df7+, Ke8 41. Pg6 en de loper staat drie keer aangevallen en kan maar twee keer gedekt worden (en op 41…..Le7 verliest zwart de toren). Wim wint een stuk en even later de partij.

Knappe zege in een mooie partij, waarvan Riny met de volgende woorden de partij nomineerde voor Partij van het Jaar: Misschien een kanshebber voor partij van het jaar? vooral zet 29 30 en vooral 31 waren natuurlijk mooi. Helaas voor Wim zag hij het geforceerde mat niet maar alsnog won hij overtuigend. Wat sportief om een verliespartij voor te dragen voor die prestigieuze titel! Over deze partij zegt Wim: Mooie partij met alles erin wat schaken zo leuk en onvoorspelbaar maakt. En daar kunnen we het alleen maar mee eens zijn.

Met deze uitslag nestelt Wim zich steeds steviger in de Top-5. Nu zijn we nog maar net over de helft van het seizoen, zodat er nog van alles kan gebeuren, maar toch.

Dat Riny verloor was een opsteker voor de lijstaanvoerder Lennard Duynkerke. En die had nog twee opstekers, allebei in een partij waarin zwart toch met de dame op b2 sloeg. Allereerst deed Lennard dat zelf tegen Jan Capello. Lennards stukken stonden fantastisch, zeker zijn loper op c5 en d5 die vol op de koningsstelling waren gericht. Het moest dan ook wel fout lopen voor Jan. En dat deed het ook: een aftrekaanval (Lc5xf2+) kostte Jan materiaal en de partij.

Dat Lennard zelf won was een opsteker, maar ook dat Corné Harmsen niet verder dan remise kwam. Leon Zweedijk kwam na slaan op b2 en daarna c3 een pion voor. Cornés stukken waren wel beter ontwikkeld. Leon zag geen mogelijkheid zijn pluspion tot leven te wekken en bood remise aan.

Flip Meijaard had iets voorbereid, maar zoals hij het had voorbereid kwam het niet op het bord. Herkenbaar. Flip zat nu met een zwakke (want niet gedekte) d-pion die door Marius Leendertse onder vuur werd genomen. Met zo’n beetje elk stuk viel Marius die pion aan en Flip verdedigde die pion met elk denkbaar stuk. Zo was er sprake van een soort status quo, want Flips stelling was stevig genoeg om andere aanvalsopties van Marius te pareren.

Dit was de tweede opeenvolgende remise van Marius. De vorige ronde was Piet van Boven zijn tegenstander. Piet was nu weer hard op weg naar remise tegen Alexander van ’t Hoff. De Bergenaar viel aan, maar bereikte niet veel. Piet ook niet, en hij kon alles goed verdedigen totdat Piet plots een stuk verloor, waarna Alexander keurig naar winst afwikkelde.

Hetzelfde had Dies Lokerse gedaan. Met een slimme paardvork had hij een toren van Dingnis Lokerse gewonnen. Dies deed na die torenwinst geen rare dingen meer en haalde zo het volle punt binnen.

Herman Schoonakker heeft met wit bijna altijd een loper op g2. En op éen of andere manier is die loper altijd een bedreiging voor de toren op a8. Misschien moeten Hermans tegenstanders die toren gewoon zo snel als mogelijk maar naar b8 spelen. Krijn Saman deed dat niet en zag dat nadat Herman met zijn paard een pion op b5 had geslagen dat het hem een pion zou kosten. Omdat Hermans stelling er ook positioneel beter uit zag en Herman geen fouten meer maakte behaalde Herman een terecht punt.

Peter van der Borgt won ook, maar dat ging niet vanzelf. Peter bereikte niet zoveel tegen Sander de Bruijn. Een petite combinaison zorgde ervoor dat Peter in het voordeel kwam. Ziet u wat Peter (met zwart) in deze stelling speelde?

Antwoord: zie verderop.

Peter kwam materiaal voor en speelde het daarna keurig uit en stijgt daardoor naar de 3e plaats.

 

Peter van der Borgt

 

Ik speelde 24…..Pxf2. Na 25. Txf2 (andere zetten leveren nog meer op voor zwart) volgt 25…..Lxg3 26. Pf1, Lxf2 27. Dxf2. Zwart wint een toren en twee pionnen tegen twee stukken. Niet veel, maar genoeg.


Ronde 14
23-12-2024

 

1 Lennard Duynkerke Corné Harmsen 1-0
2 Riny Westveer Ruben de Bruijn 1-0
3 Adrie vd Vreede Eric Dek 1-0
4 Jan Capello Leon Zweedijk ½-½
5 Ad van Klinken Sander de Bruijn 1-0
6 Krijn Saman Marko Burger 0-1
7 Dingnis Lokerse Matthijs Schouten 0-1
8 Alexander van ’t Hoff Herman Schoonakker 0-1
9 Marius Leendertse Piet van Boven ½-½

 

Hoewel het al kerstvakantie was, stonden er deze week toch weer negen borden klaar voor de interne competitie. De feestdagen lieten hun invloed gelden, want veel spelers waren deze week opvallend royaal in het uitdelen van hun materiaal.

De partij van Marko en Krijn was er zo een bijvoorbeeld. Krijn had een kleine ontwikkelingsvoorsprong opgebouwd, maar zijn zwakke pion op f2 werd onder vuur genomen door Marko’s loper op c5. Nadat hij deze met b4 probeerde weg te jagen, offerde Marko in een gulle bui zijn loper op f2. Was het een goed offer? Volgens Marko zelf niet. Krijn had echter het onnatuurlijke Kg3 moeten spelen en met zijn koning voor zijn pionnen gaan staan. Na het logische Kf1 bleek hij na een aantal zetten mat te gaan: 0-1.

Ook in de partij van Adrie en Eric werd er geofferd. Ziet u welk offer Eric speelde en wat de response van Adrie was?

Antwoord: na 1. Pxe5 dacht Eric na 1. … dxe5 2. Dxc5 een stuk te winnen. Hij had alleen gemist dat Adrie de gemene tussenzet 1. … Pa4 kon spelen, waarna zwart een stuk verliest.

Toch bleef Eric vechten en hij kreeg op een gegeven moment fantastisch tegenspel over de open h-lijn en later over de 7e rij. Maar Adrie verdedigde taai. Na tien zetten flink onder druk te hebben gestaan, wist hij op zet 40 eindelijk wat stukken af te ruilen, waarna het extra materiaal de partij besliste.

Matthijs had Dingnis in de opening opgezadeld met een gapend gat in zijn koningsstelling. Toch lukte het Dingnis om zijn stelling taai te verdedigen, zodat er geen directe schaakmat volgde. Matthijs besloot het daarom geduldig uit te spelen, snoepte hier en daar wat pionnen en wikkelde af naar een gewonnen toreneindspel waarin Dingnis moest opgeven.

Sander had een ‘brainslip’, zoals dat tegenwoordig genoemd wordt. Hij had de mogelijkheid om kort of lang te rokeren, maar zijn paard op d7 zou onverdedigd komen te staan als hij zijn koning zou verplaatsen. Lange rokade plaatste een toren op d8, waardoor dit paard toch verdedigd werd, korte rokade niet. Na een tijdje nadenken besloot hij kort te rokeren omdat zijn koning daar veiliger stond, maar was intussen helemaal vergeten dat Ad zijn paard kon slaan. Hij probeerde nog terug te vechten en zette zijn pionnen op de andere kleur dan zijn loper. Maar het mocht niet baten, Ad liet zijn prooi niet meer los, 1-0.

Piet en Marius hadden een valse start toen ze zich na een aantal zetten plotseling realiseerden dat de witte stukken op de 8e rij stonden en de zwarte stukken op de 1e. De stukken gingen dus na zet 4 al in de doos en het bord werd omgedraaid. Vervolgens hebben ze een partij gespeeld die alles goedmaakte. Spanning in het centrum met witte pionnen op d4 en e4, zwarte pionnen op d5 en e5. Even later een sterke open lijn voor zwart, het loperpaar en een extra pion voor wit. Kortom, het was een spektakel waarin lange tijd niet duidelijk was wie er aan het langste eind zou trekken. Uiteindelijk kwam Marius in een iets beter eindspel, maar gezien de terugtikkende tijd nam hij toch remise aan.

Als het aan de groepjesregel had gelegen, dan had Herman al op zet 10 verloren. Alexander had hem namelijk opgezadeld met vier groepjes, terwijl de pionnen van Alexander alle acht nog in dezelfde lijn stonden als ze begonnen waren. Herman hield zijn pionnen stevig vast, wist uiteindelijk door te breken in het centrum en kon een zo een stuk winnen. Alexander probeerde nog het een en ander, maar de positie was niet meer te houden. Zo zie je maar dat pionstructuur in het middenspel niet alles zegt, het begint pas in het eindspel te wegen.

Iemand die ook een mooi middenspel speelde was Leon. Jan had zijn witte pionnen doorgeschoven tot d4 en e5, maar Leon nam de pionketen onder de vuur bij de basis: hij viel d4 aan met c5. Toen hij ook nog b5 kon spelen kreeg hij veel controle over het centrum. Het werd echter nog mooier. Met een open a-lijn en een doorgeschoven pion op c3 en een loper op b2 kon de winst hem eigenlijk niet meer ontglippen. Toch wist Jan er onderuit te komen en eindigde partij in remise, goed gevonden van Jan!

Ruben had al verwacht dat hij tegen Riny zou moeten spelen en had zich stevig voorbereid tegen Riny’s d4. Maar Riny zag de bui al hangen en speelde 1. e4. Wat volgde was een middenspel waarin beide koningen lange tijd ongerokeerd in het centrum bleven staan, terwijl meer en meer  open lijnen ontstonden in het centrum. Riny kreeg zijn koning toch op tijd in veiligheid en nam vervolgens de stelling van Ruben onder vuur. Een directe winst zat er niet in, maar Rubens rokade op zet 20 kwam te laat, het kwaad was al geschied. Toen hij ook nog een kwaliteit verloor, vond hij het welletjes: 1-0.

Ook Lennard was bang voor prep van Corné, maar hij waagde het er maar op. Nadat Corné 1. … b5 speelde, kon er meteen vanaf zet 2 echt nagedacht worden. En dat was zeker nodig, want een partij tussen Corné en Lennard kan toch niet anders dan heel complex worden. Op een gegeven moment heeft Corné zelfs 28 minuten nagedacht over een bepaalde zet. Wat is hier de beste zet voor zwart en wie staat er dan beter?

Heeft u de oplossing niet kunnen vinden? Geen zorgen, Corné en Lennard ook niet, ondanks dat ze ruim een half uur naar de stelling hebben getuurd. Het juiste antwoord was: 1. … Pe7, waarna 2. Pxd6+ Dxd6 3. Lxf4 Pxf5 4. Lxd6 Txe1 5. Taxe1 als enige remise houdt. Alle andere zetten verliezen voor zwart.

Ook in deze partij werden er weer heel wat cadeautjes uitgewisseld, een pion en een kwaliteit van Corné, tien zetten later een stuk van Lennard. Ten slotte was het Corné die de laatste fout maakte en zijn loper verloor: 1-0.

Lennard

 


Ronde 13
16-12-2024

 

1 Leon Zweedijk Lennard Duynkerke ½-½
2 Wim Loomans Rinus den Hollander 1-0
3 Herman Schoonakker Marko Burger 0-1
4 Marius Leendertse Ad van Klinken 0-1
5 Alexander van ’t Hoff Bram Boone 0-1
6 Piet van Boven Dingnis Lokerse 1-0

 

Hoe vaak zou het voorkomen dat alle partijen beslissend eindigen? Waarschijnlijk maar een of twee avonden op een jaar. Toch was het deze week bijna zover; bijna, omdat een foutje er toch voor zorgde dat de laatste partij remise werd. Daar zal Tarrasch misschien zijn regel van afgeleid hebben: “If two players of equal strength play a game of chess, the result will usually be a draw, no matter whether they are very strong or very weak.”

De eerste beslissende partij was de partij Piet – Dingnis. Dignis speelde een uitstekende partij waarin hij het Piet erg lastig maakte. Het ene na het andere stuk werd geruild, zonder dat een van de spelers voordeel kon behalen. Uiteindelijk kwam er een eindspel op het bord met 4 torens, waarbij ik zelfs dacht dat Dingnis iets beter stond. Maar Piet speelde het eindspel erg goed, won hier en daar een pion, ruilde de torens en toverde zo een gewonnen koningseindspel op het bord. Dit zette hij netjes om in een winst en de stukken mochten in de doos.

In de partij van Herman en Marko stond er uiteraard een pion op c4, maar Marko wist de b-lijn te openen en spel voor zijn stukken te creëren. Herman besloot daarom f4 te spelen om zo spel te creëren over de f-lijn, maar in dit proces kwam de toren van Herman op f4 terecht. Marko spotte hier een kans en met een schijnoffer en een serie prachtige zetten won hij een kwaliteit. Dan moet je het alleen nog wel zien te winnen. Herman liet zien dat hij zeker nog tegenspel had en ontlokte Marko de nodige zuchten. Toch bleek de kwaliteit te veel te zijn, mooie winstpartij van Marko.

Bram en Alexander speelden een partij waarbij ik het lastig vond om in te schatten wie er ging winnen. Bram won het loperpaar, had een prachtig veld voor zijn paard en druk op de achtergebleven d-pion. Maar Alexander wist toch het centrum open te breken en binnen te dringen met zijn stukken. Met een handigheidje kon Bram in het eindspel toch de winst veiligstellen en een kwaliteit winnen. Vervolgens maakte hij het mooi af door met zijn toren en pionnen de koning naar de achterste rij te dwingen. Schaakmat.

Ad had in de opening een pion kunnen winnen, maar uittikken was nog niet zo eenvoudig. Het was hem gelukt om Marius een geïsoleerde pion te bezorgen op d4, waarna Marius terug zou kunnen slaan op c4. Marius stelde dit alleen nog even uit, waarna Ad de pion kon verdedigen met b5. Die vrijpion op c4 is er vervolgens de hele partij blijven staan, een constante dreiging. Ad wist de partij tenslotte mooi af te wikkelen naar een lopereindspel met gelijke kleuren, waarin deze vrijpion op c4 beslissend bleek.

Rinus en Wim hadden er weer een partij van gemaakt die voor omstanders lastig te volgen was. Met een Double Fianchetto van Rinus, lange pionketens aan beide kanten en vrijwel alle stukken nog op het bord, was de stelling erg complex. Je weet nooit waar er dan plotseling een pion de stelling open gaat breken. En een complexe stelling vraagt veel tijd om door te rekenen. Zeker nadat Wim een lijn wist de openen en met zijn stukken diep de zwarte stelling in drong, was spelen op increment echt niet meer mogelijk. Toch bleek de stelling wel houdbaar voor zwart, de computer vond het dan ook een “evenwichtige partij, waarbij geen van beide spelers ooit beter stond”. Rinus ging dus door zijn vlag, weer een mooie punt voor Wim. Na afloop melde Wim dat hij toch een kansje had gemist. Ziet u wat hij in de volgende stelling kon spelen?

Tot nu toe allemaal beslissende partijen dus. In de partij Leon – Lennard had Leon een gambiet voorbereid in de Alapin, maar hij had niet verwacht dat Lennard deze pas een zet later aan zou nemen. Dit had als gevolg dat hij wat zetten in een verkeerde volgorde speelde en zwart er vrij gemakkelijk uitkwam. Lennard kwam uiteindelijk twee pionnen voor en wist dit af te wikkelen naar een gewonnen eindspel van T+L en twee pionnen vs T+P. Althans, een eindspel dat gewonnen leek. Ziet u hoe wit hier remise houdt?

Antwoord: De computer wees erop dat wit met 1. Txa6 gxf5 2. Tf6+ in een eindspel van  T+L vs. T belandt, dat gemakkelijk remise te houden is.

Beide spelers hadden dit echter niet door en nadat Leon het logische 1. Pe7 speelde, was de computer overtuigd en gaf hij zwart een -2 voorsprong. Ook de omstanders schatten wel in dat Leon binnen enkele zetten op zou moeten geven. Juist op dat moment gaf Lennard pardoes zijn loper weg en eindigde de partij in remise. Toch die regel van Tarrasch weer.

Partij Wim – Rinus:

Op 47. Dxd6 e7xd6 48. e7+  Kh7 49. e8=D Dxe8 50. Txe8 geeft de computer een stevig voordeel voor wit vanwege de witte vrijpion.

 


Ronde 12
9-12-2024

 

1 Riny Westveer Lennard Duynkerke ½-½
2 Peter van der Borgt Adrie vd Vreede ½-½
3 Eric Dek Wim Loomans 0-1
4 Sander de Bruijn Leon Zweedijk ½-½
5 Jan Capello Matthijs Schouten ½-½
6 Herman Schoonakker Harmen van Beek 0-1
7 Bram Boone Ton van Vliet 0-1
8 Krijn Saman Ad van Klinken 0-1
9 Dies Lokerse Alexander van ’t Hoff 0-1

 

Weer veel remises

 

Ik vind 4 op de 9 best veel. Het is ook een teken dat het dicht op elkaar zit. In de stand (zeker in de top-10) is dan ook weinig veranderd.

Sander de Bruijn kreeg een mooie aanval over de e-lijn op Leon Zweedijks zwarte pion e6. Leon had wat tegenspel over de f-lijn, maar moest toch vooral in de verdediging. Het lukte hem om de remise binnen te halen.

Jan Capello wilde niet het wilde spel dat Matthijs Schouten wilde (PS: best veel “wilde” in één zin). Niet dat het een saaie pot werd. Zeker niet, maar ook hier werd het evenwicht niet verbroken.

Bij de andere twee remisepartijen werd dat evenwicht zeker wel verbroken, maar daarover later meer. Bij de 5 partijen die wel in een zege (of nederlaag; het ligt er maar aan vanuit welk perspectief je het bekijkt) eindigden bleef het evenwicht ook niet in stand, want geen enkele partij werd verloren door tijdsoverschrijding.

Dies Lokerse had een mooi plekje voor zijn loper, het fianchettoveld g2. Alleen daar stond geen loper meer. Die was Dies kwijt. Blijkbaar was een tactiekje de oorzaak hiervan; ik hoorde Alexander van ’t Hoff “dat was nou net de truc” zeggen.

Het was ook niet de avond van Herman Schoonakker: een simpele vork kostte een kwaliteit en daarna ging er nog van alles mis. Een eenvoudige zege voor Harmen van Beek.

Iets harder werken voor het punt moesten Ad van klinken, Ton van Vliet en Wim Loomans. Ad en Ton kwamen een pionnetje voor, maar hun tegenstanders (Krijn Saman respectievelijk Bram Boone) hadden best wel compensatie; tenminste die dacht ik te zien. Misschien was die compensatie er helemaal niet of konden Krijn en Bram die niet omzetten. Bram dacht de pion te kunnen terugwinnen, maar had overzien dat dat terugwinnen een stuk kostte. En toen was het een “kwestie van techniek” voor Ton.

Wim Loomans moest nog harder werken, maar won terecht van Eric Dek als ik Erics analyse (van een dag later) mag  geloven: Mijn conclusie vandaag is gelijk aan mijn gevoel van gisteren na de partij. Wim heeft terecht gewonnen in een partij waarbij er veel met de paarden is gesprongen en waarbij is gebleken dat Wim een betere ruiter is dan ik. Wim won ‘gedwongen’ een pion; het stuk wat ik vervolgens weggaf om enige schwindelkansen te creëren had ik beter niet weggegeven. Met een pion minder plus een mindere stelling had ik wellicht met goed verdedigen nog kans op een half punt gehouden; de quasi aanval die ik inzette werd kundig gepareerd. Mooier kan ik het niet maken.

Wim is daarmee wel de verrassing van het seizoen. Hij handhaaft zich makkelijk in de top-10 en met een zesde plaats heeft hij een podiumplek in het vizier.

Peter van der Borgt probeerde creatief te zijn, maar het enige dat hij bereikte was dat hij minder en minder kwam te staan.

In deze stelling zag Peter dat Adrie van de Vreede met zijn paard de loper op d4 kon slaan. Terugnemen met het paard zou niet kunnen (want staat gepend) en terugnemen met de c-pion is niet gewenst (want grote afruil en dan heeft zwart het loperpaar en een open c-lijn). Maar Peter zag een truc om met de toren te kunnen terugnemen. Ziet u hem ook? Ja? Mooi.

Peter kon dus een tussenzet doen en speelde 15. Kb1. Wat kan er mis zijn met je koning van de c-lijn afhalen? Nou, heel veel, want er zit plots een lek in de truc die Peter bedacht had (en die zit hem in Dc7-h7). Zelfs met een diagram is dit bijna net zo cryptisch als de analyses van een Goese FM.

Wat had Peter gezien? 15……Pxd4 16. Lh7+, Kh8 17. Txd4, Lxf3 18. gxf3, g6 19. Lxg6, fxg6 20. Dxg6 en nu kan zwart niet de pion op h6 dekken, want dan volgt Dxd6. Dat had ik gezien, toen ik 15. Kb1 speelde, maar niet dat zwart wel die pion kan dekken, namelijk met 20…..Dh7 en door die koning op b1 staat mijn dame gepend en mag 21. Dxd6 niet. Daar kwam ik achter toen zwart sloeg op f3, maar toen was er geen weg terug meer. Wat ik had gezien kwam ook op het bord, behalve dat ik niet met de dame op g6 sloeg.

Ik kon hierna alleen hopen op een meevaller, want natuurlijk ontstond er een stelling van T+6 pionnen tegen T+L+3 pionnen, maar mijn drie pionnen op de koningsvleugel waren natuurlijk brandhout.

En die meevaller kwam er.

Wat speelt u her met zwart? Gewoon 29…..Td2+ toch? Dat deed Adrie ook, om er na 30. Kc1 (ziet er idioot uit, want nu kan zwart toch gewoon een aftrekaanval doen) achter te komen dat het plots potremise is. Natuurlijk kan die aftrekaanval, maar de loper waarmee dan het schaak wordt gegeven staat niet gedekt en wel aangevallen. Het enige dat kan is 30……Td4+ en nu mag wit de toren niet nemen (want staat schaak) en de loper kan niet genomen worden (want staat gedekt). Na 31. Kc2 volgden nog een paar keer dezelfde zetten tot Peter remise claimde.

Riny Westveer kwam in een rare partij een pion voor, maar zijn stukken stonden zo inactief dat die pion meer niks waard was. In deze stelling

waarin wit niet veel beters heeft dan eindeloos de loper tussen g2, f1 en h3 heen en weer spelen blundert Riny met 41. Lc4. Riny vertelt hierover het volgende: Ik speelde toch nog wat te veel op winst omdat ik de eerste 40 zetten beter heb gestaan; misschien dat ik wel compleet gewonnen stond in een variant die ik niet aandurfde. Ik wilde mijn loper actiever krijgen en zette hem zo neer dat dat direct een pion verloor en geforceerd eigenlijk nog één (gelukkig kostte het me geen stuk). Ik liet los en zag het direct.

Lennard Duynkerke zag ongeveer hetzelfde: Voor mijn gevoel heb ik lange tijd voor remise gevochten. Vroeg in het middenspel deed Riny een aantal erg vervelende zetten, waardoor mijn stukken op nogal onnatuurlijke velden terechtkwamen en ik een ontwikkelingsachterstand opliep. Uiteindelijk bleef ik altijd wel tegenspel hebben, maar fijn spelen was het niet. Op een gegeven moment blunderde Riny een pion waarna ik in een compleet gewonnen stelling belandde. Naar mijn inschatting was deze partij zó gewonnen dat ik nauwelijks tijd besteedde om te rekenen; op zet 40 had ik 15.40 op de klok, op zet 54 nog steeds. In tussentijd was het kwaad echter geschied en had Riny de stelling weten om te toveren in een remisestelling. Eigenlijk bleek die vrijpion van Riny toch wel vervelend en zijn koning had ook helemaal niet zoveel stappen nodig om bij mijn pionnen te komen. Ik realiseerde me dat ik paard en koning nodig zou hebben bij mijn pionnen om dit te winnen, maar als ik eerst de pion van Riny zou ophalen dan kwam mijn koning te laat.

Dit was de eindstelling:

Potremise. Had Lennard dan niet ergens kunnen winnen? Jazeker, in deze stelling:

Zodra de loper op b1 komt wordt winnen moeilijk, dus: 51….Pe4 (wat Lennard niet speelde, waarna de loper naar b1 ging). Maar wint dat? Beide spelers promoveren toch en dan heeft zwart wel een pluspion, maar is dat winnend? Jazeker: 52. Lxe4, Kxe4 53. f7, b1D 54. f8D, Dg1+ en nu hoop je natuurlijk dat je de witte koning naar de f-lijn kan dwingen omdat met schaak dames te ruilen. Dat lukt niet. Maar je kan wel de witte koning in de hoek houden en dan zo nu en dan een pionzet doen (tussen alle witte schaakjes in). Het is een kwestie van een lange adem, maar het wint wel.

Lennards eindconclusie (die door Riny werd gedeeld): De computer gaf aan dat we er allebei geen barst van begrepen en deelde genereus 10 fouten, 8 missers en 2 blunders uit – om van de onnauwkeurigheden nog maar niet te spreken.

 

Peter van der Borgt

 


Ronde 11
2-12-2024

 

1 Lennard Duynkerke Peter van der Borgt ½-½
2 Corné Harmsen Riny Westveer 0-1
3 Wouter van der Ploeg Wim Loomans 0-1
4 Rinus den Hollander Jan Capello ½-½
5 Marko Burger Harmen van Beek 1-0
6 Piet van Boven Sander de Bruijn 0-1
7 Dingnis Lokerse Ton van Vliet 0-1
8 Marius Leendertse Alexander van ’t Hoff ½-½
9 Dies Lokerse Krijn Saman 0-1

 

Wild-west op een gewone maandagavond

 

Niet op elk bord ging het er wild aan toe, maar op 5 borden toch zeker.

Vier borden kenden wat meer rust, deels omdat vroege foutjes eerst materiaalverlies en vervolgens verlies van de partij inleidden. Zo wonnen Ton van Vliet, Sander de Bruijn en Krijn Saman.

Ook de topper tussen Lennard Duynkerke en Peter van der Borgt verliep rustig. Toch zal Lennard niet lekker geslapen hebben. Peter zag dat hij een pion zou gaan verliezen (’s nachts in bed bedacht ik me dat ik er twee zou hebben verloren, wat de engine later bevestigde), omdat hij steeds een zet te laat kwam na een wat onhandige paardzet. Peter had zich mentaal al voorbereid op een poging zijn stelling toch nog naar remise te keepen, maar hoefde dat niet te doen, omdat Lennard in plaats van slaan op d5 of c7 er voor koos pion d5 nog een keer aan te vallen. Die pion kon Peter simpel dekken (c7-c6) en plots was de stelling in evenwicht. Lennard probeerde nog van alles, ook nadat Peter remise had aangeboden. Peter hoopte dat Lennard zijn hand zou overspelen, maar dat gebeurde niet: remise dus.

Heeft Lennard slecht geslapen op maandag, voor Peter gold dat op woensdag, nadat hij de partij aan de engine had toevertrouwd. Ziet u wat Peter (met zwart) had kunnen spelen in deze stelling:

Antwoord: zie verderop. Het gekke was dat tijdens de partij ik die zet op meerdere momenten overwogen heb, maar steeds tot de conclusie kwam dat het net niet kon. Hier kon het dus wel.

Dan die andere 5 borden. Waar te beginnen? Met Rinus den Hollander tegen Jan Capello. Die partij duurde vier uur en werd remise gegeven, terwijl Rinus een loper en een randpion voor zou komen. Jan had nog twee pionnen, maar “die mag je hebben” zei Jan. U voelt hem al aankomen: het zou K+L+randpion tegen K Alleen worden, maar het ging om een witte zwartveldige loper en een a-pion. Het promotieveld (a8) is wit. Rinus had dus de verkeerde loper.

Nu hoor ik u denken “is dat zo wild-west dan”? Dat eindspel niet, maar we hoe ze zover gekomen waren. Jan is tactisch sterk, zeker als het direct materiaal oplevert. Nu deed Jan echter een positioneel pionoffer (e4-e3) wat leidde tot deze stelling:

Rinus zegt er dit over: Ik had wel een pion meer, maar die was wel erg kwetsbaar. Ik denk dat Jan er wel meer uit had kunnen halen dan zoals het ging in de partij. Het niet rokeren door Jan was voor hem ook wel een handicap.

Maar inderdaad: wat Jan ook probeerde, hij zag de geofferde pion niet meer terug; erger nog: hij verloor nog een pion.

Uiteraard was Rinus in tijdnood gekomen. Deels hoort dat bij Rinus, maar het kwam natuurlijk ook omdat Rinus alles uit de kast moest halen om Jan van zich af te houden. Rinus gaf aan dat hij zeker betere zetten had kunnen doen in net eindspel:

Jan offerde zijn paard en kreeg er 3 pionnen voor terug en mijn koning stond daardoor op grote afstand van waar de strijd plaatsvond. De eindstelling die ongeveer was zoals hieronder (had in de tijdnoodfase niet alles genoteerd), is instructief. Jan zag heel goed dat het remise zou worden doordat ik een zwarte loper had en zwarts koning op het witte veld a8 zich kon nestelen. Ik had daar eigenlijk niet aan gedacht. Mooi leermoment! Ken de eindspelen!

Voor de mensen die het niet geloven dat dit remise is: probeer het maar. Zwart moet twee dingen vermijden: a. dat zijn koning te ver van veld a8 komt te staan en b. dat hij b6-b5 speelt, want dan kan de witte a-pion naar de b-lijn. Oftewel: zwart zal constant zetten spelen als Ka7-a8-b8-b7.

Het is alweer Rinus’ vierde remise, waarmee hij 50% scoort: 4 remises op 8 partijen.

Omdat Lennard niet won was dat de kans voor Corné Harmsen om in te lopen. En die kans leek hij te pakken.

Wat is hier allemaal gebeurd? Riny Westveer heeft met de loper op b2 geslagen, die loper werd verjaagd door Tb1 en daarna sloeg Corné op b7. Het adagium “sla nooit op b7 (of b2), ook niet als het goed is” kent iedereen wel, maar als beide partijen het doen zal het wel niet uitmaken, toch? Welnu, wit staat schaak (na 17. Txb7 speelde zwart 17…..Da5+) en is dus aan zet. Wit staat twee pionnen voor, maar de a-pion lijkt verloren te gaan. De witte koning staat niet echt lekker. De d-pion is al ver opgerukt, lijkt gevaarlijk of is die juist kwetsbaar.

Toch had ik hier het idee dat wit straal gewonnen stond. Dat idee is fout; wit staat beter, maar niet straal gewonnen. Mijn engine geeft +2. Als wit de goede zet doet. Als je schaak staat zijn er drie opties: het schaakgevende stuk slaan (dat kan hier niet), er iets tussen zetten (op b4, c3 of d2) of de koning weg zetten.

Om met dat laatste te beginnen: 18. Ke2 is fout vanwege 18…..Da6+ en de toren op b7 gaar eraan. En wit wil gebruik maken van de open f-lijn; dus is 18. Kf2 niet logisch. Dat speelde Corné dan ook niet. Het was helaas (voor Corné) wel de beste zet. Daarna kan die koning naar de g-lijn waar die relatief veilig staat.

Maar iets er tussen zetten kan toch ook:

  • Pb4 ziet er creatief uit, maar is het niet: 18….Pxb4 19. Ld2, Tab8 20. Lxb4, Lc3+!
  • c3 verliest weliswaar twee pionnen: 18…..Lxc3+ 19. Pxc3, Dxc3+ 20. Dd2, Dxd2+ 21. Pxd2, Lxa2, maar wit staat dan zeker niet slecht, eerder iets beter.
  • Ld2 lijkt logisch, maar na 18…..Da4 staat pion e4 aangevallen en is 19. De2 niet goed vanwege 19….Lxd5 20. exd5, Tfe8
  • Dd2 lijkt ook logisch: dames proberen te ruilen, maar dat loopt helemaal fout af: 18……Lxd5 19. Dxa5, Pxa5 en zwart valt de toren op b7 aan en staat inmiddels een stuk voor.

Corné speelde inderdaad 18. Dd2; de engine gaat van +2 naar -2. Riny geeft het niet meer uit handen. Riny meldt dat hij zag dat het na 18….Lxd5 er niet goed voor wit uit zag: Ik had gelukkig nog net genoeg tijd op de klok om dat te zien want tot die tijd werd ik hardhandig van het bord geveegd qua positie en tijd. Het voelde echt als een onverdiende winst maar je hoort mij niet klagen 🙂

Nog een Yersekenaar die slecht geslapen zal hebben.

Over slecht slapen gesproken: Marius Leendertse en Alexander van ’t Hoff hebben misschien allebei niet goed geslapen. Eerst gaf Marius pardoes een stuk weg. Vervolgens bleef Alexander de stelling compliceren in plaats van vereenvoudigen. Zo bracht hij zichzelf zo in de problemen dat zijn materiële voorsprong slonk en hij in deze stelling

de verkeerde keuze maakte. Alexander staat twee pionnen voor, maar zijn paard en zijn dame staan aangevallen. Zijn paard staat zelfs dubbel aangevallen. Alexander speelde hier zijn dame naar g5, waarna hij zijn paard verloor. Hij had zich kunnen redden met Txd3!! Als wit dan het paard slaat (Dxe4) kan zwart slaan op d1, waarna een eindspel ontstaat van dame tegen twee torens. Zwart kan ook (en dat is praktischer) schaak geven (De3) en dames ruilen, waarna een eindspel ontstaat van twee torens tegen twee torens. In beide eindspelen heeft Alexander twee pionnen meer en de betere pionnenstructuur.

Op de foto zien we Alexander in diep gepeins. Maar net niet diep genoeg om Txd3 te zien. O ja: op de achtergrond zien we de stelling waar Riny net op b2 heeft geslagen en Corné zijn toren op b1 heeft gezet.

Zo kwam Marius een stuk voor, maar omdat Alexander vervelend bleef over de 2e rij moest Marius tijd blijven investeren in de juiste zetten. Dat kostte tijd, zoveel tijd, dat Marius weg vluchtte in herhaling van zetten, zodat remise het eindresultaat was. En dat was in deze partij misschien ook wel het beste.

Middelburger Harmen van Beek meldde in onze groepsapp dat hij graag bij ons wil komen schaken, omdat hij op vrijdag niet altijd op zijn club kan spelen. Van harte welkom Harmen. Kreeg hij een cadeautje? Nee, zeker niet. Vanaf zet 1 greep Marko Burger hem (figuurlijk) bij de keel. Een penning over de e-lijn, een binnen gevallen dame, een ijzersterk paard. Het was misschien zelfs een meevaller dat de materiële schade voor Harmen in eerste instantie beperkt bleef tot een pion.

Na veel geruil bleven vier paarden over en wat pionnen, maar wel twee meer voor Marko. Het was nog best complex. En Marko wilde natuurlijk niet dat er veel pionnen geruild zou worden en dat Harmen zijn twee paarden zou opofferen voor de laatste twee overgebleven pionnen, want met twee paarden alleen kun je niet winnen. Net zoals Rinus dat niet kon met een loper en een pion meer. Maar Marko liet het zover niet komen en won. Knap gespeeld van Marko.

Wim Loomans staat in de strijd om de ratingprijs er prima voor: +44. Hij won op mooie wijze van Wouter van der Ploeg. Wim zorgt zelf voor de analyse, waar ik niks aan toe te voegen heb.

Ik kwam niet lekker uit de opening. Een stel zwakke zetten maakte dat ik gedrongen kwam te staan en mijn stukken slecht kon ontwikkelen. Hieronder de stand na de 14e zet van wit. Loper op b7 en paard op b8 kunnen eigenlijk nergens heen en dat geldt ook wel voor paard op f6.

Om meer ruimte te creëren speelde ik a5, waarbij ik over het hoofd zag dat wit met het paard de pion op b5 kon slaan. Gelukkig zag Wouter het ook niet.

Herkenbaar, dat je dat over het hoofd ziet. Waarschijnlijk was Wouter vooral bezig met nadenken over hoe hij zijn eigen aanval met de twee lopers op de zwarte koningsvleugel op gang kon brengen. Net zoals Wim vooral bezig was om zijn stukken wat meer in het spel te brengen. Op zo’n moment vergeten we wel eens “de blundercheck” te doen. Die gaat twee kanten op. In dit geval: vanuit het perspectief van Wim: “levert 14….a5 geen kans voor Wouter op” en vanuit perspectief van Wouter: “voordat ik ga kijken hoe ik mijn eigen aanval kan versterken: zit er geen materiaalwinst in na 14…..a5”. Op papier klinkt dit eenvoudig; in de praktijk vergeten we het vaak.

Ik laat nu Wim weer aan het woord: Vanaf dat moment begon de partij te kantelen. Wouter voerde de druk op de koningsvleugel op door 15. Lb1 te spelen, wat ik met 15…..g6 pareerde. Daarna volgde: 16. bxa5, Txa5. Doordat de witte pion op de b-lijn nu weg was, kon ik de c-pion doorschuiven en zo ruimte maken voor de loper op b7. Daarna speelde wit een paar zwakke zetten, waardoor ik in het voordeel kwam: 17. Pe2, c5 18. dxc5, Pxe4 19. La2, Dxc5. 20. Pc3. Dit was eigenlijk wel beslissend

Zwart kan het paard slaan (Pxc3), waarna de pion op a3 valt, maar ik speelde 20. … Td2. Wit sloeg met het paard, maar had met de dame moeten slaan: dame tegen toren en paard: 21. Pxd2, Dxf2+ 22. Kh1 Pg3+ en wit geeft op vanwege mat (23….Dg2).

Prachtig einde. Mooie partij van Wim, waarbij wit de dreigingen van zwart op f2 onderschatte of zijn eigen aanval overschatte. De zwarte aanval is alleen sneller, concreter. En Wouter had in de partij kunnen blijven door de toren op d2 met de dame te slaan. Dan had Wim weliswaar een materieel voordeel (dame tegen toren en paard), maar dat is helemaal zo simpel niet om in winst om te zetten.

 

Peter van der Borgt

 

Partij Lennard-Peter: 21…..c5!

  • Iedereen ziet wel dat op 22. Lxc5 paardwinst met 22….Dxa4 volgt.
  • Maar zie je ook dat na 22. Pxc5, Lxd4+ 23. Dxd4, Txe1+ 24. Kf2, De7 zwart gewoon materiaal voor staat.
  • En dat eerst slaan op e8 niet helpt: 22. Txe8+, Dxe8.

Conclusie: jij een kans gemist, ik een kans gemist, verdiende remise. Was de reactie van Lennard


Ronde 10
18-11-2024

 

1 Lennard Duynkerke Marko Burger 1-0
2 Peter van der Borgt Eric Dek 1-0
3 Riny Westveer Herman Schoonakker 1-0
4 Wim Loomans Matthijs Schouten 1-0
5 Jan Capello Bram Boone ½-½
6 Leon Zweedijk Marius Leendertse 1-0
7 Sander de Bruijn Dies Lokerse 1-0
8 Ton van Vliet Krijn Saman 1-0
9 Alexander van ’t Hoff Dingnis Lokerse 1-0


Wit begint en wint

Natuurlijk heeft wit het voordeel van de eerste zet. Maar dat 8 van de 9 partijen in een witte zege eindigden is wel opmerkelijk. Het had zomaar 9-op-9 kunnen zijn als Jan Capello met zijn pluspion Bram Boone had kunnen vloeren. Jan zei er dit over: Was moeilijk doorheen te komen. Had eigenlijk de verkeerde pion gepakt. Had op b7 moeten slaan i.p.v. e6. Was beter geweest achteraf. Heb het ergens laten liggen maar dan moet je het wel zien. Herkenbaar, dat “heb het ergens laten liggen”.

Toch was die 8-op-9 minder opmerkelijk dan je op het eerste gezicht zou denken. Op elk bord had de witspeler namelijk meer ratingpunten, behalve bij het bord van Jan en Bram.

De eerste witspeler die won was Alexander van ’t Hoff. Die had een makkie omdat Dingnis Lokerse pardoes zijn dame weggaf. Dies Lokerse was minder vrijgevig, maar vrijgevig genoeg om Sander de Bruijn een relatief makkelijke zege te laten behalen. Ook Matthijs Schouten was vrijgevig, maar hier voelde het voor Matthijs als min of meer gedwongen: slechte koningsstelling of een loper verliezen. Mij leek de eerste optie toch beter dan een stuk tegen een pion met vage (heel vage) tegenkansen. Partij stond vanaf het begin op scherp, al was ik dat helaas zelf niet helemaal. Mijn loper stond een beetje ongelukkig en dreigde ik kwijt te raken, kon hem nog offeren met schaak en had naar mijn idee een goede tegenaanval, maar die helaas mislukte. Interessante partij, dat wel. Dat wist Matthijs er over te melden, maar het punt ging dus naar dorpsgenoot Wim Loomans.

Op de andere borden kwamen er ook wel materiaalverschillen tot stand, maar die werden veroorzaakt door offers of goed spel van de tegenstander waarbij materiaalverlies onvermijdelijk was.

Leon Zweedijk zadelde Marius Leendertse al snel op met een slechte pion op g6, die alleen gedekt kon worden door de zwarte koning naar f7 te spelen. Die pion op g6 bleef echter heel lang in leven. Ergens onderweg moest Marius daar wel een pionnetje voor geven. Daar stond dan weer tegenover dat Leon een pion op e3 had die meer in de weg stond dan nut had. Leons loper op g1 (ja, g1) deed daardoor zetten lang niet veel meer dan die pion op e3 dekken. Uiteindelijk wist Leon de vis toch op het droge krijgen, maar Marius bleek een hele taaie.

Peter van der Borgt vindt het fijn dat hij een ontwikkelingsvoorsprong heeft. Dat daar een ongedekte (en daardoor kwetsbare) pion op d4 tegenover staat is dan maar zo. Eric Dek had dan ook alle moeite zijn stukken te ontwikkelen. Door de rokade op te geven kon hij Peter van zich afhouden, verwaterde Peters ontwikkelingsvoorsprong en kon Eric zich op die pion op d4 gaan richten.

Dit bleek een cruciale (en leerzame) stelling.

Peter dacht dat de d-pion nu alleen te redden was door 20. Td3 en zag dan zetten als 20…..Pe5 en allerlei herhaling van zetten situaties of zelfs binnen dringende zwarte stukken. Veel logischer leek het hem die d-pion op te geven over de c-lijn proberen bij Eric binnen te dringen en wellicht de b-pion winnen en met de pionnenmeerderheid op de damevleugel te winnen. Enige tegenkans voor Eric leek hem te zitten in onderste-rij-grappen, dus speelde Peter hier 20. h3!

Hoe logisch ook, toch een uitroepteken. Nu ging Peter er vanuit dat Eric wel op d4 zou slaan. Maar dat hoeft natuurlijk helemaal niet. Is iets als 20…..Ke7 niet logischer? Misschien wel (torens dekken elkaar nu), maar dan dreigt na 21. Dc1 plots iets als b5 gevolgd door Tc7 met verlies van de dame. Eric sloeg dus en de volgende zetten werden snel gespeeld: 20……Pxd4 21. Pxd4 Dxd4 22. Dxd4 Txd4 23. Tc8+ Td8 24. Tec1. Dit had ik allemaal wel voorzien, niet dat Eric nu simpel 24…..0-0 kon doen. Niet dat dit erg is, maar toch.

Zo ging het verder: 25. T8c7 Td3 26. a4 en nu had Eric 26….Tb8 moeten spelen en niet het actievere 26…..Tfd8. Toch snap ik Eric wel. Bij een toreneindspel gaat het om actieve torens. Maar blijkbaar niet altijd, want Peter wint de b-pion en ondanks dat het materieel gelijk is kon Peter zich mindere zetten veroorloven en Eric niet. Op ons niveau komen die mindere zetten er altijd en zo wist Peter toch te winnen. Wat blijven die toreneindspelen toch moeilijk. Andere eindspelen ook trouwens; kijk maar naar de laatste partij die behandeld wordt.

Ton van Vliet en Krijn Saman speelden een leuke partij waarin Ton steeds iets beter kwam te staan. Toch was Ton niet zo tevreden: Nogal moeizaam allemaal, ik kon eigenlijk geen plan vinden en deed maar wat zetjes, uiteindelijk kreeg ik druk op het centrum en offerde Krijn een kwaliteit, maar ik hield initiatief in een stelling die uiteindelijk vol mooie mogelijkheden zat.

Hier offerde Krijn enigszins onnodig de kwaliteit door op e5 te slaan. Krijn had eerder zijn stelling al enorm verzwakt door b5 te spelen, waardoor zijn c-pion erg zwak werd en in deze specifieke stelling ook Pxb5 een zet is voor wit die een pion oplevert. Hier had Krijn al iets als Df7 moeten spelen, maar Tons paarden zijn erg sterk; Pf5 is zo’n beetje na elke zwarte zet dreigend.

Bij Riny Westveer en Herman Schoonakker werd er door zwart kort en door wit lang gerokeerd. Nou, dan weet je het wel: koningsaanval van twee kanten, wie komt er eerst, welke aanval is het meest krachtig. Riny was (voor zover ik het kon zien) steeds een stapje eerder, maar moest wel heel goed opletten en actief blijven spelen om het momentum niet te verliezen. Dat gebeurde niet en zo behaalde Riny een mooie zege.

Maar de meest spectaculaire partij was toch die tussen Lennard Duynkerke en Marko Burger. Al met al een spannende partij die alle kanten op ging en die ik zelf pas achteraf echt goed begreep zei Lennard over die partij. Over deze partij kan ik bladzijden vol schrijven, ook al geholpen door de analyses die ik van beide spelers kreeg (analyses vol met zelfreflectie en opmerkingen in de trant van “hier had ik beter moeten nadenken”, “die zet heb ik helemaal overzien” en zo). Ik beperk me tot vier diagrammen.

Vanaf het begin was het wild-west:

Logisch (en volgens de engine ruim +3) lijkt 10. De3 (dat wint, ook na 10….Pg4, gewoon een pion: 11. De2, bxc4 12. exd6, Le7 13. Pd5 enzovoorts) maar Lennard speelde zijn dame naar f2

De engine geeft hier gewoon een mooi voordeel voor Marko en niet alleen vanwege de pluspion. Lennard besluit er nog een koffiehuisschaak-zet tegen aan te gooien: 14. f5. Snappen doen we dat wel: f-lijn open en met een loper die naar h6 kijkt lijken er tactische mogelijkheden te ontstaan. Maar zwart kan nu wel zij witveldige loper met tempo en pionwinst ontwikkelen: 14…..Lxf5.

Na 15. Ph5 slaat Marko ook nog de pion op c2. De engine vindt dit de beste zet, maar mij (ik zat er naast) leek het me nogal risicovol. Okay, na 15……Lxc2 16. Lxh6 kan zwart met 16….Ld3 de toren op f1 aanvallen, maar toch, was iets als 15….Lh7 niet veiliger?

Overigens was (het inderdaad gespeelde) 16. Lxh6 helemaal niet goed, want in plaats van 16……Ld3 was (het door Marko wel overwogen, maar helaas voor hem niet gespeelde) 16……Pg4 veel beter. Wit blijft twee pionnen achter en verliest een belangrijke aanvaller (de loper). Maar achteraf is het makkelijk praten.

Na 16……Ld3 offert Lennard met 17. Lxg7 zijn loper. Een geweldige zet! Volgens de engine staat het dan gelijk. Voor een engine misschien, maar voor gewone mensen is het zeer complex.

Weer wat zetten later. Marko is aan zet. Wat te doen? Alle witte stukken doen mee, de zwarte zeker nog niet. Hier was 20…..Ph7 de zet die nog steeds een gelijke stelling (volgens de engine) oplevert. Marko speelde 20…..Tg8 en dit is niet goed, maar hoe kan je dat zien? Lennard was ook eerlijk: Na mijn loperoffer was het complete chaos op het bord en Marko verzuchtte dat hij zo veel opties had, hij kiest dan altijd de verkeerde. En (gelukkig) was het in deze partij ook het geval. Gelukkig? Ja, voor Lennard dan.

Na 20…..Tg8 volgde 21. Dh4+, Kg7 22. Tg5+, Kf8 23. Dh6+, Ke8 24. Pd5. Er ontstond een eindspel van dame + 4 pionnen tegen toren + paard + 5 pionnen. Op papier ongeveer gelijk, maar de zwarte pionnen waren kwetsbaar.

Marko is aan zet: 36…..c2 zou goed zijn als wit niet 37. Db3+ zou hebben, alhoewel het nog steeds moeilijk te winnen is. Maar na 36…..cxb2 37. Dxb2 wint zwart toch de dame: 37…..Td1+ gevolgd door 38….Td2+? Klopt, maar dan loopt de a-pion door. Toch had zwart moeten kijken naar c3-c2, maar niet gelijk, maar door eerst 36…..Pd2+ te spelen, want nu kan Db3+ niet. Na 36….Pd2+ 37. Ke2, c2 heeft wit niets beters dan eeuwig schaak.

Helaas, Marko zag het niet. Zelf noemde hij het “de blunder van de avond”, misschien ook wel omdat hij de zet niet overwogen heeft. Hij speelde 36…..cxb2 37. Dxb2, Tb4, maar ook hier liep de pion door en het eindspel van dame (want de a-pion promoveert) + pion tegen paard + 3 pionnen was ook ingewikkeld, maar toch relatief eenvoudig te winnen.

En toch, en toch vind ik dat beide spelers voor deze partij wel meedingen naar de titel “Partij van het Jaar”.

 

Peter van der Borgt

 


Ronde 9
4-11-2024

 

1 Eric Dek Lennard Duynkerke 0-1
2 Wim Loomans Corné Harmsen 0-1
3 Alexander van ’t Hoff Wouter van der Ploeg 0-1
4 Adrie vd Vreede Piet van Boven 1-0
5 Marko Burger Riny Westveer 0-1
6 Herman Schoonakker Leon Zweedijk 0-1
7 Harmen van Beek Sander de Bruijn 1-0
8 Ad van Klinken Dingnis Lokerse 1-0
9 Marius Leendertse Dies Lokerse ½-½

 

Materiaal voor levert niet altijd de winst op

Eric Dek was met de witte stukken begonnen aan zijn partij tegen koploper Lennard. Hij verzuchtte wel tussendoor dat het leuk is om hoog te staan, maar dat je dan wel tegenstanders van het formaat Lennard tegen je krijgt. Door een paar (passieve) zetten als a3 en h3 gaf Eric tempi weg, die Lennard benutte door zijn stelling te verbeteren. Hij schoof zijn pionnen steeds verder op waardoor Eric steeds minder stukken kon bewegen. Met een torenoffer dacht Lennard het te kunnen beslissen, omdat de h-lijn open ging en Eric zijn dame moest geven om mat te voorkomen. Alleen zag Lennard later dat de computer een variant gaf waarmee het zomaar de andere kant op had kunnen gaan. Eric vond deze variant echter niet en verloor daarmee de partij.

Achteraf gaf Eric hierover aan dat als hij op zet 24. Tf-e1 had gespeeld, zijn koning nog een vluchtveld had gehad en de uitkomst wellicht anders had kunnen zijn. Maar ook dat je daar in de partij niets aan hebt en dat uiteindelijk de beste had gewonnen.

Wim Loomans had ook wit tegen de nummer 2 in het klassement, Corné Harmsen. Hij kwam beter uit de opening, kwam een pion voor, maar gaf deze in het middenspel weer terug. In de stelling (zie diagram 1)


diagram 1

speelde Wim c4 met de bedoeling om de stelling van Corné verder onder druk te zetten en ook om te kunnen slaan op a6 na bxc4. Corné sloeg echter terug met zijn paard. Hij had wel kunnen slaan op c4, want Ta8 is dan een vervelende dreiging. Maar Corné dacht ik hou het simpel. Hoewel Wim het eindspel uitstekend speelde en Corné zijn twee paarden over het bord liet dansen, bleek de extra pion genoeg voor de winst.

Alexander van ’t Hoff haalde een truc uit tegen Wouter van der Ploeg, en kwam daarmee een stuk voor te staan. Winnen leek nog maar een fluitje van een cent. Alleen kon Wouter iets terugdoen, waardoor de koning van Alexander nogal op de tocht kwam te staan. Dit kostte hem uiteindelijk de partij.

Adrie van de Vreede had een soort egelstelling tegen Piet van Boven opgezet. Het leek lange tijd in evenwicht, maar toen Adrie door de stelling heen kon breken en met twee torens op de 7e rij kon komen, was het uit.

Marko Burger speelde in vlot tempo zijn partij tegen de rustig spelende Riny.

Op de elfde zet speelde Marko 11. Pxd4. Zie diagram 2.


diagram 2

de computer geeft aan dat Db4 de voorkeur had boven Pxd4. Wat zou u als zwartspeler hier spelen? De computer geeft diverse varianten: 11. … Pxe5 12. Pb5 (toch vervelende dreiging op c7). Pd3+ 13. Ke2. Pc5 14. Da3 of 11. … Pxe5 12. Db5+ Dxb5 13. Pxb5 Kd7

Maar Riny speelde 11. … Lc5

Wat later stond het zo na 27. …. Lxb4 (zie diagram 3)


diagram 3

Als wit de loper neemt valt de loper op d4. Dus speelde Marko hier 28. Lxf6. Zwart heeft nu verschillende opties: De loper terugnemen met 28. … gxf6. Er kan dan volgen 29. cxb4 Txb4 30. Tb1 Tb8 en 31. Tb6 Zwart heeft dan een plusje.

Of 28. … Lc5+ geven waarop kan volgen 29. Ld4 Lxd4+ 30. cxd4 Txd4 31. Tb1 Tb8 32, Tb6

Of Riny al deze varianten had berekend weet ik niet, maar hij dacht misschien ook van ik houd het simpel en speelde Lxa5 29. Lxg7 Thc8. Daarmee was het spel nog lang niet uit, maar Riny wist zijn stelling stukje bij beetje te verbeteren en naar de winst te voeren.

Herman Schoonakker speelde ook met de witte stukken en kreeg een stelling op het bord die Leon al eens eerder tegen hem had gespeeld. De laatste dacht met een pionoffer een fijne aanval te creëren op de koningsstelling van Herman, maar deze pareerde dit eenvoudig, waardoor de dames werden geruild, maar ook de gevaarlijke loper op g2. Hierdoor kon Leon met een pion achter eigenlijk alleen nog maar hopen op remise.

Maar in deze stelling (zie diagram 4)


diagram 4

speelde Herman 18. Ld4. Dat lijkt een goede zet, want de loper valt de pion aan op a7 en beschermt tegelijk de aangevallen pion op f2. Alleen kan slaan op a7 natuurlijk niet wegens b6 en dan staat de loper opgesloten. Leons eerste ingeving was om de loper weg te jagen met c5, maar dan kon het paard op e5 nog steeds geslagen worden. Daarom koos hij voor 18. … Pc6. Gaat de loper terug naar c3, dan valt de pion op f2 en gaat de loper naar e3, dan wint hij de pion ook terug. Dat werd ook gespeeld, maar op zet 22 (zie diagram 5) speelde Herman nog een foutje, namelijk 22. Tf2. Ziet u hoe dat zwart voordeel oplevert? Herman zag het zelf ook (maar helaas pas) nadat hij de zet had gespeeld.


diagram 5

Inderdaad, na 22. Txf2 23. Kxf2 Te2+ gaat niet alleen de pion op b2 verloren, maar staan de witte stukken eigenlijk allemaal vast. Toen de pionnen op d3 en c4 er ook nog afgingen, gaf Herman het op.

Harmen van Beek wilde wel eens oefenen in het spelen van lange partijen. Zijn tegenstander Sander dacht als ik zelf rij, kan ik op tijd naar huis, maar beide heren speelden de langste partij van de avond. Harmen was een pionnetje voorgekomen in het middenspel, maar vond in Sander een tegenstander die taai tegenspeelde. Sander gaf in zijn commentaar op de partij aan dat opening en middenspel gelijk opgingen, maar dat hij vervolgens het briljante tactiekje van Harmen totaal had gemist waardoor hij het pionnetje achter kwam te staan. Dit bleek in het eindspel genoeg voor Harmen om te winnen. Gave partij en petje af, aldus Sander.

Ad van Klinken opende een keer met b4, waardoor er al snel een pionnenstructuur stond van b4, c3 en d2. Iets wat je niet elke dag ziet in een partij. Ad had in ieder geval meer ruimte voor zijn stukken. Ik meen te hebben gezien dat Ad ook nog een stuk won, maar de partij was eigenlijk te snel voorbij om het goed te hebben onthouden (ik moest ook de andere partijen en die van mezelf nog ‘verslaan’). Toen Ad met zijn dame en een vrijpion de zwarte stelling ver was binnengedrongen bleek dat genoeg voor de overwinning.

Naast mij zat Marius en die had de witte stukken tegen Dies. Al vrij snel kwam Marius een volle toren en een pion voor. Alleen dacht hij lang na over het vervolg en daardoor liep zijn klok hard achteruit. Marius had nog 13 minuten terwijl Dies nog een uur had. Op een gegeven moment (maar ook dat heb ik gemist hoe) blunderde Marius opeens een toren weg. Toen bleek dat de klok niet goed ingesteld stond (beide spelers kregen er geen 30 seconden per zet bij) werd tot remise besloten.

Leon Zweedijk


Ronde 8
28-10-2024

 

1 Wouter van der Ploeg Lennard Duynkerke 0-1
2 Joey van Leeuwen Peter van der Borgt 0-1
3 Riny Westveer Eric Dek 0-1
4 Rinus den Hollander Herman Schoonakker ½-½
5 Matthijs Schouten Sander de Bruijn ½-½
6 Dies Lokerse Jan Capello 0-1
7 Ad van Klinken Ton van Vliet ½-½
8 Piet van Boven Leon Zweedijk 0-1
9 Dingnis Lokerse Marius Leendertse 0-1
10 Alexander van ’t Hoff Krijn Saman 0-1

 

Sla nooit op e7, ook niet als het goed is

 

Huh. Het is toch slaan op b2 / b7? Klopt. Maar in deze stelling (waar Eric Dek net 18…..Dd8-d5 heeft gespeeld)

sloeg Riny Westveer op e7 en daar kreeg hij spijt van. Riny zegt er zelf over: Dit voelde als “neem nooit op e7 ook niet als het goed is” maar ik zag niet hoe Eric me af zou straffen. Dit deed hij door 5 zetten later toch wel geforceerd een pion terug te winnen. Het eindspel wat resteerde was waarschijnlijk gelijk maar speelde veel makkelijker voor Eric maar hij bood remise aan. Dat nam ik niet aan🤦‍♂️. In het eindspel offerde ik een pion in de hoop op winstkansen maar die waren er helemaal niet en de remisekansen waren daarmee ook weg. Eric speelde het toen netjes uit.

Eric zelf had ook nog wat te melden inclusief wat statistiekjes: Maandag speelden Riny en ik de langste partij van de avond. Volgens de engine waren de eerste 7 zetten theorie volgens de “Grünfield
Defence”, zoals bekend neem ik dit voor kennisgeving aan, wel betekent dit natuurlijk dat het geen ‘foute zetten’ waren. De strijd ging gelijk op tot het moment dat Riny met zijn dame naar voren kwam om (in mijn woorden) te proberen wat te forceren. Het gevolg was dat het kleine evenwichtsverschil wat eerst in Riny’s voordeel lag nu bij zwart kwam te liggen. Na enige afruil, met een licht voordeel voor mij én mijn gevoel dat Riny het niet zou accepteren, bood ik remise aan.
Mijn gevoel was goed en Riny bleef volkomen terecht proberen naar een complicatie of winstweg te zoeken. Het gevolg was echter dat ik mijn stelling beetje voor beetje kon verbeteren en een pionnetje kon winnen. Met Riny die erg op zijn klok moest letten trok ik vervolgens aan het langste eind.
Conclusie: Riny wilde te graag winnen, hij had gemakkelijk remise eerst kunnen krijgen en later zeker kunnen houden maar zijn witte stelling was simpelweg niet goed genoeg om de zwarte te verslaan….
Enkele statistieken volgens de computer: Beste zetten gespeeld: wit 15 / zwart 16 + 5 “geweldige” (dat laatste vind ik wat overdreven). Percentages 89,7% om 94,7%.

Je kunt van die statistieken zeggen wat je wilt, maar de nauwkeurigheidspercentages zijn gewoon prima, van allebei. Een hoogstaande partij dus.

Riny haalde dus geen remise, maar zes andere spelers wel. Ad van Klinken en Ton van Vliet hadden dat als eerste voor elkaar. Toch vond ik dat verrassend, omdat Ad best een aanvallende opzet met wit koos en Ton risicovol lang rokeerde. De stelling die toen ontstond leek een beetje op de stelling die Ad de week ervoor had, maar toen met zwart. Tegenstander Jan Capello opende toen meteen de aanval op de zwarte koningsstelling en ging als een mes door de boter. Ad deed dat niet (misschien was het ook gewoon niet goed) en er werd veel geruild tot er een eindspel over bleef van evenveel pionnen en allebei nog twee torens. Geen van beide spelers stond actiever: remise was dus logisch.

Voor mijn gevoel stond het op dat moment (na anderhalf uur spelen) bij Matthijs Schouten en Sander de Bruijn ook al potremise. Ook hier evenveel pionnen en ook aan beide vleugels evenveel. Geen stukken meer op het bord. Zo’n stelling die je niet kan winnen, maar wel verliezen, als je het onderste uit de kan wilt (net als Riny) of als er nog “room for improvement” is in je eindspelkennis. En, met alle respect voor Matthijs en Sander, dat was het geval in één situatie:

Na Sanders 26….f4 speelde Matthijs 27. h4. En dat is een grote fout. Waarom? Denk daar maar eerst eens over na.

Ook Rinus den Hollander en Herman Schoonakker speelden remise. Maar daar was het tijdens (en na) de partij volstrekt onduidelijk of de uiteindelijke uitslag zo logisch was. Rinus vertelt: Onze partij werd gekenmerkt door positioneel spel van beiden. Herman wist enkele onnauwkeurige zetten van mij vakkundig om te zetten in groot voordeel, maar het eindigde uiteindelijk toch nog in remise door een fout van Herman op zet 42. Ik had nog ruim een minuut op de klok, Herman zat nog niet in tijdnood. Ik bood na mijn 43e zet dan ook remise aan in een zeer onduidelijke stelling. In een analyse na de partij kwamen we er ook nog niet uit wie er nou gewonnen stond. Maar Chess.com gaf (gelukkig maar) 0.00 aan.

 

Het is duidelijk dat zwart veel beter staat: kwaliteit en een pion voor en twee vrijpionnen. Wat kan er mis gaan? Een aanval van schaakblindheid en die was er ook: 42…..Ke6. Rinus zit dan wel in tijdnood, maar ziet wel 43. Lh3+ met torenwinst. Toch is dit ook remise, want wit kan net nog eeuwig schaak blijven geven. Maar had Rinus dat gezien met die ene minuut op de klok? We zullen het nooit weten.

De aanwezige bestuursleden hadden over geluk niet te klagen. Peter van der Borgt meende weer eens Hollands te moeten spelen. Al vanaf dacht ik met serieus schaken begon (1973!) ben ik al verschillende malen hiermee in de fout gegaan door een over het hoofd geziene zet die gebruik maakte van de open diagonaal a2-g8. En jawel hoor, in deze stelling (met wit aan zet)

had ik 12. Db3 over het hoofd gezien. Joey van Leeuwen niet.

Pion d6 is dubbel aangevallen en als ik 12…..Le6 speel valt pion b7. Toch leek me dat wel overkomelijk: 13. Dxb7, Dd7 gevolgd door 14….Tfb8 leek me speelbaar. Ik kon alleen niet goed overzien wat de consequenties van 13. Pf4, Pxd4 waren. Verder had ik het wel gehad met die open diagonaal en speelde ik 12…..Kh8. Natuurlijk verlies ik dan die pion.

Maar ik hield ook een beetje rekening met mijn tegenstander. Zou hij met de dame of de loper slaan? Ervaren spelers denken hier nauwelijks over na: slaan met de dame, dames ruilen, stelling simpel houden, geen tegenkansen bieden en proberen die pluspion vast te houden. Als dat kan is de winst nabij en als het niet kan dan heb je zeker remise.

Alleen zie ik (ook op de club) vaak genoeg dat de jongere spelers minder praktisch redeneren en graag materiaal op het bord houden. Is dat hier dan zo erg? Ja, dat is heel erg, want (en dat had ik dan weer wel gezien) na 13. Lxd5 volgt 13…..Pa5 met aanval op de dame, die wel de loper moet blijven dekken, maar na 14. Db5 (enige zet om de loper te dekken) volgt de vork 14…..c6 en na 15. Lxc6, bxc6 staat wit niet alleen materieel achter (een loper tegen twee pionnen), maar ook positioneel staat wit er beroerd voor (Lh3 gevolgd door Dd5 en mat op g2 is al bijna niet te voorkomen, want een paard op f4 wordt er direct door zwart afgehakt). Joey hield het dan ook na 16. Da4, Lh3 17. Te1, Dd5 voor gezien.

Jammer, want Joey had de opening prima gespeeld en voor Peter is het nu hopelijk echt duidelijk: het Hollands mag door hem niet meer gespeeld worden.

Het andere bestuurslid, Lennard Duynkerke, had ook over geluk niet te klagen. Wouter van der Ploeg bleek, net als Joey tegen Peter, geen makkelijk hapje. Integendeel.

We komen er in nadat er 13. c5, d5 is gespeeld:

Wouter ziet dat het paard op f6 gepend staat en dat pion d5 dus feitelijk maar één keer gedekt staat. Dat betekent dat 14. Pxd5, cxd5 15. Lxd5 een toren en twee pionnen oplevert tegen twee stukken dus.

Even later staat het zo

Zwarts tegenspel zit hem in de verbonden pionnen op e4 en f4. Wouter speelde hier 23. f3 en dat is wel een positionele fout, want na 23…..e3 is die e-pion opeens een gedekte vrijpion en dreigt ook nog e3-e2. Toch snap ik Wouters reactie wel: je wilt niet afwachten tot Lennard zelf kan doorstoten met die pionnen. Maar hier is wachten en proberen stukken te activeren en/of te ruilen beter. Dus zetten als Tfe1 (om die e-pion alvast tegen te houden of (mijn voorkeur) Pd6+ gevolgd door Dxd5.

Maar: het is een razend moeilijke stelling, wat bijna altijd zo is met van die rare materiaalverhoudingen. Alles overziend denk ik dat 23. f3 de beslissende fout is, want daar wordt een dynamische stelling met kansen voor beide spelers omgedraaid in een stelling waar wit alleen maar kan verdedigen en zwart zijn stelling kan verbeteren en kan wachten op de fout van wit, die er (zeker als er een klok in het spel is) geheid komt.

Lennard zegt er dit over: Allereerst de complimenten aan Wouter voor de partij van maandag, dit was één van mijn lastigste partijen dit seizoen.

Lennard had Wouters offer compleet gemist, terwijl Wouter juist de hele tijd (nadat Lennard zijn toren op het onlogische veld f7 had gezet) naar eigen zeggen zat te loeren op een offer op d5.

Piet van Boven is het schaken niet verleerd. Zeker niet. Doordat hij veel rustiger achter het bord zit en daardoor rustiger speelt doet hij nauwelijks meer echte foute zetten. Alleen is het na jaren van schaak-rust en op Piets leeftijd wel zwaar zo’n pot met een klassiek tempo. Nu had hij in Leon Zweedijk natuurlijk ook een tegenstander van formaat. Leon moest stevig aan de bak om het verdiende punt binnen te halen.

Ook Krijn Saman won. Schuldbewust kreeg ik de andere dag een berichtje dat hem gebleken was (bij het naspelen) dat hij een onreglementaire zet moete hebben gedaan. Een onreglementaire zet die zowel Krijn als zijn tegenstander, Alexander van ’t Hoff, tijdens de partij niet gezien hebben. Ja, de zet wel, maar niet dat die onreglementair was.

Wat zegt het reglement (van de FIDE, dus de officiële schaakregels):

Een onreglementaire zet is voltooid nadat de speler zijn/haar klok ingedrukt heeft. Als tijdens een partij blijkt dat er een onreglementaire zet is voltooid, moet de stelling teruggebracht worden naar de stelling onmiddellijk voorafgaand aan de onregelmatigheid.

Hier kwam Krijn er pas na de partij achter en dan is er niks meer waardoor de uitslag veranderd kan worden. Overigens was het een complexe partij, waarin Krijn materiaal voor kwam door dat hij een paard kon slaan, wat weliswaar gedekt stond door een pion, maar wel een gepende pion. Later in de partij had Krijn een mooi schijnoffer, waarin hij zijn dame gaf om met een familieschaakje die dame weer terug te winnen en zo de stelling verder te vereenvoudigen.

Marius Leendertse had te maken met een lastig paard en een hinderlijke loper van Dingnis Lokerse. Die had op zijn beurt weer veel last van de lopers van Marius die steeds maar weer zijn dame aanvielen. Gelukkig voor Dingnis had die dame telkens nog net één veilig veld. Dingnis speelde gewoon een prima partij, waarbij (en ik citeer Marius) ik alle zeilen moest bijzetten om de weg naar winst te vinden. En erg veel tijd daaraan besteed. Het is mij uiteindelijk wel gelukt. Met de voor mij volgende zet en schaakmat als gevolg, gaf hij teleurgesteld op.

Dies Lokerse was in de opening een stuk achter geraakt en Jan Capello liet toen niet meer los. Meer valt er over deze partij niet te zeggen.

Dan zouden we nog terugkomen op de partij van Matthijs en Sander. Waarom was 27. h4 nu zo fout? Kernwoord: Groepjesregel. In een eindspel met alleen pionnen (en beide partijen evenveel) is de speler met de minste groepjes in het voordeel. Beiden hebben twee groepjes van drie pionnen aan de koningsvleugel en vier op de damevleugel. Na 27. h4 kan Sander er echter voor zorgen dat Matthijs drie groepjes krijgt: 27…..Kf7, 28. Kf2, Kg6 (gewoon naar de ongedekte h-pion lopen) 29. g3 (om die pion te dekken), fxg3 30. Kxg3, Kf5 en dan staat het zo:

De witte koning moet nu die twee pionnen blijven dekken, want elkaar dekken lukt niet meer. Natuurlijk kan hij nog wat tempozetten op de damevleugel doen, zoals b3, maar zwart speelt gewoon h6-h5 en dan heeft hij altijd de tempozet g7-g6, dan moet wit met zijn koning spelen en komt zwart via f4 naar binnen en de stukken kunnen in de doos.

Zo simpel gaat dat. Alleen speelde Sander 27…..g5 en toen konden de stukken ook de doos in, maar wel met voor allebei een halfje.

Een ander voorbeeld waar de groepjesregel mogelijk een rol zou kunnen gaan spelen was er in de partij tussen Riny en Eric. Eric had dus zijn verloren pion weer terug gewonnen en toen stond het zo:

Natuurlijk, hier zitten we nog niet in het eindspel, maar laten we even kijken wat we moeten weten voor we het eindspel in gaan:

  • Er is sprake van lopers van gelijke kleur; we kunnen dus niet in een eindspel belanden met lopers van ongelijke loper, welke bijna altijd remise zijn (ook als de ene partij een pluspion heeft).
  • Wit heeft een groepje meer, wat in het voordeel van zwart is.
  • Wit heeft een vrijpion, maar die vrijpion is ongedekt en het zwarte paard staat op het stopveld.
  • Wit is aan zet, maar kan met zijn toren niet de zwarte stelling binnendringen, vanwege dat paard op d5.
  • Zwart kan met de toren wel naar de tweede rij, maar is niet aan zet.

Kortom: zwart staat gewoon beter en wit kan zich geen foutjes veroorloven. Die kwamen er wel en Eric won.

Waarom bood Eric dan remise aan? Onderschatte hij zijn eigen eindspeltechniek? Ik denk het niet. Ik denk dat er ook iets van psychologie bij zat: als ik remise aanbied, denk ik dat Riny het niet aanneemt en dat hij zich “gedwongen” voelt op winst te spelen en als hij dat gaat doen vergroten mijn winstkansen. Maar misschien herkent Eric zich hier totaal niet in en speel ik de amateur-psycholoog, die zonder enige studie denkt te weten hoe een ander denkt.

 

Peter van der Borgt

O ja: het heeft niks te maken met deze 8e ronde, maar ik kwam een aardig artikel tegen over hoe je na elke zet opnieuw de stelling moet bekijken:

schaakblok: hoe-mijn-intuitie-me-op-het-verkeerde-been-zette

 


Ronde 7
21-10-2024

 

1 Lennard Duynkerke Wim Loomans 1-0
2 Ruben de Bruijn Corné Harmsen 0-1
3 Peter van der Borgt Riny Westveer ½-½
4 Bram Boone Wouter van der Ploeg 0-1
5 Adrie vd Vreede Rinus den Hollander 1-0
6 Flip Meijaard Joey van Leeuwen 0-1
7 Sander de Bruijn Herman Schoonakker ½-½
8 Jan Capello Ad van Klinken 1-0
9 Matthijs Schouten Alexander van ’t Hoff 1-0
10 Piet van Boven Dies Lokerse 1-0
11 Krijn Saman Dingnis Lokerse 1-0

 

Tweestrijd Lennard en Corné?

 

Onze club heet De Zwarte Dame. Die moet je dan eigenlijk koesteren. Welnu, twee keer werd die schone vrouw pardoes cadeau gedaan. Al heel snel door Wim Loomans, die daarmee Lennard Duynkerke een makkelijke avond bezorgde. Veel later op de avond deed Rinus den Hollander dat tegen Adrie van de Vreede. Adrie gaf nog aan dat de laatste partijen die hij speelde spelers telkens materiaal weggaven. Daarmee doet Adrie zich misschien wel een beetje tekort; ik denk dat het ook een beetje komt omdat Adrie zijn tegenstanders in het nauw brengt.

Ad van Klinken gaf dan wel geen zwarte dame weg, maar nadat Jan Capello Ta7 (met aanval op de dame op b7) speelde konden de stukken wel in de doos. Jan was lekker uit de opening gekomen en toen Ad ook nog eens lang rokeerde, kon Jan de al iets te ver opgeschoven zwarte pionnen op de damevleugel aanvallen. Er kwamen open lijnen en prachtige diagonalen op het bord, allemaal in Jans voordeel.

Dingnis Lokerse overzag een vork en even later een tussenschaak: twee stukken achter en dat was teveel tegen Krijn Saman. Bij Dies Lokerse was het de regel “aanraken is zetten” die hem de das om deed: stuk achter en Piet van Boven maakte daarna geen fout meer.

Omdat Lennard gewonnen had, streden Ruben de Bruijn en Corné Harmsen om plek twee. Ik heb maar weinig van die partij gezien, maar wat ik gezien heb zag er niet goed uit voor Ruben; zijn stukken werkten niet samen, zijn koning stond niet echt veilig. Dat moest wel fout lopen en dat deed het ook. Corné staat hierdoor tweede en de voorsprong op nummer drie is al fors. Maar er zijn nog 21 rondes te gaan. Alles kan nog gebeuren.

Naast de strijd om de prijzen bovenin is er natuurlijk ook nog de strijd om ratingkampioen te worden. En ondanks zijn nederlaag, is het (van de spelers die al meer dan de helft van de wedstrijden hebben gespeeld) Wim Loomans die dat klassement aanvoert.

Het was wild-west op het bord van Matthijs Schouten en Alexander van ’t Hoff. Matthijs kwam het best uit die eerste fase: betere pionnenstructuur en beter ontwikkeld. Aan dat laatste wilde Alexander iets doen met het creatieve h4-h3 om na Matthijs’ g2-g3 te vervolgen met Lg4 met aanval op het ongedekte paard op f3. “Ontwikkelen met tempo” heet dat. Helaas had Matthijs een lelijke tussenzet (Pf6 met schaak en aanval op de ongedekte loper op g4). De loper ging dus verloren. Alexander probeerde met allerlei schwindels Matthijs nog uit balans te brengen, maar dat lukte niet.

Aangekrant staan en toch winnen. Het kan en in de 7e ronde gebeurde het twee keer (bijna zelfs een derde keer). Alle keren kwam zwart niet lekker uit de opening. Laten we beginnen met Wouter van der Ploeg. Die behandelde, tegen zijn gewone speelstijl in, de opening erg voorzichtig en dat pakte niet goed uit. Met hangen en wurgen kon hij de schade beperken tot een pion minder. Maar ook positioneel stond Bram Boone beter. Dat Bram toch nog verloor had uiteraard met een paar fouten van Bram te maken, maar ook met de vasthoudendheid van Wouter die in zijn achterhoofd waarschijnlijk de stelling “door op te geven is nog nooit een partij gewonnen” had. Niet alleen leverde dat Wouter een vol punt op, maar hierdoor schoot hij als komeet naar boven in de stand: plaats 3!

Nieuwkomer Joey van Leeuwen had het moeilijk tegen Flip Meijaard. Joeys dame stond onder druk, zijn loper op g7 deed niet veel en Flip had controle over de open c-lijn. Er was maar één “maar”: Joey kon alles net keepen en Flip kwam geen steek verder, terwijl Joey zijn stelling langzaam kon verbeteren (of anders gezegd: de dreigingen van Flip kon verminderen). Het leek remise te gaan worden tot Joey met een vrije a-pion, die verloren leek te gaan, geholpen door Flips Lb5 een truc in de stelling kon bouwen. Flip had twee opties: een stuk winnen, maar een a-pion die zou promoveren of de a-pion terug winnen en een stuk achter komen. Flip koos voor een andere optie: de partij opgeven. Een verstandige keuze. Knap gespeeld door Joey.

Ook Riny Westveer kwam niet lekker uit de opening. Peter van der Borgt kreeg wat hij wilde: een gedekte vrijpion op c6. Peter had hetzelfde probleem als Flip: hoe kom ik verder. In deze stelling (na Riny’s 28….Ph7)

dacht Peter een combinatie te hebben die of voor materiaalwinst of promotie van die vrijpion zou leiden. Ziet u wat Peter zag en ook wat hij over het hoofd zag?

Peter zag twee keer slaan op d5 (eerst met de loper en dan met het paard) en dan zijn er zoveel dreigingen dat zwart wel moet verliezen:

  • Paard valt dame en pion b6 aan
  • C-pion kan doorlopen
  • Mogelijk ook nog een paardvork op e7 als de zwarte dame naar c8 gaat

Maar wat had Peter overzien? Niet dat het paard van h7 via g5 van alles op f3 of h3 dreigde, maar wel dat door e6xd5 een dame op c8 heel gevaarlijk naar h3 keek. Kortom: het offer was fout.

Toch verloor Peter niet, want in deze stelling

wist Riny niets beters te bedenken dan een herhaling van zetten: Pf2+, Kg1, Ph3+. De “echte” schakers zouden ongetwijfeld gezien hebben dat Kh7 (dame kan nu weg en c7-c8D is geen schaak) de weg naar de winst is, maar Riny (en Peter trouwens ook niet) zag het niet. Met heel weinig tijd op de klok niet raar.

Was dit de enige remise? Nee. Sander de Bruijn en Herman Schoonakker kwamen ook niet verder. Sander stond wel de hele tijd lekkerder, maar nergens lekker genoeg om een beslissende klap uit te delen. Sander zegt er dit over: Opening ging precies zoals plan (en boekje). Idee in opening: centrum openbreken, alles afruilen en van mijn vrije e-pion een dame maken. In het middenspel liep alles vast; we waren allebei aan klooien met onze paarden en mijn plan van aanpak miste compleet, vandaar ook het remise aanbod (met mijn beste poker face aangeboden).

Sander had wel een kans gemist: na 26. Pf5+ (maakt niet uit welk paard), gxf5 27. Pxf5+ gevolgd door zetten als Pd6 en h4 zou zwart in een zeer vervelende positie terecht zijn gekomen.

 

Peter van der Borgt

 


Ronde 6
14-10-2024

1 Ruben de Bruijn Lennard Duynkerke ½-½
2 Corné Harmsen Peter van der Borgt 1-0
3 Wim Loomans Bram Boone 1-0
4 Riny Westveer Rinus den Hollander ½-½
5 Leon Zweedijk Eric Dek 0-1
6 Jan Capello Dingnis Lokerse 1-0
7 Piet van Boven Alexander van ’t Hoff 1-0

 

Tijdnoodduels

 

Voorafgaand aan de 6e ronde van de interne competitie reikte de voorzitter van de ZSB, Ton van Vliet, de beker uit aan de kapitein van ons bekerteam (Lennard dus) dat vorig seizoen zo fraai Zeeuws bekerkampioen werd. Een beetje laat zult u zeggen. Dat klopt, maar daarom niet minder welkom, zeker als je weet hoe de beker er uit ziet:

Op veel borden was er tijdnood. Niet bij Dingnis Lokerse, die te snel in de fout ging, waardoor Jan Capello een vroegertje had.

Wim Loomans kwam ook niet in tijdnood, zijn tegenstander Bram Boone ook niet. Bram had wel een andere “nood” en die had te maken met de vele dreigingen die Wim in de stelling had weten te breien. Uiteindelijk was er geen houden aan. Mooie zege van Wim die zich daarmee katapulteerde naar plaats nummer 4 in de stand. Heeft Lennard er een nieuwe concurrent voor de titel bij? De volgende weken zullen meer duidelijk maken.

Piet van Boven liet zien een ware ruiter te zijn. Door een paar slimme paardzetten wist hij twee pionnen en een kwaliteit te winnen. Alexander van ’t Hoff probeerde van alles om Piets stelling te ontmantelen, maar Piet bleef geconcentreerd spelen, ging niet op zoek naar meer materiaalwinst, maar naar het zoveel mogelijk pennen van stukken en het ruilen van stukken. Knappe partij van Piet.

Peter van der Borgt had in een betere stelling een black-out waar Corné Harmsen mooi gebruik van maakte. Maar eerst even een mooie stelling een paar zetten voor die black-out.

Peter (met zwart) denkt hier het paard op b1 in de tang te hebben, want na 16. Pbd2 verliest wit pion d3. Toch speelt Corné het paard naar d2, want na 16…..Pxd3 (wat Peter toch speelde) volgt 17. Pc4, Pxe1 18. Pd6+, Kf8 19. Pxe1. Corné heeft nu een kwaliteit en een pion geïnvesteerd in het omdraaien van een ontwikkelingsachterstand naar een ontwikkelingsvoorsprong inclusief een zwakke toren op h8.

Die pion geeft Peter terug, omdat hij dacht in deze stelling (waar wit met 20. Dxd4 net remise heeft aangeboden)

met 20…..Dd5 de dames te kunnen ruilen, want als wit de dame niet slaat volgt toch mat op g2. Corné speelt 21. Df5, want het is geen mat op g2 vanwege het paard op e1. Nu dreigt Corné plots mat op f7. Het beste is nu 21…..f6 22. exf6, g5 wat ik wel overwogen heb, maar wat er raar uit ziet, raarder dan 21…..Le8. Uiteraard kwam toen 22. Tc1 en toen had ik 22…….Kg8 moeten spelen en niet 22…..g5, 23. Df6, Tg8 24. Tc7, Tg7 25. De7+, Kg8 26. Pxe8 en de stukken kunnen de doos in. Ik probeerde nog wat grapjes, maar daar trapte Corné niet in en hij speelde het prima uit.

Dan de drie echte tijdnoodduels. De partij van Leon Zweedijk en Eric Dek was te complex om te volgen. Er stond veel materiaal op het bord, Eric had paarden die de stelling van Leon waren binnen gedrongen. Dat was dreigend, maar meteen ook kwetsbaar. Eric appte me een dag later dat de engine het vaak niet eens was met de keuzes die Leon en Eric tijdens de partij gemaakt hebben. Het klopte dus wat ik gezien had: complexe partij.

Leon: Geloof dat ik last heb van een schaakdip. Wat nieuwe openingen aan het uitproberen geweest. Tegen Eric fantasy opgezet tegen zijn caro-kann. Derde zet wijkt hij af met Db6. En zegt achteraf dat hij dat Wouter een keer had zien spelen. Bedankt Wouter 😆

Eric: Toen ik de partij van maandag tegen Leon in de engine plaatste noemde de engine deze de opening een “Caro-Kann Fantasy Variaton”. Volgens mij is dit een beetje hetzelfde als wanneer iemand op de vraag of hij het eten lekker vindt reageert met “het is apart”….
Zoals bekend heb ik weinig last van openingstheorie, dus voor mezelf sprekend kan ik me wel vinden in deze conclusie.

 

Het ging volgens de engine in de partij best gelijk op tot aan de 19e/20e zet van Leon, nadat ik (in bovenstaande stelling) b5 speelde. Ik had de pion springend van b7 naar b5 nog vast toen ik de volgende gedachten had:
1. oei, hij kan mijn pion slaan met de loper;
2. doe het maar, dan krijg ik een open b-lijn met (wat de bedoeling van de zet was) een actieve witte loper;
Ik speelde na Leons Lxb5 vervolgens ook direct Lb7, echter ik had nog beter even goed kunnen kijken want na cxb5 en Dxa8 komt met Lb7 de dame gevangen te staan en zal wit de toren na Ta8 met de dame moeten nemen. Het resultaat is dan een duidelijk gewonnen stelling met zwart een dame en drie stukken met de betere positie tegen wit twee torens en 2 stukken.
Nam niet weg dat mijn idee van de open b-lijn en de actieve loper ook goed genoeg was en op termijn winnend bleek, dit mede gezien de grote tijdnood waarin Leon kwam te zitten in combinatie met de complexe stelling die op het bord ontstond.

De Yersekse jongelingen Ruben de Bruijn en Lennard Duynkerke speelden een interessante partij, waarbij ze “tot het gaatje” gingen: pas om kwart voor twaalf was er een beslissing: remise.

Een cruciale stelling was deze:

Wit (Ruben) is hier aan zet. De zwarte dreiging is helder: Tc2xf2xh2-h6 gevolgd door Ta2-h2-h1 en dan Th6-h2 mat. Helaas mag zwart niet zeven keer achter elkaar zetten. Maar wat moet wit hier doen?

Ruben speelt hier (het logische) 25. Lc4. Mijn engine vindt dit niet okay en kiest voor 25. Tc4 en vindt dan dat zwart nog steeds iets beter staat. Alle andere zetten leveren een -2 of meer op. Dus ook 25. Lc4. Dan schiet de engine door naar -4,5. Oeps. Waarom is dit zo fout?

Ik zou 25…..Taa1 (die toren staat immers door de loper aangevallen) hebben gespeeld, maar dat zou een blunder zijn geweest, want na 26. Kg2 mag 26…..Pxe3+ niet, want dat paard staat gepend. Na 26. Kg2 staat wit opeens beter, ook na iets als 26…..Ta5, omdat na 27. Tc7 zwart echt de kwaliteit moet geven met 27….Txc4 om erger te voorkomen.

Nee, 25…..Tc1+ is de winnende zet. Nu hoor ik u denken: “maar dan krijg je toch hetzelfde”?. Nee dus, want na 26. Kg2 volgt dan 26…..Txc4, 27. Txc4, Pxe3+, gevolgd door 28…..Pxc4 en zwart komt een stuk voor. Na 25…..Tc1+ heeft wit nog wel een andere zet, 26. Lf1, maar die helpt weinig: 26…….Taa1 en de loper gaat ook verloren.

En waarom kon die truc met slaan op c4 dan niet na 25…..Taa1? Simpel: Pxe3 werkt alleen als er een toren op de tweede rij staat (omdat pion f2 wel gepend moet worden).

Lennard miste dit en het werd nog erger bij de analyse, want (ik citeer Ruben): Ik vertelde het bij het analyseren en toen baalde hij enorm want hij zat in zijn hoofd met dat zijn toren aangevallen stond op a2, dus toen heeft hij niet verder gekeken.

Lennard sloeg uiteindelijk op f2 en na 25……Txf2, 26. Lxa2, Txa2 kwamen beide jongelingen terecht in deze stelling (met zwart aan zet).

Volgens de telling van Euwe is het gelijk, maar wit wint natuurlijk minstens een pion. Simpel is het echter niet, ondanks dat de engine helder is: ruim +2,5 voor wit.

Ruben vertelt verder: Het eindspel duurde erg lang en uiteindelijk kwamen we in een stelling waarbij Lennard een paard en drie pionnen had tegen mijn toren en twee pionnen. Hij had twee vrijpionnen en dat was erg lang een remisestelling. Op den duur offerde hij zijn paard voor een pion en ik moest mijn toren offeren voor zijn vrijpionnen.

Dus al met al een leuke partij, ik een voordeeltje in de opening, Lennard een gemiste winkans en uiteindelijk remise tegen de nr. 1….

Door de zege van Corné en de remise van Lennard en Ruben is de stand aan kop van de ranglijst zo door elkaar gehusseld dat er nu drie Yersekenaren op kop staan. Dat hebben we bij De Zwarte Dame nog nooit meegemaakt. Ik ben benieuwd of Wim, Peter of Riny daar in de 7e ronde verandering in kunnen brengen.

Tenslotte hebben we nog de partij tussen Riny Westveer en Rinus den Hollander. Uiteraard kwamen beide heren ook in tijdnood, maar dat is meestal zo bij hen. De hele partij was veld d6 bij Rinus een zwakte. Riny kwam ook nog een pion voor en het leek me een kwestie van tijd of Rinus zou de witte vlag moeten strijken, maar hij bleef in de partij. Gekker nog (of zoals Riny me appte “erger” nog): Riny bood ver in het eindspel zelfs remise aan, wat Rinus weigerde omdat Rinus inmiddels een pion voor stond. Eindspelen. Het blijft moeilijk. We gaan Ton van Vliet steeds beter snappen. Riny’s appje eindigde met “uiteindelijk toch remise geworden, maar ik denk dat de computer ook zal zeggen dat zwart even gewonnen heeft gestaan”. Later kwam Riny hier op terug, want de engine had in dat verre eindspel geen winst voor zwart gezien, maar zeker ook niet voor wit.

 

Peter van der Borgt


 

Ronde 5
7-10-2024

1 Lennard Duynkerke Riny Westveer 1-0
2 Peter van der Borgt Marko Burger 1-0
3 Eric Dek Ruben de Bruijn 0-1
4 Corné Harmsen Rinus den Hollander 1-0
5 Herman Schoonakker Wim Loomans 0-1
6 Wouter van der Ploeg Piet van Boven 1-0
7 Leon Zweedijk Adrie vd Vreede 0-1
8 Alexander van ’t Hoff Sander de Bruijn 0-1
9 Dingnis Lokerse Dies Lokerse 1-0
10 Joey van Leeuwen Krijn Saman 1-0

 

Eindspelen zijn moeilijk

Van de top-11 was alleen Bram Boone niet. Die zal ongetwijfeld ergens op een rivier in West-Europa gezeten hebben. Daarom waren er 5 onderlinge duels tussen mannen in die top-11.

Laten we maar beginnen met de clubkampioen, Lennard Duynkerke, die tegen de huidige nummer 3 Riny Westveer speelde. Ik zat naast hun bord en vroeg me af of Riny de rokade-regel vergeten was. Er was een moment dat het me de enig logische zet leek. Dat vond Lennard ook, want die meldde het volgende: Als je Dc7 en het antwoord daarop hebt gezien, dan heb je verder niet zoveel gemist. Riny had hier inderdaad moeten rokeren, alhoewel de verleiding er ook was om mijn pion te slaan. Dan was ik immers mijn pionmeerderheid kwijt. Riny deed dit echter niet (verstandig) maar speelde Td7 met een aanval op mijn dame om met een zetherhaling wat tijd te winnen. Als ik zijn pion zou slaan dan kon hij namelijk mijn loper slaan – hij miste echter dat het slaan van de pion met schaak kwam. Even daarna won ik nog een stuk dat ik had kunnen houden met wat kunstgrepen (Ik had 26. Da8+ Kh7 27. Lb8 gezien, maar de dames blijven dan op het bord). Ik besloot daarom af te wikkelen naar een compleet gewonnen toreneindspel waarin mijn verbonden vrijpionnen niet te stoppen waren. Riny gaf enkele zetten later dan ook op. Uiteindelijk kom ik hier dan toch weer goed weg, want enkele zetten eerder (zet 17) stond Riny -2.5 vanwege gevaarlijke dreigingen tegen mijn koning. We hadden hier allebei de zet 17. … Dg6 gezien, maar allebei ook onderschat. De zoveelste keer dit seizoen dat ik goed wegkom :).

Tsja, “goed wegkomen” is ook een kwaliteit.

Over de nummers 2 tegen 4 kom ik later te spreken. Dan eerst maar een andere youngster, Ruben de Bruijn, die met zwart tegen Eric Dek speelde. Eric speelt degelijk, doet gezonde zetten en komt in tijdnood, maar verliest nooit op tijd. Ook dit keer weer. O nee, nu verloor hij op tijd. De engine vindt er dit van: Weggever – Een speler was aan het winnen, maar gaf het toen uit handen.

Oeps. Dat overkomt Eric vaker. Ruben zag het overigens anders (en heel eerlijk: ik zag nu ook niet direct dat Eric aan het winnen was, wel dat Dd2 fout was): De partij ging aardig gelijk op, af en toe stond Eric wat beter en soms ik. Ik hoop dat ik niet al te vaak tegen die passieve Pf3-openingen moet, ik probeer er op de vereniging een spannende partij van te maken maar eigenlijk is dat hele idee met Pe4 voor zwart niet goed. In mijn partij tegen Rinus twee weken terug werkte het ook niet zoals ik gehoopt had.

Nu was g5 wel een goede zet maar een echte aanval op de koningszijde opbouwen is best lastig als wit g3 en Lg2 heeft gespeeld. Ik speelde Pa5 op zet 16, omdat ik bang was voor het paard van wit, wat naar c5 kan via b3. Op zet 18 maakte Eric een fout, hij had over het hoofd gezien dat na Dd2, Pb3 een vork is en ik een kwaliteit kan winnen. Misschien had Eric nog wat remise kansen kunnen creëren in het eindspel, maar toen op zet 24 zijn vlag viel was het toch echt klaar.

Eric wilde ook nog wel reflecteren op deze partij:

Over mijn partij van maandag kan ik kort zijn. Tot het moment dat ik in aanstaande tijdnood kwam en kon afwikkelen naar een m.i. volledig gelijke stelling, overzag ik door een snelle ‘logische zet’ een paardvork wat direct verlies gaf.
Mijn conclusie:
– ik heb te weinig actief gespeeld…
– ik heb nauwelijks tot geen slechte zetten gedaan…
– ik heb te veel tijd gespendeerd aan relatief simpele ontwikkelingszetten…
– ik heb verloren omdat Ruben wel met gedoseerde aanval geprobeerd heeft om te winnen en daarvoor uiteindelijk terecht beloond is!

Met Erics zelfreflectie is niks mis.

Corné Harmsen nam het op tegen Rinus den Hollander. Corné had een verrassende openingskeuze (om niemand wijzer te maken zeggen we niet welke). Rinus zegt er dit over: Ja, verrast door de opening van Corné. Ik had het nog nooit gehad in een partij. Gevolg lang nadenken en ver achter in tijd. Op zet 24 maakte ik in een evenwichtige stelling een wel heel domme fout. Ik speelde 24… c5 ??? en daardoor verloor ik de pion op a5 en even later door schaakjes op d5 door de witte loper en dame nog eens 2 pionnen. Doorspelen deed ik nog wel en hield het nog wel lang vol pas op zet 67 was de partij klaar), maar Corné speelde het gewoon goed uit. Gauw vergeten maar.

De nummer 10 (Wim Loomans) speelde tegen de nummer 11 (Herman Schoonakker). Herman over die partij: Het was geen nauwkeurige partij met fouten over en weer.


Herman speelt hier 17. e3. Dat verliest pion a2 en Wim gaat daar op in: 17……Dxa2. Toch is dat geen goede zet. Ziet u waarom? Herman (tijdens de partij) niet en eigenlijk ziet het er ook raar uit.Herman hierover:

Eerlijk gezegd heb ik gewoon over het hoofd gezien dat op zet 17 a2 nog aangevallen stond. Toen Wim deze pion nam, dacht ik al gelijk dat me dat wel eens de partij zou kunnen kosten. 18. Pa4 heb ik compleet gemist, terwijl dat toch voor de hand liggend lijkt als je de partij naderhand aan het ingeven bent in de computer.

Waarom is 18. Pa4 dan zo goed? Welnu, er dreigt 19. Ta1, waarop zwart alleen 19……Dc4 kan spelen en dan volgt 20. Pb6 met torenwinst.

Toch was er nog niet zoveel aan de hand, kijk maar hoe het na 33. Pc5 staat:

Natuurlijk, Wim staat een pion voor, maar zijn loper doet niks en kan niks. Het paard van Herman staat prachtig, zo prachtig dat de zwarte dame ook niks kan. Zwart kan zijn pluspion niet tot vrijpion upgraden, want a6-a5 kan niet vanwege de dame op a3. En diezelfde dame dekt ook de enige zwakke pion van wit op e3. Kan zwart dan niet iets als d5-d4 en mat dreigen (op g2)? Tsja, dat kan wel, maar dan slaat wit eerst de loper en dan de pion op d4 en dan is het potremise. Kortom: wit kan zetjes als Lf1-e2-f1-e2 blijven doen, zonder dat zwart ook maar een stap verder komt.

Herman slaat echter de zwakke loper met zijn sterke paard en daardoor komt Wim weer beter te staan.

Op het eind is er een interessante eindspelpositie:

Wit is aan zet. En geen misverstand: zwart staat veel beter. Beste tactiek is altijd (als je materiaal achter staat): niet ruilen, zeker geen stukken. Herman speelt hier echter 47. Dd6. Dit is een zet die ik een vraagteken geef, terwijl mijn engine deze zet een duimpje geeft. In een verloren stelling zal dit zeker geen slechte zet zijn, maar praktisch gezien maakt Herman het nu voor Wim eenvoudig: als Wim slaat op d6 (47….Dxd6) dan volgt: 48. exd6, Kf8 49. Ke2, Ke8 50. Kd3, Kd7 51. Kc4, Kxd6 52. Kxb4, Kd5 en zwart gaat de h-pion ophalen en met twee pionnen meer is het simpel uit. Overigens kon het nog simpeler, mede omdat Herman geen tussenschaakjes heeft:  47…..b3, 48. Db4, b2 49. Dxb2, Dh1+ en wit verliest zijn dame. En zo deed Wim het ook.

Ik laat nog even Herman aan het woord: Wim wist mijn fouten  in ieder geval goed af te straffen. Het verraste me wel enigszins dat ik ook later in de partij nog wel kansen heb gehad. Dat had ik tijdens het spelen anders ingeschat. Al met al voor mij geen goede, maar wel een leuke partij.

We blijven bij de eindspelen. Sander de Bruijn won van Alexander van ’t Hoff en hij meldt er dit over: Erg genoten van gisteravond. Jammer van 2 fouten in het middenspel, maar gelukkig wel gewonnen. Ik wist niet dat een loper eindspel zo moeilijk kon zijn zeg.

Hier doelt Sander (die met zwart speelt) op. Hij staat een pionnetje voor, Alexander is door een paar minder handige zetten een boer kwijt geraakt. Alexander heeft net torens geruild, op a8, vandaar die zwarte loper op a8.

Maar (als zwart) hoe win je dit of (als wit) hoe hou je dit remise? Geloof me: dit is gewoon moeilijk.

Gelukkig voor Sander was dit eindspel niet alleen voor hem moeilijk, maar ook voor Alexander. Hier speelt Sander 40……Lg2. Alexander ziet dat hij een loper verliest na 41…..Lf1 en speelt daarom 41. Lc8 om vervolgens er achter te komen dat 41….Lf1 ook nog mat is. Dat mat was te voorkomen geweest door 41. Ke2 en dan loopt die b-pion na 41…..La3 echt niet 1-2-3 door: 42. Kd2, b2 43. Ld3. Maar goed, de zwarte koning kan de witte pionnen op de koningsvleugel aan gaan vallen. Het blijft dus verloren voor wit, maar toch.

Dat eindspelen moeilijk zijn, ook voor de hoger gerate spelers, bleek wel uit de partij van de nummers 2 en 4 Peter van der Borgt en Marko Burger. Daar kwam het meest voorkomende eindspel op het bord: een toreneindspel.

Maar eerst iets over de opening. Peter speelde eens een keer 1. d4. Of hij dit nog eens gaat doen weet hij (en ik dus ook) niet. Marko reageerde met het Hollands. Een opening die ik vroeger ook wel speelde, maar te vaak (zo zit het in mijn geheugen) werd ik dan verrast door een schaakje (Lc4 of zo) of een penning van een pion op d5 of zo. Lennard had me vorige week nog op 1….f5 als antwoord op 1. c4 gewezen. Toen had ik hem ook verteld van mijn angsten met die opening. En warempel; door de penning van pion d5 won ik nu een pion, omdat ik nu aan de goede kant van het bord zat.

Ik speelde het daarna niet handig of (en dat is eigenlijk veel eerlijker) Marko speelde toen gewoon beregoed, wist goed gebruik te maken van de onhandige positie van mijn stukken en met kunst- en vliegwerk wist ik een remise-achtig eindspel te bereiken.

Wit is aan zet. Materieel gezien is het gelijk, maar zwart dreigt pion b3 te winnen. Wit kan wel de d-pionnen ophalen, maar dan gaan er vier witte pionnen verloren (b, a, g en f in die volgorde). Kortom: alle zetten eliminerend kan er dan maar één zet de beste zijn: 30. Kc2. En gelukkig (voor mij dan) zag ik die.

Marko sloeg op b3 en 31. axb3 volgde. Nu zou slaan op a1 gevolgd door Tc8+ het handigst zijn, maar Marko geeft eerst schaak en na 32. Kb2 kan 32….Txa1 niet meer vanwege Txc8+. Marko heeft speelt nu 32……Taa8 om er na 33. Txa8, Txa8 achter te komen dat een iets beter eindspel is veranderd in een minder eindspel. Het luistert nauw, heel nauw, in eindspelen. Dat blijkt in de volgende zetten, want Peter komt niet veel verder. Okay, hij wint een pion, maar hoe krijg je die b-pion naar b8?

In deze stelling

is de pion al twee velden verder gekomen. Na Marko’s 42….Te3+ heeft Peter 43. Tc3 gespeeld, in de hoop op 43……d4. Waarom? Nou, wit staat een pion voor en zwart wil ruilen. In principe is dat wat wit wilt. Nog eerst wel even rekenen natuurlijk:

  • Txe4, dxe3 45. Kc3 en de e-pion kan niet doorlopen.
  • Zwart gaat de b-pion slaan, wit de e-pion.
  • Zwart is op tijd om de g-pion te dekken, wit komt op g6.
  • Zwart kan dan niet veel meer dan Kf8-g8-h8 spelen.

Conclusie: dan moet de pluspion voldoende zijn: f5-f6 en beide zwarte pionnen gaan eraf of de f-pion loopt door en geeft mat (wel even oppassen dat het geen pat wordt, maar wit heeft altijd nog een tempozet met de g- of h-pion).

Marko had dan ook beter voor een torenzet kunnen kiezen in plaats van 43…..d4. Maar ja, we waren ongeveer al vanaf zet 5 of zo met een intensieve partij bezig, waar ik (en Marko ook, denk ik) niet altijd door had hoe het nu stond (de engine vond het overigens heel lang erg remise-achtig).

Om met Lennard te spreken: De zoveelste keer dit seizoen dat ik goed wegkom :).

Een paar weken geleden had Joey van Leeuwen zich gemeld op de club omdat hij meedoet aan het KNSB-project “Jouw Eerste Zet”, waarbij huisschakers mee konden doen aan een project om (beter) te leren schaken. Joey was (wie niet) actief op chess.com en zijn (snelschaak)partijtjes op dat platform gaven al een aardig beeld van zijn kwaliteiten. Natuurlijk ging er nog van alles mis, maar hij deed gezonde zetten. De conclusie was simpel: doe gewoon mee met onze interne competitie en kijk of het wat voor je is. Zo gezegd, zo gedaan.

Ik verklap alvast wat zijn tegenstander, Krijn Saman, me een dag later per app meldde: Tijdens het na spelen wist hij de nevenvarianten ook al van de Botvinnik varianten die ik hem liet zien , een aanwinst voor de club!

Joey won. En niet omdat Krijn blunderde, maar vooral omdat Joey een paar mindere zetten van Krijn afstrafte.

Krijn heeft net 18….g5 gespeeld (met aanval op het paard), waarop Joey 19. Df3 speelde met aanval op Krijns paard. Hier speelde Krijn 19…..Dd8, wat na 20. Pf5, Lxf5 21. Dxf5, Ph7 22. f4! niet goed afliep. Voor Krijn dan.

Krijn had, in plaats van 19…..Dd8, beter 19….Kg7 kunnen spelen, alhoewel hij dan nog steeds niet lekker staat. Of, volgens de engine niet beter, maar praktisch gezien wel kansrijker: 19…..Pxe4. Dit paardoffer is immers maar tijdelijk, want Joeys paard op h4 staat ook in. Op 19…..Pxe4, 20. Dxe4 volgt dan 20……f5 wat er best sterk voor zwart uit zien. Bij goed spel is dit voor wit geen probleem, maar in zo’n stelling is een foutje snel gemaakt: want wat is het beste antwoord: 21. Pxf5 of 21. De3? Moeilijk.

Maar goed, dit kwam niet op het bord, waardoor Joey met 1 uit 1 de enige is met een 100%-score.

 

Dan nog kort wat over de andere partijen. Dingnis Lokerse kwam weer gewonnen te staan. Nu maakte hij het wel af, waardoor Dies Lokerse met een nul genoegen moest nemen.

Dat zelfde overkwam Leon Zweedijk. Leon gaf pardoes een stuk weg tegen Adrie van de Vreede. Voor beiden een partij om snel te vergeten.

Wouter van der Ploeg behaalde een mooie zege. Hij had Piet van Boven in de tang met een penning van paard f6. Dat paard kon alleen nog maar gedekt worden door de koning op g7.

Piet besloot er een stuk tegen aan te gooien, maar dat hielp niet. Wouter won.

 

Peter van der Borgt


 

Ronde 4
30-9-2024

1 Ruben de Bruijn Peter van der Borgt ½-½
2 Wim Loomans Ad van Klinken 1-0
3 Leon Zweedijk Jan Capello 1-0
4 Marius Leendertse Matthijs Schouten 0-1
5 Sander de Bruijn Krijn Saman 1-0
6 Alexander van ’t Hoff Dies Lokerse 1-0
7 Dingnis Lokerse Piet van Boven 0-1

 

Schaakblindheid

Iedereen kent het wel: schaakblindheid. Ik heb het idee dat Dingnis Lokerse een geheim apparaatje heeft waarmee hij schaakblindheid bij zijn tegenstander veroorzaakt. En niet een beetje schaakblindheid, nee, een grove vorm daarvan. Vorige week leidde zo’n aanval van schaakblindheid tot winst van een volle dame, nu van een dame tegen een paard. Iedereen is natuurlijk benieuwd naar dat apparaatje van Dingnis. Dingnis zelf is nu op zoek naar een ander apparaatje, namelijk eentje waarmee hij zijn voordeel behoudt en niet weggeeft.

Tegenstander Piet van Boven ging er eens voor zitten, trok zijn bretels recht en zag wel kansen, want zijn stukken stonden beter. En langzaam kwam Piet dichterbij: eerst een loper, toen twee pionnen en toen een kwaliteit. Wie mee heeft geteld en een dame even goed vindt als tien pionnen weet dat het nu (volgens de telling van Euwe) weer gelijk staat. Verhip, dat was vorige week tegen Alexander van ’t Hoff ook zo. En wat ook zo was: Nu was het Dingnis die er eens voor ging zitten en een heuse mataanval ontwikkelde, net als vorige week. Gekker nog: net als vorige week ondenkbaar mat. Maar net als vorige week miste Dingnis het mat en wist zijn tegenstander toch nog de partij over de streep te trekken.

Eerder al hadden Dies Lokerse en Ad van Klinken last gehad van een aanval van schaakblindheid (zou dat apparaatje van Dingnis ook uitwerking hebben op andere borden?), waardoor hun tegenstanders (Alexander van ’t Hoff en Wim Loomans) een eenvoudige zege boekten.

Bij andere partijen was er minder (of geen) sprake van ernstige vormen van schaakblindheid. Niet dat er geen foutjes werden gemaakt. Integendeel, we zijn natuurlijk in vergelijking met de wereldtoppers een stelletje prutsers, wat door Stockfish en zo op vernederende wijze duidelijk wordt gemaakt. Vooral vernederend zijn die situaties dat Stockfish je opeens groot voordeel geeft en je ziet niet eens hoe je dat voordeel moet omzetten in winst.

Genoeg geklaagd. Ik ben YT niet. Over naar een partij waarvan de witspeler wilde dat dit de Partij van het Jaar wordt.

Sander de Bruijn (die met wit speelt) heeft controle over de d-lijn en heeft net 17. Lh3 gespeeld. Een logische zet. Krijn Saman had nu veel ellende kunnen voorkomen door 17…..Pb8 te spelen om zo een afruil op de d-lijn af te dwingen. Krijn speelde echter 17….Lc8 en na 18. Td5 staat het zo:

Een interessante stelling. Als toevallige kijker dacht ik “zou 18….e4 iets zijn?” om vervolgens weer snel naar mijn bord te gaan, wamt daar had ik genoeg problemen op te lossen. En warempel: Krijn speelt (onder het mom van, ik citeer Krijn, “de knuppel in het hoenderhok gooien”) 18….e4.

Volgens de engine een prima zet die tot een afwikkeling zou moeten leiden naar een remise stelling. Sander reageerde met “nu moet ik gaan rekenen”. En dat gereken kon hij al snel achterwege laten, omdat Krijn zelf verkeerd rekende: 19. Lxd7 Lxb2 20. Lxe8 Txe8 21. Dxb2, exf3 22. exf3 en Krijn stond gewoon een kwaliteit achter. In plaats van 19…..Lxb2 zou 19…..Txd7 veel beter zijn geweest. Misschien was Krijn bang voor 20. Lxf6, wat na 20….gxf6 een slechte koningsstelling zou opleveren, maar Krijn hoeft de loper niet te slaan; hij kan ook (en veel beter) het paard slaan: 20…..exf3.

Krijn probeerde nog wel een tegenaanval op te zetten met zijn loper en dame, maar dit werd geneutraliseerd door Sander, die vervolgens door torens te ruilen de partij naar zich toe kon trekken. Sander won dus een partij waarvan de engine zegt “Plotseling – Een gelijk opgaande partij die werd verloren door een fout”. Sanders idee om deze partij tot Partij van het Jaar te benoemen gaat schrijver dezes dan ook iets (nee, veel) te ver.

Zelf kwam ik (Peter van der Borgt dus) er achter dat ik met zwart niet veel van 1. c4 openingen snap. Ik wist het zo te draaien dat het Konings Indisch werd, maar ja, daar snap ik ook geen fluit van. Ik stond me een partij aangekrant, zo aangekrant (Leon Zweedijk noemde het eufemistisch een “egelstelling”, waardoor het lijkt alsof dit een bewuste tactiek was) dat ik niks beters wist te bedenken dan zetjes als h6, Kh7, zodat ik lijdzaam kon toezien hoe wit (Ruben de Bruijn) me op de damevleugel op zou rollen. Tenminste, ik dacht dat dat zou gebeuren. Ik kon me met een paar nietszeggende zetjes redden en door na Rubens 18. b4 niet te gaan voor pionwinst, maar voor afwikkeling naar een dode remisestelling.

Voor de mensen die zich afvragen of Ruben simultaan heeft gespeeld; het antwoord is Nee. Ruben moest eigenlijk een wedstrijd spelen voor het team van DZD A, maar omdat tegenstander Scherpenisse (Denk en Zet) maar drie mensen op de been kon brengen, speelde hij intern.

Dan nog over die egelstelling. Leon meldde dat daar geen prijs voor is. Dat bracht me op het idee dat we dat natuurlijk kunnen doen: Prijs voor de mooiste egelstelling (ik nomineer mezelf), Prijs voor het veroorzaken van schaakblindheid (op dit moment Dingnis met stip op één), Prijs voor de mooiste Knuppel-in-het-Hoenderhok (Krijn) en zo zal er nog van alles te bedenken zijn, naast natuurlijk al bekende titels als Remisekoning. Op die manier kunnen we elke deelnemer van de interne competitie van een beker / medaille voorzien. Wat vindt de penningmeester hiervan?

Marius Leendertse heeft met zwart nogal eens problemen met een (half)open c-lijn. Nu speelde hij met wit en speelde hetzelfde euvel. Daardoor kon Matthijs Schouten een pionnetje winnen. Maar dat niet alleen, Marius’ witveldige loper kon niet anders dan zijn eigen pionnen dekken (die op e4 en b5), maar kon dat niet volhouden, want werd steeds aangevallen. Daardoor won Matthijs de pion op b5 en met zijn verbonden vrijpionnen op de a- en b-lijn was er voor Marius geen houden meer aan.

De mooiste partij van de avond was die tussen Leon Zweedijk en Jan Capello. Leon was lekker uit de opening gekomen. Met een pion achter (dat hoort bij een gambiet) had hij lekker spel gekregen met veel druk tegen Jans stelling. Uiteindelijk bleek het lastig voor Jan om te rokeren, maar was het ook lastig voor wit om de stelling te openen. Jan verbruikte zoveel tijd dat hij met nog een minuut op de klok koos voor de verkeerde voortzetting en opgaf.

Deze partij verdient wel een paar plaatjes:

Na 14….Lxf3, 15. Dxf3 was deze stand op het bord gekomen. Jan staat een pion voor, Leon dreigt mat op f7. Duidelijk is dat 15….Ph6 niet werkt (16. Lxh6 en er dreigt nog steeds mat). Misschien was 15….Pf6 nog wel het beste. Maar dat kost toch een pion? Inderdaad, maar Jan stond al een pion voor en dan gaat er een paard en dame van het bord en is het een eind remise. Leon had (denk ik) ook niet op f6 geslagen, maar 16. Lg5 (of nog mooier, maar niet per sé beter, Lh6) gespeeld. We gaan het niet weten, want Jan speelde 15…..f6, waarop Leon doodleuk 16. Pg5 speelde. Dat paard mag niet geslagen worden, want dan is het (nog steeds) mat op f7. Doordat de f-pion is opgespeeld kan het paard later naar e6. En daar gaat hij ook naar toe. Een prachtveld.

Even later heeft Jan net 18…..Pxe6 gespeeld en dan staat het zo:

Leon kiest hier voor het logische 19. Lf5. Daarna volgt 19….Pe7? (Db5 zou veel beter zijn geweest) 20. Lxe6, Db5 21. b3, Pg6 22. c4, Db6 23. Lh6, Ph4 ?? 24. Dh5+ en hier gaf Jan op. Jans 23e zet was natuurlijk fout, maar eigenlijk had Leon ook beter dan 19. Lf5, namelijk “gewoon” 19. dxe6, Dxe6 20. Dxb7, waarna ook de zwarte damevleugel onder vuur komt te liggen.

Maar hoe dan ook: mooie partij van Leon die zijn gewaagde tactiek beloond zag worden. Kortom: ik meld hem aan voor de Titel Mooiste Partij van het Jaar en ik zie wel of Sander zich hierin kan vinden.

 

Peter van der Borgt

 


Ronde 3
23-9-2024

1 Peter van der Borgt Lennard Duynkerke ½-½
2 Rinus den Hollander Ruben de Bruijn ½-½
3 Riny Westveer Wim Loomans 1-0
4 Ton van Vliet Corné Harmsen 0-1
5 Herman Schoonakker Adrie vd Vreede 1-0
6 Jan Capello Marius Leendertse ½-½
7 Dies Lokerse Wouter van der Ploeg 0-1
8 Krijn Saman Piet van Boven 1-0
9 Dingnis Lokerse Alexander van ’t Hoff 0-1

Verslag 3e ronde

 

Het werd een avond met leuke, spannende en rekening houdend met het individuele niveau best goed gespeelde partijen. We behandelen de partij in volgorde van afronding.

De partij tussen Dies Lokerse en Wouter van der Ploeg was lang in evenwicht. Het draaide om de beheersing van de d-lijn en de spelers moesten oppassen dat sommige stukken niet vast kwamen te staan, omdat alle stukken in het centrum stonden en even een stuk opzij zetten niet altijd kon. Wouter koos ervoor met zijn toren via d6 naar f6 te gaan. Met heel veel stukken op het bord is dat meestal niet zo handig, want dat ding kan makkelijk aangevallen worden. Omdat er ook geen directe dreiging was voor Dies liet Dies die toren gewoon lekker staan. Niets leek een spannende pot in de weg te staan totdat Dies na ruim een uur een klein foutje maakte wat Wouter meedogenloos afstrafte: 0-1 in het voordeel van Wouter.

Jan Capello en Marius Leendertse komen altijd gezamenlijk naar de clubavond. Dat de vrede snel getekend zou worden lijkt dus logisch. Maar dat was het niet. Ten eerste was er geen sprake van een snelle vrede (potje duurde twee uur) en ten tweede had Jan de beste kansen vanwege een zwakke pion op d6 van Marius. Er waren echter al zoveel stukken geruild dat die ene zwakte onvoldoende was om de partij in een zege voor Jan te laten eindigen.

En volgens Marius klopt dit vrij aardig: In een e4/e5 opening had Jan eigenlijk steeds het initiatief. Zijn zetten werden beantwoord door de juiste van mijn kant. Zijn paard kon ik door een pionzet neutraliseren. Anderzijds kon ik met mijn loper op c6 ook niet veel uitrichten. Op de 20e zet bood ik remise aan, wat door Jan geaccepteerd werd. In de analyse bleek de remise voor beiden terecht.

Kortom: gewoon een goede partij met een terechte uitslag.

Riny Westveer kwam beter uit de opening dan Wim Loomans. Wim had zich wat lucht verschaft met 13…..c5, maar die lucht was meteen het begin van het einde.

Na slaan op c5 en een toren die op c1 kwam, waarna b2-b4 dreigde, speelde Wim 16……De5, waardoor het paard op c5 nog steeds dubbel gedekt staat. Maar ja, na 17. f4 moet die dame weer weg. Om het paard te blijven dekken kan de dame naar d6 (maar dan volgt ook 18. Pxc5 met stukwinst) of f5 (en dan volgt 18. g4 en dat stuk op c5 gaat ook verloren). Wim vond het dan ook welletjes.

Knap gespeelde partij van Riny en “food for thought” voor Wim.

Piet van Boven is de oude Piet niet meer. Hij speelt echt veel rustiger. Krijn Saman moest dan ook echt zijn best te doen om Piet op een nul te trakteren. Nadat beiden (al dan niet verplicht) hadden geofferd was de materiaalverhouding een eind gelijk, maar stonden Krijns stukken wat actiever. Dat bleek beslissend, zodat na bijna drie uur de stukken in de doos konden.

Er waren toen nog vijf partijen bezig. Het zou dus een latertje kunnen worden en dat werd het ook. Die vijf partijen duurden drie tot vier uur. En ook dat waren spannende en soms spectaculaire potjes.

Dingnis Lokerse en Alexander van ’t Hoff speelden een partij die niet alleen hen, maar ook andere spelers bezig hield. Eerst blunderde Alexander pardoes een volle dame. Dingnis bleef, tegen zijn natuur in, rustig (en ook goed) spelen tot twee keer kortsluiting ontstond: eerst een toren direct daarna een volle dame. Lang genoot Alexander niet van zijn toren meer, want die gaf hij ook weer weg.

Vier keer kortsluiting (netje verdeeld over beide spelers) dus leverde een materieel gezien gelijke stelling op, maar wel met een ondenkbaar-mat-optie.

Dingnis had hier Lf8 kunnen spelen en ik zie niet hoe zwart mat op h6 tegen kan gaan; op enig moment houden de schaakjes op. De engine ziet ook geen mogelijkheden meer om mat tegen te gaan. Maar ze waren al meer dan drie uur bezig en beiden raakten vermoeid en Dingnis speelde La5 en na Tb5+ konden de stukken de doos in. De vijfde kortsluiting van de partij werd Dingnis noodlottig. Jammer dat Dingnis deze winstkans liet liggen.

Bij Herman Schoonakker werd de partij beslist door de vlag. “Hè” hoor ik u denken, die tijd nekt Herman wel vaak. Dat klopt (ook in de 1e ronde kwam hem dat op een nul te staan). Alleen nu niet. Zijn tegenstander, Adrie van de Vreede, verloor op tijd.

Herman was maandag nog in Kruiningen en dinsdag alweer in Porto, van waar hij het volgende te melden had: Mijn idee van onze partij was dat het een strijd om het centrum was, waarbij het natuurlijk ook belangrijk is om je pionstructuur in orde te houden. Hoewel ik het gevoel had dat ik wat meer initiatief had, ging het wat mijn pionstructuur betreft niet optimaal. Adrie wist op zet 14 zijn zwartveldige loper af te ruilen tegen mijn paard op c3. Ik moest de loper terugnemen met mijn b-pion waardoor ik een dubbelpion op de c-lijn kreeg terwijl er gaten op de b- en d-lijn waren ontstaan. Later in de partij wist Adrie een dubbele aanval op zowel mijn c-pion als mijn a-pion te creëren. (Zet 33). Ik heb overwogen om de pion nog te verdedigen via Lf1 of Lb7 maar dacht dat ik dat uiteindelijk toch niet zou redden en besloot om de pion op de a-lijn maar op te offeren en mijn centrum op te spelen omdat mijn centrum pionnen verder naar voren stonden dan Adrie’s a-pion. Ik vond het best riskant maar het pakte goed uit. Uiteindelijk won ik omdat Adrie’s vlag viel. Ik kan de partij hier niet door Stockfish laten analyseren omdat het operatingsysteem van mijn mobieltje daarvoor weer al te oud is.

Tijdens de speelavond kreeg ik het idee dat de door Adrie geofferde pion eigenlijk een weggegeven pion (b)leek. Hermans loper op d6 bleek een machtige verdediger. Eigenlijk bleef Herman die pion gewoon voor en stond dan ook steeds materieel en positioneel voor.

Adrie meldt er dit over: Over het begin van de partij: c5 was natuurlijk ongelooflijk dom. Mijn hoofd dacht iets als (1) ik kan de pion vast wel weer terugwinnen en (2) c5 móét altijd. Maar zo werkt het natuurlijk lang niet altijd. Het was zelfs zo dat ik c6 wel als goede zet had gezien. Een leerles voor de volgende keer. Ik vind dat ik nog aardig gespeeld heb daarna, om zo goed en zo kwaad als het zou gaan de pion terug te winnen het één en ander te dreigen. Daardoor ging mijn tijd wel snel naar beneden: 43 minuten tegen 10 minuten wordt toch al snel lastig spelen.

De ruimte die ik had was ook maar gering, maar was blij toen ik op den duur b6 werkend kreeg (zet 18). Maar dat vervolgens mijn loper op a8 belandt, was een minder leuk effect, want het duurde best lang voordat die weer een functie kreeg voor mijn gevoel.

Het was lang niet de beste partij die ik ooit heb gespeeld, maar “het gaat niet om het resultaat, maar om de weg die je maakt” zal ik maar in gedachten houden.

Spannende partij, waar beide spelers van genoten hebben.

Ton van Vliet vond dat hij een waardeloze partij had gespeeld. Heel eerlijk: ik vind deze kwalificatie nogal overdreven. Corné Harmsen deed een frivole poging tot een koningsaanval, die nooit van de grond kwam. En natuurlijk geeft de evaluatiebar wit (Ton) een aantal keren een mooie plus, maar dat zegt mij niet zoveel, al is het maar omdat sommige varianten voor gewone stervelingen (waartoe ook een ZSB-voorzitter hoort) gewoon onvindbaar zijn. Corné dacht er weer anders over: Ik had het idee dat ik een klein plusje had, tot ik een te vlugge c5 speelde en zijn er gevolgd door mijn f5 maakte het eigenlijk wel remise. Ton bood op zet 40 remise aan.

De stelling was zo. Helder is dat zwart (Corné) niks kan (behalve Ke7-f7-e7-d7), want pion e6 moet dubbel gedekt blijven (door paard en koning) en de toren moet het paard blijven dekken. Heel eerlijk: wit heeft zwart dan wel “in de tang”, maar winst zit er niet in. Een logisch remise-aanbod dus. Minder logisch was dat Corné het niet aannam, omdat Corné (ik citeer hem) nog wat kleine dingen zag. En was ook aan het kijken om h5-h4 op te spelen om een doorbraak te forceren.

Er valt niks te forceren, dus logischerwijs blijft Ton nu “niets doen”, onder het mom van “bewijs maar dat je kan winnen”. Nog onlogischer dan het door Corné weigeren van het remise-aanbod was wat Ton nu ging doen. Je zou denken “niks”, in de zin van a2-a3 en dan eindeloos Lc4-a2-c4-a2 en de remise die Ton zo graag wilde is “in the pocket” of Ton zou winnen als Corné zou proberen te winnen. Maar nee, nu deed Ton ook een winstpoging, speelde zijn sterke koning naar e3, waarna Cornés toren kon binnen komen en nog voor zet 50 werd door Ton de witte vlag gehesen.

Rinus den Hollander en Ruben de Bruijn speelden een mooie, spannende partij. Vanuit mijn perspectief leek het dat Ruben straal verloren kwam te staan, toch tegenkansen schiep en kreeg en vervolgens misschien zelf wel de winst miste. Veel belangrijker: beide spelers hadden genoten.

Rinus meldt het volgende: Ruben verloor een pion in de opening (Reti) waarna het initiatief bij mij lag. Ik miste enkele keren de juiste voortzetting en leek zelfs in een verloren positie te komen, toen Ruben (die vaak de juiste verdedigingszetten deed naar mijn gevoel) met zijn toren en dame zeer dreigend op de 2e lijn kwam te staan. Mijn dame kon echter de matvelden afdekken.

Vervolgens miste ik een matcombinatie op zet 40. Riny die naast ons mee keek, had het wel gezien, zei hij direct na de partij. Ik dacht toen ‘Hoe kon ik dat over het hoofd zien?’.

We besloten tot remise doordat er toch een soort van herhaling van zetten volgde (witte dame weer terug op f3 om de matvelden te dekken). Daarnaast zaten we beiden wel in tijdnood.

Lekker gespeeld en daar gaat het om hè?

En wat zegt Ruben: ‘Nooit op b7 slaan, ook niet als de pion op b5 staat’. Maar natuurlijk! Ik had niet zo’n zin in een lange, positionele partij, dus ik probeerde het Jobava London met zwart te spelen. Ik speelde g5 veel te snel in de hoop op een aanval maar dat ging nogal fout.

Wit kwam na de zet Db3 veel beter te staan en ik had weinig kansen. Op zet 21 sloeg wit mijn pion op b5, die had ik vooruit gespeeld in de hoop op een open lijn.

Op zet 24 kon ik b2 slaan en werd mijn positie ietsje beter (wit staat nog steeds beter maar het ziet er al iets minder slecht uit voor zwart). e3 op zet 31 was wel mooi, en de positie is dan gelijk. Dat gooide ik op zet 39 overboord toen ik mat in 3 miste. Gelukkig miste Rinus het ook en werd het daarna alsnog remise.

Ondanks het ongelukkige einde en een opening die ik liever snel vergeet, was het wel een leuke partij!

Deze partij verdient het dat we wat momenten in een diagram laten zien:

Dit was het moment dat Rinus sloeg op e4 en daarna de pion op g5. Pion voor en een veilige koningsstelling. Wat kan er mis gaan?

Nog steeds staat wit prachtig en in plaats van iets als 21. T1c5 slaat Rinus de pion op b5 (die daar terecht is gekomen na 20…..b7-b5). Nu geeft Rinus Ruben tegenkansen, want natuurlijk volgt 21……Tfb8. Na 22. Tb6 had Ruben het mooie 22…..Lxg3, maar dat miste hij. Nu werd er op b6 geslagen: 22……Txb6, 23. Dxa5, Txb2 en wit was binnen en dreigend. Nog steeds staat wit beter, maar het lukte Rinus niet om de stelling te vereenvoudigen. Integendeel: na 29. Dxd5 greep Ruben zijn kans en stond het plots zo (met Rinus aan zet):

Wat dreigt er allemaal niet? Dxh2 gevolgd door Td1 mat of Dxe3 met ook mat als gevolg. Wat te doen? Rinus kiest voor het juiste: 33. Df3. Knap gezien, want ongetwijfeld hadden beide heren geen zeeën van tijd over. Na 33…..Dxh2+, 34. Kf1 is er dan geen direct mat of een winnend schaakje. Ruben koos voor 34…..Lxg3, wat een goede zet is. Maar het is nu aan wit om schaakjes te geven en er komt de volgende stelling op het bord:

Wat moet zwart doen? Drie zetten zijn mogelijk:

  • 37……Kg5, maar dan is het meteen mat: Dg4.
  • 37……Ld6, waarna zwart zelf mat dreigt (Df2) en wit geen schaakjes heeft en dus 38. Df3 moet spelen en dan wordt het bij goed spel remise
  • 37……Kg7, wat Ruben speelde en wat had moeten verliezen: 38. Dg4+, wat Rinus ook speelde, 38….Kf8, 39. Tc8+, Ke7 en nu 40. Dg5+ en of zwart nu 40….Kd6 speelt of 40….f6 het wordt mat: 40…..Kd6, 41 Dd8 mat of 40….f6, 41. Dg7+, Kd6, 42. Dd7 mat

Helaas speelde Rinus 40. De4+, waarna alsnog de variant a la 37…..Ld6 op het bord kwam en men tot remise besloot.

Wat mij betreft is dit de eerste partij die meetelt voor Mooiste Partij van het Jaar.

De voorzitter (Peter van der Borgt dus) wilde maar al te graag de clubkampioen (Lennard Duynkerke dus) te grazen nemen. Lukte dat? Nee. Zonder dat ik de partij geanalyseerd heb kom ik tot de conclusie dat Peters opzet niet slaagde en dat Lennard de beste kansen had. Peters plan was met zijn “losse” d-pion op enig moment d4-d5 te spelen om Lennards stelling op te blazen. Peter had daar zelfs die d-pion voor over, maar geen enkel moment was die pionzet een goed idee en werd die d-pion een zwakte. In het eindspel denk ik dat zwart had kunnen winnen door met het paard Peters loper te slaan, waarna een 4-tegen-4 pionnenverhouding zou ontstaan met voor Peter twee groepjes en voor Lennard eentje. Mij leek het toe dat ik op enig moment in zetdwang zou komen en omdat je nu eenmaal geen zet mag overslaan zou Lennard dan met zijn koning de witte stelling kunnen binnen vallen en winnen. Maar dat was wat ik in wederzijdse tijdnood dacht. Lennard sloeg de loper niet en met voor allebei zeer weinig tijd op de klok kon Peter naar remise afwikkelen, zodat na bijna vier uur spelen een Onbeslist op het wedstrijdformulier werd bijgeschreven.

Wat hiervoor staat was wat ik dacht zonder analyse (lees: partij in chess.com zetten). Na analyse kom ik tot de conclusie dat Lennard ergens in het middenspel iets heeft laten liggen, ik in de overgang naar het eindspel en dat Lennard in het eindspel zeker Pf5xe3 had moeten spelen al was het maar om mij in tijdnood te testen (fxe3 was verliezend en Kxe3 niet). Qua nauwkeurigheid scoorden we allebei 92%. Kortom: terechte remise.

 

Peter van der Borgt


 

Ronde 2
16-9-2024

1 Corné Harmsen Lennard Duynkerke 0-1
2 Bram Boone Riny Westveer ½-½
3 Ruben de Bruijn Leon Zweedijk 1-0
4 Ad van Klinken Eric Dek ½-½
5 Rinus den Hollander Matthijs Schouten 1-0
6 Wim Loomans Marius Leendertse 1-0
7 Krijn Saman Herman Schoonakker 0-1
8 Sander de Bruijn Dingnis Lokerse 1-0
9 Alexander van ’t Hoff Jan Capello 0-1

 

Negentien spelers stonden voor ronde 2 braaf te wachten op de indeling. Bijna was een speler niet ingedeeld, want had zich niet afgemeld, maar was wel even na half 8 pas binnen. Maar uiteindelijk was het Wouter van der Ploeg die oneven kreeg. Vond hij niet erg, kwam hem eigenlijk wel goed uit.

Van de overige 9 partijen had Peter gevraagd of iemand een verslagje wilde maken. En daarom hield ik ze allemaal zo goed als mogelijk in de gaten. Dat had ook tot gevolg dat ik mijn eigen partij wat minder aandacht kon geven, maar dat mag de pret niet drukken.

Op het bord naast mij trok Corné met de witte stukken voortvarend ten aanval tegen Lennard. In plaats van een alapin toverde Corné een creatieve soort alladin opening op het bord. Lennard verzuchtte: “O ja, ik speel tegen Corné”, toen die een onverwachte zet deed (pion offer, om er vervolgens weer ergens anders op het bord een terug te winnen). Corné zette vanaf de start Lennard stevig onder druk. Corné had al gerokeerd, Lennard nog niet. Die moest ook creatieve zetten doen om niet onder de druk te bezwijken. Hij verhuisde zijn paard van g8 naar b8 en zowaar hij kon rokeren en deed dat ook.

Toen de aanval van Corné wat tot stilstand was gekomen rond de 11e zet grapte deze: “Tot zover de theorie”. Er was een redelijk open stelling ontstaan, waarbij Lennard een pion ver op kon schuiven en dat werd Corné uiteindelijk teveel.

In de partij Wim Loomans tegen Marius Leendertse ontstond een rustige opening. Maar al snel voerde Wim de druk op en wist een kwaliteit (loper tegen toren) te snoepen. En kwam met zijn dame vervolgens binnen op b7, (sla nooit op b7, ook niet als het goed is, maar hier pakte het goed uit) waarbij de andere toren van Marius nog op a8 stond en zijn paard op b8. In een poging het kwaad te neutraliseren gaf Marius schaak met zijn dame op a5, maar b4 hief dat schaak weer op, waardoor er twee stukken instonden. Een paar zetten later won Wim de andere toren met schaak. Toen vervolgens zijn toren ook naar b7 gespeeld kon Wim nog een stuk winnen door te slaan op a7. Dat had hij gezien, maar in plaats daarvan ging hij voor een aftrekaanval met schaak. Omdat dit tot dameverlies zou leiden, vond Marius het welletjes.

Op het volgende bord speelde Sander tegen Dingnis. De dames werden al snel geruild en Dingnis kwam materiaal achter. Met een toren minder probeerde Dingnis nog wel Sander tot een bekentenis te dwingen, maar deze kon de aanval eenvoudig pareren. Kort daarna was de aanval van Sander beslissend. Er klonk goed gespeeld en na de analyse, hoewel het nog vroeg was, wenste Sander iedereen alvast welterusten en toog huiswaarts.

Alexander had er zin in tegen Jan Capello. Alexander speelde in het begin snel, had nog 1.30 uur tegen Jan 1.19 uur. Later in de partij ging hij wat langer nadenken. Alexander rokeerde lang en Jan kort. Vanwege de half open lijnen kun je dan redelijk wat druk uitoefenen door torens op die lijnen te plaatsen. Alleen ging Jan eerst met twee paarden in de aanval. Er zat wel een dreiging in, maar Alexander wist het nog goed te verdedigen door bijna al zijn stukken op de 6e t/m 8e rij te plaatsen met alleen een eenzaam paard op d4.

Jan bleef de druk opvoeren en won uiteindelijk met een paardvork een kwaliteit. Alexander gaf als commentaar dat hij het te laat had gezien. Nog wat later gaf hij op.

Heel wat rustiger ging het er aan toe in de partij tussen Ad en Eric Dek. Na de opening waren een paar centrumpionnen van Ad ver opgeschoven, maar door zijn dame tactisch te plaatsen kon Eric de rokade van Ad verhinderen. Die vond dat niet leuk en bood al snel dameruil aan. Waarop Eric verzuchte: “Het is niet anders” en de dame sloeg. Na nog meer stukkenruil werd de vrede al snel getekend.

Rinus den Hollander kwam goed uit zijn lijfopening. Hier stonden bijna alle stukken van Matthijs op de onderste drie rijen waarvan sommige stukken zoals de dame nog in de beginstelling. Matthijs moest nog rokeren, terwijl Rinus al druk begon te zetten op het centrum. Matthijs zijn dame kwam bijna de hele partij niet van haar plek, omdat hij erg moest verdedigen in een passieve stelling met minder ruimte. Na een wat ongelukkig f5 van Matthijs kwam zijn koning nogal kaal te staan. Rinus zette zijn lopers in om de druk te verhogen.

Op zet 24 had Rinus dame d4 kunnen spelen met een dubbele dreiging (Dxd7 en e6+), waardoor het c4 van Matthijs niet zou helpen. Maar Rinus speelde het anders (direct e6 wat volgens de computer ook beter is), terwijl Matthijs geen c4 deed. En daardoor drong Rinus steeds verder de stelling binnen en forceerde hij uiteindelijk mat.

Krijn opende met de vaste opening van Herman. Altijd vervelend om je ‘eigen’ opening tegen te krijgen. Krijn speelde het eerste deel van de partij scherp en kwam daardoor twee pionnen voor. Alleen was zijn eigen pionnenstructuur hierdoor wat gaten gaan vertonen.

Herman profiteerde hiervan door binnen te dringen in de stelling van Krijn met Lc2. Hij had daarmee een dubbele aanval op de pion op b3 en op de toren op d1. Krijn wilde de pion dekken met Pd4 en tegelijk de loper aanvallen, maar verloor daardoor de kwaliteit. Kort daarna ging ook de pion op f4 verloren en daarna de dame met aftrekschaak. Daardoor kon Herman alsnog met het punt naar huis. Jammer voor Krijn want die had een goede partij gespeeld. Een klein foutje heeft soms grote gevolgen.

Bram Boone speelde met de witte stukken tegen Riny Westveer. Al snel werden een pion, paard en loper geruild en hadden beide spelers half open lijnen. Riny zette het rustig op met zijn torens en dame in het centrum, Bram deed ongeveer hetzelfde. Uiteindelijk had Bram de tactische grappen van Riny overleefd en stond hij twee pionnen voor in een eindspel met allebei nog een dame en toren. Toch werd ook hier de vrede getekend.

In mijn partij tegen Ruben kwam er een aantal zetten theorie op het bord (Ruben kent eigenlijk best veel theorie) waarbij ik de zet Lc4 best vervelend vond. Ruben toverde een batterij op het bord die gericht was op mijn f-pion. Ook na mijn rokade was dit nog vervelend. Mijn stukken kwamen niet goed terecht. Ruben snoepte een pion mee en later nog een. Toen ik die terugwon bracht het creatieve zetje c4 mij in verdere problemen.

Het zag er naar uit dat ik nog een pion zou verliezen en waarschijnlijk daarna ook mijn sterke loper moest ruilen. Dus sloeg ik zijn loper en Ruben mijn toren. Of het door de verdeelde aandacht kwam voor de andere partijen weet ik niet, maar ik verzuimde om mijn toren naar d8 te verplaatsen (wat me nog remisekansen had geboden) en speelde in plaats daarvan mijn loper naar h6. Ruben tikte het vervolgens netjes uit.

 


 

Ronde 1
9-9-2024

1 Lennard Duynkerke Jan Capello 1-0
2 Herman Schoonakker Peter van der Borgt 0-1
3 Marko Burger Sander de Bruijn 1-0
4 Wouter van der Ploeg Corné Harmsen 0-1
5 Riny Westveer Krijn Saman 1-0
6 Matthijs Schouten Leon Zweedijk ½-½
7 Adrie vd Vreede Alexander van ’t Hoff 1-0
8 Piet van Boven Ruben de Bruijn 0-1
9 Eric Dek Dingnis Lokerse 1-0
10 Dies Lokerse Rinus den Hollander 0-1

 

Eerste ronde: weinig verassingen

Toen we maandag 6 september klaar zaten voor de 1e ronde van de interne competitie hadden onze Zeeuwse verenigingen Souburg en Oostkapelle er al een ronde op zitten en Zierikzee zelfs al twee. Hoe ik dat weet? Gewoon, door op hun site te kijken door de link op onze site dezwartedame.nl/links/ te openen. Bij de andere clubs kan ik niet veel terug vinden. Hun sites bestaan wel, maar leiden een rustig bestaan. Voor die van Goes geldt dit niet hoor, Joey Grochal schrijft wat af.

Die 6e september waren er 20 man (eigenlijk 21, maar Eric Clarisse beperkte zich tot kijken). Omdat er een foto-expositie in Ons Dorpshuis was konden we er net in en moesten we oppassen de panelen te beschadigen. De expositie gaat over de Tweede Wereldoorlog en als je van je bord op keek had je grote kans Hitler te zien, maar ook Jesse Owens, een zeppelin en zo.

Wat viel er nog meer op: de dopper maatje XXL van Matthijs Schouten, die overigens in het niet viel bij die van Sander de Bruijn, die had zijn watervoorraad in een soort transparante jerrycan zitten. Nu had hij ook veel water nodig omdat hij een megapack droge koeken bij zich had. Sander is een goeie kerel en bood zo’n koek ook aan mij en zijn tegenstander Marko Burger aan. Wij weigerden netjes. Ben benieuwd of Sander ze allemaal zelf burgemeester heeft gemaakt.

Van Sanders partij heb ik dus best veel gezien en van die van mijn andere buurmannen, Riny Westveer en Krijn Saman ook. Over beide partijen later meer.

Laat ik de partijen maar behandelen in volgorde van opgave. Na een uur was Dingnis Lokerse de eerste die de witte vlag hees. Niks van gezien, maar ik gok erop dat de woorden van tegenstander Eric Dek (“ik denk dat je iets te snel gespeeld heb”) wel eens het verhaal van deze partij vertellen. Tsja, een Blitzkrieg is niet altijd succesvol.

Zoals altijd wordt de eerste ronde handmatig ingedeeld: de nummer 1 op rating tegen de nummer 11 en zo door. Onze twee super-agressieve spelers, Wouter van der Ploeg en Corné Harmsen, speelden tegen elkaar met Corné als favoriet. Die favorietenrol maakte hij meer dan waar: hij viel met een dame de vijandelijke stelling binnen, op a1. Niet alleen kon Wouter die dame niet krijgsgevangen nemen, maar de zwarte lopers die daarna op f5 en g5 kwamen zorgden ervoor dat Wouters koning (die hij niet zo handig op c1 had gezet na een lange rokade, uiteraard voordat die dame op a1 kwam) nergens heen kon. Materiaal- en partijverlies waren dan ook onvermijdelijk.

Kort daarna (het was nog geen 9 uur) hoorde ik Rinus den Hollander “op het eind gaf je wel heel veel weg” zeggen. Was het harakiri of kamikaze? Hoe dan ook: Dies Lokerse had gecapituleerd.

Ruben de Bruijn was de volgende die de verwachte zege boekte. Piet van Boven was het slachtoffer. Maar zo voelde het voor Piet niet. Na een aantal jaren “staakt-het-vuren” op het schaakbord was hij er weer en we zagen een hele rustige Piet, die uiteindelijk toch moest berusten in een nederlaag na gewoon goed spel van Ruben. Fijn dat Piet weer terug is.

Marko Burger rokeerde kort. Sander de Bruijn had een open g-lijn. Kom maar op met die koningsaanval zou je denken. Die kwam er ook, maar dan van Marko, want Sander had nog niet gerokeerd en moest eerst voorkomen dat hij materiaalverlies zou leiden door aftrekaanvallen op de koning. Hij vond de oplossing in het dan maar lang rokeren en pion f7 opgeven. Dat leek kansrijk, maar Marko’s dame bleek op h3 puik te staan. Het paard op d7 was nu gepend en Marko had allerlei dreigingen. Natuurlijk probeerde Sander wel een tegenaanval op te zetten, maar de g-lijn kreeg hij gewoon niet in zijn bezit en zijn kwaliteitsoffer was eerder wanhoop dan gevaarlijk voor Marko. Kort en goed: Sanders logistiek (koeken en een enorme watervoorraad) waren op orde, maar zijn strategie niet.

Meestal kent de eerste ronde alleen logische uitslagen. Vanuit dat perspectief is “Duynkerke-Capello 1-0” volgens verwachting. Wie de partij heeft gezien weet wel beter. Jan wist Lennards stelling binnen te dringen met een dame op a2. Het leek verdacht veel op Corné’s partij waarbij Jan ook nog eens heel veel materiaal voor kwam. Dat was verrassend, maar minstens zo verrassend was dat Lennard steeds wat terug won en zoveel terug won dat Jan verloren kwam te staan. Ben benieuwd wat Stockfish van die partij zegt.

Riny Westveer gooide zijn pionnen naar voren. Rokeren had voor hem niet zoveel zin. Tegenstander Krijn Saman rokeerde ook niet; lang rokeren was met een open c-lijn niet aantrekkelijk en met de opstomende pionnen op de koningsvleugel leek een korte rokade ook niet zo aanlokkelijk. Krijn werd steeds meer terug gedrongen, maar had met Lh4 counterkansen. Riny wist die kansen te neutraliseren, kwam een stuk voor en won na twee-en-een half uur stevig nadenken van twee kanten. Het leek een beetje op een leger dat meteen de loopgraven verliet tegen een leger dat lekker in die loopgraaf bleef zitten, maar de aanstormende tegenstander net onvoldoende wist te raken.

Weer een op papier sterkere tegenstander die won. Was er dan geen enkele verrassing? Jawel of toch ook weer niet. Matthijs Schouten behaalde een remise tegen Leon Zweedijk. Aan de ene kant verrassend, aan de andere kant: Leon was afgelopen seizoen remisekoning. Leon is gewoon vredelievend. Nu is het wel zo eerlijk om te zeggen dat Leon ook niet echt beter stond. Mijn (deze avond ook niet zo scherpe) timmermansoog dacht te zien dat Matthijs de overhand had, maar dat die onvoldoende was voor de winst.

De tweede verrassende uitslag had er bij Herman Schoonakker – Peter van der Borgt kunnen komen. De opening was voor Herman, het middenspel voor Peter, de eindstelling remise. Maar toch verloor Herman. U raadt het al: zijn vlag viel. Het zag er in het begin niet naar uit dat Herman op tijd zou verliezen. Hij speelde zijn eigen opening waar Peter niet echt een antwoord op had. Peter liep toen ook achter in tijd. In het middenspel had Peter echter een paar vileine zetjes, waar het vinden van de juiste zet Herman veel denkkracht en -tijd kostte en zo net voor de 40e zet schrok Herman op van Peters “Herman, je vlag is gevallen”. In oorlogstijd zie je wel eens een ultimatum; dat had Herman over het hoofd gezien.

Het was inmiddels al even na elven en toen waren Adrie van de Vreede en Alexander van ’t Hoff nog bezig. Twee dubbelleden. In oorlogstijd moet je dat niet hebben: figuren die twee heren (Middelburg respectievelijk BSV) dienen, in een schaakwedstrijd kan dat prima. Leuk ook voor De Zwarte Dame dat Adrie besloten heeft nog meer ervaring op te doen door aan onze interne competitie mee te doen. Op papier leek het simpel: Adrie zou makkelijk winnen. Nou, niet dus, Adrie moest hard, heel hard, werken. Hij stond ogenschijnlijk wel steeds beter, won ook een pionnetje (dat hij uiteindelijk niet kon behouden), bleef beter staan, maar kon de beslissende klap steeds niet uitdelen. Alexander verdedigde zich dus echt keurig, maar in tijdnood maakte hij toch een foutje waar Adrie mooi gebruik van maakte.

 

Peter van der Borgt