Uitslag en Verslag

Uitslag en Verslag 2019-2020

 

Ronde 1

9-9-2019

 

1 Eric Dek William Duynkerke 0 1
2 Alexander van ’t Hoff Jan Capello 0,5 0,5
3 Krijn Saman Rinus den Hollander 0 1
4 Eric Clarisse Jaap van Oosten 1 0
5 Peter van der Borgt Gayan den Hollander 0 1
6 Herman Schoonakker Dingnis Lokerse 1 0
7 Freek Pruis Wouter Bliek 0 1
8 Wilco Krijnsen Marco Baars 0,5 0,5
9 Lennard Duynkerke Marius Leendertse 1 0
10 Dies Lokerse Paring bye

 

Van Tex naar Oleg om via Vladimir en een jong Singaporeesje uiteindelijk bij een smadelijke nederlaag terecht te komen

Op dinsdagavond (de dag na de eerste ronde in de Interne Competitie) zat ik in de auto van Amsterdam naar Kruiningen. Op de radio (staat meestal bij mij op 1) was het programma “Kunststof”. Nu denk ik dat niet veel van de lezers die uitzending hebben beluisterd. Maar ik dus wel. Er was een interview met Tex de Wit. Mogelijk kennen jullie hem. Ik in elk geval van “Zondag met Lubach” en “Makkelijk Scoren”, twee televisieprogramma’s die inhoud en humor combineren. Maar Tex is ook “schaakkampioen”; tenminste zo wordt hij door de Hilversumse leken vaak genoemd. Okay, hij kan aardig schaken (KNSB ELO is nu 2347 en FIDE ELO is 2296; hij zou voor ons cluppie dus zeker een aanwinst zijn), maar schaakkampioen is hij niet.

Maar goed; Tex was op de radio. Voor diegene die (het tweede deel van) het interview wil horen: NPORADIO1. Voor de mensen waarvoor dat teveel moeite is of te oninteressant (de interviewster is zo’n randstedelijk type die de helft van de keren niet luistert en van schaken niks snapt, waarbij ze dat laatste overigens ruiterlijk toegeeft). Op een gegeven moment kwam een vraag in de trant van “welke grootmeester vind je heel interessant?”. Je probeert die vraag dan voor jezelf te beantwoorden. Je komt dan uit bij de grootmeesters waartegen jezelf hebt geschaakt. Dat zijn er natuurlijk heel weinig. Het stopt bij een paar potjes in de HZ-toernooien die ik gespeeld heb. Ondanks dat ik dit jaar tegen een jeugdheld hebt gespeeld, Oleg Romanishin, kwam toch meteen Vladimir Epishin in me op.

Ik kan me voorstellen dat er nu mensen zijn die denken “wat heeft dit met de eerste ronde van de Interne Competitie van De Zwarte Dame te maken?” en degene die schrijver dezes kennen weten het antwoord al “Niks; het is een krampachtige poging de aandacht van een nederlaag van hem af te leiden”. En dat klopt uiteraard.

Terug naar dat interview, want ik bleef natuurlijk luisteren. En verhip, wat was het antwoord van De Wit (nadat hij eerst Kasparov had genoemd): Vladimir Epishin! Die Epishin had een keer van hem verloren door in een poging een remisestelling toch te winnen zijn hand te overspelen. Dat was niet direct de reden dat De Wit aan Epishin dacht, maar wel dat de Rus hem vervolgens begon uit te schelden. Later gaf Epishin aan dat voor hem dat puntverlies gewoon geld kostte en dat hij dat geld gewoon nodig heeft voor zijn levensonderhoud. Bij mij deed hij iets vergelijkbaars toen ik hem (in een volgens de engine potremisestelling) remise aanbood en dat aanbod afwees met “Idiot”(op zijn Duits uitgesproken). En later voelde ik me inderdaad een idioot, want ik verloor die partij doordat ik het eindspel verknalde.

Tegen Romanishin heb ik geen remise aangeboden. Maar dat konden jullie al lezen onder schaakpartijen.

Nu was ik over mijn partijen in dat HZ-toernooi best tevreden. Bij Rinus den Hollander was dat wat minder, zoals uit zijn partij tegen dat gastje uit Singapore blijkt. Sportjournalisten zouden dan de onzinnige stelling hebben dat ondergetekende in vorm is en Rinus niet. Het bewijs van de onzinnigheid volgt nu.

Nou Rinus won namelijk meteen in de eerste ronde van de Interne Competitie! Leuk dat Rinus na vele jaren weer aan de Interne mee doet. Hij trof een andere (maar dan een paar jaren geleden al) herintreder: Krijn Saman. Krijn is één van die spelers die d4 en Lf4 combineren. Een opzet waar je met zwart niet makkelijk iets tegen bereikt. Ook Rinus niet. Bijna als laatste waren ze klaar. Pionverlies van Krijn luidde zijn nederlaag in. Op papier een logische nederlaag, want zoals altijd was de eerste ronde zo ingedeeld dat (op basis van rating) het linker rijtje tegen het rechterrijtje moest. De afgelopen jaren leidde dat altijd tot de (verwachte) 1-0 of 0-1 uitslagen. Dit keer zeker niet (U heeft ongetwijfeld al een flauw vermoeden welke speler in elk geval de verwachte score niet haalde).

Er waren twee remises. Logischerwijs waren dat dus verrassingen. En heel eerlijk: daar mochten de spelers uit het linker rijtje zeker niet ongelukkig mee zijn. Marco Baars kwam een pionnetje voor tegen Wilco Krijnsen, maar dat bleek te weinig op te winnen. En Jan Capello die in een door hem geliefde open stelling terecht kwam, zag dit keer geen tactische trucs om Alexander van ‘t Hoff te verslaan.

Dan was er nog een partij waarover valt te twisten of het een verrassing was of niet. Eric Dek was ook weer terug. Hij mocht tegen William Duynkerke. Eric heeft een jaar bijna niet gespeeld en Eric komt altijd in tijdnood. Dat is normaal niet erg, want je krijgt er per zet 30 seconden bij en Eric is prima in staat in die 30 seconden een redelijk tot goede zet te bedenken. Alleen tegen William is het tempo 1 uur knock-out. Dat wist Eric wel, maar hij realiseerde zich dat pas in een laat stadium. Er kwam ook nog eens bij dat Eric beter uit de opening kwam (zoals bijna altijd) en dat het dan (tijdrovend) zoeken is naar de winstweg. Die bleek Eric uiteindelijk gevonden te hebben, zelfs nadat Eric (uit verkeerde compassie?) William liet wegkomen met het niet naleven van de “aanraken is zetten” regel. Met beiden minder dan twee minuten op de klok kon William niets anders dan zijn paard naar f6 spelen. Weliswaar kon het paard daar geslagen worden door een pion op e5, maar die stond gepend (een toren op e3 van Eric zou dan door William geslagen worden door Wiliams toren op e8). Alleen zagen beide spelers over het hoofd dat het e5xf6+ (met schaak dus) was. En toen verloor Eric plots materiaal. Een spektakelstuk met winst voor Wiliam.

De rest van de partijen (op eentje na en u weet wel wie daar achter het bord zat) eindigde wel zoals verwacht, maar konden zeker niet allemaal als “walk overs” bestempeld worden. Integendeel. Herman Schoonakker kon een loper van Dingnis Lokerse opsluiten en dat was de sleutel tot winst voor Herman. Freek Pruis speelde zeker niet slecht tegen Wouter Bliek, maar hij deed iets vaker dan Wouter net niet de beste zet. Lennard Duynkerke (ook zo’n d4 / Lf4 speler) moest er vol tegen aan om Marius Leendertse te verslaan.

Tenslotte was er nog de partij tussen Eric Clarisse en Jaap van Oosten. Eric Clarisse meldde daar het volgende over: Moeizaam. Italiaanse partij met vastgelegde damevleugel waarbij zwart na d7-d5 net genoeg tegenspel kreeg. Het drieste g7-g5 was geen goede zet, wit had met direct h2-h4 een pion en groot overwicht kunnen verkrijgen. Verkeerde gedachte van wit dat het ook een zet later nog kon, en moest na Bb7-c8 het sterke paard op f5 terugtrekken. Na wat obscure zetten van beide kanten bood zwart remise aan, er zat echter een valletje in de stelling en wit had nog een reserve-plan (h2-h4), de zwarte stukken waren gebonden. Na afwijzen van remise aanbod “ik speel nog even door” ging zwart direct in de fout met f7-f6, het schijn-offer Be3xb8 gevolgd door Rd1xd6 was meteen uit. Zwart liet zich nog mat zetten … al met al een partij waarbij beide spelers iets van kunnen leren. (kan het nog op die leeftijd?) Ik ga er vanuit dat Eric met zijn laatste opmerking het ook over zichzelf heeft.

Welnu. Ik kan niet spreken voor Eric of Jaap, maar ik heb het opgegeven dat het (“iets leren”) bij mij (60 jaar oud) nog lukt. Ik speelde de Ruilvariant van het Frans omdat ik daar niet veel varianten voor hoef te kennen. Als je dan op de 4e zet al afwijkt, omdat je het blijkbaar niet meer weet, dat is dan “triest”. Dat ik dan vervolgens toch nog met veel trek- en duwwerk een pionnetje voorkom, kun je nog beschouwen als een staaltje vechtlust. Maar dat je dan vervolgens eerst het verkeerde plan kiest (Eric Clarisse kon me dat na afloop meteen vertellen), vervolgens met de stelling geen weg weet, dat je aanziet komen dat het remise wordt om vervolgens in een flits opeens “iets leuks” te zien om in de flits erna te zien dat dat een stuk en de partij kost kan slechts omschreven worden als “diep triest”. Gelukkig kon ik er met een tegeltjeswijsheid van Wouter (“je verloor doordat je een pion meer had”) nog een beetje om glim (of was het grim) lachen.

Maar dit alles doet niks af aan de zege van Gayan den Hollander, die daarmee ook meteen bovenaan staat (Foto van de Stand maken en Boven je Bed hangen of Meteen op Insta zetten zou mijn advies zijn).

 

Peter van der Borgt

 

O ja: Wel fijn dat Tex meldt dat schakers “leuke mensen” zijn. Dat dan weer wel!