Verslag / Uitslag 2018-2019


Ronde 5

15-10-2018

 

1 Eric Clarisse Marko Burger 0-1
2 Niels Verhaar Piet Bruys 1-0
3 Wouter Bliek Ton Hertogs 1-0
4 Marius Leendertse Peter van der Borgt 0-1
5 Freek Pruis Jan Capello 0-1
6 Gayan den Hollander Herman Schoonakker 0-1
7 Bram Boone Dies Lokerse 1-0
8 Alexander van ’t Hoff Krijn Saman 0-1
9 Jaap van Oosten Dingnis Lokerse 1-0

 

 


Ronde 4

01-10-2018

 

1 Wilco Krijnsen Niels Verhaar 1-0
2 Piet Bruys Eric Clarisse 0-1
3 Ton Hertogs Marko Burger 0-1
4 Jan Capello Wouter Bliek 0-1
5 Freek Pruis Peter van der Borgt 0-1
6 Bram Boone Gayan den Hollander ½-½
7 Dingnis Lokerse Dies Lokerse 0-1
8 Jaap van Oosten Krijn Saman 0-1
9 Piet van Boven Alexander van ’t Hoff 0-1

Black Rules!

Negen partijen: 7 keer winst zwart, 1 keer winst wit en 1 remise. Statistisch gezien kan het, maar dit zal dit seizoen niet meer vaak voorkomen. Drie keer verloor wit doordat een pion op h3 een aantrekkelijk hapje bleek te zijn.

Piet van Boven zei “cadeautje”, toen Alexander van ’t Hoff Le6 had gespeeld en Piet pakte met zijn paard de nu niet meer gedekte pion op e5. Het antwoord van de Bergenaar was Le6xh3 en Piets paard stond weer ongedekt en aangevallen na deze aftrekaanval. Niet erg natuurlijk, want na slaan op h3 was er sprake van een ruil. Piet kreeg een dame op g2 en daardoor aanval op Alexanders koningsstelling, maar Piets eigen koningsstelling lag net zo goed onder vuur. Alexander verleidde door een dame manoeuvre Piet tot wat paard zetten en na Alexanders ogenschijnlijk gedwongen en weinig logische dame wandeling (Df4-d2-a5-e5) stond Piets paard op e6 niet alleen aangevallen, maar kon het ook niet meer gedekt worden (Dg4) op straffe van Dh2 mat. Alexander kwam dus een stuk voor en liet zich nu niet meer de kaas van het brood eten.

Jaap van Oosten en Krijn Saman speelden de opening wel erg voorzichtig (in de eerste tien zetten allebei de a- en h-pion één stapje naar voren), waarbij ze anderzijds wel lopers op de koningsvleugel gericht hadden. Voor Jaap was dat dreigender, want die had al kort gerokeerd. Krijn zag zijn kans schoon en sloeg op h3. Toen Jaap niet terugnam, sloeg Krijn door op g2. Of dat goed was, weet ik niet; nu sloeg Jaap wel en moest Krijn bewijzen dat het gewonnen was. Of het bewijs waterdicht was, weet ik niet, maar Krijn won uiteindelijk wel na een heroïsch gevecht.

Marko Burger richtte zijn loper ook op h3 en meer dan dat: hij sloeg die pion er ook van af en kwam zo een pion voor tegen Ton Hertogs. Ton moest blijven verdedigen. Op een gegeven moment kwam Marko ook met zijn h-pion op stomen; die bereikte h3 ook en Ton kon kwaliteitsverlies niet voorkomen. Ondanks dat Ton twee pionnen terugwon, kon hij zijn stelling niet houden. Marko’s toren was daarvoor te sterk.

Peter van der Borgt dreigde (als je als zwart niet bang bent uitgevallen) ook te slaan op h3 of als je wat rustiger bent een pionnendoorbraak te forceren. Tegenstander Freek Pruis bracht paard en loper in stelling om dit tegen te gaan (en die stukken kwamen terecht op h2 resp. f1), maar die deden daar niet veel meer dan de dreigende aanval tegenhouden. Door wat ogenschijnlijk onbeduidende zetjes was Peter in staat zijn stukken naar de andere vleugel te brengen en kon hij een pion winnen. Nog steeds was accuraat spel nodig, maar na Freeks Db3 won Peter materiaal en gaf Freek op.

In de vijf andere partijen speelde h3 geen rol (geloof ik). Toch won zwart hier ook nog drie keer. De neven Lokerse maakten er weer een Lokerse-pot(je) van. Een aantal keren leek de stand op het bord op een probleemstelling (wit aan zet geeft mat in drie zetten, zoiets dus). Ik kon er geen chocola van maken, maar Dies won.

Jan Capello leek met wit helemaal niet op weg naar een nederlaag tegen Wouter Bliek. Jan dreigde mat, wat op zich eenvoudig gepareerd kon worden, maar wel leidde tot een relatief leeg bord. Wouter kon weliswaar een pion winnen maar het eindspel was nog niet zomaar even gewonnen. Jan vertrouwde er wel op dat zwart het kon afmaken en gaf op. Zodoende won er weer een “zwarte” speler.

Piet Bruys had een dame, Eric Clarisse twee torens. Een materiaalverhouding die op papier gelijk is, maar in de praktijk niet. En hier was dat ook zo: Piets stukken en pionnen stonden ongelukkig, die van Eric niet. Eric wist met twee lopers en een toren Piets koning naar een hoek te dwingen en toen hield Piet het voor gezien.

Gayan den Holander had het aantal zwart-zeges met één kunnen verhogen als hij in een niet zo simpel eindspel Tf3 had gespeeld. Dat deed hij nu niet en hij moest zich beperken tot herhaling van zetten, zodat Bram Boone weg kwam zonder blauw oog.

En dan, dan was er nog de partij van de verrassende koplopers. Niels Verhaar had inmiddels de scalp binnen van de “toppers” Bliek en Van der Borgt en was opeens de “te kloppen man”. En dat gebeurde ook. In een typische Wilco Krijsen partij (er lijkt weinig aan de hand te zijn) doet Niels logische zetten die Wilco’s stukken naar de juiste velden dwingt. Na het logische slaan op e4 volgt Lf5 en verliest Niels een pion. Vervolgens verdedigt Niels zich actief, gebruiken beide spelers veel tijd en in tijdnood denkt Wilco het juiste plan uit en ziet Niels in dat verlies onvermijdelijk is en verliest hij de partij.


Ronde 3

24-9-2018

1 Niels Verhaar Wouter Bliek 1-0
2 Eric Clarisse Jan Capello 1-0
3 Ton Hertogs Marius Leendertse 1-0
4 Dingnis Lokerse Freek Pruis 0-1
5 Gayan den Hollander Jaap van Oosten 1-0
6 Dies Lokerse Krijn Saman 0-1

 


Ronde 2

10-9-2018

1 Wouter Bliek Eric Clarisse ½-½
2 Wilco Krijnsen Ton Hertogs 1-0
3 Peter van der Borgt Niels Verhaar 0-1
4 Eric Dek Piet Bruys 0-1
5 Jan Capello Herman Schoonakker 1-0
6 Dingnis Lokerse Marius Leendertse 0-1
7 Krijn Saman Freek Pruis 0-1
8 Jaap van Oosten Alexander van ’t Hoff 1-0
9 Dies Lokerse Bye


LOPERS IN DE AANBIEDING!

 De spelers uit Kruiningen dachten blijkbaar dat ze verplicht waren mee te doen aan een reclamestunt: een loper weg geven.

Wilco Krijnsen was de enige Kruininger die hierover niet geïnformeerd was en hij deed niks in de aanbieding. Integendeel: in een degelijke partij speelde hij met vaste hand Ton Hertogs naar een nederlaag.

Van de andere Kruiningers was Krijn Saman de eerste die een loper weggaf. Dat was al in het eerste uur (“ik schaak als een zombie” waren Krijns woorden), die dan ook al snel op kon geven en met tegenstander Freek Pruis om een alcoholische versnapering kon, want analyseren van de partij was een vrij zinloze exercitie.

Vervolgens meende Eric Dek, die een fantastische stelling had opgebouwd tegen Piet Bruys, dat het tussenzetje van Piet (Pxe3) niet eerst beantwoord hoefde te worden. Eric sloeg een kwaliteit (die hij ook later nog wel gewonnen zou hebben) en zag dat Piet niet terugsloeg, maar een loper op f1 sloeg, want Erics paard op h8 kon toch nergens heen. Er ontstond een materieel gelijke stelling die door Eric niet naar remise gespeeld kon worden.

Dingnis Lokerse was de volgende: hij dacht met Dc3 een sterke zet te doen, maar dat was niet zo. Na Marius Leendertses Pd4 stond opeens een loper op e2 in en een paard op a4. Dingnis’ tegenactie was erg verrassend: c5-c6 met aanval op de dame van Marius. Voor Marius reden om loperwinst even uit te stellen en vervolgens te gaan winnen.

De laatste Kruininger die een loper in de aanbieding deed, was Peter van der Borgt. In een interessante partij die alle kanten op kon, was Le1 (met aanval op de dame op f2) de meest logische zet. Met Lb6 bereikte Peter hetzelfde; alleen kon de loper daar gewoon door een paard op d7 van het bord geslagen worden. Peter gaf meteen op en Niels Verhaar kon een mooie scalp mee naar huis nemen.

De partij om de eerste plaats tussen Wouter Bliek en Eric Clarisse eindigde in remise en die zag uw verslaggever niet aankomen. Na Erics Pxc3 ontstond er een dynamische stelling met (volgens de telling van Euwe) gelijke materiaalverhoudingen (kwaliteit voor Wouter tegen twee pionnen). Toch zag het er voor de (niet “in de partij zittende”) toeschouwer uit alsof Eric Wouter een nederlaag kon bezorgen. Wit besloot maar om de dame te geven tegen de dreigende paarden van Eric. Drie stukken voor de dame leek nog aardig maar wit moest direct een stuk geven tegen twee pionnen. Eric leek beter met dame tegen toren en loper maar hij offerde direct een kwaliteit om vervolgens met eeuwig schaak remise af te dwingen. Door deze remise werd Wilco Krijnsen koploper.

Alexander van ’t Hoff die vorige week Eric Dek in de opening verraste (maar het toen niet kon afmaken), werd nu in de opening door Jaap van Oosten op het hakblok gelegd. Jaap bleef rustig en maakte het in zijn eigen rustige stijl af.

Herman Schoonakker had de vorige week op het eind de betere papieren tegen Peter van der Borgt, maar kwam er nu niet echt aan te pas tegen Jan Capello. Net toen Herman dacht alle matdreigingen te hebben opgelost, werd hij in deze stelling

verrast. Ziet u na welke zet Herman meteen kon opgeven? Het antwoord wordt met liefde volgende week gegeven op de clubavond.


Ronde 1

3-9-2018

1 Wouter Bliek Bram Boone 1-0
2 Herman Schoonakker Peter van der Borgt ½-½
3 Eric Clarisse Gayan den Hollander 1-0
4 Freek Pruis Wilco Krijnsen 0-1
5 Marko Burger Matthijs Schouten 1-0
6 Krijn Saman Ton Hertogs 0-1
7 Niels Verhaar Jaap van Oosten 1-0
8 Alexander van ‘t Hoff Eric Dek 0-1
9 Piet Bruys Piet van Boven 1-0
10 Dies Lokerse Jan Capello 0-1
11 Dingnis Lokerse Bye


De kop is eraf!

De eerste ronde kenmerkt zich door een Zwitserse indeling: van de 20 spelers (er waren er eigenlijk 21 dus kreeg Dingnis Lokerse helaas een oneven achter zijn naam) speelde de nummer 1 op rating tegen de nummer 11 enzovoorts. Dan zullen alle partijen wel snel klaar zijn geweest. Nou, nee dus.

De (op papier) betere spelers moesten meestal stevig aan de bak. Competitieleider Jan Capello was als eerste uit. Dies Lokerse opende nog wel goed, maar in het middenspel ging het – zoals wel vaker – mis. Bij Matthijs Schouten ging het juist mis in het eindspel. Nu waren hij en tegenstander Marko Burger daar wel snel in terecht gekomen, vooral door toedoen van Matthijs. In een cruciale fase deed Matthijs twee keer een verkeerde keuze door te rokeren (wat met zo weinig materiaal op het bord niet nodig was) en door het plan om zijn paard naar d7 te spelen af te wijken. Marko was er als de kippen bij om dit af te straffen, niet alleen door een pion te winnen, maar door de ongelukkige positie van Matthijs’ torens en de prima positie van die van Marko (7e rij en c-lijn waren in Marko’s bezit) Matthijs moest daardoor de witte vlag strijken.

Piet Bruys is weer terug van weggeweest en mocht tegen Piet van Boven. In het middenspel had Piet (van Boven) zijn moment van onoplettendheid en verloor een stuk. Piet (Bruys) liet niet meer los en nam het volle punt mee naar Bergen op Zoom.

Het leek er (voor uw verslaggever) op dat Freek Pruis en Wilco Krijnsen op remise afstevenden. Toen de stukken in de doos gingen, bleek dat echter niet de uitslag te zijn. In het eindspel had Freek onbedoeld een toren weg geblunderd (was het misschien het Torentje van Rutte, Freek?).

Door een ongelukkig studierooster beginnen de partijen van Niels Verhaar komende maanden iets later. Hijgend kwam Niels binnen om vervolgens wat zetten te doen en een sigaret te gaan roken (tsja: er zijn meer verslavingen dan schaken). Niels deed goede zetten, Jaap van Oosten moest zich verdedigen en deed dat, zoals we dat van Jaap kennen, “taai”. Niels keek dreigend met zijn witte loper vanaf g2 over de diagonaal en vervolgens kon hij ook nog een onaantastbaar paard op e4 zetten. Toen Jaap de stelling wilde versimpelen met Dd5 (en een aanbod tot dameruil), sloeg Niels toe met (de slimme lezer ziet hem al aankomen) Pf6+. Dit paard gaat verloren en Niels’ loper op g2 ook, want die pakte de dame op d5.

Krijn Saman pakte de opening energiek aan met h4 en g4. Ton Hertogs kon echter lang rokeren en omdat Krijn nog niet gerokeerd had, was Krijn gedwongen allerlei zetten te doen die je eigenlijk niet wilt spelen. Toch kon Krijn nog lang alles drooghouden. Toen hij echter Tons toren op d2 binnen liet komen, ging het rap mis.

De verrassing van de dag leek van Alexander van ’t Hoff te komen. Tegen Eric Dek was hij een stuk voor gekomen. Eric zat duidelijk niet in de wedstrijd. Alexander kon aardig wat afruilen, maar het stokte bij een stelling van allebei 5 pionnen, een toren en een loper waarin Alexander een paard als bonus had. Alexander begon langzaam de grip te verliezen. Eric kreeg een a-pion die op termijn misschien vervelend kon worden, hij dreigde het op de koningsvleugel vast te zetten. Allemaal niet erg en toen Alexander de torens kon ruilen, leken zijn problemen opgelost en moest hij er alleen voor zorgen dat hij nog een pion over hield om te winnen. Wat er gebeurd is, weet ik niet. Begon het te knagen dat hij een paar keer (terecht) Erics remise-aanbod had geweigerd, werd hij moe, baalde hij dat hij de trekker maar niet kon over halen. Ik weet het niet, maar plots was hij zijn bonusstuk kwijt en besliste die vermaledijde a-pion de partij in Erics voordeel.

De andere Eric (Clarisse) moest ook opletten. Gayan den Hollander deed in het Hongaars alles anders dan de theorie voorschrijft. Hij was bijna gedwongen tot een paardoffer, maar daardoor was Eric bijna weer gedwongen een loper te offeren en ontstonden er koffiehuisschaakachtige stellingen. Eric kwam weliswaar een pion voor, maar Gayan behield dreigingen (Eric overigens ook) en uiteindelijk was het niet goed in het spel kunnen brengen door Gayan van een toren de genadeklap.

Ook kampioen Wouter Bliek had het niet makkelijk. Hij had zijn tijd hard nodig en zat op zet 30 onder de 5 minuten en een paar zetten later schommelde die tijd tussen bijna niks en 2 minuten. Wouters partijopzet was op zijn minst origineel te noemen: vooral pionzetten, rokeren op zet 25 (Bram had dat 21 zetten eerder al gedaan). 11 pionzetten in de eerste 16 zetten is toch wel wat ongebruikelijk. Door die vele pionzetten kwamen de zwarte stukken wel in de knel en moest zwart eigenlijk wel een stuk tegen 2 pionnen geven. Dat deed Bram ook direct en kreeg daarvoor ook een ontwikkelingsvoorsprong. Na flink ruilen kwam er een eindspel waarbij beide spelers een pion op de zevende rij hadden. Ook hadden beiden het promotieveld van de ander gedekt met een loper. Wit had echter een actieve koning en een paard voor 3 pionnen en dat bleek beslissend. Wit promoveerde en dat deed zwart ook, alleen de zwarte vorst  zat direct in een matnet en op de 63e zet was het mat.

Houden we de runner-up van vorig seizoen nog over: Peter van der Borgt. In de opening had hij door wat slim gemanoeuvreer een pion veroverd, maar de afwikkeling daarvan werd zo onhandig gedaan dat Herman Schoonakker veel tegenkansen had. In combinatie met Peters tijdnood wilde Peter wel dames ruilen, waar Herman niet op in ging. Herman kwam dicht bij de winst, zowel op het bord, als op de klok (Peter had een keer zeven miezerige seconden over), maar het eindigde in het 5e speeluur tot remise door herhaling van zetten. En zo was Peter de echte verliezer van deze ronde en heeft Herman qua remises een betere start dan vorig jaar (toen had hij er namelijk nul over het hele seizoen).

(Peter van der Borgt)