Verslag / Uitslag 2018-2019


Ronde 8

12-11-2018

 

1 Wilco Krijnsen Wouter Bliek 0-1
2 Marko Burger Niels Verhaar 1-0
3 Peter van der Borgt Jan Capello 1-0
4 Ton Hertogs Herman Schoonakker 1-0
5 Krijn Saman Bram Boone 0-1
6 Gayan den Hollander Matthijs Schouten 1-0
7 Freek Pruis Piet van Boven 1-0
8 Jaap van Oosten Dies Lokerse 1-0
9 Alexander van ’t Hoff Dingnis Lokerse 1-0
10 Marius Leendertse Bye

GEEN REMISES

Uit de titel zou je kunnen afleiden dat geen enkele remise bijzonder is. Nou, dat valt wel mee. In de 3e en 5e ronde was dat ook het geval. Duidelijk is dat iedereen voor de winst gaat en niet al te snel genoegen neemt met een (afwikkeling naar) remise.

Marko Burger is de nieuwe leider, zowel in totaal als naar ratingwinst gekeken wordt. Hij wist Niels Verhaar te verschalken. Niels was zich erg bewust van de zwaktes in Marko’s stelling, maar mogelijk onvoldoende van de tactische mogelijkheden die Marko in de stelling had. Marko kwam een pion achter, maar die pion veroveren kostte Niels wel wat tempi. Marko liet (indachtig aan het hierna uitgelegde motto) pion b7 staan, terwijl die er afgehaald kon worden met een toren. Het motto is weliswaar “sla nooit op b7, ook niet als het goed is”, maar bedoeld wordt eigenlijk “slaan met de dame”. Marko vond het belangrijker zijn dame in de aanval te betrekken, dreigde de 7e rij te gaan bezetten met dame en toren(s), maar het was juist een loper op die 7e rij (Le7) die de doodsteek bleek.

Wouter Bliek is de nieuwe nummer twee door in een lang gevecht in de tijdnoodfase van Wilco Krijnsen te winnen. Met zwart kwam Wouter prima uit de opening, maar hoe weet je vervolgens een doorbraak te forceren in de stelling van Wilco, die doorgaans “degelijk” speelt en dat nu ook deed. Zwart had wel een duidelijk plan om met b4 de stelling open te gooien maar door de dichte stelling kostte het veel tijd om de juiste velden te vinden. Wilco kon de break niet tegen houden en moest later een kwaliteit geven om niet direct te verliezen. Zwart moest later een kwaliteit teruggeven maar dat leverde een extra pionnetje op en de witte koning kwam daardoor kaal te staan. Door het Fischer tempo kon zwart in het zware stukken eindspel wat heen en weer schuiven en de klok van bijna niks weer op 5 minuten krijgen. Het beslissende plan was daardoor te vinden en met een dame-offer kon Wouter de partij na 78 zetten beslissen.

Wilco en Niels staan nu op 3 en 4. Peter van der Borgt zien we pas terug op de 6e plaats (en met het grootste ratingverlies van alle spelers). Hij versloeg Jan Capello in het Schots Vierpaardenspel. Jan gaf met b6 (in plaats van d6) een belangrijk tempo weg, waarna Peter Jan kon terugdringen en in deze stelling (waarin Jan al niet jofel staat en net zijn paard van f6 naar g8 heeft moeten terugzetten)

 

Kon Peter met twee zetten een stelling op het bord toveren die Jan materiaal zou kosten. Ziet u welke zetten (Antwoord: onderin)?

Ton Hertogs kwam beter uit de opening dan Herman Schoonakker, won een pionnetje en stond ook positioneel beter. Toen Herman af zag van torenruil werd het een “kwestie van techniek” en dat was Ton wel toevertrouwd.

Krijn Saman stelde rokeren weer lang uit, had een aanval over de h-lijn, maar die aanval kreeg hij niet op gang en na Bram Boones h6 stelde die aanval niks meer voor. Waarschijnlijk had Krijn toen vol voor aanval over de e-lijn moeten gaan (op jacht naar Brams zwakke pion op e6), maar Krijn deed vooral wat planloze zetten. Omdat Bram wel een plan had (pion g3 winnen en met zijn toren binnen komen in Krijns stelling), werd Bram de terechte winnaar.

Matthijs Schouten liet een prima kans liggen om van Gayan den Hollander te winnen. Na een openingsfase waarin zelfs dame-offers tot de mogelijkheden hoorden, wikkelde Gayan helemaal verkeerd af: hij verloor twee pionnen en Matthijs had een ijzersterk loperpaar. Vervolgens kwam het erop aan de stelling (zwaktes en sterktes) goed te kunnen lezen. Dat “lezen” ging Matthijs niet goed af (toch nog een gebrek aan ervaring?) en hij maakte een paar verkeerde keuzes. Gayan kon opgelucht ademhalen en toch nog een (enigszins onverdiend) punt bij schrijven.

Over opluchting gesproken. Ook Freek Pruis was opgelucht. In de opening had hij geen problemen. Op puike wijze was hij een kwaliteit voor gekomen. Hij kon echter geen plan bedenken om verder te komen. Tegenstander Piet van Boven daarentegen wel. Eerst won Piet een pion terug, vervolgens kon hij door gebruik te maken van een matkans op de onderste rij een toren winnen. Piet vergat (misschien toch weer te snel spelen?) gewoon die toren van het bord te pakken en kwam in een eindspel terecht dat er nog steeds kansrijk voor remise uit zag, maar Piet bevestigde dat Freek zich toen herpakt had en het eindspel keurig uit speelde.

Van de partijen van Oosten – Lokerse (Dies) en van ’t Hoff – Lokerse (Dingnis) heb ik niet veel gezien. Dingnis deed weer zijn bekende (maar weinig nuttige) paardzetten (naar b4 en g4). In elk geval verloren de neven.

 

Partij Peter-Jan:

Peter speelde Pd5, waarna Jan wel Dd8 moest doen en toen kwam e6 en of Jan gaat mat (Dxf7) of verliest een toren (Pxc7). Jan speelde dxc6 en na Pxc7 verloor hij een toren. Dat paard won hij later (ten koste van een pion) wel terug en hij had ook nog allerlei trucjes in huis. Peter doorzag ze allemaal en toen er niets meer te schwindelen viel gaf Jan op.

 

 

 

 

 


Ronde 7

29-10-2018

 

1 Marko Burger Wilco Krijnsen ½-½
2 Peter van der Borgt Eric Clarisse ½-½
3 Wouter Bliek Krijn Saman 1-0
4 Jan Capello Bram Boone ½-½
5 Gayan den Hollander Ton Hertogs 0-1
6 Herman Schoonakker Jaap van Oosten 1-0
7 Matthijs Schouten Dingnis Lokerse 1-0
8 Marius Leendertse Freek Pruis 0-1
9 Dies Lokerse Piet van Boven 0-1
10 Alexander van ‘t Hoff Bye

 

SUPER MAT

Dat vond Piet van Boven zijn mat tegen Dies Lokerse. Bijzonder was het zeker, mede omdat Piet zich al enigszins tevreden had gesteld met remise. Dies speelde een prima partij, kwam een pion voor, verloor er twee toen Piet in het toreneindspel zijn torens goed opstelde en Dies’ zwakke dubbelpion op de e-lijn won. Dies ging toen echter actief met zijn torens om, wist Piets gevaarlijke a-pion te ruilen tegen een minder gevaarlijke pion en wist uiteindelijke na ruil van een toren weer een pion terug te winnen en in een eindspel van “K+T+2pi beiden” te belanden. Voor de stelling zie Schaakanalyse.

Freek Pruis won in de opening een stuk van Marius Leendertse en later de partij. Wilt u zien hoe dat allemaal ging: ziet u onder Schaakpartijen intern. Wilt u zelf een partij indienen voor de site: dat kan hier onder Uw Partij.

Matthijs Schouten had toen al gewonnen van Dingnis Lokerse, die een aanval op f7 niet kon pareren.

Krijn Saman doet het de laatste weken goed en mocht daarom de degens met Wouter Bliek kruisen. Toen Wouter met Pa4 de pion op c5 nog een keer kon aanvallen, ging die pion eraf en viel Krijns stelling als een kaartenhuis ineen. Wouter won en klimt zodoende weer wat.

Herman Schoonakker zette Jaap van Oosten klem op de damevleugel en ging vervolgens aanvallen op de koningsvleugel waar Jaap met het spelen van de g-pion naar g5 Herman een willig aanvalsobject had gegeven. Het kostte Jaap twee pionnen. Toch wist Jaap nog lang in de wedstrijd te blijven, maar Herman schreef uiteindelijk toch een 1 achter zijn naam.

Dat dachten de toeschouwers ook dat Gayan den Hollander ging doen. In de opening had hij Ton Hertogs een pion ontfutseld. Ton zette een tandje bij en zijn stukken werden heel actief. Gayan worstelde zich onder de druk vandaan maar gaf aan het einde een loper weg. Schaken is soms hard.

Dan waren er nog drie remises. Peter van der Borgt speelde weer remise tegen een Goesenaar en daar mocht hij erg blij mee zijn. Na remises tegen Herman (die op het slot in tijdnood niet zag hoe hij Peters stelling moest kraken nadat Peter de stand van zaken in het middenspel compleet verkeerd had ingeschat) en Wouter (een gedurfd dubbel-stukoffer bleek onjuist, maar Wouter zag het niet en kon niet voorkomen dat Peter de zetten kon herhalen) was nu Eric Clarisse aan de beurt. Peter behandelde Erics Pirc helemaal verkeerd (misschien een idee voor Peter om toch eens in een openingsboek te kijken) en mocht blij zijn dat Eric het daarna niet kon afmaken.

Ook de voormalige Scheldeschakers (die uit Wemeldinge) Jan Capello en Bram Boone kwamen remise overeen. Volgens uw verslaggever had Jan een voordeel (aanval op Brams zwakke f-pion), maar Bram zag het anders. Niet veel anders, denk ik, want Bram bood remise aan en Jan (die geen plan zag om gebruik te maken van dat voordeel) nam het aanbod aan.

De strijd om de eerste plaats eindigde onbeslist in een duel dat niet wilde ontbranden. Meest bijzondere was dat Marko Burger op een gegeven moment twee paarden aan de kant had (h2 en a4), maar dat bleek toch helemaal niet zo bijzonder te zijn, want op dat moment had Krijn (niet Krijnsen) een paard op h7 en h5. Toen er geruild werd op de c-lijn kwamen Marko en Wilco Krijnsen (niet Krijn dus) remise overeen. En dat was nog voordat de zangvereniging Thank you for the music had ingestudeerd. Voor de niet-ABBA-kenners: zie YouTube. En dan klinkt die van Agnetha (nee, niet de beheerder van Ons Dorpshuis) toch beter dan die van Crescendo.

 

 

 


Ronde 6

22-10-2018

 

1 Peter van der Borgt Wouter Bliek ½-½
2 Jan Capello Marco Baars 1-0
3 Herman Schoonakker Piet Bruys 0-1
4 Ton Hertogs Freek Pruis 1-0
5 Krijn Saman Marius Leendertse 1-0
6 Dies Lokerse Gayan den Hollander 0-1
7 Matthijs Schouten Alexander van ’t Hoff 1-0
8 Piet van Boven Dingnis Lokerse 1-0
9 Jaap van Oosten Bye

Dies en Dingnis Lokerse konden het niet bolwerken tegen Gayan den Hollander en Piet van Boven. Freek Pruis kwam een stuk tegen twee pionnen achter, maar die twee pionnen (die er niet meer waren dus) maakten de weg vrij om over de f-, g- en h-lijn een dodelijke aanval uit te voeren en dat was Ton Hertogs wel toevertrouwd.

Matthijs Schouten kwam een pion voor tegen Alexander van ’t Hoff. Alexander had alleen nog tegenkansen op de witte koningsvleugel en dan vooral een mataanval op g2. Door De7 te spelen gaf Matthijs schwindelkansen aan Alexander; gelukkig voor Matthijs benutte Alexander die niet optimaal.

Herman Schoonakker speelde zijn geliefde Engels. Welnu, of hij die opening erin houdt of dat het een Brexit wordt, weet ik niet. Wat ik wel weet is dat na Piet Bruys’ Pb4 Herman altijd een pion ging verliezen zonder compensatie. Piet nam het punt dan ook mee naar Bergen.

Marco Baars had een keer geen cursus, maar kreeg een tactisch lesje van Jan Capello. In de opening had Marco zich nog (weliswaar met kunst en vliegwerk) net kunnen redden tegen Jans aanval. En toen zwart kon afwikkelen naar een remisestelling speelde Marco h7-h5. Een zetje minder ver zou vele malen beter zijn geweest. Nu speelde Jan Pg5, Marco dwingend tot Te7 om vervolgens met het loperoffer Lxg6 Marco’s stelling aan gort te spelen. Jan op zijn best.

Peter van der Borgt deed een opportunistisch pionoffer met d5, had toen al offers in het hoofd (alleen op welke velden: e6, g7, h6 en met welk stuk: toren, paard of loper) en verraste Wouter met twee offers: eerst een toren toen een paard in de gedachte dat het altijd remise zou worden. Dat werd het ook, omdat Wouter het tweede offer aannam. Het rekenwonder liet echter zien dat niet aannemen van het tweede offer winnend zou zijn.

Krijn Saman had de hele partij de overhand. Tegenstander Marius Leendertse had weliswaar een loperpaar, maar dat was met afstand het zwakte loperpaar dat ik ooit gezien heb. Vraag was wel: kan Krijn er doorheen gekomen. Lang leek het antwoord “ja”, want een pion op d6 leek te kunnen doorlopen. Marius speelde, onder hoge tijdsdruk, echter gedurfd tegen, waarbij Krijn een paar keer een sterkere zet miste. Marius offerde een loper op g4 (alhoewel het eigenlijk geen echt offer was, maar juist pionwinst, want aanname zou Krijn de partij gekost hebben) en nadat de pion verorberd was zette Marius die loper op d7. Tsja, dan kan die pion op d6 niet naar voren. Pas toen Marius liet verleiden met die loper een schaakje te geven (Lh3) en vergat de loper meteen weer terug te zetten, bedacht Krijn zich geen moment en speelde d7, waarna Marius snel opgaf.

 


Ronde 5

15-10-2018

 

1 Eric Clarisse Marko Burger 0-1
2 Niels Verhaar Piet Bruys 1-0
3 Wouter Bliek Ton Hertogs 1-0
4 Marius Leendertse Peter van der Borgt 0-1
5 Freek Pruis Jan Capello 0-1
6 Gayan den Hollander Herman Schoonakker 0-1
7 Bram Boone Dies Lokerse 1-0
8 Alexander van ’t Hoff Krijn Saman 0-1
9 Jaap van Oosten Dingnis Lokerse 1-0

 

Jaap van Oosten en Dingnis Lokerse maakten er een Schots Vierpaardenspel van. Nadat Dingnis in de opening een gedurfd, maar o zo fout, stukoffer had gebracht, begon Jaap te stuntelen. Dingnis kwam terug in de partij, won zijn stuk terug, kwam een pion voor en wikkelde af naar een gewonnen toreneindspel. En toen haperde de motor: Dingnis wilde geen torens ruilen, Jaaps torens kwamen tot leven en beslisten de spannende partij.

Neef Dies Lokerse perste er ook al een goede partij-opbouw uit. Bram Boones Pg5 leek ernstig, maar met Ph6 konden alle dreigingen simpel gepareerd worden (ondanks dat Bram in de analyseruimte aangaf dat er dan ook toch echt iets was, maar hoe hij en de omstanders ook keken, het “lek” achter Ph6 werd niet gevonden). Dies speelde geen Ph6 en verloor alles.

Gayan den Hollander leek Herman Schoonakker van het bord te spelen, maar had zijn eigen koningsstelling veronachtzaamd. Toen Gayan zijn aanval geen vervolg kon geven, sloeg Herman hard terug.

Marko Burger steeg naar de tweede plaats door een zege op Eric Clarisse. Het was een voor mij moeilijk te doorgronden partij. Dus hou ik er mijn mond maar over.

Alexander van ’t Hoff en Krijn Saman speelden een erg symmetrisch Damegambiet. Toen de symmetrie doorbroken was, stond Krijn een stuk voor. Dat was voldoende voor de winst.

Bij Freek Pruis en Jan Capello vloog het bord in brand en bleek Jan de snelste brandweerman.

Over vuur gesproken: Marius Leendertse speelde met vuur door lang te rokeren. Had hij daarna g2-g4 gespeeld (en niet g2-g3) had hier het bord ook in brand gestaan. Nu kon Peter van der Borgt rustig bouwen aan een uiteindelijk niet te stuiten koningsaanval. Marius verzoende zich al met kwaliteitsverlies, maar Peter was uit op “meer” en zo werd het een ondenkbare mataanval.

Ton Hertogs offerde uit positionele overwegingen een pion. Om dezelfde redenen nam Wouter Bliek die pion niet aan. Er ontstond een eindspel met een (materieel) gelijke stand en 2 pionnengroepjes voor Wouter tegen 4 voor Ton. Net toen ik wilde gaan kijken hoe Wouter dit theoretische voordeel naar zijn hand zou zetten, had Ton al opgegeven.

Mooiste partij speelde Niels Verhaar die een mooi offer bracht en vervolgens zijn betere stelling prima uitspeelde, ondanks de stiekeme speldenprikjes die Piet Bruys gaf.

 


Ronde 4

01-10-2018

 

1 Wilco Krijnsen Niels Verhaar 1-0
2 Piet Bruys Eric Clarisse 0-1
3 Ton Hertogs Marko Burger 0-1
4 Jan Capello Wouter Bliek 0-1
5 Freek Pruis Peter van der Borgt 0-1
6 Bram Boone Gayan den Hollander ½-½
7 Dingnis Lokerse Dies Lokerse 0-1
8 Jaap van Oosten Krijn Saman 0-1
9 Piet van Boven Alexander van ’t Hoff 0-1

Black Rules!

Negen partijen: 7 keer winst zwart, 1 keer winst wit en 1 remise. Statistisch gezien kan het, maar dit zal dit seizoen niet meer vaak voorkomen. Drie keer verloor wit doordat een pion op h3 een aantrekkelijk hapje bleek te zijn.

Piet van Boven zei “cadeautje”, toen Alexander van ’t Hoff Le6 had gespeeld en Piet pakte met zijn paard de nu niet meer gedekte pion op e5. Het antwoord van de Bergenaar was Le6xh3 en Piets paard stond weer ongedekt en aangevallen na deze aftrekaanval. Niet erg natuurlijk, want na slaan op h3 was er sprake van een ruil. Piet kreeg een dame op g2 en daardoor aanval op Alexanders koningsstelling, maar Piets eigen koningsstelling lag net zo goed onder vuur. Alexander verleidde door een dame manoeuvre Piet tot wat paard zetten en na Alexanders ogenschijnlijk gedwongen en weinig logische dame wandeling (Df4-d2-a5-e5) stond Piets paard op e6 niet alleen aangevallen, maar kon het ook niet meer gedekt worden (Dg4) op straffe van Dh2 mat. Alexander kwam dus een stuk voor en liet zich nu niet meer de kaas van het brood eten.

Jaap van Oosten en Krijn Saman speelden de opening wel erg voorzichtig (in de eerste tien zetten allebei de a- en h-pion één stapje naar voren), waarbij ze anderzijds wel lopers op de koningsvleugel gericht hadden. Voor Jaap was dat dreigender, want die had al kort gerokeerd. Krijn zag zijn kans schoon en sloeg op h3. Toen Jaap niet terugnam, sloeg Krijn door op g2. Of dat goed was, weet ik niet; nu sloeg Jaap wel en moest Krijn bewijzen dat het gewonnen was. Of het bewijs waterdicht was, weet ik niet, maar Krijn won uiteindelijk wel na een heroïsch gevecht.

Marko Burger richtte zijn loper ook op h3 en meer dan dat: hij sloeg die pion er ook van af en kwam zo een pion voor tegen Ton Hertogs. Ton moest blijven verdedigen. Op een gegeven moment kwam Marko ook met zijn h-pion op stomen; die bereikte h3 ook en Ton kon kwaliteitsverlies niet voorkomen. Ondanks dat Ton twee pionnen terugwon, kon hij zijn stelling niet houden. Marko’s toren was daarvoor te sterk.

Peter van der Borgt dreigde (als je als zwart niet bang bent uitgevallen) ook te slaan op h3 of als je wat rustiger bent een pionnendoorbraak te forceren. Tegenstander Freek Pruis bracht paard en loper in stelling om dit tegen te gaan (en die stukken kwamen terecht op h2 resp. f1), maar die deden daar niet veel meer dan de dreigende aanval tegenhouden. Door wat ogenschijnlijk onbeduidende zetjes was Peter in staat zijn stukken naar de andere vleugel te brengen en kon hij een pion winnen. Nog steeds was accuraat spel nodig, maar na Freeks Db3 won Peter materiaal en gaf Freek op.

In de vijf andere partijen speelde h3 geen rol (geloof ik). Toch won zwart hier ook nog drie keer. De neven Lokerse maakten er weer een Lokerse-pot(je) van. Een aantal keren leek de stand op het bord op een probleemstelling (wit aan zet geeft mat in drie zetten, zoiets dus). Ik kon er geen chocola van maken, maar Dies won.

Jan Capello leek met wit helemaal niet op weg naar een nederlaag tegen Wouter Bliek. Jan dreigde mat, wat op zich eenvoudig gepareerd kon worden, maar wel leidde tot een relatief leeg bord. Wouter kon weliswaar een pion winnen maar het eindspel was nog niet zomaar even gewonnen. Jan vertrouwde er wel op dat zwart het kon afmaken en gaf op. Zodoende won er weer een “zwarte” speler.

Piet Bruys had een dame, Eric Clarisse twee torens. Een materiaalverhouding die op papier gelijk is, maar in de praktijk niet. En hier was dat ook zo: Piets stukken en pionnen stonden ongelukkig, die van Eric niet. Eric wist met twee lopers en een toren Piets koning naar een hoek te dwingen en toen hield Piet het voor gezien.

Gayan den Holander had het aantal zwart-zeges met één kunnen verhogen als hij in een niet zo simpel eindspel Tf3 had gespeeld. Dat deed hij nu niet en hij moest zich beperken tot herhaling van zetten, zodat Bram Boone weg kwam zonder blauw oog.

En dan, dan was er nog de partij van de verrassende koplopers. Niels Verhaar had inmiddels de scalp binnen van de “toppers” Bliek en Van der Borgt en was opeens de “te kloppen man”. En dat gebeurde ook. In een typische Wilco Krijsen partij (er lijkt weinig aan de hand te zijn) doet Niels logische zetten die Wilco’s stukken naar de juiste velden dwingt. Na het logische slaan op e4 volgt Lf5 en verliest Niels een pion. Vervolgens verdedigt Niels zich actief, gebruiken beide spelers veel tijd en in tijdnood denkt Wilco het juiste plan uit en ziet Niels in dat verlies onvermijdelijk is en verliest hij de partij.


Ronde 3

24-9-2018

1 Niels Verhaar Wouter Bliek 1-0
2 Eric Clarisse Jan Capello 1-0
3 Ton Hertogs Marius Leendertse 1-0
4 Dingnis Lokerse Freek Pruis 0-1
5 Gayan den Hollander Jaap van Oosten 1-0
6 Dies Lokerse Krijn Saman 0-1

 


Ronde 2

10-9-2018

1 Wouter Bliek Eric Clarisse ½-½
2 Wilco Krijnsen Ton Hertogs 1-0
3 Peter van der Borgt Niels Verhaar 0-1
4 Eric Dek Piet Bruys 0-1
5 Jan Capello Herman Schoonakker 1-0
6 Dingnis Lokerse Marius Leendertse 0-1
7 Krijn Saman Freek Pruis 0-1
8 Jaap van Oosten Alexander van ’t Hoff 1-0
9 Dies Lokerse Bye


LOPERS IN DE AANBIEDING!

 De spelers uit Kruiningen dachten blijkbaar dat ze verplicht waren mee te doen aan een reclamestunt: een loper weg geven.

Wilco Krijnsen was de enige Kruininger die hierover niet geïnformeerd was en hij deed niks in de aanbieding. Integendeel: in een degelijke partij speelde hij met vaste hand Ton Hertogs naar een nederlaag.

Van de andere Kruiningers was Krijn Saman de eerste die een loper weggaf. Dat was al in het eerste uur (“ik schaak als een zombie” waren Krijns woorden), die dan ook al snel op kon geven en met tegenstander Freek Pruis om een alcoholische versnapering kon, want analyseren van de partij was een vrij zinloze exercitie.

Vervolgens meende Eric Dek, die een fantastische stelling had opgebouwd tegen Piet Bruys, dat het tussenzetje van Piet (Pxe3) niet eerst beantwoord hoefde te worden. Eric sloeg een kwaliteit (die hij ook later nog wel gewonnen zou hebben) en zag dat Piet niet terugsloeg, maar een loper op f1 sloeg, want Erics paard op h8 kon toch nergens heen. Er ontstond een materieel gelijke stelling die door Eric niet naar remise gespeeld kon worden.

Dingnis Lokerse was de volgende: hij dacht met Dc3 een sterke zet te doen, maar dat was niet zo. Na Marius Leendertses Pd4 stond opeens een loper op e2 in en een paard op a4. Dingnis’ tegenactie was erg verrassend: c5-c6 met aanval op de dame van Marius. Voor Marius reden om loperwinst even uit te stellen en vervolgens te gaan winnen.

De laatste Kruininger die een loper in de aanbieding deed, was Peter van der Borgt. In een interessante partij die alle kanten op kon, was Le1 (met aanval op de dame op f2) de meest logische zet. Met Lb6 bereikte Peter hetzelfde; alleen kon de loper daar gewoon door een paard op d7 van het bord geslagen worden. Peter gaf meteen op en Niels Verhaar kon een mooie scalp mee naar huis nemen.

De partij om de eerste plaats tussen Wouter Bliek en Eric Clarisse eindigde in remise en die zag uw verslaggever niet aankomen. Na Erics Pxc3 ontstond er een dynamische stelling met (volgens de telling van Euwe) gelijke materiaalverhoudingen (kwaliteit voor Wouter tegen twee pionnen). Toch zag het er voor de (niet “in de partij zittende”) toeschouwer uit alsof Eric Wouter een nederlaag kon bezorgen. Wit besloot maar om de dame te geven tegen de dreigende paarden van Eric. Drie stukken voor de dame leek nog aardig maar wit moest direct een stuk geven tegen twee pionnen. Eric leek beter met dame tegen toren en loper maar hij offerde direct een kwaliteit om vervolgens met eeuwig schaak remise af te dwingen. Door deze remise werd Wilco Krijnsen koploper.

Alexander van ’t Hoff die vorige week Eric Dek in de opening verraste (maar het toen niet kon afmaken), werd nu in de opening door Jaap van Oosten op het hakblok gelegd. Jaap bleef rustig en maakte het in zijn eigen rustige stijl af.

Herman Schoonakker had de vorige week op het eind de betere papieren tegen Peter van der Borgt, maar kwam er nu niet echt aan te pas tegen Jan Capello. Net toen Herman dacht alle matdreigingen te hebben opgelost, werd hij in deze stelling

verrast. Ziet u na welke zet Herman meteen kon opgeven? Het antwoord wordt met liefde volgende week gegeven op de clubavond.


Ronde 1

3-9-2018

1 Wouter Bliek Bram Boone 1-0
2 Herman Schoonakker Peter van der Borgt ½-½
3 Eric Clarisse Gayan den Hollander 1-0
4 Freek Pruis Wilco Krijnsen 0-1
5 Marko Burger Matthijs Schouten 1-0
6 Krijn Saman Ton Hertogs 0-1
7 Niels Verhaar Jaap van Oosten 1-0
8 Alexander van ‘t Hoff Eric Dek 0-1
9 Piet Bruys Piet van Boven 1-0
10 Dies Lokerse Jan Capello 0-1
11 Dingnis Lokerse Bye


De kop is eraf!

De eerste ronde kenmerkt zich door een Zwitserse indeling: van de 20 spelers (er waren er eigenlijk 21 dus kreeg Dingnis Lokerse helaas een oneven achter zijn naam) speelde de nummer 1 op rating tegen de nummer 11 enzovoorts. Dan zullen alle partijen wel snel klaar zijn geweest. Nou, nee dus.

De (op papier) betere spelers moesten meestal stevig aan de bak. Competitieleider Jan Capello was als eerste uit. Dies Lokerse opende nog wel goed, maar in het middenspel ging het – zoals wel vaker – mis. Bij Matthijs Schouten ging het juist mis in het eindspel. Nu waren hij en tegenstander Marko Burger daar wel snel in terecht gekomen, vooral door toedoen van Matthijs. In een cruciale fase deed Matthijs twee keer een verkeerde keuze door te rokeren (wat met zo weinig materiaal op het bord niet nodig was) en door het plan om zijn paard naar d7 te spelen af te wijken. Marko was er als de kippen bij om dit af te straffen, niet alleen door een pion te winnen, maar door de ongelukkige positie van Matthijs’ torens en de prima positie van die van Marko (7e rij en c-lijn waren in Marko’s bezit) Matthijs moest daardoor de witte vlag strijken.

Piet Bruys is weer terug van weggeweest en mocht tegen Piet van Boven. In het middenspel had Piet (van Boven) zijn moment van onoplettendheid en verloor een stuk. Piet (Bruys) liet niet meer los en nam het volle punt mee naar Bergen op Zoom.

Het leek er (voor uw verslaggever) op dat Freek Pruis en Wilco Krijnsen op remise afstevenden. Toen de stukken in de doos gingen, bleek dat echter niet de uitslag te zijn. In het eindspel had Freek onbedoeld een toren weg geblunderd (was het misschien het Torentje van Rutte, Freek?).

Door een ongelukkig studierooster beginnen de partijen van Niels Verhaar komende maanden iets later. Hijgend kwam Niels binnen om vervolgens wat zetten te doen en een sigaret te gaan roken (tsja: er zijn meer verslavingen dan schaken). Niels deed goede zetten, Jaap van Oosten moest zich verdedigen en deed dat, zoals we dat van Jaap kennen, “taai”. Niels keek dreigend met zijn witte loper vanaf g2 over de diagonaal en vervolgens kon hij ook nog een onaantastbaar paard op e4 zetten. Toen Jaap de stelling wilde versimpelen met Dd5 (en een aanbod tot dameruil), sloeg Niels toe met (de slimme lezer ziet hem al aankomen) Pf6+. Dit paard gaat verloren en Niels’ loper op g2 ook, want die pakte de dame op d5.

Krijn Saman pakte de opening energiek aan met h4 en g4. Ton Hertogs kon echter lang rokeren en omdat Krijn nog niet gerokeerd had, was Krijn gedwongen allerlei zetten te doen die je eigenlijk niet wilt spelen. Toch kon Krijn nog lang alles drooghouden. Toen hij echter Tons toren op d2 binnen liet komen, ging het rap mis.

De verrassing van de dag leek van Alexander van ’t Hoff te komen. Tegen Eric Dek was hij een stuk voor gekomen. Eric zat duidelijk niet in de wedstrijd. Alexander kon aardig wat afruilen, maar het stokte bij een stelling van allebei 5 pionnen, een toren en een loper waarin Alexander een paard als bonus had. Alexander begon langzaam de grip te verliezen. Eric kreeg een a-pion die op termijn misschien vervelend kon worden, hij dreigde het op de koningsvleugel vast te zetten. Allemaal niet erg en toen Alexander de torens kon ruilen, leken zijn problemen opgelost en moest hij er alleen voor zorgen dat hij nog een pion over hield om te winnen. Wat er gebeurd is, weet ik niet. Begon het te knagen dat hij een paar keer (terecht) Erics remise-aanbod had geweigerd, werd hij moe, baalde hij dat hij de trekker maar niet kon over halen. Ik weet het niet, maar plots was hij zijn bonusstuk kwijt en besliste die vermaledijde a-pion de partij in Erics voordeel.

De andere Eric (Clarisse) moest ook opletten. Gayan den Hollander deed in het Hongaars alles anders dan de theorie voorschrijft. Hij was bijna gedwongen tot een paardoffer, maar daardoor was Eric bijna weer gedwongen een loper te offeren en ontstonden er koffiehuisschaakachtige stellingen. Eric kwam weliswaar een pion voor, maar Gayan behield dreigingen (Eric overigens ook) en uiteindelijk was het niet goed in het spel kunnen brengen door Gayan van een toren de genadeklap.

Ook kampioen Wouter Bliek had het niet makkelijk. Hij had zijn tijd hard nodig en zat op zet 30 onder de 5 minuten en een paar zetten later schommelde die tijd tussen bijna niks en 2 minuten. Wouters partijopzet was op zijn minst origineel te noemen: vooral pionzetten, rokeren op zet 25 (Bram had dat 21 zetten eerder al gedaan). 11 pionzetten in de eerste 16 zetten is toch wel wat ongebruikelijk. Door die vele pionzetten kwamen de zwarte stukken wel in de knel en moest zwart eigenlijk wel een stuk tegen 2 pionnen geven. Dat deed Bram ook direct en kreeg daarvoor ook een ontwikkelingsvoorsprong. Na flink ruilen kwam er een eindspel waarbij beide spelers een pion op de zevende rij hadden. Ook hadden beiden het promotieveld van de ander gedekt met een loper. Wit had echter een actieve koning en een paard voor 3 pionnen en dat bleek beslissend. Wit promoveerde en dat deed zwart ook, alleen de zwarte vorst  zat direct in een matnet en op de 63e zet was het mat.

Houden we de runner-up van vorig seizoen nog over: Peter van der Borgt. In de opening had hij door wat slim gemanoeuvreer een pion veroverd, maar de afwikkeling daarvan werd zo onhandig gedaan dat Herman Schoonakker veel tegenkansen had. In combinatie met Peters tijdnood wilde Peter wel dames ruilen, waar Herman niet op in ging. Herman kwam dicht bij de winst, zowel op het bord, als op de klok (Peter had een keer zeven miezerige seconden over), maar het eindigde in het 5e speeluur tot remise door herhaling van zetten. En zo was Peter de echte verliezer van deze ronde en heeft Herman qua remises een betere start dan vorig jaar (toen had hij er namelijk nul over het hele seizoen).

(Peter van der Borgt)