Verslag / Uitslag 2018-2019


Ronde 24

13-05-2019

 

1 Jan Capello Peter van der Borgt 0-1
2 Lennard Duynkerke Marko Burger 1-0
3 Herman Schoonakker Gayan den Hollander 1-0
4 William Duynkerke Jaap van Oosten 1-0
5 Krijn Saman Alexander van ‘t Hoff 1-0
6 Dies Lokerse Bram Boone 0-1
7 Dingnis Lokerse Marius Leendertse 1-0

WIT SPEELT 2. LF4 EN WINT!

In drie partijen speelde wit 2. Lf4 (na 1. d4) en drie keer won wit. Of het door die tweede zet komt, weet ik niet, maar hierdoor wordt dat London-systeem werd populair. Bij Krijn Saman was het overigens eerder tegenstander Alexander van ‘t Hoff die Krijn bijna dwong te winnen. Alexander verviel in zijn oude fout: koningsvleugel niet ontwikkelen, toch met pionnen aan de andere kant naar voren gaan en vervolgens tot de conclusie komen dat er een dodelijke penning komt die er niet geweest zou zijn als je zou kunnen rokeren, maar ja, dat kon dus niet.

Bij de broers Duynkerke was er bij beiden een offer nodig. Voor William was dat niet zo moeilijk te zien. Hij had zelfs het loperoffer op g6 al eerder kunnen doen. Maar toch, je moet het maar durven als “jong broekie”. Jaap van Oosten had al snel door dat Williams offer onherroepelijk tot winst leidde. Ook Lennard offerde en dat was best knap, want zag je bij William meteen hoe William materiaal zou terug winnen, bij Lennard was het meer een positioneel offer en dan ook nog tegen de nummer 3, Marko Burger. Gedurfd van Lennard en voor hem mooi dat er of uiteindelijk geen uitweg was of dat Marko hem niet vond.

Peter van der Borgt verstevigde zijn tweede plaats door van Jan Capello te winnen. Waarschijnlijk heeft Jan ergens iets laten liggen. In elk geval was kwaliteitsverlies niet nodig geweest en ook daarna zat er mogelijk wel ergens remise in. Dies Lokerse posteerde met wit een loper op d3 (voor de d-pion) en dat bleek niet handig. Het kostte een pion. Daar kon Dies lange tijd zijn achterstand op consolideren totdat het plots mis ging. In een complexe partij was Gayan den Hollander een pion achter gekomen tegen Herman Schoonakker. Daar stond een ogenschijnlijk veelbelovende stelling tegenover. Met een paardoffer probeerde Gayan daar gebruik van te maken, maar Herman reageerde prima door er juist een mega-ruil van te maken, waarna Herman gewoon materiaal voor bleef en de aanval overnam.

De Klappen van de Avond was Dingnis Lokerse – Marius Leendertse. In meerdere opzichten. Eerst offerde Dingnis een stuk, maar de compensatie (twee pionnen) verloor hij gaandeweg weer. Er ging zelfs nog een stuk af. De stelling bleef echter ook voor Marius gevaarlijk, omdat Dingnis drie irritante indringers had (dame, loper en paard). Marius kon niet voor een plan kiezen, speelde dan weer eens een aanvallende zet, dan weer een verdedigende, maar vergat de trekker over te halen. Na het verdedigende Ld8 (dwong Dingnis’ dame naar d7) volgde het aanvallend d3-d2. Marius had evenwel over het hoofd gezien dat zijn toren op b8 nu niet meer veld e8 controleerde (door die loper op d8) en omdat de koning nog eens keurig op g8 achter drie pionnen in de beginpositie stond, was het na De8 geen schaak, maar mat. Dat was dus 1-0 voor Dingnis, maar later bleek de echte Klapper er in te zitten dat door deze zege Dingnis ratingkampioen 2018/2019 is geworden!


Ronde 23

06-05-2019

 

1 Wouter Bliek Marius Leendertse 1-0
2 Alexander van ‘t Hoff Lennard Duynkerke 1-0
3 Jaap van Oosten Jan Capello 0-1
4 Freek Pruis Gayan den Hollander 0-1
5 Herman Schoonakker Dies Lokerse 1-0
6 Dingnis Lokerse William Duynkerke 0-1

Over snelle zetten en pijn

Een aantal partijen was heel snel klaar. Dingnis Lokerse en William Duynkerke speelden zo snel dat van deze partij weinig te melden valt behalve dat William materiaal won en de partij. Herman Schoonakker en Dies Lokerse waren ook snel klaar. Herman had een pion gewonnen en een stuk en dat was genoeg voor het punt. Gayan den Hollander had Freeks agressie kunnen opvangen en had een gevaarlijk wit stuk kunnen (moeten) ruilen. Freek had Db3 en Lc4 op f7 gericht maar Gayan kon Pa5 spelen en die loper pakken. Pa5 deed hij wel maar hij speelde Tf8-e8. De dekking van f7 was ineens weg en na Lxf7 van wit ging er een pion en een kwaliteit verloren. De pijn kwam, toen Gayan wits toren aanviel en Freek een tegenaanval deed op de zwarte dame. Na dame slaat toren was de witte toren weg en ook de aanval op die dame. Dat doet pijn.

Jaap van Oosten had tegen Jan Capello de zwarte pionnen “vernacheld” maar kreeg daarna hetzelfde aan zijn broek. Het eindspel met beiden loper en toren en 6 wrakke pionnen was voor Jan wel veel beter. Zijn loper en toren waren actief en de witte stukken moesten de pionnen verdedigen en konden “niks”. Pionwinst voor Jan gaf de doorslag.

Met al dit snelle geweld waren Wouter Bliek en Marius Leendertse rustig aan het schuiven en hadden alles nog op het bord en een zetje of 10 gedaan. Marius had het erg voorzichtig opgezet en liet wit alle ruimte. Een mooi wit paard op f5 werd niet beantwoord door g6 en dan moet het paard terug, maar zwart deed f6 en dat verzwakte de witte velden. Later kwam er een witte dame op e6 binnen huppelen en kon zwart een loper op e7 niet meer dekken. Met een loper minder was het niet meer te houden.

De echte pijn kwam er bij Lennard Duynkerke die na 4 keer winst vorige keer tegen Freek in een mooie stelling tactisch wat miste en verloor en deze keer was tegen Alexander bijna hetzelfde. Beide vrouwen werden aangevallen door een toren maar wit kon de zwarte toren gewoon slaan en dreigde dan mat aangezien zwart geen “luft” had gemaakt voor zijn koning. Lennard kon dus niet de witte toren slaan en moest eerst de witte dame terugpakken en verloor daarna zelf zijn dame. Toren minder voor zwart en dan helpen de twee pionnen niet meer die je meer had.

Schaakpijn is bekend bij alle schakers, soms erg, soms minder maar het gaat meestal weer weg maar went nooit.


Ronde 22

29-04-2019

 

1 Bram Boone Wouter Bliek 0-1
2 Peter van der Borgt Jaap van Oosten 1-0
3 Marius Leendertse Marko Burger 0-1
4 Jan Capello Alexander van ‘t Hoff 1-0
5 Lennard Duynkerke Freek Pruis 0-1
6 Krijn Saman William Duynkerke 0-1
7 Dies Lokerse Dingnis Lokerse 0-1

NIET ELKE AANVAL SLAAT DOOR

Krijn Saman ging vol in de aanval op de koningsvleugel van William Duynkerke. Na Dd5+ dacht ik dat William zijn koning niet kon blijven verdedigen en dat het pluspionnetje dat hij had, weinig waard bleek te zijn. Maar even later was zijn koning redelijk veilig en toen hij na Te8 ook nog een stuk van Krijn wist af te pakken, was de partij wel klaar. Krijn probeerde nog een remiseaanbod, dat hij vergezelde van een blunder, waardoor hij meteen kon opgeven. William gaf echter aan dat remiseaanbod geweigerd te hebben. Terecht.

Bij Williams broer Lennard ging het net andersom. Het leek dat Freek Pruis voor onoplosbare problemen stond. Vanuit de analyseruimte begreep ik dat de winst voor Lennard nog helemaal niet zo simpel was. De combinatie waarmee Lennard Freeks verdediging wilde slechten, bleek een “lek” te bevatten, zodat Lennard zijn eerste puntverlies leed.

Alexander van ’t Hoff heeft met zwart moeite om te rokeren. Hij kiest vaak voor eerst nog een aanvallend zetje om vervolgens zo in de problemen te komen dat er geen tijd meer is voor rokade en dan ligt materiaalverlies op de loer. Zeker tegen tactisch vaardige spelers. En Jan Capello is er zo eentje. Jan won dus en dat niet alleen: hij zorgde ook nog voor een mooi plaatje met witte paarden op a8 en a7.

Van Marko Burgers partij heb ik weinig gezien, maar wel wat gehoord, namelijk dat Marius Leendertse opgaf net voordat hij mat gezet zou worden. Volgens mij was Marius in de problemen gekomen doordat er heel veel penningen en dubbelaanvallen door Marko in de stelling waren gebreid.

Peter van der Borgt en Jaap van Oosten speelden een korte partij, die vanaf zet 3 vol spanning zat. Jaap deed nogal wat zetten met zijn Zwarte Dame (blijkbaar wilde hij de naam van onze club eer aan doen). Uiteraard kwam hij daardoor achter in ontwikkeling, maar leidde dit ook tot een open stelling waarin elke speler moest opletten voor aftrek- en dubbelaanvallen, tussenschaakjes en zo. De analyse (die bijna langer duurde dan de partij) werd afgesloten met de conclusie dat het beste wat Jaap had kunnen bereiken, was afwikkelen naar een verloren eindspel. Daar kwamen we niet in terecht doordat Jaaps lumineuze tussenschaakje niet zo lumineus bleek, wan het kostte een stuk en een kwaliteit.

Dingnis Lokerse speelt graag met zijn paarden. Meestal worden die terug gedreven, maar neef Dies liet de rossen haar gang gaan en kwam materiaal achter. Dingnis bleef rustig en won deze familiestrijd.

Bram Boone en Wouter Bliek waren als laatste klaar. In een Scandinavier (e4 d5) had wit het wat voorzichtige d3 gedaan en dat stoorde zijn ontwikkeling. Later kwam wel d4 maar zwart had al een toren op d8 gezet en de witte dame kwam in de penning. Pion doorschuiven naar d5 leek de oplossing maar deze pion werd te zwak en ging later ook verloren. In het (lastige) eindspel gaf wit daarna nog wat materiaal en dat bleek teveel van het goede.


Ronde 21

15-04-2019

1 Marko Burger Wouter Bliek 0-1
2 Jan Capello Freek Pruis ½-½
3 Lennard Duynkerke Flip Meijaard 1-0
4 Gayan den Hollander Bram Boone 1-0
5 Marius Leendertse Krijn Saman ½-½
6 Dies Lokerse Piet van Boven 0-1
7 Alexander van ‘t Hoff William Duynkerke 0-1
8 Dingnis Lokerse Bye

 


 

Ronde 20

08-04-2019

 

1 Wouter Bliek Jan Capello 1-0
2 Freek Pruis Herman Schoonakker 0-1
3 Dies Lokerse Jaap van Oosten 0-1
4 Flip Meijaard Marco Baars 1-0
5 Gayan den Hollander Lennard Duynkerke 0-1
6 Krijn Saman Dingnis Lokerse 1-0
7 William Duynkerke Piet van Boven ½-½
8 Marius Leendertse Alexander van ‘t Hoff 0-1

 


Ronde 19

25-03-2019

1 Wouter Bliek Peter van der Borgt 0-1
2 Piet van Boven Jan Capello 0-1
3 Herman Schoonakker Lennard Duynkerke 0-1
4 Jaap van Oosten Gayan den Hollander 1-0
5 Marco Baars William Duynkerke 1-0
6 Dies Lokerse Marius Leendertse 0-1
7 Dingnis Lokerse Alexander van ‘t Hoff 0-1

ONGELOOF

Op internet zag ik dit filmpje waarin Ongeloof uitgebeeld wordt in een echte partij klik op de link.

Misschien denkt u dat de zwartspeler één of andere minkukel is. Integendeel: Ruud Janssen is grootmeester. Maar Ongeloof komt soms ook in Ons Dorpshuis voor. Wat te denken van Gayan den Hollander. Hij had tegenstander Jaap van Oosten in de tang: pion c3 leek ten dode opgeschreven. Dus speelde Jaap maar c4. Maar dan kwam Da5+ in de stelling en daarna Pc3 en een toren die de e-lijn bestrijkt. Dat moest wel fout gaan. En dat ging het ook, want na Jaaps Ld2 was Gayans paard op c3 opeens ten dode opgeschreven. Ongeloof op Gayans gezicht. Gayan had drie opties: het paard gewoon verliezen, met de toren op e2 en daarna f2 slaan of zijn dame geven en voor vage kansen met een paardenpaar gaan. Gayan koos het laatste en dat leverde Jaap een simpele zege op.

Bij Marius Leendertse had er Ongeloof kunnen zijn nadat Dies Lokerse ruilde op f6, daarna op e4 en vervolgens met Lf3 de torens op e4 en a8 had kunnen aanvallen. Marius had dan met Td4 kwaliteitsverlies kunnen voorkomen, maar had hij dan zijn toren op d4 kunnen redden. We zullen het niet weten, want Dies ruilde wel twee keer, maar speelde Lf3 niet en ging er toen zelf van af. Neef Dingnis had toen al verloren. Ik kan over die partij niet veel vertellen, maar Dingnis weet vaak genoeg zetten te produceren waarbij de eerste reactie Ongeloof is.

Ongeloof was er ongetwijfeld ook bij Marco Baars en Hermans Schoonakker. Ongeloof omdat in het tempo van 1 uur knock-out de tijd sneller gaat dan je denkt. Beiden speelden tegen de Yersekse broers Duynkerke. Die speelden allebei weer een degelijke partij en net een tandje sneller dan Marco en Herman. Herman stond niet lekker, moest veel tijd investeren (en dan is het niet handig dat je ook nog je klok vergeet in te drukken) en kon uiteindelijk afwikkelen naar een eindspel met ongelijke lopers wat overigens voor Lennard te winnen was doordat Hermans witte pion op a4 stond in plaats van a2 en doordat Lennards koning kon oprukken naar de b-lijn en die van Herman niet. Dat de vlag het vonnis velde was dan ook voor de statistiek. Marco’s time management was iets beter dan dat van Herman, maar ook Marco pakte pas de winst in de laatste vijf minuten. En dat Marco zoveel tijd nodig had, kwam ook omdat William gewoon een puike pot speelde.

Ongeloof was er ook bij Piet van Boven dat na f2-f4 en slaan en slaan op f4 plots Le3 volgde met penning van de dame op d2. Piet ploeterde nog even voort, maar moest uiteindelijk Jan de hand schudden. Ongeloof ook bij Wouter Bliek (en de toeschouwers). Wouter en Peter van der Borgt openden bijzonder. Maar Wouter kwam beter uit die opening dan Peter, die op een gegeven moment niets beter wist dan een stuk tegen twee pionnen te offeren met vage tegenkansen door een zwakke e-pion. Concreter werden de kansen toen Peter de g-lijn in zijn bezit kreeg en pion g2 onder vuur nam. Waarschijnlijk was dat helemaal niet zo erg en stond Peter nog steeds verloren, maar na Wouters Pg1 kon Peter plots op g2 inslaan en een voordelige ruil (dus eigenlijk geen ruil) forceren. Peter won en staat opeens weer dicht bij Wouter. Dat kunnen nog 5 spannende rondes worden.

 


Ronde 18

11-03-2019

 

1 Wouter Bliek Jaap van Oosten 1-0
2 Marco Baars Peter van der Borgt 0-1
3 Dingnis Lokerse Flip Meijaard 0-1
4 Herman Schoonakker Jan Capello ½-½
5 Lennard Duynkerke Krijn Saman 1-0
6 Piet van Boven Gayan den Hollander 0-1
7 William Duynkerke Marius Leendertse 1-0
8 Dies Lokerse Alexander van ‘t Hoff 0-1

De Bedrieger Bedrogen!

Er was één remise in de 18e ronde. En niet omdat de stelling “dood” was. Integendeel, de stelling was zo “levend” en dynamisch dat er nog veel was om voor te spelen. Er was dus veel te winnen, maar ook te verliezen. In de analyse kwamen we ook niet uit de vraag wie er nu beter voor stond, of er überhaupt wel iemand beter stond. Maar ook als de analyse wel die duidelijkheid had gegeven: je moet dan de juiste zetten nog wel vinden. Blijkbaar vonden Herman Schoonakker en Jan Capello het risico van een eigen fout plan (of nog erger: een blunder) groter dan de kans op een blunder van de ander.

Beiden waren wel als laatste klaar. Veel eerder was Dingnis Lokerse klaar. Dingnis speelde als altijd weer een paard naar de vijandelijke gelederen. Dat kostte wat tempi. Flip Meijaard kon daardoor pion b2 aanvallen en Dingnis kon (en wilde) die niet verdedigen. Flip nam niet op b2 (uiteraard is Flip ook bekend met het aloude adagium “sla nooit op b2, ook niet als het goed is”), maar in het centrum. Daarna ging het snel.

Peter van der Borgt kent dat b2-adagium ook, maar hij sloeg wel op b2. Marco Baars en Peter ontwikkelden hun partij langs redelijk normale paden. Plots gooide Marco de knuppel in het hoenderhok met e4. Een zwart paard kwam op c4, Marco liet dat paard gewoon op b2 slaan in de gedachte dat na Db3 de pion op b7 zou vallen. Dat was echter niet het geval. Vervolgens haalde Marco het “van dik hout zaagt men planken” plan uit de kast. Eerst een stukoffer (tegen twee pionnen). Peter moest toen oppassen voor grappen op f7 en onderste rij-matjes. Hier wist Peter zich onderuit te spelen en kon hij zich in een eindspel manoeuvreren dat eenvoudig gewonnen leek. Marco haalde weer een knuppel uit dat hoenderhok en offerde een kwaliteit, waarmee hij een patconstructie leek te bouwen. Helaas bleek het een soort zelfmat-net te worden. Die knuppel uit het hoenderhok bleek dus een boemerang te zijn.

Dies Lokerse zette zijn partij tegen Alexander van ’t Hoff goed op. Maar angst voor een offer op h3 werd hem fataal. Dies’ koning belandde op h2. Zetten, veel zetten, later bleek dat een stuk te kosten, na Le7-d6+, waarna de dame op e6 en de toren op e8 plots een aanval op de (alleen door een dame gedekte) witte loper op e2 hadden.

Piet van Boven en Gayan den Hollanders speelden een heel interessante partij. Gayan had sterke centrumpionnen, maar ook een open koningsstelling. Piet speelde echt een goede partij en leek op pad naar remise, maar ging uiteindelijk toch in de fout en toen beslisten Gayans pionnen de partij.

Wouter Bliek won van Jaap van Oosten en dat gebeurde op een manier die je mag verwachten als een A- tegen een D-team-speler speelt. Jaap deed zo nu en dan een mindere zet, zijn zwarte velden werden zwakker en een pionoffer (h6) bood geen soelaas, omdat Wouter een listig kwaliteitsoffer had.

Tenslotte mogen we melding maken van twee nieuwe spelers: de broers Lennard en William Duynkerke. Omdat ze nog jong zijn spelen zij een ander tempo (1 uur knock-out). Helemaal onbekend waren we niet met hun schaakcapaciteiten. Lennard heeft wel eens meegedaan aan ons zomerrapid en beiden speelden mee in het recente Kersttoernooi, waarbij de broers een paar mooie scalps veroverden: Maarten Westerweele, Martin de Bock, Alex Jonkheer en ….. Marius Leendertse). Ze waren nu ingedeeld tegen Krijn Saman (Lennard) en …. Marius (William). Ze hadden allebei wit, ze speelden een soortgelijk systeem en ze speelden wat sneller dan onze D-spelers.

Marius leek met een vorkje een stuk te winnen, maar William redde zich daar mooi uit. Even later won hij zelfs een pion. Marius ging vol voor de b-lijn, maar had misschien beter tussendoor op g3 kunnen slaan. Marius won zelfs een stuk, maar verbruikte wel vee tijd, zoveel dat de vlag het vonnis velde: William won.

Zijn oudere broer had toen al van Krijn gewonnen. Lennard had de e-lijn in bezit en Krijns pion op e6 was slecht. Krijn wist zich knap er uit te redden. En toen dacht hij zelfs nog een pionnetje te kunnen winnen met Txg4. Lennard mocht immers niet terugslaan, want de pion op f3 (die zou willen terugslaan) stond gepend door een toren op f7. Maar: Krijns truc ging de mist in doordat Lennard Txf7 kon spelen, Krijn die wel kon slaan met zijn koning, maar nu stond pion f3 niet meer gepend: De Bedrieger Bedrogen dus.


Ronde 17

04-03-2019

 

1 Marko Burger Peter van der Borgt 0-1
2 Bram Boone Eric Clarisse 0-1
3 Jan Capello Dies Lokerse 1-0
4 Herman Schoonakker Flip Meijaard ½-½
5 Gayan den Hollander Krijn Saman 1-0
6 Jaap van Oosten Marius Leendertse 1-0
7 Dingnis Lokerse Piet van Boven 0-1

HALMEREN

In de 17e ronde werd een nieuw werkwoord geboren: Halmeren. Dit is een schaakpartij, waarvan het verloop veel weg heeft van Halma en waarbij beide spelers het punt Halveren. Dit verloop tekende zich bij Herman Schoonakker en Flip Meijaard al snel af. Alle pionnen bleven op het bord, de zware stukken ook en van de lichte stukken hielden beide spelers een loper over (maar wel van een andere kleur). Beide lopers konden binnendringen bij de tegenstander, alhoewel die van Flip zich weer terug trok in de eigen gelederen. De pionnen werden in elkaar geschoven en stonden zo dat zelfs een loper- of torenoffer zo goed als onmogelijk was, maar als het dat wel was, was het zeer onverstandig. Remise dus.

Van deze partij heeft uw verslaggever nog wat mee gekregen, want zat links van Flip. Van de andere partijen veel minder. Van de Lokerses bijna niks, behalve dat Dies te snel zijn (weliswaar zwarte) dame het spel inbracht. Zowel Jan Capello als Piet van Boven wisten wel raad met hun opponenten. Eric Clarisse had twee aanvalslijnen tegen Bram Boone: op de damevleugel met een open c-lijn en op de koningsvleugel door een gat op g2. Dat moest wel fout lopen voor Bram en dat deed het ook.

Gayan den Hollander won een pion tegen Krijn Saman, maar dat was nog niet zo erg (voor Krijn). De opstomende pionnen op de damevleugel wel. Krijn beet dus in het stof, net als Marius Leendertse. Hier was Marius twee pionnen achter gekomen, maar na Jaap van Oostens d5-d6 stortte zijn stelling echt in: er ging een loper verloren en niet lang erna vond Marius het welletjes.

Van de partij Marko Burger – Peter van der Borgt heeft uw verslaggever dan weer wel veel van gezien. Hij heeft er echter niet alle van begrepen. Gelukkig voor hem Marko ook niet. Was het dan een slechte partij? Integendeel. Peters Noteboom werd door beiden redelijk “volgens het boekje” gespeeld, alhoewel in de nazit Eric Clarisse aangaf dat hij dacht dat in elk geval één van de spelers het boekje verkeerd gelezen had. Het spel van Marko en Peter had mogelijk wel wat “klok en de klepel” elementen. Feit was dat de partij zich wel afspeelde volgens de klassieke Noteboom lijnen: zwart dreigde twee verbonden vrijpionnen op de a- en de b-lijn te krijgen, wit dreigde een sterk centrum en een ondersteunde vrije c-pion te krijgen, trage ontwikkeling (want veel pionzetten) en koningen die lang een potentieel doelwit waren. Net nog in het linkerrijtje van het notatieformulier rokeerden beide spelers en was de koning veilig. Na die rokade bleek zwart een vrije a-pion en wit een vrije b-pion te hebben. Die van zwart werd op a3 tegen gehouden door een toren op a2 en die van wit kon niet verder dan b5 door een paard dat b6 beveiligde. In die fase was nog steeds lastig te zien wat de beste zet was, de op één na beste zet en de op twee na beste zet. Ook in de analyse kwamen we er niet uit. Waarschijnlijk was Marko’s paardmanoeuvre (Pd4-c2-b4) de inleiding tot Peters zege. Peter kon met een tussenschaakje afwikkelen naar torenruil (waardoor mat-achter-de-paaltjes niet meer kon) met een bijna gepromoveerde pion op b2 tot gevolg. Marko kon promotie niet tegen gaan en moest zijn paard geven voor de pion. “Uit” zou je denken. Nou, helemaal niet. Peter had een paard en drie pionnen (nog netjes op h7, g7 en f7) tegen Marko 4 pionnen (van h tot en met e). Peter moest nauwkeurig spelen, wat hij deed en kon uiteindelijk de 0-1 noteren.


Ronde 16

25-02-2019

 

1 Marco Baars Wouter Bliek 0-1
2 Wilco Krijnsen Alexander van ‘t Hoff 1-0
3 Eric Clarisse Krijn Saman 1-0
4 Jan Capello Marius Leendertse ½-½
5 Herman Schoonakker Piet van Boven 1-0
6 Dies Lokerse Dingnis Lokerse 1-0

 


Ronde 15

11-02-2019

 

1 Wouter Bliek Gayan den Hollander 1-0
2 Peter van der Borgt Herman Schoonakker 1-0
3 Krijn Saman Wilco Krijnsen 0-1
4 Piet van Boven Dies Lokerse 1-0
5 Marius Leendertse Dingnis Lokerse 0-1
6 Alexander van ‘t Hoff Jaap van Oosten 0-1
7 Marco Baars Jan Capello 0-1

JEZELF TEKORT DOEN

Jan Capello herhaalde in de opening een paar keer “de zetten” en wachtte rustig af of Marco Baars mee zou gaan. Dat deed Marco niet en dat was meteen het begin van het einde. Jan had goed ingeschat dat Marco, ondanks dat Marco minder goed stond, niet voor de snelle remise zou gaan. Nu werd het echter een snelle nederlaag. Marco deed zichzelf dus tekort.

Dat deed Dies Lokerse ook. Hij speelde weer een puike partij. Piet van Boven kreeg weliswaar een pion die tot c7 was opgerukt, maar Dies’ paard bleef veld c8 bestrijken. Dies ging echter in de fout door met zijn koning een veilig plekje op te zoeken (h7) in plaats van naar d7 te lopen om Piets pion “op te halen”. Als hij dat gedaan zou hebben, zou Piet voor een halfje hebben moeten vechten.

Deden Marco en Dies zich een half punt te kort, Alexander van ‘t Hoff deed zichzelf een vol punt te kort. Hij stond een paard (dat geweldig stond, op c5) tegen een pion voor. Jaap van Oosten speelde sluw Te8 met aanval op paard e2, maar daardoor stond Jaaps loper op d7 ongedekt. Alexander dacht dat ruilen goed was (hij stond immers materiaal voor), maar in dit geval kon Jaap op de 2e rij binnen komen en had Jaap dreigingen (namelijk pionnen happen op c2, b2 en a2). Dat happen was wel te voorkomen geweest als Alexander de goede zetten had gevonden. Dat was niet het geval: 0 voor Alexander dus.

Herman Schoonakker zette zijn stukken ongelukkig neer, waardoor hij na Peter van der Borgts e5 met zijn f6-paard terug naar g8 moest. Herman liep zo een ontwikkelingsachterstand op, maar won wel Peters pion op e5. Aanvankelijk dachten we dat dat de fout was, omdat na nog een pionoffer Hermans stelling in elkaar kukelde. Maar de eindconclusie was dat de fout al eerder was opgetreden: Ld7 gevolgd door g6 was te traag en ontnam veld d7 aan het paard.

Gayan den Hollander kwam met het Slavisch op de proppen tegen Wouter Bliek en speelde te snel Lf5. Na Db3 (valt d5 en b7 aan) ging die loper weer terug naar c8 en verloor hij veel tijd. Na het verplicht ruilen van zwarts goede loper waren het de zwarte velden die zwak werden en moest Gayan een stuk geven of zijn dame voor twee stukken. Een vol stuk geven is natuurlijk kansloos dus werd de dame gegeven in de hoop op wat tegenkansen. Die zaten er niet in en de vrouw van wit was te sterk.

Dingnis Lokerse speelde in de opening tegen Marius Leendertse niet goed en moest een stuk geven. Dat presentje van zwart werd wel gevolgd door een tegengestelde rokade en een koningsaanval van zwart. Marius moest ineens nauwkeurig gaan verdedigen maar kon de juiste weg niet vinden en ging ten onder.

De partij tussen Krijn Saman en Wilco Krijnsen kwam niet echt op gang. Het begon met 1 d4 d5 2 Lf4 Lf5 3 e3 e6 4 c3 c6. Blijft toch lastig met zwart als je je eigen opening die je met wit altijd speelt moet bestrijden. Gezellig babbelend gingen de heren verder maar het was toch Wilco die steeds beter kwam te staan en vervelende druk kreeg op de witte stelling. Krijn moest een pion geven en in het eindspel bleek dat de doorslag te geven.

 


Ronde 14

04-02-2019

 

1 Flip Meijaard Wouter Bliek 0-1
2 Wilco Krijnsen Marko Burger 0-1
3 Eric Clarisse Herman Schoonakker 1-0
4 Jan Capello Jaap van Oosten 1-0
5 Krijn Saman Piet van Boven ½-½
6 Alexander van ‘t Hoff Bram Boone 0-1
7 Gayan den Hollander Dingnis Lokerse 1-0
8 Marius Leendertse Marco Baars 0-1

De wijze les

Bij de topper Wilco tegen Marco werd het een Hollandse partij met een snel c5. Gedaan om wit uit zijn theorie te krijgen (dat zwart ook uit het boekje ging, was bijzaak). Er kwam een vechtpartij op het bord waarin wit op de damevleugel bezig was maar zwart het centrum in handen had. Wilco moest een kwaliteit geven en dat is vaak teveel van het goede en Marco kon het punt binnenhalen.

Jan Capello had tegen Jaap van Oosten een groot ruimteoverwicht, Jaap had met b7,c6,e6,f6,g6 wel een soort tank wal opgetrokken maar Jan schoot daar gaten in en kon wat pionnen snoepen en zo winnen.

Alexander van ’t Hoff gaf Bram Boone wel erg veel spel en Bram kon rustig kijken waar alles heen moest zonder dat wit iets kon doen. Langzaam duwen en de pacman loslaten op de witte pionnen was het gevolg. Soms kan je dan met een spookje pacman verslaan maar dat zat er echt niet in deze keer.

Krijn Saman had tegen Piet van Boven een prima stelling opgebouwd. Piet had te veel zwaktes. Dubbele en geïsoleerde c-pion en een achtergebleven e-pion. Dat moest fout gaan maar Piet liet een c-pion gaan en ging een ongelijk lopereindspel in. Dat is vaak niet te winnen en dit keer eigenlijk ook niet. Je moet dan nog wel opletten en actief blijven spelen. Dat deed zwart niet en de witte koning hobbelde naar binnen en door de extreem slechte loper van zwart (keek tegen zijn eigen pionnen aan en ook geen ruimte om te bewegen) won Krijn een extra pion en met 2 verbonden vrijpionnen meer leek hij te gaan winnen. Ook Krijn lette even niet op en schoof de pionnen op de kleur van zijn loper. Piet blokkeerde de andere kleur en de stelling werd een dooie remise.

Niet opletten gebeurde ook in Gayan den Hollander tegen Dingnis Lokerse. Gayan speelde met wit de opening niet voortvarend en zwart kon zo makkelijk de stelling gelijk houden. Gayan viel later met h4 een paard aan van zwart. Met een mooi offer op f3 had zwart of een kwaliteit kunnen winnen of eeuwig schaak gehad. Het paard werd echter gewoon gegeven maar wit had daardoor wel een “gare” koningstelling over en zwart had constant eeuwig schaak grapjes. Die grapjes werden niet gedaan en Gayan kreeg toch de volle buit toen zwart zijn dame gewoon weggaf in een wel heel remiseachtig eindspel. Toch een goede partij van zwart die het wit wel heel lastig maakte.

Marius Leendertse en Marco Baars speelden een nette Konings-Indisch waarin Marco met zwart steeds iets beter kwam te staan. De dalende lijn kon Marius niet stoppen. Na 2 tactische partijen nu een rustig positionele overwinning van Marco.

Flip Meijaard kreeg tegen Wouter Bliek een schijnoffer op f2 tegen. Dat leek een pion te winnen maar een tussen zet van Flip kon zwart in problemen brengen dus dan maar f6 teruggeven en denken dat je de rokade van wit hebt vernacheld. In de daarna gelijke stelling ging wit echter zijn verdedigende stukken bij zijn koning ruilen en het dameruil aanbod van wit werd daarna vriendelijk geweigerd (de witte koning stond immers op e1 en kon nergens heen). Zwart kon daarna al zijn stukken richten op de witte monarch zonder dat wit voldoende troepen in de verdediging kon krijgen.

De langste partij was tussen Eric Clarisse en Herman Schoonakker. Het Goese onderonsje leek snel te gaan naar wit, die een pion had gewonnen en veel druk had op de zwarte stelling. Herman had zich echter taai verdedigd en had een kwaliteit geofferd en grabbelde daarna wat pionnen mee. In het verre eindspel met dame, toren en 2 pionnen voor wit tegen dame, loper en vier pionnen leek het materieel wel gelijk maar de eindspeltechniek van wit bleek de doorslag te geven.

Dan heeft de oplettende lezer de titel gelezen en dan moet die wijze les nog volgen: een gelijke stand is niet “remise” en een betere/gewonnen stelling is niet “gewonnen”. Het is pas over tot je elkaar de hand geeft en het resultaat op je notatieformulier staat.

 


Ronde 13

28-01-2019

 

1 Piet Bruys Wouter Bliek 0-1
2 Wilco Krijnsen Jan Capello 1-0
3 Peter van der Borgt Krijn Saman 1-0
4 Herman Schoonakker Alexander van ‘t Hoff 1-0
5 Marius Leendertse Gayan den Hollander 0-1
6 Dies Lokerse Flip Meijaard 0-1
7 Dingnis Lokerse Marco Baars 0-1

BRIL VERGETEN

Flip Meijaard was zijn bril vergeten. Hij besloot daarom tegen Dies Lokerse (die de vrijdag ervoor zijn debuut had gemaakt in DZD D) rustige zetten te doen. Dat leverde in eerste instantie niet veel op, behalve kansen over de c-lijn en dan vooral op pion c2. Die wist Dies te verdedigen; alleen vergat hij zijn paard op c3. En dat ging er na verloop van tijd wel aan. Bril op of niet. Dat maakte voor Flip niet meer uit: hij haalde het punt binnen.

Hij was zeker niet als eerste uit. Marco Baars wel. Marco hanteerde tegen de andere Lokerse “de botte bijl”. Dat leverde overigens niks op: hij kwam een kwaliteit achter en had wat compensatie door aanvalskansen op de (weer in het midden belandde) witte koning. Toen Dingnis te gretig was (hij greep een paard van het bord) was Marco’s mataanval hem te machtig.

Jan Capello was ook al snel uit. Hij dacht een eeuwig schaak combinatie te hebben. Daarmee zou hij zijn positioneel niet zo beste stelling eenvoudig omzetten in een half punt. Jan offerde een toren op f3. Dat kon doorat hij een pion op g6 met de f-pion had teruggeslagen. Gevolg: open torenlijn, maar ook een zwakke e-pion. Jan had echter over het hoofd gezien dat na Tf8xf3 zijn toren op e8 door Wilco Krijnsens dame met schaak van het bord genomen kon worden. Weg eeuwig-schaak-truc, weg partij.

De andere vier partijen (weinig partijen dit keer door ziekte – onder andere door griepgolf, ook in Kruiningen -, studie – we leren wat af – en werk – 24/7 maatschappij) duurden veel langer. Alexander van ‘t Hoff speelde een prima partij tegen Herman Schoonakker. Toen in het eindspel (met veel pionnen en alle zware stukken) Herman met een toren op e3 kon nemen bleek in alle varianten Alexander er materieel en/of positioneel op achteruit te gaan. En zo won Herman.

Marius Leendertse was een pion voor gekomen tegen Gayan den Hollander. Die had wat vage tegenkansen op de damevleugel. Toen Marius niet alert reageerde, kon Gayan met b5-b4, gevolgd door c4-c3, Marius’ loper op a1 “begraven”. Met feitelijk een loper minder kon Marius zijn stelling niet houden en moest hij de witte vlag hijsen.

Dat moest Krijn Saman ook. In een ongebruikelijke Scandinaviër was hij een stuk achter gekomen, al vrij snel na aanvang van de partij. Maar pas rond de 60e zet gaf hij op. Krijn speelde namelijk creatief tegen en Peter van der Borgts loper voorsprong keek vooral tegen zijn eigen pionnen aan. Het kostte Peter heel veel moeite een gat te maken in Krijns stelling ondanks Krijns zwakke pionnen (g6, d5). Toen dat gat er was, offerde Peter zich naar een stuk plus drie pionnen meer. Straal gewonnen, dacht ie. Maar Krijn speelde Dg8 en dreigde plots eeuwig schaak. Loper of dame er bij halen kon niet of leek niet te helpen (Peter kon het niet berekenen). Toen Peter zich al half en half had verzoend had met remise, zag hij plots Kh2, een zet die niks deed, behalve dame schaak voorkomen. Knap gezien en met een zucht van verlichting kon hij een aantal zetten later toch nog het punt bijschrijven.

Ook Wouter Bliek kon dat, maar ook met veel moeite. In een gelijk opgaande partij (althans dat vond de computer maar zwart vond dat hij steeds wel minder stond) was het Wouter die door de vele dreigingen het spoor kwijt raakte en zijn tijd naar bijna niks zag teruglopen. Om de stelling niet volledig te laten instorten, werd dan maar een kwaliteit gegeven maar het was toch echt wit die toen wel gewonnen stond. Piet wilde direct afwikkelen maar dat kostte een pion en wit gaf er later nog eentje door een gemist tussenschaakje van zwart. Piet bleef in de nu mindere stelling toch op winst spelen en dat kon zijn stelling niet aan en de zwarte pionnen marcheerden naar voren. De komst van een verse zwarte dame wachtte wit niet meer af.

Grappig is dat Peter met min 32 de slechtste ratingscore heeft, maar wel derde staat. In dit ratingklassement staat Marko Burger eerste met +37 en Niels Verhaar tweede met +31.

 


Ronde 12

14-01-2019

 

1 Freek Pruis Wouter Bliek 0-1
2 Ton Hertogs Peter van der Borgt ½-½
3 Matthijs Schouten Wilco Krijnsen 0-1
4 Alexander van ‘t Hoff Jan Capello 0-1
5 Dies Lokerse Herman Schoonakker 0-1
6 Marco Baars Gayan den Hollander 1-0
7 Flip Meijaard Dingnis Lokerse 1-0
8 Piet van Boven Marius Leendertse 0-1
9 Krijn Saman Bye

 

GENIALE BAARS

 

Een aantal partijen had een logisch verloop. De (op papier) betere speler kwam steeds iets beter te staan. Bij de ene partij ging dat wat sneller dan de andere. Maar zo wisten Herman Schoonakker (tegen Dingnis Lokerse), Flip Meijaard (Dies Lokerse) en Wouter Bliek te winnen. Wouters tegenstander en medebestuurslid Freek Pruis speelde overigens zeker geen slechte partij, maar het niveauverschil was gewoon te groot.

Bij vier van de vijf andere partijen leek het erop dat de (op papier) mindere speler zou winnen of tenminste remise zou maken. Toch gebeurde dat maar in één partij. Peter van der Borgt wist met zwart de opening weer eens te verknallen en verloor een kwaliteit zonder noemenswaardige compensatie. Ergens moet Ton Hertogs de winst gemist hebben, maar uiteindelijk kwam er een eindspel op het bord waar Peter ogenschijnlijk nog steeds beroerd stond: kwaliteit achter en zijn loper leek niet veel meer waard te zijn dan een pion; als je die loper als pion zou tellen, stond Peter dus een toren achter. Ton speelde echter zijn pionnen zo onhandig naar voren dat Peter met een aantal lepe zetten kon afwikkelen naar een stelling waarin geen van beide partijen iets kon bereiken en daar was Peter uiteraard best tevreden mee.

Piet van Bovens stelling leek gevaarlijk (met een gat op b2 en een loper op f6 die dreigend naar de toren op a1 keek). Piet kwam er echter prima uit met zelfs een pion meer. Waarschijnlijk was de stelling niet te winnen voor Piet vanwege een zwakke b-pion, maar verliezen was absoluut niet nodig. Of Marius Leendertse moet een inventieve inval hebben gehad of Piet een black out (of een combinatie van beiden), maar plots stond Piet materiaal achter en verloor.

Alexander van ‘t Hoff speelde weer een prima partij. Jan Capello moest alle zeilen bijzetten om niet mat gezet te worden. Dat deed Jan overigens prima en de partij leek naar remise af te glijden. Maar plots stond Jan een pion voor. Kwam het omdat Alexander misschien nog op winst speelde, terwijl remise maximaal haalbaar was? Uw verslaggever weet het niet, want die was druk met proberen zijn verloren stelling naar een soort van remisehaven te schuiven (wat nog lukte ook, zoals u al hebt gelezen). Toen Jan eenmaal de pion voor stond maakte hij het netjes af.

Matthijs Schouten plaatste een prachtig offer, dat door Wilco Krijnsen (waarschijnlijk) terecht niet werd aangenomen. Matthijs speelde het daarna niet handig en verloor een stuk, waarna zijn gewonnen pion niets meer waard bleek. Jammer dat Matthijs zijn laatste partij, voordat hij aan een studie van een jaar of zo tot loods begint, niet naar een (gezien het offer verdiende) zege kon loodsen.

Ik had het offer van Matthijs geniaal willen noemen, maar dan had ik geen woorden meer gehad voor de zetten van Marco Baars. Marco en zijn tegenstander Gayan den Hollander speelden een spectaculaire partij. Gayan speelde zijn koningsvleugelpionnen naar voren, plaatste zijn koning via f8 naar g7 na een schaakje met de loper op h5 (die loper bleek later goud waard). Marco speelde zijn b-pion op, maar die pion en de d-pion kon Gayan slaan vanwege een c-pion die niet mocht terugslaan (penning van de dame op c2). Maar Marco speelt vrij snel daarna het geniale Le5. Gayans loper op f6 die zijn toren op c3 indirect dekte, de toren op a1 (nog indirecter) aanviel, is opeens slecht want mag de loper op e5 niet slaan (vanwege De7 en mat). Gayan dekt vervolgens zijn toren op c3 (met Th8-c8) en denkt daarmee wellicht zijn probleem te hebben opgelost, maar door de kruispenning kan Marco nog steeds De7 met schaak spelen. Mat is niet meer te voorkomen. Op de foto ziet u de stelling waar Gayan kijkt als Kramnik een dag eerder tegen Giri en Marco met (ongetwijfeld een prima gevoel in de onderbuik) een blik van “tsja, ik zie ook niet wat Gayan nog kan doen”.

 

 


Ronde 11

10-12-2018

1 Marko Burger Ton Hertogs 1-0
2 Bram Boone Wilco Krijnsen 0-1
3 Gayan den Hollander Niels Verhaar 0-1
4 Jan Capello Dies Lokerse 1-0
5 Krijn Saman Flip Meijaard ½-½
6 Herman Schoonakker Dingnis Lokerse 1-0
7 Jaap van Oosten Piet van Boven 1-0
8 Alexander van ’t Hoff Marius Leendertse 0-1

 

 


Ronde 10

26-11-2018

1 Wouter Bliek Marko Burger 1-0
2 Wilco Krijnsen Peter van der Borgt 0-1
3 Bram Boone Niels Verhaar 0-1
4 Jan Capello Ton Hertogs 0-1
5 Matthijs Schouten Flip Meijaard ½-½
6 Freek Pruis Jaap van Oosten 1-0
7 Gayan den Hollander Alexander van ’t Hoff 1-0
8 Dingnis Lokerse Krijn Saman 0-1
9 Marius Leendertse Dies Lokerse 1-0
10 Piet van Boven Bye

 

PAARDEN

De enige remise kwam op naam van Matthijs Schouten en Flip Meijaard. Matthijs gaat binnenkort studeren voor loods. Wie weet helpt dat ook bij het schaken, want hij had deze partij naar winst kunnen loodsen, maar op het cruciale moment nam hij twee verkeerde beslissingen. Flip had een zwartveldige loper die niks kon en een toren op h8 die niks deed. Rokeren durfde Flip niet aan, omdat op h- en g-lijn twee witte pionnen gereed stonden om Flips stelling te slopen. Eigenlijk speelde Flip dus met een loper en een toren minder. Tijd dus om de stelling te verbeteren om genadeloos toe te slaan als Flip echt geen goede zetten meer heeft. Matthijs begon te vroeg met slopen, offerde onnodig een pion, ruilde de zwakke loper en toren van Flip en stond desalniettemin zo goed dat Flip best blij was met de remise.

Jan Capello kreeg een veelbelovende stelling tegen Ton Hertogs. Jan investeerde veel tijd in een goed plan. Maar een winstgevend plan zat er net niet in. Jans klokje tikte echter door en nadat hij ook nog een pion was achter gekomen en al in increment tijd aan het spelen was, hees hij de witte vlag.

Niels Verhaar krijgt altijd dynamische stellingen op het bord. Op zaterdag was hij met DZD 1 met zwart ook in zo’n stelling beland. Helaas greep hij daar mis, zie het verslag op de site van De Pion. Nu ging het beter. Bram Boone voorkwam een matdreiging op g2 door f3 te spelen, maar toen volgde Dc5+ met winst van de toren op e7. Niels dacht daarna de stelling te versimpelen door een kwaliteit te offeren. Alleen doemde toen na heel wat geruil het spookbeeld op dat Bram met zijn ene witte paard de twee resterende zwarte pionnen kon veroveren, waarna Niels de onmogelijke (of toch niet) taak zou hebben om met twee paarden te winnen.

Dat lukt niet, tenzij wit nog tenminste één pion zou hebben. En dan ligt het er ook nog aan hoever die pion is opgerukt en op welke lijn die pion zich bevindt. Oftewel: Koning + 2 Paarden tegen Koning alleen is altijd remise, maar Koning + 2 Paarden tegen Koning + Pion niet altijd. Klinkt ongelofelijk, alhoewel u wellicht snapt dat die ene pion die ene tempozet moet doen die de speler met de twee paarden niet heeft. Ik abstraheer overigens gemakshalve ook nog maar van het feit dat niet in elke situatie winst binnen 50 zetten te doen is. U kunt het allemaal nalezen in Het Eindspel Deel 1 (1977, geschreven door Donner en Euwe). Niet dat ik weet hoe het moet als ik in zo’n stelling terecht zou komen, maar dat geldt ook voor het eindspel dat Willy Meulblok recent tegen zich kreeg, zie ronde 3 DZD A.

Terug naar Bram en Niels. Het lukte Bram niet die twee pionnen te slaan en dus kon Niels winnen. Dat deed Peter van der Borgt ook na een typische Peter-partij. Peter rekende zich ten onrechte rijk toen hij op e4 sloeg. Hij dacht een kwaliteit te winnen (of een pion), maar na het ontnuchterende Pg5 bleek het gewoon ruilen te zijn. Het gaf Peter wel de gelegenheid om praktische kansen te scheppen, zeker nadat Peter een pion offerde. Waarschijnlijk geen goed offer, maar praktisch gezien wel, omdat Wilco Krijnsen (die al enigszins in tijdnood begon te komen) uit alle mogelijke zetten er voor moest zorgen niet de verkeerde te kiezen. Dat gebeurde toch; Wilco verloor een stuk en werd toen door Peter rustig naar opgave gespeeld.

Dingnis Lokerse speelde een geweldige partij. Toch verloor hij, maar Krijn Saman moest echter alles uit de kast halen om de dreigingen van Dingnis te pareren. Bijzonder was dan ook dat Dingnis door iedereen gefeliciteerd werd met zijn prima pot. Punten leverde het niet op, maar de eer is ook wat waard.

Speelden bij Bram en Niels paarden een hoofdrol. Dat was bij de vier andere partijen ook zo. Marko Burger speelde Lb4, Wouter Bliek antwoordde met Da4+. Normaal kun je dan Pc6 spelen en de loper staat gedekt. Marko had echter even gemist dat Wouter inmiddels een pion op d5 had. Marko bedacht zich geen moment en besloot geen wanhoop zetten te doen, maar hij gaf meteen op. Jammer voor Marko en Wouter.

Het paard van Alexander van ’t Hoff belandde op g4 en de Bergenaar kwam er achter dat na het door Gayan den Hollander gespeelde h3 dat paard nergens heen kon. Alexander deed nog wel wat wanhoop zetten, maar dat maakte het alleen maar erger.

Het paard van Dies Lokerse belandde op h5 en de Kruininger kwam er achter dat na het door Marius Leendertse gespeelde g4 dat paard nergens heen kon. Dies deed nog wel wat wanhoop zetten, maar dat maakte het alleen maar erger.

Het paard van Jaap van Oosten belandde op c4 en stond daar prima. Freek Pruis had een betere pionnenstructuur, maar kon die alleen benutten als de c-lijn open zou zijn. Verder had Freek een krachteloze zwartveldige loper die vooral tegen zijn eigen pionnen aan keek en wat heen en weer kon wandelen tussen velden als b2, c1, d2, e3 en ga zo maar door. Jaap hoefde maar één ding niet te doen: het paard verzetten. Maar als ware het een Black Friday (of was het Cyber Monday) deal op een gegeven moment kon Jaap de loper niet weer staan. Hij sloeg hem met het paard en Freek sloeg toe.

 

 


 

 

Ronde 9

19-11-2018

 

1 Wouter Bliek Herman Schoonakker 1-0
2 Niels Verhaar Ton Hertogs 0-1
3 Peter van der Borgt Gayan den Hollander 1-0
4 Dingnis Lokerse Jan Capello 0-1
5 Flip Meijaard Freek Pruis 0-1
6 Piet van Boven Matthijs Schouten 0-1
7 Alexander van ’t Hoff Dies Lokerse 0-1


0-0-0-0! EN WINT

Ondanks Duitsland – Nederland werden er toch 7 partijen gespeeld. Wouter Bliek was snel klaar met Herman Schoonakker. Wouter sloeg met de loper een pion op a6, die stond wel gedekt door zwarts loper op b7 maar na Lxa6 volgde Da4 schaak en het stuk werd weer teruggepakt. Wit vervolgde door de zwakke pion op c6 aan te vallen, die door Herman met Dd6 werd gedekt en won vervolgens een toren op c8 die niet meer door de zwarte dame werd gedekt, maar wel door de witte stond aangevallen.

Nog eerder klaar was Matthijs Schouten. Een overmaat aan penningen werd Piet van Boven te veel. Dingnis Lokerse is zelf altijd een speler die zijn paarden het werk wil laten doen. Nu trof hij een tegenstander die dat ook deed. Bij Jan Capello werkte het echter. En zo waren er drie partijen best snel klaar.

De andere vier lieten een ander beeld zien. Niels Verhaar werd door Ton Hertogs op het Wolga-gambiet getrakteerd. Een opening die niet in mijn repertoire zit. Natuurlijk weet ik dat zwart een pion offert en als compensatie twee openlijnen krijgt en een fianchettoloper die ook op de witte damevleugel gericht staat. Toch vond ik Niels best lekker staan en was het volgens mij een door Niels gemiste, maar wel te voorkomen, paardvork die hem de nederlaag bezorgde. Het zit Niels voor de tweede week achter elkaar niet mee, maar ik ben ervan overtuigd dat Niels zijn talent de volgende rondes zeker zal laten zien en dat hij met zijn openingskennis en steeds beter inzicht in structuren nog vele spelers een nul zal bezorgen.

Gayan den Hollander bespeelde Peter van der Borgts Alapin niet al te handig. Hij kwam in een soort houdgreep terecht, waarbij zijn dameloper en -toren zich niet konden verroeren en hij ook nog een pion achter stond. Die pion kon Gayan terugwinnen en het leek er even op dat hij zich kon ontworstelen (lees: de d-pion opspelen, zodat zijn loper eruit kon). Maar stond eerst een pion van Peter op d6 in de weg, nu was het Gayans paard. In die tijd die het kostte het paard te verzetten kon Peter een tactisch grapje inbouwen waarmee Peter weer een pion voor kwam en ook positioneel beter bleef staan. Vervolgens probeerde Peter niets tactisch meer, maar beperkte hij zich tot zijn betere stelling om te zetten in nog een pion meer en het volle punt.

Dan Dies Lokerse. Die verraste iedereen met 12…. 0-0-0-0!!!?? Inderdaad: uitroeptekens en vraagtekens. Die vraagtekens werden op een gegeven moment geuit door buurman Flip Meijaard, die zich afvroeg of er geen onreglementaire zet was gespeeld. En dat was natuurlijk zo: na de lange rokade komt de koning op c en de toren op d en niet op b resp. c. Beide spelers die blijkbaar in volle concentratie Dies’ zetfout over het hoofd hadden gezien, werden door de wedstrijdleider bij de les gehaald, de stelling werd terug gereconstrueerd en Dies mocht vervolgens kiezen uit vier koning zetten (0-0, 0-0-0, Kf8 of Kd8). Dies koos voor 0-0-0 (!!!, uitroeptekens, want wie rokeert er nu twee keer in dezelfde partij) om te vervolgen met ….. 13….. Kb8 en 14….. Tc8 (nee, dat verzin ik niet). Blijkbaar was de verwarring bij tegenstander Alexander van ’t Hoff zo groot dat hij vele zetten later materiaal achter kwam en zijn meerdere in Dies moest erkennen.

Of de aanstichter van de verwarring (Flip) hier ook door in verwarring was geraakt weet ik niet. Flip was bezig de toren van Freek Pruis te vangen, maar toen ik wat zetten later terugkwam bleek dat Freek Flips toren (tegen een stuk) had gevangen. Freek speelde het prima uit.

 


Ronde 8

12-11-2018

 

1 Wilco Krijnsen Wouter Bliek 0-1
2 Marko Burger Niels Verhaar 1-0
3 Peter van der Borgt Jan Capello 1-0
4 Ton Hertogs Herman Schoonakker 1-0
5 Krijn Saman Bram Boone 0-1
6 Gayan den Hollander Matthijs Schouten 1-0
7 Freek Pruis Piet van Boven 1-0
8 Jaap van Oosten Dies Lokerse 1-0
9 Alexander van ’t Hoff Dingnis Lokerse 1-0
10 Marius Leendertse Bye

GEEN REMISES

Uit de titel zou je kunnen afleiden dat geen enkele remise bijzonder is. Nou, dat valt wel mee. In de 3e en 5e ronde was dat ook het geval. Duidelijk is dat iedereen voor de winst gaat en niet al te snel genoegen neemt met een (afwikkeling naar) remise.

Marko Burger is de nieuwe leider, zowel in totaal als naar ratingwinst gekeken wordt. Hij wist Niels Verhaar te verschalken. Niels was zich erg bewust van de zwaktes in Marko’s stelling, maar mogelijk onvoldoende van de tactische mogelijkheden die Marko in de stelling had. Marko kwam een pion achter, maar die pion veroveren kostte Niels wel wat tempi. Marko liet (indachtig aan het hierna uitgelegde motto) pion b7 staan, terwijl die er afgehaald kon worden met een toren. Het motto is weliswaar “sla nooit op b7, ook niet als het goed is”, maar bedoeld wordt eigenlijk “slaan met de dame”. Marko vond het belangrijker zijn dame in de aanval te betrekken, dreigde de 7e rij te gaan bezetten met dame en toren(s), maar het was juist een loper op die 7e rij (Le7) die de doodsteek bleek.

Wouter Bliek is de nieuwe nummer twee door in een lang gevecht in de tijdnoodfase van Wilco Krijnsen te winnen. Met zwart kwam Wouter prima uit de opening, maar hoe weet je vervolgens een doorbraak te forceren in de stelling van Wilco, die doorgaans “degelijk” speelt en dat nu ook deed. Zwart had wel een duidelijk plan om met b4 de stelling open te gooien maar door de dichte stelling kostte het veel tijd om de juiste velden te vinden. Wilco kon de break niet tegen houden en moest later een kwaliteit geven om niet direct te verliezen. Zwart moest later een kwaliteit teruggeven maar dat leverde een extra pionnetje op en de witte koning kwam daardoor kaal te staan. Door het Fischer tempo kon zwart in het zware stukken eindspel wat heen en weer schuiven en de klok van bijna niks weer op 5 minuten krijgen. Het beslissende plan was daardoor te vinden en met een dame-offer kon Wouter de partij na 78 zetten beslissen.

Wilco en Niels staan nu op 3 en 4. Peter van der Borgt zien we pas terug op de 6e plaats (en met het grootste ratingverlies van alle spelers). Hij versloeg Jan Capello in het Schots Vierpaardenspel. Jan gaf met b6 (in plaats van d6) een belangrijk tempo weg, waarna Peter Jan kon terugdringen en in deze stelling (waarin Jan al niet jofel staat en net zijn paard van f6 naar g8 heeft moeten terugzetten)

 

Kon Peter met twee zetten een stelling op het bord toveren die Jan materiaal zou kosten. Ziet u welke zetten (Antwoord: onderin)?

Ton Hertogs kwam beter uit de opening dan Herman Schoonakker, won een pionnetje en stond ook positioneel beter. Toen Herman af zag van torenruil werd het een “kwestie van techniek” en dat was Ton wel toevertrouwd.

Krijn Saman stelde rokeren weer lang uit, had een aanval over de h-lijn, maar die aanval kreeg hij niet op gang en na Bram Boones h6 stelde die aanval niks meer voor. Waarschijnlijk had Krijn toen vol voor aanval over de e-lijn moeten gaan (op jacht naar Brams zwakke pion op e6), maar Krijn deed vooral wat planloze zetten. Omdat Bram wel een plan had (pion g3 winnen en met zijn toren binnen komen in Krijns stelling), werd Bram de terechte winnaar.

Matthijs Schouten liet een prima kans liggen om van Gayan den Hollander te winnen. Na een openingsfase waarin zelfs dame-offers tot de mogelijkheden hoorden, wikkelde Gayan helemaal verkeerd af: hij verloor twee pionnen en Matthijs had een ijzersterk loperpaar. Vervolgens kwam het erop aan de stelling (zwaktes en sterktes) goed te kunnen lezen. Dat “lezen” ging Matthijs niet goed af (toch nog een gebrek aan ervaring?) en hij maakte een paar verkeerde keuzes. Gayan kon opgelucht ademhalen en toch nog een (enigszins onverdiend) punt bij schrijven.

Over opluchting gesproken. Ook Freek Pruis was opgelucht. In de opening had hij geen problemen. Op puike wijze was hij een kwaliteit voor gekomen. Hij kon echter geen plan bedenken om verder te komen. Tegenstander Piet van Boven daarentegen wel. Eerst won Piet een pion terug, vervolgens kon hij door gebruik te maken van een matkans op de onderste rij een toren winnen. Piet vergat (misschien toch weer te snel spelen?) gewoon die toren van het bord te pakken en kwam in een eindspel terecht dat er nog steeds kansrijk voor remise uit zag, maar Piet bevestigde dat Freek zich toen herpakt had en het eindspel keurig uit speelde.

Van de partijen van Oosten – Lokerse (Dies) en van ’t Hoff – Lokerse (Dingnis) heb ik niet veel gezien. Dingnis deed weer zijn bekende (maar weinig nuttige) paardzetten (naar b4 en g4). In elk geval verloren de neven.

 

Partij Peter-Jan:

Peter speelde Pd5, waarna Jan wel Dd8 moest doen en toen kwam e6 en of Jan gaat mat (Dxf7) of verliest een toren (Pxc7). Jan speelde dxc6 en na Pxc7 verloor hij een toren. Dat paard won hij later (ten koste van een pion) wel terug en hij had ook nog allerlei trucjes in huis. Peter doorzag ze allemaal en toen er niets meer te schwindelen viel gaf Jan op.

 

 

 

 

 


Ronde 7

29-10-2018

 

1 Marko Burger Wilco Krijnsen ½-½
2 Peter van der Borgt Eric Clarisse ½-½
3 Wouter Bliek Krijn Saman 1-0
4 Jan Capello Bram Boone ½-½
5 Gayan den Hollander Ton Hertogs 0-1
6 Herman Schoonakker Jaap van Oosten 1-0
7 Matthijs Schouten Dingnis Lokerse 1-0
8 Marius Leendertse Freek Pruis 0-1
9 Dies Lokerse Piet van Boven 0-1
10 Alexander van ‘t Hoff Bye

 

SUPER MAT

Dat vond Piet van Boven zijn mat tegen Dies Lokerse. Bijzonder was het zeker, mede omdat Piet zich al enigszins tevreden had gesteld met remise. Dies speelde een prima partij, kwam een pion voor, verloor er twee toen Piet in het toreneindspel zijn torens goed opstelde en Dies’ zwakke dubbelpion op de e-lijn won. Dies ging toen echter actief met zijn torens om, wist Piets gevaarlijke a-pion te ruilen tegen een minder gevaarlijke pion en wist uiteindelijke na ruil van een toren weer een pion terug te winnen en in een eindspel van “K+T+2pi beiden” te belanden. Voor de stelling zie Schaakanalyse.

Freek Pruis won in de opening een stuk van Marius Leendertse en later de partij. Wilt u zien hoe dat allemaal ging: ziet u onder Schaakpartijen intern. Wilt u zelf een partij indienen voor de site: dat kan hier onder Uw Partij.

Matthijs Schouten had toen al gewonnen van Dingnis Lokerse, die een aanval op f7 niet kon pareren.

Krijn Saman doet het de laatste weken goed en mocht daarom de degens met Wouter Bliek kruisen. Toen Wouter met Pa4 de pion op c5 nog een keer kon aanvallen, ging die pion eraf en viel Krijns stelling als een kaartenhuis ineen. Wouter won en klimt zodoende weer wat.

Herman Schoonakker zette Jaap van Oosten klem op de damevleugel en ging vervolgens aanvallen op de koningsvleugel waar Jaap met het spelen van de g-pion naar g5 Herman een willig aanvalsobject had gegeven. Het kostte Jaap twee pionnen. Toch wist Jaap nog lang in de wedstrijd te blijven, maar Herman schreef uiteindelijk toch een 1 achter zijn naam.

Dat dachten de toeschouwers ook dat Gayan den Hollander ging doen. In de opening had hij Ton Hertogs een pion ontfutseld. Ton zette een tandje bij en zijn stukken werden heel actief. Gayan worstelde zich onder de druk vandaan maar gaf aan het einde een loper weg. Schaken is soms hard.

Dan waren er nog drie remises. Peter van der Borgt speelde weer remise tegen een Goesenaar en daar mocht hij erg blij mee zijn. Na remises tegen Herman (die op het slot in tijdnood niet zag hoe hij Peters stelling moest kraken nadat Peter de stand van zaken in het middenspel compleet verkeerd had ingeschat) en Wouter (een gedurfd dubbel-stukoffer bleek onjuist, maar Wouter zag het niet en kon niet voorkomen dat Peter de zetten kon herhalen) was nu Eric Clarisse aan de beurt. Peter behandelde Erics Pirc helemaal verkeerd (misschien een idee voor Peter om toch eens in een openingsboek te kijken) en mocht blij zijn dat Eric het daarna niet kon afmaken.

Ook de voormalige Scheldeschakers (die uit Wemeldinge) Jan Capello en Bram Boone kwamen remise overeen. Volgens uw verslaggever had Jan een voordeel (aanval op Brams zwakke f-pion), maar Bram zag het anders. Niet veel anders, denk ik, want Bram bood remise aan en Jan (die geen plan zag om gebruik te maken van dat voordeel) nam het aanbod aan.

De strijd om de eerste plaats eindigde onbeslist in een duel dat niet wilde ontbranden. Meest bijzondere was dat Marko Burger op een gegeven moment twee paarden aan de kant had (h2 en a4), maar dat bleek toch helemaal niet zo bijzonder te zijn, want op dat moment had Krijn (niet Krijnsen) een paard op h7 en h5. Toen er geruild werd op de c-lijn kwamen Marko en Wilco Krijnsen (niet Krijn dus) remise overeen. En dat was nog voordat de zangvereniging Thank you for the music had ingestudeerd. Voor de niet-ABBA-kenners: zie YouTube. En dan klinkt die van Agnetha (nee, niet de beheerder van Ons Dorpshuis) toch beter dan die van Crescendo.

 

 

 


Ronde 6

22-10-2018

 

1 Peter van der Borgt Wouter Bliek ½-½
2 Jan Capello Marco Baars 1-0
3 Herman Schoonakker Piet Bruys 0-1
4 Ton Hertogs Freek Pruis 1-0
5 Krijn Saman Marius Leendertse 1-0
6 Dies Lokerse Gayan den Hollander 0-1
7 Matthijs Schouten Alexander van ’t Hoff 1-0
8 Piet van Boven Dingnis Lokerse 1-0
9 Jaap van Oosten Bye

Dies en Dingnis Lokerse konden het niet bolwerken tegen Gayan den Hollander en Piet van Boven. Freek Pruis kwam een stuk tegen twee pionnen achter, maar die twee pionnen (die er niet meer waren dus) maakten de weg vrij om over de f-, g- en h-lijn een dodelijke aanval uit te voeren en dat was Ton Hertogs wel toevertrouwd.

Matthijs Schouten kwam een pion voor tegen Alexander van ’t Hoff. Alexander had alleen nog tegenkansen op de witte koningsvleugel en dan vooral een mataanval op g2. Door De7 te spelen gaf Matthijs schwindelkansen aan Alexander; gelukkig voor Matthijs benutte Alexander die niet optimaal.

Herman Schoonakker speelde zijn geliefde Engels. Welnu, of hij die opening erin houdt of dat het een Brexit wordt, weet ik niet. Wat ik wel weet is dat na Piet Bruys’ Pb4 Herman altijd een pion ging verliezen zonder compensatie. Piet nam het punt dan ook mee naar Bergen.

Marco Baars had een keer geen cursus, maar kreeg een tactisch lesje van Jan Capello. In de opening had Marco zich nog (weliswaar met kunst en vliegwerk) net kunnen redden tegen Jans aanval. En toen zwart kon afwikkelen naar een remisestelling speelde Marco h7-h5. Een zetje minder ver zou vele malen beter zijn geweest. Nu speelde Jan Pg5, Marco dwingend tot Te7 om vervolgens met het loperoffer Lxg6 Marco’s stelling aan gort te spelen. Jan op zijn best.

Peter van der Borgt deed een opportunistisch pionoffer met d5, had toen al offers in het hoofd (alleen op welke velden: e6, g7, h6 en met welk stuk: toren, paard of loper) en verraste Wouter met twee offers: eerst een toren toen een paard in de gedachte dat het altijd remise zou worden. Dat werd het ook, omdat Wouter het tweede offer aannam. Het rekenwonder liet echter zien dat niet aannemen van het tweede offer winnend zou zijn.

Krijn Saman had de hele partij de overhand. Tegenstander Marius Leendertse had weliswaar een loperpaar, maar dat was met afstand het zwakte loperpaar dat ik ooit gezien heb. Vraag was wel: kan Krijn er doorheen gekomen. Lang leek het antwoord “ja”, want een pion op d6 leek te kunnen doorlopen. Marius speelde, onder hoge tijdsdruk, echter gedurfd tegen, waarbij Krijn een paar keer een sterkere zet miste. Marius offerde een loper op g4 (alhoewel het eigenlijk geen echt offer was, maar juist pionwinst, want aanname zou Krijn de partij gekost hebben) en nadat de pion verorberd was zette Marius die loper op d7. Tsja, dan kan die pion op d6 niet naar voren. Pas toen Marius liet verleiden met die loper een schaakje te geven (Lh3) en vergat de loper meteen weer terug te zetten, bedacht Krijn zich geen moment en speelde d7, waarna Marius snel opgaf.

 


Ronde 5

15-10-2018

 

1 Eric Clarisse Marko Burger 0-1
2 Niels Verhaar Piet Bruys 1-0
3 Wouter Bliek Ton Hertogs 1-0
4 Marius Leendertse Peter van der Borgt 0-1
5 Freek Pruis Jan Capello 0-1
6 Gayan den Hollander Herman Schoonakker 0-1
7 Bram Boone Dies Lokerse 1-0
8 Alexander van ’t Hoff Krijn Saman 0-1
9 Jaap van Oosten Dingnis Lokerse 1-0

 

Jaap van Oosten en Dingnis Lokerse maakten er een Schots Vierpaardenspel van. Nadat Dingnis in de opening een gedurfd, maar o zo fout, stukoffer had gebracht, begon Jaap te stuntelen. Dingnis kwam terug in de partij, won zijn stuk terug, kwam een pion voor en wikkelde af naar een gewonnen toreneindspel. En toen haperde de motor: Dingnis wilde geen torens ruilen, Jaaps torens kwamen tot leven en beslisten de spannende partij.

Neef Dies Lokerse perste er ook al een goede partij-opbouw uit. Bram Boones Pg5 leek ernstig, maar met Ph6 konden alle dreigingen simpel gepareerd worden (ondanks dat Bram in de analyseruimte aangaf dat er dan ook toch echt iets was, maar hoe hij en de omstanders ook keken, het “lek” achter Ph6 werd niet gevonden). Dies speelde geen Ph6 en verloor alles.

Gayan den Hollander leek Herman Schoonakker van het bord te spelen, maar had zijn eigen koningsstelling veronachtzaamd. Toen Gayan zijn aanval geen vervolg kon geven, sloeg Herman hard terug.

Marko Burger steeg naar de tweede plaats door een zege op Eric Clarisse. Het was een voor mij moeilijk te doorgronden partij. Dus hou ik er mijn mond maar over.

Alexander van ’t Hoff en Krijn Saman speelden een erg symmetrisch Damegambiet. Toen de symmetrie doorbroken was, stond Krijn een stuk voor. Dat was voldoende voor de winst.

Bij Freek Pruis en Jan Capello vloog het bord in brand en bleek Jan de snelste brandweerman.

Over vuur gesproken: Marius Leendertse speelde met vuur door lang te rokeren. Had hij daarna g2-g4 gespeeld (en niet g2-g3) had hier het bord ook in brand gestaan. Nu kon Peter van der Borgt rustig bouwen aan een uiteindelijk niet te stuiten koningsaanval. Marius verzoende zich al met kwaliteitsverlies, maar Peter was uit op “meer” en zo werd het een ondenkbare mataanval.

Ton Hertogs offerde uit positionele overwegingen een pion. Om dezelfde redenen nam Wouter Bliek die pion niet aan. Er ontstond een eindspel met een (materieel) gelijke stand en 2 pionnengroepjes voor Wouter tegen 4 voor Ton. Net toen ik wilde gaan kijken hoe Wouter dit theoretische voordeel naar zijn hand zou zetten, had Ton al opgegeven.

Mooiste partij speelde Niels Verhaar die een mooi offer bracht en vervolgens zijn betere stelling prima uitspeelde, ondanks de stiekeme speldenprikjes die Piet Bruys gaf.

 


Ronde 4

01-10-2018

 

1 Wilco Krijnsen Niels Verhaar 1-0
2 Piet Bruys Eric Clarisse 0-1
3 Ton Hertogs Marko Burger 0-1
4 Jan Capello Wouter Bliek 0-1
5 Freek Pruis Peter van der Borgt 0-1
6 Bram Boone Gayan den Hollander ½-½
7 Dingnis Lokerse Dies Lokerse 0-1
8 Jaap van Oosten Krijn Saman 0-1
9 Piet van Boven Alexander van ’t Hoff 0-1

Black Rules!

Negen partijen: 7 keer winst zwart, 1 keer winst wit en 1 remise. Statistisch gezien kan het, maar dit zal dit seizoen niet meer vaak voorkomen. Drie keer verloor wit doordat een pion op h3 een aantrekkelijk hapje bleek te zijn.

Piet van Boven zei “cadeautje”, toen Alexander van ’t Hoff Le6 had gespeeld en Piet pakte met zijn paard de nu niet meer gedekte pion op e5. Het antwoord van de Bergenaar was Le6xh3 en Piets paard stond weer ongedekt en aangevallen na deze aftrekaanval. Niet erg natuurlijk, want na slaan op h3 was er sprake van een ruil. Piet kreeg een dame op g2 en daardoor aanval op Alexanders koningsstelling, maar Piets eigen koningsstelling lag net zo goed onder vuur. Alexander verleidde door een dame manoeuvre Piet tot wat paard zetten en na Alexanders ogenschijnlijk gedwongen en weinig logische dame wandeling (Df4-d2-a5-e5) stond Piets paard op e6 niet alleen aangevallen, maar kon het ook niet meer gedekt worden (Dg4) op straffe van Dh2 mat. Alexander kwam dus een stuk voor en liet zich nu niet meer de kaas van het brood eten.

Jaap van Oosten en Krijn Saman speelden de opening wel erg voorzichtig (in de eerste tien zetten allebei de a- en h-pion één stapje naar voren), waarbij ze anderzijds wel lopers op de koningsvleugel gericht hadden. Voor Jaap was dat dreigender, want die had al kort gerokeerd. Krijn zag zijn kans schoon en sloeg op h3. Toen Jaap niet terugnam, sloeg Krijn door op g2. Of dat goed was, weet ik niet; nu sloeg Jaap wel en moest Krijn bewijzen dat het gewonnen was. Of het bewijs waterdicht was, weet ik niet, maar Krijn won uiteindelijk wel na een heroïsch gevecht.

Marko Burger richtte zijn loper ook op h3 en meer dan dat: hij sloeg die pion er ook van af en kwam zo een pion voor tegen Ton Hertogs. Ton moest blijven verdedigen. Op een gegeven moment kwam Marko ook met zijn h-pion op stomen; die bereikte h3 ook en Ton kon kwaliteitsverlies niet voorkomen. Ondanks dat Ton twee pionnen terugwon, kon hij zijn stelling niet houden. Marko’s toren was daarvoor te sterk.

Peter van der Borgt dreigde (als je als zwart niet bang bent uitgevallen) ook te slaan op h3 of als je wat rustiger bent een pionnendoorbraak te forceren. Tegenstander Freek Pruis bracht paard en loper in stelling om dit tegen te gaan (en die stukken kwamen terecht op h2 resp. f1), maar die deden daar niet veel meer dan de dreigende aanval tegenhouden. Door wat ogenschijnlijk onbeduidende zetjes was Peter in staat zijn stukken naar de andere vleugel te brengen en kon hij een pion winnen. Nog steeds was accuraat spel nodig, maar na Freeks Db3 won Peter materiaal en gaf Freek op.

In de vijf andere partijen speelde h3 geen rol (geloof ik). Toch won zwart hier ook nog drie keer. De neven Lokerse maakten er weer een Lokerse-pot(je) van. Een aantal keren leek de stand op het bord op een probleemstelling (wit aan zet geeft mat in drie zetten, zoiets dus). Ik kon er geen chocola van maken, maar Dies won.

Jan Capello leek met wit helemaal niet op weg naar een nederlaag tegen Wouter Bliek. Jan dreigde mat, wat op zich eenvoudig gepareerd kon worden, maar wel leidde tot een relatief leeg bord. Wouter kon weliswaar een pion winnen maar het eindspel was nog niet zomaar even gewonnen. Jan vertrouwde er wel op dat zwart het kon afmaken en gaf op. Zodoende won er weer een “zwarte” speler.

Piet Bruys had een dame, Eric Clarisse twee torens. Een materiaalverhouding die op papier gelijk is, maar in de praktijk niet. En hier was dat ook zo: Piets stukken en pionnen stonden ongelukkig, die van Eric niet. Eric wist met twee lopers en een toren Piets koning naar een hoek te dwingen en toen hield Piet het voor gezien.

Gayan den Holander had het aantal zwart-zeges met één kunnen verhogen als hij in een niet zo simpel eindspel Tf3 had gespeeld. Dat deed hij nu niet en hij moest zich beperken tot herhaling van zetten, zodat Bram Boone weg kwam zonder blauw oog.

En dan, dan was er nog de partij van de verrassende koplopers. Niels Verhaar had inmiddels de scalp binnen van de “toppers” Bliek en Van der Borgt en was opeens de “te kloppen man”. En dat gebeurde ook. In een typische Wilco Krijsen partij (er lijkt weinig aan de hand te zijn) doet Niels logische zetten die Wilco’s stukken naar de juiste velden dwingt. Na het logische slaan op e4 volgt Lf5 en verliest Niels een pion. Vervolgens verdedigt Niels zich actief, gebruiken beide spelers veel tijd en in tijdnood denkt Wilco het juiste plan uit en ziet Niels in dat verlies onvermijdelijk is en verliest hij de partij.


Ronde 3

24-9-2018

1 Niels Verhaar Wouter Bliek 1-0
2 Eric Clarisse Jan Capello 1-0
3 Ton Hertogs Marius Leendertse 1-0
4 Dingnis Lokerse Freek Pruis 0-1
5 Gayan den Hollander Jaap van Oosten 1-0
6 Dies Lokerse Krijn Saman 0-1

 


Ronde 2

10-9-2018

1 Wouter Bliek Eric Clarisse ½-½
2 Wilco Krijnsen Ton Hertogs 1-0
3 Peter van der Borgt Niels Verhaar 0-1
4 Eric Dek Piet Bruys 0-1
5 Jan Capello Herman Schoonakker 1-0
6 Dingnis Lokerse Marius Leendertse 0-1
7 Krijn Saman Freek Pruis 0-1
8 Jaap van Oosten Alexander van ’t Hoff 1-0
9 Dies Lokerse Bye


LOPERS IN DE AANBIEDING!

 De spelers uit Kruiningen dachten blijkbaar dat ze verplicht waren mee te doen aan een reclamestunt: een loper weg geven.

Wilco Krijnsen was de enige Kruininger die hierover niet geïnformeerd was en hij deed niks in de aanbieding. Integendeel: in een degelijke partij speelde hij met vaste hand Ton Hertogs naar een nederlaag.

Van de andere Kruiningers was Krijn Saman de eerste die een loper weggaf. Dat was al in het eerste uur (“ik schaak als een zombie” waren Krijns woorden), die dan ook al snel op kon geven en met tegenstander Freek Pruis om een alcoholische versnapering kon, want analyseren van de partij was een vrij zinloze exercitie.

Vervolgens meende Eric Dek, die een fantastische stelling had opgebouwd tegen Piet Bruys, dat het tussenzetje van Piet (Pxe3) niet eerst beantwoord hoefde te worden. Eric sloeg een kwaliteit (die hij ook later nog wel gewonnen zou hebben) en zag dat Piet niet terugsloeg, maar een loper op f1 sloeg, want Erics paard op h8 kon toch nergens heen. Er ontstond een materieel gelijke stelling die door Eric niet naar remise gespeeld kon worden.

Dingnis Lokerse was de volgende: hij dacht met Dc3 een sterke zet te doen, maar dat was niet zo. Na Marius Leendertses Pd4 stond opeens een loper op e2 in en een paard op a4. Dingnis’ tegenactie was erg verrassend: c5-c6 met aanval op de dame van Marius. Voor Marius reden om loperwinst even uit te stellen en vervolgens te gaan winnen.

De laatste Kruininger die een loper in de aanbieding deed, was Peter van der Borgt. In een interessante partij die alle kanten op kon, was Le1 (met aanval op de dame op f2) de meest logische zet. Met Lb6 bereikte Peter hetzelfde; alleen kon de loper daar gewoon door een paard op d7 van het bord geslagen worden. Peter gaf meteen op en Niels Verhaar kon een mooie scalp mee naar huis nemen.

De partij om de eerste plaats tussen Wouter Bliek en Eric Clarisse eindigde in remise en die zag uw verslaggever niet aankomen. Na Erics Pxc3 ontstond er een dynamische stelling met (volgens de telling van Euwe) gelijke materiaalverhoudingen (kwaliteit voor Wouter tegen twee pionnen). Toch zag het er voor de (niet “in de partij zittende”) toeschouwer uit alsof Eric Wouter een nederlaag kon bezorgen. Wit besloot maar om de dame te geven tegen de dreigende paarden van Eric. Drie stukken voor de dame leek nog aardig maar wit moest direct een stuk geven tegen twee pionnen. Eric leek beter met dame tegen toren en loper maar hij offerde direct een kwaliteit om vervolgens met eeuwig schaak remise af te dwingen. Door deze remise werd Wilco Krijnsen koploper.

Alexander van ’t Hoff die vorige week Eric Dek in de opening verraste (maar het toen niet kon afmaken), werd nu in de opening door Jaap van Oosten op het hakblok gelegd. Jaap bleef rustig en maakte het in zijn eigen rustige stijl af.

Herman Schoonakker had de vorige week op het eind de betere papieren tegen Peter van der Borgt, maar kwam er nu niet echt aan te pas tegen Jan Capello. Net toen Herman dacht alle matdreigingen te hebben opgelost, werd hij in deze stelling

verrast. Ziet u na welke zet Herman meteen kon opgeven? Het antwoord wordt met liefde volgende week gegeven op de clubavond.


Ronde 1

3-9-2018

1 Wouter Bliek Bram Boone 1-0
2 Herman Schoonakker Peter van der Borgt ½-½
3 Eric Clarisse Gayan den Hollander 1-0
4 Freek Pruis Wilco Krijnsen 0-1
5 Marko Burger Matthijs Schouten 1-0
6 Krijn Saman Ton Hertogs 0-1
7 Niels Verhaar Jaap van Oosten 1-0
8 Alexander van ‘t Hoff Eric Dek 0-1
9 Piet Bruys Piet van Boven 1-0
10 Dies Lokerse Jan Capello 0-1
11 Dingnis Lokerse Bye


De kop is eraf!

De eerste ronde kenmerkt zich door een Zwitserse indeling: van de 20 spelers (er waren er eigenlijk 21 dus kreeg Dingnis Lokerse helaas een oneven achter zijn naam) speelde de nummer 1 op rating tegen de nummer 11 enzovoorts. Dan zullen alle partijen wel snel klaar zijn geweest. Nou, nee dus.

De (op papier) betere spelers moesten meestal stevig aan de bak. Competitieleider Jan Capello was als eerste uit. Dies Lokerse opende nog wel goed, maar in het middenspel ging het – zoals wel vaker – mis. Bij Matthijs Schouten ging het juist mis in het eindspel. Nu waren hij en tegenstander Marko Burger daar wel snel in terecht gekomen, vooral door toedoen van Matthijs. In een cruciale fase deed Matthijs twee keer een verkeerde keuze door te rokeren (wat met zo weinig materiaal op het bord niet nodig was) en door het plan om zijn paard naar d7 te spelen af te wijken. Marko was er als de kippen bij om dit af te straffen, niet alleen door een pion te winnen, maar door de ongelukkige positie van Matthijs’ torens en de prima positie van die van Marko (7e rij en c-lijn waren in Marko’s bezit) Matthijs moest daardoor de witte vlag strijken.

Piet Bruys is weer terug van weggeweest en mocht tegen Piet van Boven. In het middenspel had Piet (van Boven) zijn moment van onoplettendheid en verloor een stuk. Piet (Bruys) liet niet meer los en nam het volle punt mee naar Bergen op Zoom.

Het leek er (voor uw verslaggever) op dat Freek Pruis en Wilco Krijnsen op remise afstevenden. Toen de stukken in de doos gingen, bleek dat echter niet de uitslag te zijn. In het eindspel had Freek onbedoeld een toren weg geblunderd (was het misschien het Torentje van Rutte, Freek?).

Door een ongelukkig studierooster beginnen de partijen van Niels Verhaar komende maanden iets later. Hijgend kwam Niels binnen om vervolgens wat zetten te doen en een sigaret te gaan roken (tsja: er zijn meer verslavingen dan schaken). Niels deed goede zetten, Jaap van Oosten moest zich verdedigen en deed dat, zoals we dat van Jaap kennen, “taai”. Niels keek dreigend met zijn witte loper vanaf g2 over de diagonaal en vervolgens kon hij ook nog een onaantastbaar paard op e4 zetten. Toen Jaap de stelling wilde versimpelen met Dd5 (en een aanbod tot dameruil), sloeg Niels toe met (de slimme lezer ziet hem al aankomen) Pf6+. Dit paard gaat verloren en Niels’ loper op g2 ook, want die pakte de dame op d5.

Krijn Saman pakte de opening energiek aan met h4 en g4. Ton Hertogs kon echter lang rokeren en omdat Krijn nog niet gerokeerd had, was Krijn gedwongen allerlei zetten te doen die je eigenlijk niet wilt spelen. Toch kon Krijn nog lang alles drooghouden. Toen hij echter Tons toren op d2 binnen liet komen, ging het rap mis.

De verrassing van de dag leek van Alexander van ’t Hoff te komen. Tegen Eric Dek was hij een stuk voor gekomen. Eric zat duidelijk niet in de wedstrijd. Alexander kon aardig wat afruilen, maar het stokte bij een stelling van allebei 5 pionnen, een toren en een loper waarin Alexander een paard als bonus had. Alexander begon langzaam de grip te verliezen. Eric kreeg een a-pion die op termijn misschien vervelend kon worden, hij dreigde het op de koningsvleugel vast te zetten. Allemaal niet erg en toen Alexander de torens kon ruilen, leken zijn problemen opgelost en moest hij er alleen voor zorgen dat hij nog een pion over hield om te winnen. Wat er gebeurd is, weet ik niet. Begon het te knagen dat hij een paar keer (terecht) Erics remise-aanbod had geweigerd, werd hij moe, baalde hij dat hij de trekker maar niet kon over halen. Ik weet het niet, maar plots was hij zijn bonusstuk kwijt en besliste die vermaledijde a-pion de partij in Erics voordeel.

De andere Eric (Clarisse) moest ook opletten. Gayan den Hollander deed in het Hongaars alles anders dan de theorie voorschrijft. Hij was bijna gedwongen tot een paardoffer, maar daardoor was Eric bijna weer gedwongen een loper te offeren en ontstonden er koffiehuisschaakachtige stellingen. Eric kwam weliswaar een pion voor, maar Gayan behield dreigingen (Eric overigens ook) en uiteindelijk was het niet goed in het spel kunnen brengen door Gayan van een toren de genadeklap.

Ook kampioen Wouter Bliek had het niet makkelijk. Hij had zijn tijd hard nodig en zat op zet 30 onder de 5 minuten en een paar zetten later schommelde die tijd tussen bijna niks en 2 minuten. Wouters partijopzet was op zijn minst origineel te noemen: vooral pionzetten, rokeren op zet 25 (Bram had dat 21 zetten eerder al gedaan). 11 pionzetten in de eerste 16 zetten is toch wel wat ongebruikelijk. Door die vele pionzetten kwamen de zwarte stukken wel in de knel en moest zwart eigenlijk wel een stuk tegen 2 pionnen geven. Dat deed Bram ook direct en kreeg daarvoor ook een ontwikkelingsvoorsprong. Na flink ruilen kwam er een eindspel waarbij beide spelers een pion op de zevende rij hadden. Ook hadden beiden het promotieveld van de ander gedekt met een loper. Wit had echter een actieve koning en een paard voor 3 pionnen en dat bleek beslissend. Wit promoveerde en dat deed zwart ook, alleen de zwarte vorst  zat direct in een matnet en op de 63e zet was het mat.

Houden we de runner-up van vorig seizoen nog over: Peter van der Borgt. In de opening had hij door wat slim gemanoeuvreer een pion veroverd, maar de afwikkeling daarvan werd zo onhandig gedaan dat Herman Schoonakker veel tegenkansen had. In combinatie met Peters tijdnood wilde Peter wel dames ruilen, waar Herman niet op in ging. Herman kwam dicht bij de winst, zowel op het bord, als op de klok (Peter had een keer zeven miezerige seconden over), maar het eindigde in het 5e speeluur tot remise door herhaling van zetten. En zo was Peter de echte verliezer van deze ronde en heeft Herman qua remises een betere start dan vorig jaar (toen had hij er namelijk nul over het hele seizoen).

(Peter van der Borgt)