DZD A – 1e klas avond


05-11-2018

 

EINDSPELTECHNIEK EN AVONDCOMPETITIETEMPO GAAN NIET GOED SAMEN

De derby tegen Goes B stond op het programma. Drie partijen belandden in het eindspel. Eentje niet. Peter van der Borgt speelde (met wit) de Ruilvariant van het Frans. Volgens de boeken is dat “weinig ambitieus”, “ben je met remise tevreden”, “is het saai” enzovoorts. Ik vind het een heerlijke opening. Het leidt tot open spel, waarbij theoretische kennis niet zo relevant is.

Tegenstander Rinus Burgerhoff kwam niet goed uit de opening en moest veel tijd investeren om niet al ruim voor de 20e zet te verliezen. In de volgende stelling

had Peter net 19. Pg3 gespeeld en Rinus zag zijn kans schoon om (met nog weinig tijd op de klok) dameruil proberen af te dwingen en speelde Dg5 en trapte zo met open ogen in de val die Peter had uitgezet. Ziet u de val en snapt u dat Rinus na Peters 22e zet opgaf? Antwoord: volgt later.

Zo kwamen we met 1-0 voor en ondanks dat we op elk bord minder ratingpunten hadden, zag het er goed uit: Ton Hertogs stond fantastisch tegen Erwin Kloosterman. Erwin had bijna geen tijd meer en lag in een houdgreep. Rinus den Hollander en Hans Welten hadden allebei weinig tijd in een stelling die in evenwicht was. Willy Meulblok had zetten lang minder dan een minuut, in een stelling met een pion minder en weinig tot geen compensatie.

Ton koos voor een (praktisch gezien) onhandig plan: hij ruilde van alles af, zodat Erwin los kwam uit de houdgreep. Ton dacht met zijn koning naar de damevleugel te kunnen lopen en dan het eindspel te winnen, maar dat was een volstrekt verkeerde inschatting. Erwin kon een pionnendoorbraak forceren en wat Ton ook probeerde: er zou altijd een pion promoveren. Zo werd het 1-1.

Rinus ging in het eindspel ook in de fout en verloor een pion. Gelukkig was Hans’ eindspeltechniek ook niet fabuleus, want hij zag de weg naar de winst niet. Gelukkig waren er zijn twee (reeds uitgespeelde) team-maten die hem uitlegden hoe het wel had gemoeten. Beide teams anderhalve punt dus.

Dan het laatste bord dat nog bezig was, bord 1. Remco van de Braak dacht waarschijnlijk dat hij na heel wat geruil met zijn a-pion langzaam naar a8 te kunnen opstomen. Willy had echter een vileine tegenactie. Hij offerde zijn paarden voor pionnen en ruilde de laatste witte pion af, zodat Remco mocht bewijzen dat K+L+P tegen K Alleen binnen de 50 zetten te winnen is. Dat lukte Remco niet. Nu kwam Remco regelmatig onder de minuut en ging Willy’s tijd langzaam maar zeker omhoog naar meer dan tien minuten. Toen Remco ergens in de 40e zet (zonder pion- en slagzetten) zag dat hij Willy niet (op tijd) in een wit hoekveld kreeg bood hij remise aan, wat hij volgens mij ook had kunnen claimen.

Toevallig had ik het een paar weken geleden met Eric Clarisse over dat ik ook niet met alleen een loper en paard mat zou kunnen zetten. Dat was toen reden voor Eric om me wat confronterende video’s te sturen. Met toestemming van Remco neem ik die nu hier ook maar op, zodat Remco ziet hoe “simpel” het is: zie LINK. Als troost voor Remco: deze dame (echt geen slechte speelster) kon het niet, zie deze LINK.

Kortom: drie eindspelen eindigden anders dan verwacht c.q. nodig zou zijn geweest bij goed spel (alhoewel bij Rinus en Hans er weer wel de “verwachte” uitslag uit kwam).

 

Uitslag:

DZD A 1770 Goes B 1887 2 2
Meulblok 1891 Van de Braak 1948 0,5 0,5
Van der Borgt 1877 Burgerhoff 1920 1 0
Hertogs 1698 Kloosterman 1857 0 1
Den Hollander 1615 Welten 1822 0,5 0,5

 

O ja: wat was die val van Peter nu? 20. f4, Dh6 21. Pf5, Dh5 22. g4 en de dame is gevangen!
=================================================================================================================

Hier het verslag van SV GOES..

Verslag: Hans Welten

Deze keer kon Remco door Zuid-Beveland toeren om iedereen op te halen. Nadat hij zijn parkeerkunsten had vertoond konden we in het Dorpshuis beginnen. Op de website van De Zwarte Dame staat al een prima verslag, zie: https://dezwartedame.nl/?page_id=832#Ronde-3 . Het werd een zwaar bevochten gelijk spel, waar beide teams de winst had kunnen pakken.

De Zwarte Dame A 1768 Goes B 1880 2 2
1 Willy Meulblok 1894 Remco van de Braak 1952 0.5 0.5
2 Peter van der Borgt 1860 Rinus Burgerhoff 1923 1 0
3 Ton Hertogs 1698 Erwin Kloosterman 1836 0 1
4 Rinus den Hollander 1620 Hans Welten 1810 0.5 0.5

Aanvankelijk stond Remco goed, Rinus minder op tijd en op stelling, Erwin verdacht en ik was de boel bij elkaar aan het houden.

Rinus kwam in een mindere stelling in tijdnood. Op de website van de De Zwarte Dame is de stelling op het beslissende moment te zien waarbij Rinus zijn dame verliest. Je kunt dit daar zelf bekijken. Overigens vind ik de Ronde shortcuts op hun website een fantastisch idee. Niels, kan je plagiaat plegen?

Erwin had een Benkö-gambiet achtige structuur. Ik weet niet eens of die opening werd gespeeld, maar ik zag allemaal voordelige kenmerken voor de zwarte stelling. Meer dan afwachten op de genadeklap kon Erwin niet doen. Na afruil van alle stukken verkreeg Erwin echter een prachtig pionneneindspel dat hij zorgvuldig en meedogenloos naar winst voerde.

Nog voordat er ergens een beslissing was gevallen had ik al een eerste remise aanbod ontvangen. In een open stelling dreigde van alles, maar vooral van wit die op enkele momenten het beter had kunnen doen. Gelet op de stellingen van Rinus en Erwin was van aannemen van het aanbod desalniettemin geen sprake. Uiteindelijk resteerde een eindspel met allebei loper en paard en pionnen op beide vleugels. Na wat geschuif wist ik een pion te winnen, maar hiervoor moest ik mijn loper afruilen tegen zijn paard en verkreeg Rinus een gedekte vrijpion. Gelet op de theoretisch gewonnen stelling van Remco deinsde ik nu terug om al te grote risico’s te nemen en wilde eerst tegenspel voorkomen, maar het afwachtende spel leidde tot niets anders dan remise. Na afloop (en zeker ook in de analyses thuis) bleek ik wel degelijk goede kansen te hebben gehad, het paard was in deze stelling sterker dan de loper.

Remco speelde fantastisch tegen Willy. Hij bouwde zijn voordeel verder uit. En begon op te stomen met zijn a-pion om deze te laten promoveren. Willy pakte echter zijn meest praktische kans en offerde twee stukken voor alle pionnen van Remco. Hierna haalde Remco alle pionnen op en kon hij de kroon op zijn partij zetten door het theoretisch gewonnen eindspel met loper en paard binnen de tijdslimiet van 50 zetten te winnen. Ik neem aan dat iedereen weet dat dit moet worden voltooid in de hoek die de loper bestrijkt. De winstvoering vergt ongeveer 30 zetten. De winstvoering vinden als je niet weet hoe het moet is echter lastig. Zeker in de extra tijd waarin Remco was beland, regelmatig

had hij 3 seconden over toen hij een zet uitvoerde. Toen Remco de koning uit de verkeerde hoek aan het drijven was dacht ik dat hij wist hoe het moest, maar dat was verkeerd ingeschat. Remco kwam niet verder en berustte in remise.

 

 

 

 


12-10-2018

 

DRIE KEER WINST IN SAS VAN GENT

HWP A had de eerste wedstrijd in de Eerste Klasse van de Avondcompetitie verloren. Omdat degradatiekansen groot zijn (behalve voor de nu al zekere kampioen – Goes A of Souburg A) doordat nummer 9 zeker en nummer 8 mogelijk er uit vliegt was de verwachting dat HWP A thuis op volle oorlogssterkte zou zijn.

Uw verslaggever was een midweekje met hond en echtgenote in een strandhuisje, had daar prima weer, maar de nachten waren verschrikkelijk. Immers, ik mocht op bord 1 en zou daar ongetwijfeld Kees Nieuwelink tegen komen, een speler die compromisloos op winst speelt en alles kent als het maar met 1. e2-e4 begint.

Nu speel ik die zet al sinds ik kan schaken (inmiddels 55 jaar geleden leerde ik het als vierjarige van een buurjongetje). Eerste gedachte is: ik speel iets anders dan e4. Maar die gedachte wierp ik snel van me af. Ooit speelde ik g4 als openingszet (okay, je kan natuurlijk een wat gebruikelijker alternatief voor e4 kiezen) en Kees de Wolf veegde mij van het bord af.

Tweede gedachte: die Nieuwelink is ook maar een mens, is ook (net als ik dus) op zijn retour, die haalt varianten door elkaar (dus is het niet erg dat ik helemaal geen varianten ken), ik heb wit, dus ik win. Die gedachte vervloog nog sneller met mijn rampzalige eerste vier zetten tegen Mark Paul (een Nieuwelink-achtige speler) in de eerste wedstrijd in 4F in mijn achterhoofd.

Dan toch maar e4, e5, Pf3, Pc6 spelen. Ponziani heb ik na een verschrikkelijke pandoering door Jos van der Kaap geschrapt en komt dus niet in aanmerking. Italiaans dan? Nee, hij zal wel de Traxler-variant spelen. Spaans? Och nee, hij zal het wel met f5 beantwoorden. Schots dan maar. Dat is per slot van de rekening een gambiet (Dh4 door zwart en wit verliest een pion) en dat zal hij niet willen. Deze gedachte zorgde er de eerste nachten voor dat ik toch nog redelijk makkelijk in slaap kwam.

Tot donderdagnacht. Hij speelt natuurlijk op de 2e zet geen Pc6; hij speelt f5, het Lets Gambiet. Dat is zo’n opening waarvan “in de boeken” staat dat die opening in “de serieuze grootmeesterpraktijk niet voorkomt”. Maar, wij spelen in de ZSB, onderbondsniveau, smokkelaars tegen boeren. Daar kan zo’n opening natuurlijk wel gespeeld worden. En wie anders dan Kees Nieuwelink durft dit aan?

Mijn kop werd een wir-war van varianten: die pion op f5 gewoon nemen? Nee, natuurlijk niet, dat wil hij nu juist. Een rustig zetje (d3, Pc3)? Dan geef ik ook toe. No way. Iets als Pxe5 of Lc4? Dat is natuurlijk vragen om moeilijkheden. Maar na een doorwaad eerste nachtelijk uur was dit wel mijn conclusie: ik sla op e5. Kon ik daarna de slaap vatten? Natuurlijk niet. Ik zag namelijk ook al het korte, doch vlijmscherpe, verslag van Nieuwelink op de HWP-site: “ik speelde tegen Peter van der Borgt, die in de negorij Kruiningen waarschijnlijk de status heeft van een verdienstelijk schaker, maar die 15 hopeloze en hulpeloze zetten lang liet zien het schaakspel voor geen sikkepit te begrijpen en die status absoluut niet te verdienen. Al voor de 20e zet gaf hij, van zichzelf walgend op een manier waar Joey Grochal nog veel van zou kunnen leren, de partij op”.

Met nauwelijks slaap in de benen liet ik vrijdagmorgen de hond uit, berustend in het feit dat ik die avond vooral chauffeur zou zijn met als belangrijkste doel Ton Hertogs en vader en zoon Den Hollander veilig in Sas van Gent en terug te krijgen.

Hoe anders bleek alles bij aankomst in Sas van Gent te zijn. Men had helemaal geen 2000-plus kanonnen opgesteld. Geen Nieuwelink, geen Van Rij, geen Vandewynkele, zelfs geen Den Hamer.

Op bord twee speelde William Baeten, die de Orang Oetan speelde, een opening die nauwelijks serieuzer is te nemen dan het Lets Gambiet. Ton Hertogs reageerde niet op het provocatieve b4. Baeten maakte vervolgens zijn rating van bijna 1600 niet waar door een onbegrijpelijk plan te kiezen en Ton de mogelijkheid tot pionwinst te bieden (die Ton pas een zet later zag) en het slaan door Ton van die pion zo afwikkelde dat Ton een kwaliteit en een pion voor kwam.

Bij de onzen maakte Gayan den Hollander zijn rating niet waar door de opening compleet verkeerd te behandelen. Hij kwam een pion achter, zonder enige compensatie. Vervolgens ging tegenstander Ranco Boogaard echter enorm in de fout en kreeg Gayan een stuk de schoot in geworpen.

De andere partijen kenmerkten zich door redelijk normale zetten en gelijke stellingen. Mijn tegenstander, André Galle (met het t-shirt met de grappige tekst “Awesome means Breath. West Flemish for Beginners”) bood na 13. 0-0 remise aan. De volgende zet zou ik een pion winnen. Normaal gesproken had ik dat remiseaanbod niet aangenomen, nee, ik zou het genegeerd hebben. Maar nu, arme teamleider, arme voorzitter, moest ik natuurlijk mijn voorbeeldfunctie waar maken. Aannemen van het aanbod zou bijna zeker de teamwinst betekenen (Ton en Gayan stonden immers ruimschoots gewonnen). Ik nam het niet meteen aan, want de kwaliteit van de zetten in beide partijen (die van Ton en Gayan) was zodanig dat ik een nieuwe verrassing (lees: mispakken door één van de onzen) niet onwaarschijnlijk achtte. Gelukkig bleek die verwachting niet uit te komen en na 25 minuten het remiseaanbod in beraad genomen te hebben moest ik het wel aannemen: 2,5e punt was binnen. Overigens geeft mijn engine ook maar een klein plusje (+0,42) aan als ik die pion zou pakken. Conclusie is wel dat de partij dus niet “awesome” en ook niet “awesome-benemend” was.

Dat Rinus den Hollander en Manuel Colsen daarna ook nog remise overeen kwamen (stelling was ook remise) kan alleen nog interessant zijn op het eind van de competitie als bij gelijk eindigen bordpunten een rol gaan spelen.

HWP A 1583 DZD A 1657 1 3
Galle 1949 Van der Borgt 1860 0,5 0,5
Baeten 1582 Hertogs 1698 0 1
Colsen 1570 R. den Hollander 1620 0,5 0,5
Boogaard 1231 G. den Hollander 1448 0 1

De aandachtige lezer vraagt zich nu af waar die titel (drie keer winst) op slaat:

  1. Winst op HWP A
  2. Nederland – België (borden 1 en 2): winst voor Nederland
  3. Holland (ze zullen toch niet voor niks Den Hollander heten) – Zeeuws Vlaanderen (borden 3 en 4): winst voor Holland