DZD A – 1e klas avond


18-03-2019

DZD A VEILIG

We stonden 8e, voorlaatst dus. En dan sta je in de gevarenzone, want als je op die plek eindigt, moet je een promotie-degradatiewedstrijd spelen. Dit keer tegen de sympathieke Tholenaren van DEZ. En sympathiek of niet: we hebben geen zin in zo’n beslissingsmatch. Dus moest er gewonnen worden van Middelburg A. We zouden dan stijgen naar plek 5! En dat niet alleen: het is dan theoretisch alleen mogelijk als 8e te eindigen als Middelburg A de laatste ronde van Souburg A tenminste twee bordpunten weet af te snoepen en wij van Zierikzee A verliezen. Dat laatste is goed mogelijk, dat Middelburg A twee bordpunten pakt van Souburg A is veel minder waarschijnlijk.

Kortom: de 18e maart moest het gebeuren. Uw verslaggever heeft, op zijn eigen partij na, weinig van de andere potjes gezien. Wel was het zo dat de vier topbordspelers een geweldige zaterdag achter de rug hadden. Marcel Nellen en Maarten Westerweele hadden gewonnen van 2000+ spelers en onze Wouter Bliek en Willy Meulblok hadden ook gewonnen waardoor we (DZD 1) knap 4-4 speelden tegen De Raadsheer 1 uit Zundert.

Willy had zaterdag Frans tegenover zich gehad. Nu moest hij met wit tegen Maarten Westerweele, een (schaaktechnisch gezien) francofiel eerste klas. Weer Frans dus en voorzover ik het kon beoordelen kwam Willy beter uit de opening. Ik zeg “voorzover ik het kon beoordelen”, want aan bord 4 kreeg ik ook Frans tegen en weer bleek dat ik verdomd weinig van openingen snap. Na mijn 4e zet had ik al door dat ik een paar varianten door elkaar had gegooid. Mijn plan was toen mijn tegenstander tot een opmars met zijn c-pion te verleiden, waarna pion d5 zwak zou worden en uiteindelijk zou vallen. En warempel: uiteindelijk gebeurde dat ook, maar tot vlak voor dat moment had mijn stelling er niet zo goed uit gezien.

Van de partij van Wouter had ik niet veel mee gekregen, behalve dan dat (als ik het tenminste goed gezien heb) Wouter een variant speelde die is vernoemd naar een Oost-Europese hoofdstad (omdat ik die openingen qua tenaamstelling altijd door elkaar haal, noem ik hem niet). Rinus den Hollander zat naast me en Rinus kwam niet lekker uit de opening en kwam ook nog in tijdnood (maar dat is normaal voor Rinus), maar zijn tegenstander (Paul Koster) ook en nog een beetje erger. Zelfs zo erg dat hij onder de minuut terecht kwam en de stelling in zijn voordeel was, maar ook complex. Ik zat dan ook te wachten totdat Rinus winst claimde doordat de vlag zou vallen. Dat gebeurde ook; alleen was het de vlag aan Rinus’ kant van de klok.

Willy had toen zijn knap gespeelde partij al tot winst gevoerd. Dus was het 1-1. Ik was in een gewonnen stelling beland (ik had namelijk pion d5 gewonnen en zwarts sterke loper afgeruild), maar wel met heel weinig tijd en door de open stelling met blunderkansen. mijn tactiek was dan ook simpel: op tijd mijn zetten doen, niet op creatieve wijze proberen te winnen, gezonde zetten doen en wachten op de uitslag bij Wouter. Wint Wouter dan meteen remise aanbieden en de teamwinst binnen halen. Bij remise of verlies van Wouter: op winst blijven spelen. Blijkbaar ging bij Wouter Marcel Nellen in tijdnood in de fout. Mijnremiseaanbod was dus “verplicht”. Dat Aart Kogeler het aannam. Maar ik was er wel blij mee, want zo hebben we ons weer voor een jaar Eerste Klas geplaatst.

DZD A 1844 Middelburg A 1808 2,5 1,5
Bliek 1970 Nellen 1867 1 0
Meulblok 1890 Westerweele 1841 1 0
Den Hollander 1623 Koster 1832 0 1
Van der Borgt 1894 Kogeler 1692 0,5 0,5

 


22-02-2019

Goes A te sterk

Door een misverstand waar een vervelende reden aan ten grondslag lag, hadden we maar drie spelers. Vervelend voor Goesenaar Louis Nieuwenhuijse, maar gelukkig kon die een interne partij spelen. De andere drie Goes-spelers hadden ratings die de 2100 overschrijden. Als je dan begint met 1-0 achter en Peter van der Borgt speelt een inferieure opening, tenminste dat kwam uit een thuisanalyse van tegenstander Jos van der Kaap, dan begin je dus eigenlijk met 2-0 achter. Toch weet Peter uit partijen tegen Jos een positief element te halen. Na de vorige slachtpartij speelt Peter met wit geen Ponziani meer (mensen die zich dus op mij voorbereiden – wie zou dat doen? – kunnen partijen die op het wereldwijde web te vinden zijn en waarin ik Ponziani speelde gewoon overslaan). Na deze partij blijft Peter deze variant van het Siciliaans spelen, want niet iedereen heeft zich er zo in verdiept als Jos en in de analyse gaf hij aan hoe ik het beter had kunnen doen (op zet 9), waarna alleen bij goed spel van wit nog steeds een stelling resteert waarin zwart (volgens “het ding”) op min 0,5 staat of zo.

Rinus den Hollander speelde volgens mij best een aardige partij tegen Sven Stange. Sven had een sterk paard op a5 en Rinus een zwakke loper op g2. Dat moet je wel zien en spelers als Sven zien dat. Toen Rinus wilde afwikkelen, had Sven een vervelende tussenzetje (Pg4) wat Rinus had kunnen beantwoorden met een net zo vervelend tussenzetje (Lh3). Dat deed Rinus niet en toen was het “pats pats pats boem kwaliteit achter en hopeloze stelling” en ook een 0 voor Rinus. Nu zou uit het voorgaande, in combinatie met de analyse op de site van Goes, de indruk kunnen ontstaan dat Rinus is weg gespeeld en dat is zeker niet zo.

Dan de partij (nee, de man) waar (zoals altijd) alles omdraait: Grochal tegen Grochal. Voor de technische analyse verwijs ik naar svgoes. Ongetwijfeld zal Joey op die site nog een verhaal over het toernooi in Frankrijk zetten. Maar voor degene die niet kunnen wachten: Hij eindigde op een mooie ex aequo 6e plaats, zie echecs.asso.

Als het tegen een (op papier) zwakkere tegenstander is, heb je altijd het idee dat Joey tegen zich zelf speelt in plaats van (in dit geval) Eric Clarisse. In de analyse kent Joey dan ok alleen de smaken “straal verloren” en “straal gewonnen”. Hij zal ook wel de smaak “potremise” kennen, maar blijkbaar heeft de partij tegen Eric nergens die status behaalt. Voor alle anderen in het Bowlingcentrum was de partij Clarisse – Grochal vooral interessant. Joey had zijn loper op c8 tijdelijk gedegradeerd tot pion. Aan de andere kant had Eric een koningsstelling die makkelijk aan te vallen leek en een pion op e5 die moeilijk verdedigbaar leek. Even ter nadere informatie: dat was zoals ik het zag, die knuppel die op bord 2 keihard van het bord werd gespeeld. Mijn analyse komt niet verder dan: het zag er “eng” uit voor Eric, maar als hij weet te vereenvoudigen, staat hij ver voor in ontwikkeling en dan kan hij voor winst gaan spelen. Zo gebeurde het ook; dat het op het eind eenvoudig gewonnen was voor Eric, zag ik ook niet direct. En dan snap ik de remise ook wel weer.

 

Goes A 2214 DZD A 1779 2,5 0,5
Grochal 2317 Clarisse 1821 0,5 0,5
Van der Kaap 2190 Van der Borgt 1894 1 0
Stange 2134 Den Hollander 1623 1 0

 

 


21-01-2019

 

DZD A VERLIEST MET 7-1 VAN SOUBURG !

Huh!? Rekenen we opeens op zijn “dammers”: 2-0 voor een zege en 1-1 voor een remise? Nee hoor. Maar op 21 januari verloor het A-team met 4-0 van Souburg A en twee weken eerder met 3-1 van Souburg B.

Met het verslag van onze 4-0 pandoering tegen Souburg A zou ik kort kunnen zijn: zie verslag van René Tiggelman. De goede lezer zal daaruit kunnen destilleren dat drie DZD-ers eigenlijk best een redelijke partij speelden, maar dat het ratingverschil gewoon te groot was. En ik kan het alleen maar met de uienhandelaar eens zijn, alhoewel het cijfermatige resultaat natuurlijk om te huilen is. Ongetwijfeld had een Grochal haarfijn kunnen uitleggen dat Verhaar misschien zelfs had kunnen winnen en Van der Borgt en Hertogs makkelijk remise hadden kunnen maken. En ook dat zal wel kloppen, maar de conclusie is ook simpel: we zijn gewoon een stelletje schuivers. Meer niet.

Tegen Souburg B met een veel beter team waren we zelfs nog minder dan een stelletje schuivers. Wouter Bliek en Willy Meulblok sleepten nog wel een remise uit het vuur, maar Peter van der Borgt verloor kansloos van de ZSB-voorzitter en Ton Hertogs wist een straal gewonnen stelling niet te winnen, nee, zelfs nog te verliezen.

Kort en goed: plots zitten we toch weer in degradatienood.

 

DZD A 1706 Souburg A 2083 0 4
Van der Borgt 1877 Tiggelman 2163 0 1
Hertogs 1698 Hekhuis 2084 0 1
Den Hollander 1615 Bosters 2102 0 1
Verhaar 1632 Westerweele 1981 0 1

 


7-01-2019

 

DZD A 1851 Souburg B 1722 1 3
Bliek 1937 Henderikse 1894 ½ ½
Meulblok 1891 Schoor 1736 ½ ½
Van der Borgt 1877 Vermue 1660 0 1
Hertogs 1698 Tiggelman 1600 0 1

 


 

7-12-2018

 

RINUS: TIJDNOODTIJGER

In een viertallenwedstrijd met een relatief snel tempo kan het soms raar lopen. Na een goed uur spelen dacht ik dat we met 3,5 – 0,5 gingen verliezen van degradatieconcurrent Landau A. Deze zwarte gedachte kwam misschien door mijn eigen spel, wat het best te typeren is “als een 1800 speler onwaardig”. Daarmee wil ik niks af doen aan de zege van de sympathieke Ronald de Pooter. Maar ik ben ervan overtuigd dat Ronald wel eens creatiever heeft moeten zijn en/of harder heeft moeten werken om een punt te scoren dan op 7 december in Axel. Toen Ronald won, stonden Ton Hertogs en Rinus den Hollander al een pion achter en zag ik niet direct hoe Wouter Bliek kon winnen (of verliezen).

Ton had een pion geofferd, maar het leek me dat Theo de Putter die wel voor kon blijven. Dat lukte ook, maar het kostte Theo wel veel tijd. Mede daardoor kon Ton zijn pion terugwinnen, maar de resterende stelling bood (behalve een tijdvoordeel) geen perspectief op winst en Ton aanvaardde Theo’s remiseaanbod dan ook. Wouter had inmiddels afgewikkeld naar een eindspel wat kansrijker voor Wouter was dan voor Arjo Arendse. Arjo moest veel tijd investeren, maar dat was niet voldoende om het halfje in Axel te houden. Knap gespeeld van Wouter.

Plots stond het dus gelijk en waren alle ogen gericht op de partij Zootjes – Den Hollander. Onze Rinus zat al tijden onder de 5 minuten. Meestal gaat het dan mis bij Rinus, maar nu bleef hij aardige, redelijke en soms zelfs erg goede zetten doen, telkens gemiddeld binnen de 30 seconden zodat zijn klokje rond de drie minuten bleef hangen. ZSB-competitieleider Mark Zootjes zag daarentegen zijn materiaalvoorsprong toenemen (van 1 pion tot 3 pionnen), maar zijn beschikbare tijd afnemen. Dat zou nog niet zo erg zijn geweest als in het toreneindspel de torens van Rinus niet erg actief bleven en Mark zijn eigen koning niet op de a-lijn had ingesloten. Rinus zag zijn kans en Mark kon niet anders dan kiezen tussen mat gezet worden of herhaling van zetten accepteren. Dat laatste gebeurde en zo sleepten we er “voor de poorten van de hel” een 2-2 uit.

Meest opvallende was niet dat Peter zijn opening mishandelde (doet hij wel vaker), niet dat Ton een pion offert (doet hij wel vaker), niet dat Wouter een redelijk evenwichtige stelling naar een zege “melkt” (doet hij wel vaker), maar vooral dat Rinus in tijdnood rustig bleef en het matchpunt binnen haalde (en dat mag hij best vaker doen).

Landau A 1757 DZD A 1782 2 2
Arendse 1897 Bliek 1937 0 1
De Pooter 1799 Van der Borgt 1877 1 0
De Putter 1716 Hertogs 1698 0,5 0,5
Zootjes 1615 Den Hollander 1615 0,5 0,5

 


05-11-2018

 

EINDSPELTECHNIEK EN AVONDCOMPETITIETEMPO GAAN NIET GOED SAMEN

De derby tegen Goes B stond op het programma. Drie partijen belandden in het eindspel. Eentje niet. Peter van der Borgt speelde (met wit) de Ruilvariant van het Frans. Volgens de boeken is dat “weinig ambitieus”, “ben je met remise tevreden”, “is het saai” enzovoorts. Ik vind het een heerlijke opening. Het leidt tot open spel, waarbij theoretische kennis niet zo relevant is.

Tegenstander Rinus Burgerhoff kwam niet goed uit de opening en moest veel tijd investeren om niet al ruim voor de 20e zet te verliezen. In de volgende stelling

had Peter net 19. Pg3 gespeeld en Rinus zag zijn kans schoon om (met nog weinig tijd op de klok) dameruil proberen af te dwingen en speelde Dg5 en trapte zo met open ogen in de val die Peter had uitgezet. Ziet u de val en snapt u dat Rinus na Peters 22e zet opgaf? Antwoord: volgt later.

Zo kwamen we met 1-0 voor en ondanks dat we op elk bord minder ratingpunten hadden, zag het er goed uit: Ton Hertogs stond fantastisch tegen Erwin Kloosterman. Erwin had bijna geen tijd meer en lag in een houdgreep. Rinus den Hollander en Hans Welten hadden allebei weinig tijd in een stelling die in evenwicht was. Willy Meulblok had zetten lang minder dan een minuut, in een stelling met een pion minder en weinig tot geen compensatie.

Ton koos voor een (praktisch gezien) onhandig plan: hij ruilde van alles af, zodat Erwin los kwam uit de houdgreep. Ton dacht met zijn koning naar de damevleugel te kunnen lopen en dan het eindspel te winnen, maar dat was een volstrekt verkeerde inschatting. Erwin kon een pionnendoorbraak forceren en wat Ton ook probeerde: er zou altijd een pion promoveren. Zo werd het 1-1.

Rinus ging in het eindspel ook in de fout en verloor een pion. Gelukkig was Hans’ eindspeltechniek ook niet fabuleus, want hij zag de weg naar de winst niet. Gelukkig waren er zijn twee (reeds uitgespeelde) team-maten die hem uitlegden hoe het wel had gemoeten. Beide teams anderhalve punt dus.

Dan het laatste bord dat nog bezig was, bord 1. Remco van de Braak dacht waarschijnlijk dat hij na heel wat geruil met zijn a-pion langzaam naar a8 te kunnen opstomen. Willy had echter een vileine tegenactie. Hij offerde zijn paarden voor pionnen en ruilde de laatste witte pion af, zodat Remco mocht bewijzen dat K+L+P tegen K Alleen binnen de 50 zetten te winnen is. Dat lukte Remco niet. Nu kwam Remco regelmatig onder de minuut en ging Willy’s tijd langzaam maar zeker omhoog naar meer dan tien minuten. Toen Remco ergens in de 40e zet (zonder pion- en slagzetten) zag dat hij Willy niet (op tijd) in een wit hoekveld kreeg bood hij remise aan, wat hij volgens mij ook had kunnen claimen.

Toevallig had ik het een paar weken geleden met Eric Clarisse over dat ik ook niet met alleen een loper en paard mat zou kunnen zetten. Dat was toen reden voor Eric om me wat confronterende video’s te sturen. Met toestemming van Remco neem ik die nu hier ook maar op, zodat Remco ziet hoe “simpel” het is: zie LINK. Als troost voor Remco: deze dame (echt geen slechte speelster) kon het niet, zie deze LINK.

Kortom: drie eindspelen eindigden anders dan verwacht c.q. nodig zou zijn geweest bij goed spel (alhoewel bij Rinus en Hans er weer wel de “verwachte” uitslag uit kwam).

 

Uitslag:

DZD A 1770 Goes B 1887 2 2
Meulblok 1891 Van de Braak 1948 0,5 0,5
Van der Borgt 1877 Burgerhoff 1920 1 0
Hertogs 1698 Kloosterman 1857 0 1
Den Hollander 1615 Welten 1822 0,5 0,5

 

O ja: wat was die val van Peter nu? 20. f4, Dh6 21. Pf5, Dh5 22. g4 en de dame is gevangen!
=================================================================================================================

Hier het verslag van SV GOES..

Verslag: Hans Welten

Deze keer kon Remco door Zuid-Beveland toeren om iedereen op te halen. Nadat hij zijn parkeerkunsten had vertoond konden we in het Dorpshuis beginnen. Op de website van De Zwarte Dame staat al een prima verslag, zie: https://dezwartedame.nl/?page_id=832#Ronde-3 . Het werd een zwaar bevochten gelijk spel, waar beide teams de winst had kunnen pakken.

De Zwarte Dame A 1768 Goes B 1880 2 2
1 Willy Meulblok 1894 Remco van de Braak 1952 0.5 0.5
2 Peter van der Borgt 1860 Rinus Burgerhoff 1923 1 0
3 Ton Hertogs 1698 Erwin Kloosterman 1836 0 1
4 Rinus den Hollander 1620 Hans Welten 1810 0.5 0.5

Aanvankelijk stond Remco goed, Rinus minder op tijd en op stelling, Erwin verdacht en ik was de boel bij elkaar aan het houden.

Rinus kwam in een mindere stelling in tijdnood. Op de website van de De Zwarte Dame is de stelling op het beslissende moment te zien waarbij Rinus zijn dame verliest. Je kunt dit daar zelf bekijken. Overigens vind ik de Ronde shortcuts op hun website een fantastisch idee. Niels, kan je plagiaat plegen?

Erwin had een Benkö-gambiet achtige structuur. Ik weet niet eens of die opening werd gespeeld, maar ik zag allemaal voordelige kenmerken voor de zwarte stelling. Meer dan afwachten op de genadeklap kon Erwin niet doen. Na afruil van alle stukken verkreeg Erwin echter een prachtig pionneneindspel dat hij zorgvuldig en meedogenloos naar winst voerde.

Nog voordat er ergens een beslissing was gevallen had ik al een eerste remise aanbod ontvangen. In een open stelling dreigde van alles, maar vooral van wit die op enkele momenten het beter had kunnen doen. Gelet op de stellingen van Rinus en Erwin was van aannemen van het aanbod desalniettemin geen sprake. Uiteindelijk resteerde een eindspel met allebei loper en paard en pionnen op beide vleugels. Na wat geschuif wist ik een pion te winnen, maar hiervoor moest ik mijn loper afruilen tegen zijn paard en verkreeg Rinus een gedekte vrijpion. Gelet op de theoretisch gewonnen stelling van Remco deinsde ik nu terug om al te grote risico’s te nemen en wilde eerst tegenspel voorkomen, maar het afwachtende spel leidde tot niets anders dan remise. Na afloop (en zeker ook in de analyses thuis) bleek ik wel degelijk goede kansen te hebben gehad, het paard was in deze stelling sterker dan de loper.

Remco speelde fantastisch tegen Willy. Hij bouwde zijn voordeel verder uit. En begon op te stomen met zijn a-pion om deze te laten promoveren. Willy pakte echter zijn meest praktische kans en offerde twee stukken voor alle pionnen van Remco. Hierna haalde Remco alle pionnen op en kon hij de kroon op zijn partij zetten door het theoretisch gewonnen eindspel met loper en paard binnen de tijdslimiet van 50 zetten te winnen. Ik neem aan dat iedereen weet dat dit moet worden voltooid in de hoek die de loper bestrijkt. De winstvoering vergt ongeveer 30 zetten. De winstvoering vinden als je niet weet hoe het moet is echter lastig. Zeker in de extra tijd waarin Remco was beland, regelmatig

had hij 3 seconden over toen hij een zet uitvoerde. Toen Remco de koning uit de verkeerde hoek aan het drijven was dacht ik dat hij wist hoe het moest, maar dat was verkeerd ingeschat. Remco kwam niet verder en berustte in remise.

 

 

 

 


12-10-2018

 

DRIE KEER WINST IN SAS VAN GENT

HWP A had de eerste wedstrijd in de Eerste Klasse van de Avondcompetitie verloren. Omdat degradatiekansen groot zijn (behalve voor de nu al zekere kampioen – Goes A of Souburg A) doordat nummer 9 zeker en nummer 8 mogelijk er uit vliegt was de verwachting dat HWP A thuis op volle oorlogssterkte zou zijn.

Uw verslaggever was een midweekje met hond en echtgenote in een strandhuisje, had daar prima weer, maar de nachten waren verschrikkelijk. Immers, ik mocht op bord 1 en zou daar ongetwijfeld Kees Nieuwelink tegen komen, een speler die compromisloos op winst speelt en alles kent als het maar met 1. e2-e4 begint.

Nu speel ik die zet al sinds ik kan schaken (inmiddels 55 jaar geleden leerde ik het als vierjarige van een buurjongetje). Eerste gedachte is: ik speel iets anders dan e4. Maar die gedachte wierp ik snel van me af. Ooit speelde ik g4 als openingszet (okay, je kan natuurlijk een wat gebruikelijker alternatief voor e4 kiezen) en Kees de Wolf veegde mij van het bord af.

Tweede gedachte: die Nieuwelink is ook maar een mens, is ook (net als ik dus) op zijn retour, die haalt varianten door elkaar (dus is het niet erg dat ik helemaal geen varianten ken), ik heb wit, dus ik win. Die gedachte vervloog nog sneller met mijn rampzalige eerste vier zetten tegen Mark Paul (een Nieuwelink-achtige speler) in de eerste wedstrijd in 4F in mijn achterhoofd.

Dan toch maar e4, e5, Pf3, Pc6 spelen. Ponziani heb ik na een verschrikkelijke pandoering door Jos van der Kaap geschrapt en komt dus niet in aanmerking. Italiaans dan? Nee, hij zal wel de Traxler-variant spelen. Spaans? Och nee, hij zal het wel met f5 beantwoorden. Schots dan maar. Dat is per slot van de rekening een gambiet (Dh4 door zwart en wit verliest een pion) en dat zal hij niet willen. Deze gedachte zorgde er de eerste nachten voor dat ik toch nog redelijk makkelijk in slaap kwam.

Tot donderdagnacht. Hij speelt natuurlijk op de 2e zet geen Pc6; hij speelt f5, het Lets Gambiet. Dat is zo’n opening waarvan “in de boeken” staat dat die opening in “de serieuze grootmeesterpraktijk niet voorkomt”. Maar, wij spelen in de ZSB, onderbondsniveau, smokkelaars tegen boeren. Daar kan zo’n opening natuurlijk wel gespeeld worden. En wie anders dan Kees Nieuwelink durft dit aan?

Mijn kop werd een wir-war van varianten: die pion op f5 gewoon nemen? Nee, natuurlijk niet, dat wil hij nu juist. Een rustig zetje (d3, Pc3)? Dan geef ik ook toe. No way. Iets als Pxe5 of Lc4? Dat is natuurlijk vragen om moeilijkheden. Maar na een doorwaad eerste nachtelijk uur was dit wel mijn conclusie: ik sla op e5. Kon ik daarna de slaap vatten? Natuurlijk niet. Ik zag namelijk ook al het korte, doch vlijmscherpe, verslag van Nieuwelink op de HWP-site: “ik speelde tegen Peter van der Borgt, die in de negorij Kruiningen waarschijnlijk de status heeft van een verdienstelijk schaker, maar die 15 hopeloze en hulpeloze zetten lang liet zien het schaakspel voor geen sikkepit te begrijpen en die status absoluut niet te verdienen. Al voor de 20e zet gaf hij, van zichzelf walgend op een manier waar Joey Grochal nog veel van zou kunnen leren, de partij op”.

Met nauwelijks slaap in de benen liet ik vrijdagmorgen de hond uit, berustend in het feit dat ik die avond vooral chauffeur zou zijn met als belangrijkste doel Ton Hertogs en vader en zoon Den Hollander veilig in Sas van Gent en terug te krijgen.

Hoe anders bleek alles bij aankomst in Sas van Gent te zijn. Men had helemaal geen 2000-plus kanonnen opgesteld. Geen Nieuwelink, geen Van Rij, geen Vandewynkele, zelfs geen Den Hamer.

Op bord twee speelde William Baeten, die de Orang Oetan speelde, een opening die nauwelijks serieuzer is te nemen dan het Lets Gambiet. Ton Hertogs reageerde niet op het provocatieve b4. Baeten maakte vervolgens zijn rating van bijna 1600 niet waar door een onbegrijpelijk plan te kiezen en Ton de mogelijkheid tot pionwinst te bieden (die Ton pas een zet later zag) en het slaan door Ton van die pion zo afwikkelde dat Ton een kwaliteit en een pion voor kwam.

Bij de onzen maakte Gayan den Hollander zijn rating niet waar door de opening compleet verkeerd te behandelen. Hij kwam een pion achter, zonder enige compensatie. Vervolgens ging tegenstander Ranco Boogaard echter enorm in de fout en kreeg Gayan een stuk de schoot in geworpen.

De andere partijen kenmerkten zich door redelijk normale zetten en gelijke stellingen. Mijn tegenstander, André Galle (met het t-shirt met de grappige tekst “Awesome means Breath. West Flemish for Beginners”) bood na 13. 0-0 remise aan. De volgende zet zou ik een pion winnen. Normaal gesproken had ik dat remiseaanbod niet aangenomen, nee, ik zou het genegeerd hebben. Maar nu, arme teamleider, arme voorzitter, moest ik natuurlijk mijn voorbeeldfunctie waar maken. Aannemen van het aanbod zou bijna zeker de teamwinst betekenen (Ton en Gayan stonden immers ruimschoots gewonnen). Ik nam het niet meteen aan, want de kwaliteit van de zetten in beide partijen (die van Ton en Gayan) was zodanig dat ik een nieuwe verrassing (lees: mispakken door één van de onzen) niet onwaarschijnlijk achtte. Gelukkig bleek die verwachting niet uit te komen en na 25 minuten het remiseaanbod in beraad genomen te hebben moest ik het wel aannemen: 2,5e punt was binnen. Overigens geeft mijn engine ook maar een klein plusje (+0,42) aan als ik die pion zou pakken. Conclusie is wel dat de partij dus niet “awesome” en ook niet “awesome-benemend” was.

Dat Rinus den Hollander en Manuel Colsen daarna ook nog remise overeen kwamen (stelling was ook remise) kan alleen nog interessant zijn op het eind van de competitie als bij gelijk eindigen bordpunten een rol gaan spelen.

HWP A 1583 DZD A 1657 1 3
Galle 1949 Van der Borgt 1860 0,5 0,5
Baeten 1582 Hertogs 1698 0 1
Colsen 1570 R. den Hollander 1620 0,5 0,5
Boogaard 1231 G. den Hollander 1448 0 1

De aandachtige lezer vraagt zich nu af waar die titel (drie keer winst) op slaat:

  1. Winst op HWP A
  2. Nederland – België (borden 1 en 2): winst voor Nederland
  3. Holland (ze zullen toch niet voor niks Den Hollander heten) – Zeeuws Vlaanderen (borden 3 en 4): winst voor Holland