DZD A – 1e klas avond

12-10-2018

 

DRIE KEER WINST IN SAS VAN GENT

HWP A had de eerste wedstrijd in de Eerste Klasse van de Avondcompetitie verloren. Omdat degradatiekansen groot zijn (behalve voor de nu al zekere kampioen – Goes A of Souburg A) doordat nummer 9 zeker en nummer 8 mogelijk er uit vliegt was de verwachting dat HWP A thuis op volle oorlogssterkte zou zijn.

Uw verslaggever was een midweekje met hond en echtgenote in een strandhuisje, had daar prima weer, maar de nachten waren verschrikkelijk. Immers, ik mocht op bord 1 en zou daar ongetwijfeld Kees Nieuwelink tegen komen, een speler die compromisloos op winst speelt en alles kent als het maar met 1. e2-e4 begint.

Nu speel ik die zet al sinds ik kan schaken (inmiddels 55 jaar geleden leerde ik het als vierjarige van een buurjongetje). Eerste gedachte is: ik speel iets anders dan e4. Maar die gedachte wierp ik snel van me af. Ooit speelde ik g4 als openingszet (okay, je kan natuurlijk een wat gebruikelijker alternatief voor e4 kiezen) en Kees de Wolf veegde mij van het bord af.

Tweede gedachte: die Nieuwelink is ook maar een mens, is ook (net als ik dus) op zijn retour, die haalt varianten door elkaar (dus is het niet erg dat ik helemaal geen varianten ken), ik heb wit, dus ik win. Die gedachte vervloog nog sneller met mijn rampzalige eerste vier zetten tegen Mark Paul (een Nieuwelink-achtige speler) in de eerste wedstrijd in 4F in mijn achterhoofd.

Dan toch maar e4, e5, Pf3, Pc6 spelen. Ponziani heb ik na een verschrikkelijke pandoering door Jos van der Kaap geschrapt en komt dus niet in aanmerking. Italiaans dan? Nee, hij zal wel de Traxler-variant spelen. Spaans? Och nee, hij zal het wel met f5 beantwoorden. Schots dan maar. Dat is per slot van de rekening een gambiet (Dh4 door zwart en wit verliest een pion) en dat zal hij niet willen. Deze gedachte zorgde er de eerste nachten voor dat ik toch nog redelijk makkelijk in slaap kwam.

Tot donderdagnacht. Hij speelt natuurlijk op de 2e zet geen Pc6; hij speelt f5, het Lets Gambiet. Dat is zo’n opening waarvan “in de boeken” staat dat die opening in “de serieuze grootmeesterpraktijk niet voorkomt”. Maar, wij spelen in de ZSB, onderbondsniveau, smokkelaars tegen boeren. Daar kan zo’n opening natuurlijk wel gespeeld worden. En wie anders dan Kees Nieuwelink durft dit aan?

Mijn kop werd een wir-war van varianten: die pion op f5 gewoon nemen? Nee, natuurlijk niet, dat wil hij nu juist. Een rustig zetje (d3, Pc3)? Dan geef ik ook toe. No way. Iets als Pxe5 of Lc4? Dat is natuurlijk vragen om moeilijkheden. Maar na een doorwaad eerste nachtelijk uur was dit wel mijn conclusie: ik sla op e5. Kon ik daarna de slaap vatten? Natuurlijk niet. Ik zag namelijk ook al het korte, doch vlijmscherpe, verslag van Nieuwelink op de HWP-site: “ik speelde tegen Peter van der Borgt, die in de negorij Kruiningen waarschijnlijk de status heeft van een verdienstelijk schaker, maar die 15 hopeloze en hulpeloze zetten lang liet zien het schaakspel voor geen sikkepit te begrijpen en die status absoluut niet te verdienen. Al voor de 20e zet gaf hij, van zichzelf walgend op een manier waar Joey Grochal nog veel van zou kunnen leren, de partij op”.

Met nauwelijks slaap in de benen liet ik vrijdagmorgen de hond uit, berustend in het feit dat ik die avond vooral chauffeur zou zijn met als belangrijkste doel Ton Hertogs en vader en zoon Den Hollander veilig in Sas van Gent en terug te krijgen.

Hoe anders bleek alles bij aankomst in Sas van Gent te zijn. Men had helemaal geen 2000-plus kanonnen opgesteld. Geen Nieuwelink, geen Van Rij, geen Vandewynkele, zelfs geen Den Hamer.

Op bord twee speelde William Baeten, die de Orang Oetan speelde, een opening die nauwelijks serieuzer is te nemen dan het Lets Gambiet. Ton Hertogs reageerde niet op het provocatieve b4. Baeten maakte vervolgens zijn rating van bijna 1600 niet waar door een onbegrijpelijk plan te kiezen en Ton de mogelijkheid tot pionwinst te bieden (die Ton pas een zet later zag) en het slaan door Ton van die pion zo afwikkelde dat Ton een kwaliteit en een pion voor kwam.

Bij de onzen maakte Gayan den Hollander zijn rating niet waar door de opening compleet verkeerd te behandelen. Hij kwam een pion achter, zonder enige compensatie. Vervolgens ging tegenstander Ranco Boogaard echter enorm in de fout en kreeg Gayan een stuk de schoot in geworpen.

De andere partijen kenmerkten zich door redelijk normale zetten en gelijke stellingen. Mijn tegenstander, André Galle (met het t-shirt met de grappige tekst “Awesome means Breath. West Flemish for Beginners”) bood na 13. 0-0 remise aan. De volgende zet zou ik een pion winnen. Normaal gesproken had ik dat remiseaanbod niet aangenomen, nee, ik zou het genegeerd hebben. Maar nu, arme teamleider, arme voorzitter, moest ik natuurlijk mijn voorbeeldfunctie waar maken. Aannemen van het aanbod zou bijna zeker de teamwinst betekenen (Ton en Gayan stonden immers ruimschoots gewonnen). Ik nam het niet meteen aan, want de kwaliteit van de zetten in beide partijen (die van Ton en Gayan) was zodanig dat ik een nieuwe verrassing (lees: mispakken door één van de onzen) niet onwaarschijnlijk achtte. Gelukkig bleek die verwachting niet uit te komen en na 25 minuten het remiseaanbod in beraad genomen te hebben moest ik het wel aannemen: 2,5e punt was binnen. Overigens geeft mijn engine ook maar een klein plusje (+0,42) aan als ik die pion zou pakken. Conclusie is wel dat de partij dus niet “awesome” en ook niet “awesome-benemend” was.

Dat Rinus den Hollander en Manuel Colsen daarna ook nog remise overeen kwamen (stelling was ook remise) kan alleen nog interessant zijn op het eind van de competitie als bij gelijk eindigen bordpunten een rol gaan spelen.

HWP A 1583 DZD A 1657 1 3
Galle 1949 Van der Borgt 1860 0,5 0,5
Baeten 1582 Hertogs 1698 0 1
Colsen 1570 R. den Hollander 1620 0,5 0,5
Boogaard 1231 G. den Hollander 1448 0 1

De aandachtige lezer vraagt zich nu af waar die titel (drie keer winst) op slaat:

  1. Winst op HWP A
  2. Nederland – België (borden 1 en 2): winst voor Nederland
  3. Holland (ze zullen toch niet voor niks Den Hollander heten) – Zeeuws Vlaanderen (borden 3 en 4): winst voor Holland